Wie speelt er mee?

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het novembernummer van Eos (2016).

Geen omgekeerde verzekering

Reclame voor tabaksproducten is in België al enige jaren verboden. Daardoor vallen de affiches me des te sterker op wanneer ik in Duitsland kom. Wat kansspelen betreft zijn de Duitse reclamewetten juist iets strikter: het is er namelijk verplicht om onder het grote jackpotbedrag de zeer kleine winstkans te vermelden. Maar met of zonder die maatregel blijft reclame voor kansspelen in mijn ogen even bizar als tabaksreclame.

De laatste keer dat ik in Duitsland was doceerde ik er op een zomerschool met als thema ‘rationaliteit’. Filosofen stellen rationaliteit traditioneel voor als een ideale norm, maar in de praktijk moeten mensen beslissingen nemen onder tijdsdruk en op basis van onvolledige informatie. Psycholoog Herbert Simon heeft daarom het begrip ‘begrensde rationaliteit’ ingevoerd: wat is rationeel gegeven deze realistische beperkingen? Ik wil die vraag hier eens stellen over loterijen. Wat is rationeel om te doen: meespelen of niet?

“Wie speelt er mee?” verder lezen

Jaaroverzicht 2016

Terwijl Dagobert Duck zijn goudstukken telt, tellen wetenschappers hun publicaties van het voorbije jaar.Het maken van een jaarverslag is intussen een traditie op mijn blog.* Academici tellen niet hun centen, zoals Dagobert Duck, maar wel hun publicaties en andere kwantificeerbare output. In deze bloginventaris link ik nieuwe puntjes op mijn CV aan blogposts van het voorbije kalenderjaar.

Publicaties

Gedrukt: +4

  • S. Wenmackers & J.-W. Romeijn, “New theory about old evidence; A framework for open-minded Bayesianism”, Synthese 193 (2016) 1225–1250.
  • S. Wenmackers, “Children of the Cosmos”. Chapter in: Anthony Aguirre, Brendan Foster, and Zeeya Merali (eds.) “Trick or Truth?”, Frontier’s Collection, Springer (2016) pp. 5-20.
  • S. Wenmackers, “‘Dat kan geen toeval zijn!’ Waarschijnlijkheid: over objectieve kansen en subjectieve graden van overtuiging”. Hoofdstuk in: P. d’Hoine & B. Pattyn (eds.), Lessen voor de eenentwintigste eeuw, Volume 22, UP Leuven (2016) pp. 255–286.
  • S. Wenmackers, “Ballonnen boven de filosofische freesmachine”, Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 108 (2016) 145–149.

Online verschenen: +3

  • I. Douven & S. Wenmackers, “Inference to the Best Explanation versus Bayes’ Rule in a Social Setting”, BJPS. DOI: 10.1093/bjps/axv025
  • V. Benci, L. Horsten & S. Wenmackers, “Infinitesimal probabilities”, BJPS. DOI: 10.1093/bjps/axw013
  • I. Douven, S. Wenmackers, Y. Jraissati & L. Decock, “Measuring Graded Membership: the Case of Color”, Cognitive Science. DOI: 10.1111/cogs.12359

Onderwijs

  • 2de semester 2015-2016: “Inleiding in de filosofie met inbegrip van wetenschapsleer”. Hiervoor maakte ik een tactiele waarheidstabel.
  • 1ste semester 2016–2017: “Wetenschapsfilosofie / Natuurfilosofie” over emergentie, samen met Christian Maes.
  • 1ste semester 2016–2017: “Wijsbegeerte” inleidende cursus wetenschapsfilosofie, Bachelor Fysica en Wiskunde.
  • Opleiding “Doceren aan de KU Leuven” voltooid 2015–2016 + toestemming om in het Engels te doceren aan de KU Leuven.
  • 21 maart 2016: Les voor de XXI eeuw (grondslagen van de kansrekening).
  • 24 oktober 2016: bijdrage Wetenschapsweek “Benadert wetenschap de waarheid?

