okt 29

Determinisme en indeterminisme in de fysica

NVWF.Als secretaris van de Nederlandse Vereniging voor WetenschapsFilosofie (NVWF) organiseer ik een symposium over “determinisme en indeterminisme in de fysica” op woensdag 26 november 2014 in Groningen (13u – 17u30). De sprekers zijn Dennis Dieks, Marij van Strien, Ronnie Hermens en Gerard ‘t Hooft.

Op de website van de vereniging staat een pdf met het hele programma.

Misschien tot dan?

okt 28

Begrijpend tekenen

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als een column verschenen in Eos.
(Jaargang 31, nummer 11.)

Masha uit de tekenfilm Masha en de beer.Om iets herkenbaar te tekenen moet je je onderwerp op een andere manier begrijpen dan om het in woorden te omschrijven. Waar onbegrip nog te verstoppen is achter vage termen, vereist een schets meer duidelijkheid. Hoe zit het in elkaar? Welke onderdelen zijn hoofdzaak voor het functioneren; welke bijzaak? Deze denkpatronen zijn zeer nuttig voor de wetenschappelijke ontplooiing.

Naarmate de schoolcarrière vordert, moeten jongeren steeds minder tekenen. Nochtans is tekenen niet louter kinderspel, maar een activiteit die ons op elke leeftijd nieuwe inzichten kan verschaffen. Door concrete voorwerpen te tekenen leer je aandachtig kijken, zoekend, waardoor je meer begrip krijgt voor wat je ziet. Gaandeweg bots je ook op je eigen beperkingen bij de visuele waarneming. Het tekenen van abstracte begrippen vereist dan weer dat je verbanden toont in plaats van ze te verwoorden.

Dit is een prima tekening van een katrol.Zelfs een ‘mislukte’ tekening kan inzicht bieden in de misconcepties die eraan ten grondslag liggen. Ongeoefende tekenaars neigen naar systematische fouten: fietswielen en ogen worden bijvoorbeeld te ver uit elkaar weergegeven. In de fysicales leidt het tekenen van een katrol tot meer diverse resultaten. Voor je er een schematische tekening van kunt maken, moet je eerst begrijpen hoe een katrol werkt: welk deel vast is, welk deel kan draaien en dat het touw gespannen staat als er gewichten aan hangen. Eens je één katrol juist kan tekenen, heb je weinig moeite met een combinatie van soortgelijke componenten. En deze verdeel-en-heers-aanpak ligt aan de basis van heel wat oplossingsstrategieën uit de wis- en natuurkunde.

Wandelende tak omsingeld door anatomische termen.Waarom wordt er dan zo weinig aandacht besteed aan “begrijpend tekenen” in de latere schooljaren? In de biologieles moeten bij het obligate schema van een wandelende tak enkel de namen van de lichaamsdelen aangevuld worden. Sommige leerkrachten fysica laten hun leerlingen nog de practicumopstelling schetsen op het verslag, maar de verplichte grafiek wordt steeds vaker met een computerprogramma geproduceerd. Het frustrerende labeur met potlood op millimeterpapier behoort zo bijna tot de folklore.

Toegegeven, het is niet eenvoudig om iemands inzicht te beoordelen aan de hand van een tekening. Er is een grote variatie in motoriek en het is moeilijk om verbindingen te quoteren als er elementen ontbreken. Anderzijds gelden deze moeilijkheden ook voor de nochtans populaire toetsvorm met open schriftelijke vragen: de taalbeheersing varieert en leerlingen kunnen onverwachte fouten maken waarop de verbetersleutel niet is voorzien. Bovendien staat het feit dat een vaardigheid moeilijk getoetst kan worden los van het nut van het verwerven ervan. En dat tekenen van nut is voor de wetenschap, daar levert haar geschiedenis het beste bewijs van.

Tekeningen van da Vinci.Het is in deze context moeilijk om Leonardo da Vinci onvermeld te laten, aangezien tot zijn oeuvre zowel tekeningen als wetenschappelijke studies behoren. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat deze combinatie enkel voor uitzonderlijk getalenteerde mensen is weggelegd. In de loop van de geschiedenis waren echter vele wetenschappers genoodzaakt om hun waarnemingen zo nauwkeurig mogelijk te tekenen. Dit geldt bijvoorbeeld in de anatomie en de biologie. Ernst Haeckel maakte prachtige tekeningen van zeeanemonen, kolibries en menselijke embryo’s. Hij was dierkundige en filosoof en populariseerde het werk van Darwin in Duitsland.

Masha en de beer.Thuis kribbelt de peuter: kopvoeters zijn er op zijn leeftijd nog niet bij (zie ook). Terwijl we na een drukke dag naar “Masha en de beer” kijken, bedenk ik hoeveel fysicakennis er vereist is om deze reeks te maken. De vacht van de beer beweegt mee met elke stap en ook het spel van licht en schaduw op die pels lijkt levenecht. Zo brengt computeranimatie een doorgedreven vorm van begrijpend tekenen in onze huiskamer: meesterlijk uitgevoerd en daardoor haast onzichtbaar.

 

Citaat toegeschreven aan da Vinci.

“Leer kijken. Besef dat alles verband houdt met al het andere.” Of dit citaat echt van da Vinci afkomstig is, heb ik niet kunnen achterhalen. Het geometrische cirkelpatroon lijkt wel op een motief uit da Vinci’s werk.

Extra: over het werk van Ernst Haeckel

Een haaksnavelkolibrie uit een lithografie van Haeckel.Een menselijk embryo van ongeveer een maand oud heeft een staart, net als de embryo’s van andere zoogdieren. Hierin zag Haeckel een duidelijke bevestiging van de evolutietheorie. Hij verdedigde de recapitulatietheorie, die zegt dat we in de ontwikkeling van een ongeboren kind iets van de menselijke evolutie terugzien – versneld afgespeeld. Deze theorie is inmiddels weerlegd. Ons staartbeentje vertelt ons inderdaad iets over de evolutie van onze soort, maar het verband tussen ontwikkelingsfasen en de evolutionaire stamboom zit toch iets ingewikkelder in elkaar dan Haeckel vermoedde.

De hierbij afgebeelde haaksnavelkolibrie is afkomstig uit Haeckels “Kunstvormen der natuur“; meer afbeeldingen daaruit vind je hier.

sep 18

Wetenschap versus verbeelding?!

Deze week schrijft en leest Ann de Craemer het middagjournaal bij Nieuwe feiten op Radio 1.* Dinsdag had ze het over elderspeak (kinderlijk taalgebruik tegenover ouderen), waarvan ik alleen maar kan hopen dat heel veel mensen het gehoord hebben (of het hier nalezen) en zich (opnieuw) voornemen hierop te letten. Daarom zal ik hier dus niet schrijven: “Zullen we daar dan eventjes aan denken, lezertjes?”

Vandaag luisterde ik echter met een kritischer oor naar haar bijdrage (hier na te lezen). Hierin richtte ze zich tot studenten met de boodschap: “Geloof in de schoonheid van je eigen dromen”. Op zo’n motto valt alvast weinig af te dingen. De noden op de arbeidsmarkt voorspellen is inderdaad moeilijk (als het al mogelijk is) en het is dus beter om studieadvies niet (enkel) daarop te baseren. “[Z]al de arbeidsmarkt binnen een jaar of tien nog wel genoeg werk hebben voor al die studenten uit bètarichtingen?” vraagt de Craemer zich af. Mij lijkt het onwaarschijnlijk van niet, maar over een glazen bol beschik ik ook niet, dus laten we een belangrijker punt aansnijden.

Lof der wetenschap.De rest van haar pleidooi lijkt namelijk op een onjuist contrast te berusten tussen verbeelding enerzijds en STEM-vakken anderzijds. Juist in wetenschappen en wiskunde spelen verbeelding en creativeit een zeer grote rol:

  • Wiskunde: er is niets, verzin maar iets en kijk wat je boven water krijgt.
  • Natuurwetenschap: de wereld is er al, probeer met je beperkt verstand er maar een verstaanbaar verhaal over te vertellen.

Is de verbeelding en creativiteit die hiervoor nodig is dan zo anders dan voor, bijvoorbeeld, het schrijven van een roman?**

Bovendien kan wetenschappelijke vernieuwing via de technologie een zeer grote impact hebben op de maatschappij, (al mag de wetenschap zich daar niet toe laten beperken***). Als er ergens behoefte is aan mensen die zich een mooiere wereld dromen en die de capaciteit hebben om echt nieuwe dingen te bedenken, is het daar wel.