Lezingen: +14

  • 1 februari 2016: “Neo-Leibnizian analysis of indeterminism in Newtonian physics” Bristol–Leuven workshop, Bristol.
  • 4 februari 2016: “Neo-Leibnizian analysis of indeterminism in Newtonian physics” CNRS/Sorbonne, Paris.
  • 22 april 2016: “Infinitesimal turn in a garden of forking paths” 2nd CLAW-DWMC meeting.
  • 18 mei 2016: “Indeterminism in Newtonian physics: a quest for probabilities” Belgian Physical Society (BPS) Gent.
  • 24 mei 2016: Seminarie op uitnodiging “Infinitesimal probabilities and ultra-additivity” TU Delft.
  • 25 mei 2016 – korte lezing & panel “Interdisciplinariteit” Research Day Groep Humane Wetenschappen KU Leuven.
  • 11 juli 2016: “Indeterminism in Newtonian physics: a quest for probabilities” MaxEnt Gent.
  • 27 juli 2016: “Neo-Leibnizian analysis of indeterminism in Newtonian physics” Leuven – Buenos Aires workshop on Philosophy of Physics.
  • 25 augustus 2016: Invited keynote “Radical conceptual change in physics” Conceptual Spaces at Work 2016 (Stockholm, Sweden).
  • 9 september 2016: Invited plenary lecture “Infinitesimal probabilities” SOPhiA2016 (Salzburg, Austria).
  • 13 & 14 september 2016: 2 invited lectures for 1st International Rationality Summer Institute (IRSI) in Aurich (Germany).
  • 23 september 2016: lezing “Statistical inference and conceptual change”, doctoral course, locatie UGent.
  • 5 oktober 2016, Quetelet-lezing Honours-studenten UGent: “Wat is wetenschap?”
  • 14 oktober 2016: presentatie bij symposium over wetenschapsethiek, VUB.

Organisatie congres: +1

Lid programmacommissie congressen: +2

  • 23–25 augustus 2016 “Conceptual Spaces at Work” 2016 Zweden.
  • Specialist course (doctoral school): Induction and scientific method – 21–23 September 2016. I.s.m. UGent en UAntwerpen (Locatie: Gent).

Commentator bij lezingen: +1

  •  16 november 2016: respondent bij Fides et Ratio lezing Richard Swinburne “The implausibility of physical determinism” (Leuven Newman Society).

Lid doctoraatsjury: +1

  • 16 december 2016: Hugh Desmond

Outreach

Deelname wedstrijden: +2

  • 17 februari 2016: KU Leuven YouReCa challenge: Science Slam “1 2 3… infinity” -> derde plaats.
  • 30 juni 2016: deelname Best Illusion of the Year: filmpje “Millusion” -> finale (top 10; niet gewonnen). (Zie ook deze aanvulling.)

Eos

Columns: +9

  • januari 2016: “Kans op chocoladetaart” –
  • april 2016: “Windmolenillusie” – waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men zinsbegoochelingen tegen.
  • mei 2016: “Geen eiland” – over de utopieën van More en Bacon.
  • juni 2016: “1 000 000 000 000 km op de teller” – over de lange weg die we onbewust afleggen.
  • juli/augustus 2016: “De fysica van wet T-shirt-wedstrijden” – over waarom natte stenen er donkerder uitzien dan droge.
  • september 2016: “Dus ik pas in mijn koffer” – over een oud logica-grapje, maar hoe oud precies daar ben ik nog niet helemaal uit.
  • oktober 2016: “Cartooneske zuiverheid” – over de ordening van de wetenschappen van Comte tot xkcd.
  • november 2016: “Geen omgekeerde verzekering” – over de vraag of het rationeel is om op de Lotto te spelen.
  • december 2016: “Ademtocht” – over hoe ademen ons met alles en iedereen op Aarde verbindt.

Ha, zo te zien moet ik dus nog drie columns online plaatsen.

Radiobijdragen: +1

Referee-opdrachten: +5

Voor Analysis, ISPS, PhilSci, RevSymbLogic en EPSA-proceedings.

Verenigingen: ik werd lid van

  • FQXi (internationaal).
  • NCNL/CNRL (B).

Dit jaar stopte ik ook met iets: in augustus trad ik af als secretaris van de NVWF (Nl).