De Craemer: “Hoe prachtig zou het zijn niet zijn als onze politici ook een actieplan verbeelding en creativiteit zou[den] ontwikkelen?” Met dat voorstel kan ik dan weer alleen maar instemmen, op voorwaarde dat het domein van verbeelding en creativiteit niet beperkt wordt tot de kunsten. In de hoop dat dromen zich niet laten beperken, tout court.

*Het is niet de eerste keer dat die radiorubriek een blogreactie losweekt.

**Zoals ook uit mijn vorige bericht blijkt (met name de keuze van de tweede cartoon), vind ik van niet.

***Anders bloedt ze dood: zie ook dit oudere stukje over het belang van vrij onderzoek.

Aanvulling: Ik liet een iets kortere versie van dit bericht ook achter als reactie op de website van Radio 1. Op dat moment zag ik nog geen andere reacties staan. Op dit moment blijken twee andere luisteraars een soortgelijke bedenking te hebben gemaakt als ik. Blijkbaar zijn we dus toch niet zo origineel als we zelf denken. ;-)

sep 18

Er slingeren overal ideeën rond

Eerst een dienstmededeling:

Als iemand mijn blog wil nomineren voor de blogawards van Weekend Knack, stel ik voor dat in de categorie ‘Personal‘ te doen. Er is namelijk geen categorie wetenschap & filosofie, noch een categorie regenbogen & klavertjes-vier. Kwestie dat de twee stemmen die binnenkomen toch minstens in dezelfde categorie vallen. ;-)

Dan een kort statusrapport:

Het is hier deze weken echt hordelopen tussen de deadlines. Daardoor heb ik onvoldoende tijd om uitgebreid te bloggen, maar de situatie inspireerde me wel tot een nieuwe stelling van de dag:

“Het huis van een filosoof is nooit rommelig. Er slingeren gewoon overal ideeën rond.”

(De inspiratie voor deze stelling haalde ik van een bordje op een hobbybeurs; daarop stond met een soortgelijke spreuk, maar dan over creatievelingen in plaats van filosofen.)

Verder geven onderstaande cartoons (van Jorge Cham en Grant Snider) een mooi beeld van de huidige situatie.

Schrijven.

Schrijven: eerst raakt de beschikbare tijd uitgeput, dan jijzelf. (Bron afbeelding.)

Huishouden.

Niet enkel kunstenaars jagen hun ideeën na. Ook wetenschappers doen al eens aan creatief huishouden… (Bron afbeelding.)

Herkenbaar? Laat maar iets horen.

sep 07

Nieuwsflits: Opticafoto van de dag

Toen mijn zoontje twee maand oud was, maakte ik een foto van zijn oog. Daar maakte ik toen dit fotoraadsel van: de vraag was hoe de regenboogkleurige ‘wolken’ ontstonden. De oplossing stond hier.

Deze foto is nu de “opticafoto van de dag” (“Optics Picture of the Day “) op de website van Les Cowley, “Atmospheric Optics“. Meestal staan er foto’s op van atmosferische verschijnselen, zoals regenbogen en halo’s, maar mijn binnenhuisopname haalde de selectie dus ook. :-)

Dit is een permanente link naar de pagina, dit is het huidige beeld van de dag en dit is de volledige lijst met voormalige dagfoto’s.

Beeld van de dag.

Opticafoto van de dag.

Les Cowley beschrijft de opname als volgt:

“Babyoog ~ De dunne traanfilm over een helder babyoog reflecteert de wereld en voegt een laag interferentiekleuren toe. De pupil is donker, ondoorgrondelijk, de wereld absorberend en lerend. De blauwe iris, mysterieus.

Sylvia Wenmackers nam een foto van haar zoon toen hij net iets meer dan twee maand oud was.”

(Dat is althans mijn vertaling van zijn tekst: “Baby’s Eye ~ The thin tear film over a baby’s clear eye reflects the world and adds a layer of interference colours. The pupil is dark, imponderable, absorbing all the world and learning. The blue iris, mysterious. Sylvia Wenmackers pictured her son when he was just over two months old.“)

Daaronder geeft hij nog wat uitleg over de optica: hoe interferentiekleuren ontstaan, wat de iris is en waarom die bij de meeste baby’s blauw is. (Een korte versie dus van wat ik in de oplossing van het fotoraadsel beschreef.)

Uiteraard ben ik Les Cowley dankbaar om mijn foto in zijn collectie op te nemen. Verder wil ik ook Drabkikker bedanken omdat hij me in een reactie attent maakte op Cowleys mooie website, waarna ik besloot om zelf ook eens een foto in te zenden.

sep 03

Vrije kuur in andersom denken

Ballon.Met helium gevulde ballonnen zijn leuk, maar ik ga er wel raar van dromen!

Helium (He) is zeer nuttig voor de wetenschap (gasvormig helium als inerte atmosfeer en vloeibaar helium om experimenten te koelen; CERN is dan ook een grootverbruiker), maar de wereldwijde reserves raken stilaan uitgeput. Toch wordt dit edelgas ook nog altijd gebruikt om ballonnen te vullen, waaruit het gestaag weglekt: ‘s ochtends hangt de ballon nog aan het plafond en ‘s avonds niet meer. (Het helium is er natuurlijk nog wel, maar eens vermengd met de lucht is het niet meer te recupereren voor menselijke toepassingen.)

Dat brengt me bij mijn stelling van vandaag:

Als er een met helium gevulde ballon in huis is, ben je moreel verplicht er zo veel mogelijk mee te spelen.

Vorige week kreeg mijn zoontje zo’n ballon mee als afscheidscadeautje van een ander kind bij de opvang. En daar hebben we inderdaad volop mee gespeeld! :-)

Op weg naar huis mocht de ballon naast de autostoel tegen het plafond drijven. Ik zag hoe de ballon naar de binnenkant van de bocht helde bij elke afslag en glimlachte dankbaar voor deze mooie illustratie van traagheid van de omringende lucht.

Thuis hebben we ons geoefend in het “andersom denken” – bijvoorbeeld dribbelen tegen het plafond in plaats van op de vloer. Daarbij dacht ik aan de luchtbel in een waterpas en gatengeleiding in halfgeleiders, terwijl de peuter op de grond dubbel lag van het lachen. En toen de ballon niet meer genoeg helium bevatte en naar de vloer begon te zinken, heb ik eerst het touwtje verwijderd en daarna zelfs het stukje rubber onder de knoop afgeknipt om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Daarna zonk de ballon onverbiddellijk en daarmee was de kous af – ware het niet dat ik vorige nacht wakker werd en me deze droomgedachte herinnerde:

“Elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Het was weer een geval van nachtelijke beroepsmisvorming. Blijkbaar is er in mijn hoofd iets gaan gisten over het elektronmodel van Lorentz enerzijds (dat in het proefschrift voorkomt dat ik vorige week gelezen heb) en die heliumballon anderzijds. Het resultaat van dit gistingsproces was uiteraard klinkklare onzin. De premisse is fout en zelfs de conclusie is niet logisch: de meeste dingen worden lichter als ze uitdrogen, dus waarom zouden ze dan nog vallen? Dat moet een restant zijn van die vrije oefening in “andersom denken”, besefte ik later.

Onzin kan even leuk zijn om mee te spelen als een ballon gevuld met een niet-recupereerbaar edelgas. Nu kan ik eindelijk een eigen variant bedenken op de onzinnige “verklaringen” die de vader in “Calvin and Hobbes” geeft als antwoord op de wetenschappelijke vragen van zijn zoontje (zie deze verzameling).

Calvin's dad explains science.

De vader van Calvin geeft antwoord op wetenschappelijke vragen. (Auteur: Bill Watterson; via.)

Ik stel het me zo voor: het is een droge winterdag en dan ontspint zich volgend gesprek.

  • “Waarom knispert de vloerbedekking als ik erop loop, mama?”
  • “Omdat de vloerbedekking dan statisch geladen wordt, jongen.”
  • “Waarom wordt de vloerbedekking dan statisch geladen, mama?”
  • “Omdat…”
    *herinnert zich droom*
    “Wel jongen, elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Zou een kind daarmee tevreden zijn, denk je? Of gaan ze dan vragen wat elektronen zijn?

Bij nader inzien zal ik me toch maar aan de wetenschappelijke versie houden. Hopelijk zijn er over een paar jaar nog steeds heliumballonnen te koop en kan ik de demonstratie in de auto nog eens overdoen.

Laat die waarom-fase maar komen! :-)

aug 30

Zomercollage

Mijn blogpauze heeft wat langer geduurd dan aanvankelijk de bedoeling was. Eerst was er veel werk, dan twee weken vakantie en dan terug werk om in te halen. Er bleef gewoon geen tijd over om hier verslag te doen van de vele indrukken die ik in deze periode opdeed! Daarom maak ik nog eens een overzichtsblog.

Uiteraard waren en veel mooie momenten en gelukkig heb ik van sommige ook foto’s gemaakt. Nu heb ik enkele van die beelden gegroepeerd in vijf collages (van telkens drie foto’s) en nog één losse foto. Zestien zomerfoto’s dus en ze hebben zelfs een gezamenlijk thema: “met het hoofd in de wolken”.

Cyanometrie.

Blauwe-hemelcollage. Onderaan links en rechts: cyanometrie (blauwheidsmeting) met behulp van verfkeuzestrookjes. Ik deed deze meting op twee dagen waarop ik het het fenomeen van Scheerer duidelijk kon zien. Bovenaan: iets voor zonsondergang zag ik deze roze wolken tegen een blauwe achtergrond.

De lucht is niet altijd even blauw en het was mijn bedoeling erachter te komen bij welk blauw het fenomeen van Scheerer het beste te zien is. Het idee om dit aan de hand van verfkeuzestrookjes te “meten” haalde ik bij een kunstproject: cyanoblog. Als je wil weten in welke kleur je je plafond moet schilderen om echt hemelsblauw te zijn, dan moet je het maar laten weten: ik heb de codes genoteerd! :-)

De lucht was lang niet altijd blauw deze zomer, maar dat geeft niet: wolken en regenbogen zijn ook mooi!

Hemels.

Hemelse collage. Bovenaan links: op deze overbelichte foto lijkt onze lieve bengel een engelachtige gloed uit te stralen. (Ooit ga ik de handleiding van dit fototoestel inkijken.) Bovenaan rechts: donzige wolken tegen valavond. Onderaan: de wolk onder deze (dubbele) regenboog lijkt mij een prima habitat voor een kolonie troetelberen.

Ja, ik kijk al eens graag naar de wolken. :-) Ik zie er geregeld leuke taferelen in (laatste waarneming: olifantenmoeder met jong), maar net zo goed kan ik van de kleurencombinaties of abstracte composities genieten. Als de Cloud Appreciation Society nog niet bestond, zou iemand haar moeten oprichten. En als er nog geen Wolkenatlas was (zie ook hier), zou ik stilaan genoeg fotodocumentatie hebben om er zelf één te beginnen.

Drie.

Gezinscollage. Vader met keu. Moeder met ijsje. Kind met trein. Alle drie in ons element. :-)

Het mooiste aan de midzomervakantie was dat we alle drie samen thuis waren. Er zijn weinig foto’s waar we samen opstaan; ter compensatie heb ik een collage gemaakt van een fijn moment voor elk van ons.

We hadden de dagen niet op voorhand volgepland. Ik had wel een lijstje gemaakt met ideeën, zowel voor leuke als voor nuttige activiteiten. We hebben uiteindelijk meer leuke dan nuttige dingen gedaan en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad.

We gingen bijvoorbeeld eens poolen (8-ball), in hetzelfde café waar ik dat als achttienjarige deed. Ik heb nog steeds hetzelfde probleem met openen: de witte bal gaat dan bijna altijd mee in de pocket. :-( Verder is onze toegepaste kennis van de klassieke fysica hiermee weer op een acceptabel peil gebracht. O ja, een foto die Danny daar maakte doet nu dienst als hoofdafbeelding van mijn blog (zie boven).

Schattenjacht.

Schattenjachtcollage (geochaching). Linksboven: wandel-gps in kompasmodus tijdens een puzzelcache. Rechtsboven: waterjuffer. Onderaan: drie klavertjes-vier en twee klavertjes-vijf gevonden. Ik heb er geen geplukt, enkel een foto van gemaakt. Geocoördinaten verkrijgbaar op aanvraag! (Ik zou volgend jaar eens terug willen gaan kijken of er op die plek opnieuw staan.)

Verder trokken Danny en ik er met ons twee op uit om een namiddag te gaan geocachen. Dat was al lang geleden, maar wel iets dat ik vaker wil gaan doen (met ons drie, als ons zoontje wat groter is).

Uitdagingen.

Verrassingscollage. Linksboven: we kochten een tweedehandskast die -verrassing!- net niet via de trap naar boven kon. We lieten een liftwagen aanrukken: zeer intrigerend voor de peuter! Linksonder: na tien jaar ben ik erachter gekomen dat -verrassing!- mijn auto toch een reservelampje heeft. Hoeveel tankbeurten had ik kunnen uitsparen in een decennium? Rechts: tijdens het spel willen de zeshoekige steentjes van Tantrix niet altijd meewerken, daarom leggen we na afloop dit soort figuren. En wat het precies wordt is voor ons ook steeds een verrassing.

Soms gebeurden er ook echt onverwachte dingen. Dat is niet altijd positief, maar kleine oneffenheden zijn vaak wel in positieve zin om te buigen.

Er gebeurden natuurlijk nog heel wat andere dingen waar geen foto’s van zijn – werkgerelateerde dingen vooral (behalve natuurlijk de togaselfie). Het lief zei “ja” op een uitnodiging om begin volgend jaar te gaan spreken in Florida. Ik zei dan weer “nee” op een uitnodiging om te gaan spreken in New York. Ik zei trouwens “nee” op wel meer dingen. (Hoewel me dit telkens moeite kostte, heb ik nog van geen enkele nee spijt.)

Bijzon.

Bijzonder: geen collage. In het echt was het duidelijker, maar ik wou deze foto van twee bijzonnen er toch graag bij hebben. Het gaat om de twee regenboogkleurige vlekjes op dezelfde hoogte als de zon en op gelijke afstanden er links en rechts vandaan.

Zo, verslag doen van anderhalve maand in één blogbericht – dat is dus mogelijk. :-)

aug 27

Togaselfie

Vandaag was ik lid van de jury bij een doctoraatsverdediging aan de Universiteit Utrecht. Dit is een verslagje over zowel de inhoud (het proefschrift) als de vorm (de toga).

***

Inhoud: onderbepaaldheid van wetenschappelijke theorieën

Pablo Acuña Luongo schreef een scriptie over onderbepaaldheid van theoriekeuze in de wetenschappen en dit aan de hand van twee gevalstudies uit de fysica. Zijn promotor was professor Dennis Dieks (aankondiging1 & 2).

De eerste gevalstudie behandelt de ethertheorie van Hendrik Lorentz (en Henri Poincaré) versus de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein (en Hermann Minkowski). In dit geval zijn wetenschappers tot de duidelijke consensus gekomen dat Einsteins theorie de voorkeur geniet. Deze voorkeur is ondermeer te begrijpen doordat de ethertheorie van Lorentz minder goed samenhangt met andere (latere) theorieën dan die van Einstein (waaronder Einsteins eigen algemene relativiteitstheorie).

Deze casus was ook het onderwerp van Acuña Luongo’s masterscriptie (die online staat), waarmee hij in het academiejaar 2012-2013 een prijs won (zie ook hier). Hij gaf toen dit interview over zijn werk, dat meteen een goede samenvatting geeft.

Lorentz versus Einstein.

Lorentz versus Einstein. (Bron afbeelding: DUB.)

De tweede gevalstudie behandelt de standaard kwantumtheorie (in de formulering van John von Neumann en Paul Dirac) versus de Bohmse mechanica. De mechanica van David Bohm is een verborgen-variabelen theorie die deterministisch is (weliswaar ten koste van niet-lokale effecten). Over de keuze tussen deze theorieën is er nog steeds geen consensus onder natuurkundigen. Beide kampen hebben fervente voor- en tegenstanders. Mijn thesisbegeleider van destijds verkoos bijvoorbeeld de Bohmse theorie (zoals ik eerder vermeldde). De Bohmianen zijn in de minderheid, maar de standaardtheorie geeft aanleiding tot heel wat verschillende interpretaties (waaronder de veel-wereldeninterpretatie), waardoor hun kamp intern sterk verdeeld is.

***

Vorm: onderbepaaldheid van togareglementen

Voor deze gelegenheid mocht ik een toga aan. Of dat terecht was, is nog maar de vraag:

  • In Vlaanderen wordt de titel ‘professor‘ toegekend vanaf het moment dat iemand tot het zelfstandig academisch personeel behoort. De graad (docent, hoofddocent, hoogleraar, gewoon hoogleraar) speelt daarbij geen rol.
  • In Nederland wordt de titel ‘professor’ enkel toegekend aan iemand die de graad van hoogleraar heeft. Nederlandse universitairen die docent of hoofddocent zijn, gelden er niet als professor en zij dragen bij promoties ook geen toga.

Vanaf oktober ben ik onderzoeksprofessor in Leuven in de graad van docent. Het was me dus niet duidelijk of ik dan wel of niet een toga mocht dragen: moet je professor zijn of hoogleraar om een toga te dragen? Aangezien dit in Nederland synoniemen zijn, maar in Vlaanderen niet, is dit niet zo duidelijk.

Zelf zou ik op hoogleraar gokken, maar de thesispromotor besloot dat ze mij – en ik citeer – “bij deze gelegenheid best al in een toga kunnen hijsen”. En aangezien hij hoogleraar is en ik niet, heb ik maar braafjes geluisterd. Hoe zou je zelf zijn? ;-)

Ik heb de toga-situatie aan de KU Leuven nu eens opgezocht: de “professorale toga” wordt er gedragen vanaf de graad van hoofddocent – dus niet door alle professoren, maar de grens ligt evenmin bij de graad van hoogleraar. Extra verwarrend voor Vlaamse hoofddocenten in Nederlandse jury’s, maar in mijn geval suggereert het dat ik vandaag geen toga had mogen dragen. Anderzijds mag ik in Leuven wél een toga dragen, denk ik, namelijk de “doctorale toga”.

Kortom, of ik in Utrecht nu al dan niet terecht een toga heb gekregen, is mij nog steeds niet duidelijk. Om deze puzzel op te kunnen lossen zijn twee doctoraten blijkbaar niet genoeg. ;-)

Aangezien ik zelf geen toga in de kast heb hangen, werd het een Utrechtse leentoga.

Leentoga.

Leentoga.

Het thuisfront had om bewijzen gevraagd, maar er was geen fotograaf aanwezig bij de verdediging. (Dat gebeurt soms wel.) In de vergaderzaal hing er een spiegel naast de kast met baretten, dus maakte ik daar snel een togaselfie.

Togaselfie.

Togaselfie.

Bevindingen: lekker warm, zo’n toga. Daar kan ik wel aan wennen, geloof ik.

Opmerkelijk: de baret moet af tijdens het zitten, behalve voor vrouwen – die mogen zelf kiezen of ze de baret ophouden of niet als ze gaan zitten.

Voornemen: volgende keer niet huppelen, maar waardig schrijden. Dus niet denken “Joepie, ik heb een toga aan”, maar zwaarwichtige dingen denken, die ook de tred wat bezwaren.

Hm, zou “ingetogen” etymologisch verwant zijn aan “toga”, denk je?

jul 14

Blogpauze

Snoopy.Deze week moet ik een tekst afwerken. (Het is een hoofdstuk voor een handboek over formele epistemologie en ik moet enkel dit ene hoofdstuk schrijven, niet het hele boek.) Ik heb dit al te lang voor me uitgeschoven, maar als ik nu even doorbijt kan ik daarna misschien twee weken vakantie nemen, zoals ik me had voorgenomen.

Daarom ga ik mijn blog even op pauze zetten.

Tot aan de andere kant van dit hoofdstuk!

jul 09

Robot bij zonsondergang

Flaming June.Onlangs stond het schilderij “Flaming June” van Lord Leighton (uit 1895) op het blog Aestics for Birds. Het was niet de eerste keer dat ik (een afbeelding van) dit schilderij zag, maar wel de eerste keer dat mij de gelijkenis opviel met de afbeelding van een slapende robot op de omslag van “Robot Dreams” (vertaald als “Een robot droomt”) van Isaac Asimov.

Helaas had ik het boek in kwestie op dat moment niet bij de hand. Gelukkig is er dan het internet om meer te weten te komen over deze gelijkvormigheid.

Zo kwam ik te weten dat de coverafbeelding gemaakt werd door Ralph McQuarrie, die trouwens ook voor de overige illustraties in het boek zorgde. McQuarrie is inmiddels overleden, maar zijn werk voor sciencefictionfilms (“Star Wars” en “E.T.“) en -series (“Battlestar Galactica“) is nog lang niet vergeten. En ja, de illustratie op de kaft van “Robot Dreams” maakte hij als eerbetoon aan “Flaming June“.

Er is nog minstens één ander werk van McQuarrie dat een ode brengt aan een ouder schilderij: de illustratie die gebruikt werd voor de omslag van een andere bundel van Asimov, “Robot Visions“, is geïnspireerd op “Morning” van Maxfield Parrish (uit 1922) (vergelijking).

Intussen heb ik wel een foto kunnen maken van mijn exemplaar van “Een robot droomt” (Fig. 1).

Een robot droomt.

Figuur 1: “Een robot droomt” is het eerste boek van Isaac Asimov dat ik ooit las; na deze bundel met robotverhalen las ik zijn hele Foundations-reeks. Ik ontleende oorspronkelijk het exemplaar uit de bibliotheek, maar later kocht ik deze bundel alsnog, niet in het minst omwille van de illustraties.

Aanvankelijk had ik twee hypotheses over slapende robot van McQuarrie, die ik intussen zelf betwijfel (zoals ik zal uitleggen in de slotparagraaf).

Balk-hypothese

Op het schilderij “Flaming June” staat er bovenaan een balk (of is het een zonnescherm of een baldakijn?) die parallel is met de horizon. Op sommige uitgaven van “Een robot droomt” is een gelijkaardig effect bereikt door de titeltekst tot laag boven de horizon uit te vullen (zoals bij de vertaalde uitgave die ik heb en ook dit voorbeeld van de onvertaalde bundel). Er zijn ook andere uitgaven, waarbij de tekst kleiner en hoger geplaatst is, waardoor de analogie met “Flaming June” helaas verloren gaat (voorbeeld). Mijn balk-hypothese was dat de belettering tot net boven de robot hoort te komen en dat uitgaven waarbij dit niet zo is slordige herdrukken zijn.

Vierkant-hypothese

Het schilderij “Flaming June” is vierkant en in eerste instantie vermoedde ik dat McQuarries ontwerp ook vierkant was. Mijn vierkant-hypothese was gebaseerd op twee observaties:

  • De meeste boeken zijn natuurlijk hoger dan breed, maar uit de inleiding van Isaac Asimov (zie Fig. 2) leidde ik af dat het schilderij bestond voor (minstens één verhaal voor) het boek er was; er was dus geen dwingende reden voor McQuarrie om af te wijken van de verhoudingen van zijn inspiratiebron.
  • Op “Flaming June” blijft de zon verscholen achter de balk. Of er wel of geen zon zichtbaar is op de boekomslag (en hoe groot en hoe hoog die dan staat) hangt echter van de uitgave af. Doordat de bovenkant van de afbeelding blijkbaar vrij kan worden ingevuld door de uitgever, vermoedde ik dat dit niet op het schilderij stond.
Flaming June en Robot Dreams.

Figuur 2: In de laatste paragraaf uit de inleiding van “Een robot droomt” heeft Isaac Asimov het over de illustraties van Ralph McQuarrie.

Natuurlijk ben ik niet de eerste die het voorbeeld en de ode naast elkaar heeft gezet (zie bijvoorbeeld hier en hier), maar ik hield eraan om beide schilderijen als vierkant weer te geven. Ik hoopte dat het me zou lukken om zowel onder- en bovenkant van de sofa/het marmer als de horizon uit te lijnen, maar zo letterlijk is de “kopie” niet, dus dat is onhaalbaar gebleken (Fig. 3).

Flaming June naast Robot Dreams.

Figuur 3: “Flaming June” (bron afbeelding links) naast “Robot Dreams” (bron afbeelding rechts).

Inmiddels ben ik sterk gaan twijfelen aan mijn eigen hypotheses. Alex Jay was de typograaf die instond voor de originele uitgave van “Robot Dreams“. Uit zijn webpagina blijkt enerzijds dat de eerste schets alvast geen perfect vierkant was en anderzijds dat McQuarrie dit werk wél specifiek als boekcover maakte (en zelfs dat de verwijzing naar Leighton niet noodzakelijk zijn idee was). Verder blijkt uit dezelfde bron dat de belettering op de originele uitgave niet zo laag kwam als de balk in “Flaming June“.

Moraal van het verhaal: veel nadenken op basis van weinig informatie brengt ons niet noodzakelijk dichter bij de waarheid – maar leuk is het wel. ;-)

Oudere berichten «