Varia

  • Impossible physics: een ultrakort sciencefictionverhaal in het Engels.
  • Varkensmestputschuim: het woord van de dag.
  • Brief aan een theoloog: over planet nine.
  • Ook dit jaar vierde ik regenboogdag.
  • Mijn ouders vierden dit jaar hun gouden jubileum.
  • Mijn goede voornemen voor 2016 was om dit jaar geen flessenwater meer te drinken. En dat is gelukt! Thuis heb ik enkel nog leidingwater gedronken. (Als ik les moest geven, heb ik soms wel nog een kleine plastic fles meegenomen, maar wel telkens hergebruikt en bijgevuld met kraantjeswater.)
  • Goed voornemen voor 2017: komend jaar wél eens tot bij de kapper geraken… ;-)

~

*: Dit waren de edities van 2012, 2013, 2014 en 2015.

Is nu ook straks nog nu?

ikhebeenvraag.beAan het einde van de zomer beantwoordde ik onderstaande vraag van de elfjarige Eva op ikhebeenvraag.be:

Is nu ook straks nog nu? Als je straks zegt dat je nu iets doet, dan is dat toch ook nu? Of als je nu zegt ik ga NU iets doen dan kan je toch zeggen als ik straks zeg nu dan is het ook nu dus bedoel ik eigenlijk dat ik het straks doe. Begrijpt u mijn vraag een beetje?

Ik had mijn antwoord hier nog niet gedeeld, dus bij dezen!

Dag Eva,

Leuk, een filosofische vraag! Ja, ik begrijp je verwondering hierover.

~

Er zijn een aantal bijzondere woorden in onze taal:

  • Ik ben altijd ik.
  • Ik ben altijd hier.
  • Voor mij is het altijd nu.

Met deze woorden kunnen we de zin maken: “Ik ben nu hier.” Dit is telkens waar als iemand de zin uitspreekt! Toch blijft het niet altijd nu. Dat zal ik hieronder verder proberen uitleggen.

~

Al deze woorden worden gebruikt om ergens naar te verwijzen, maar waar ze precies naar verwijzen hangt af van de situatie.

Laten we het verwijzende woorden noemen.

  • Naar wie ‘ik’ verwijst hangt af van wie het zegt.
  • Naar welke plaats ‘hier’ verwijst hangt af van waar degene die het zegt is.
  • En welk tijdstip met ‘nu’ bedoeld wordt, hangt af van wanneer het wordt uitgesproken.

Lees eens de eerste voorbeeldzin:

  • (1) Professor Wenmackers schrijft een reactie aan Inge op zaterdagavond 1 oktober 2016.

Maar wacht eens even, de inhoud van die zin kan ik veel korter opschrijven:

  • (2) Ik schrijf dit nu aan jou.

De tweede zin betekent volgens mij hetzelfde, maar om de tweede zin goed te begrijpen moet de lezer zelf veel meer invullen! Wie dit leest kan in de balk rechts kijken om te zien welke wetenschapper deze reactie heeft geplaatst. Dan weet je welke naam je mag invullen waar de schrijver ‘ik’ schrijft. Ook voor ‘dit’, ‘nu’ en ‘jou’ moet de lezer op zoek naar extra informatie om de zin juist te interpreteren.

In de dagelijkse omgang is het meestal perfect duidelijk wat we met deze verwijzende worden bedoelen. Soms wijzen we naar iets of iemand terwijl we ‘dit’ of ‘dat’, ‘ik’ of ‘jij’ of ‘zij’, ‘hier’ of ‘daar’ zeggen. Met ‘nu’ of ‘straks’ kunnen we naar een bepaalde positie op de wijzerplaat wijzen (al doen we dat niet zo vaak) en met ‘vandaag’ of ‘morgen’ kunnen we bijvoorbeeld naar een datum op de kalender wijzen (al doen we dat enkel als we toevallig een agenda voor ons hebben liggen).

Als ik de tekst opschrijf kan ik niet letterlijk ergens naar wijzen, maar dan moet ik ervoor zorgen dat ik genoeg informatie geef zodat het duidelijk is. Soms is het nodig dat ik er een plaatje bij plak om duidelijk te maken wat ik bedoel.

~

Laten we de drie bijzondere woorden nog eens overlopen:

  • Iedereen kan naar zichzelf verwijzen met het woord ik, maar ik ben niet iedereen.
  • Ik kan altijd zeggen dat ik hier ben (en dat is dan correct), ook als ik wegga.
  • Ik kan altijd zeggen dat het nu is (en dat is dan correct), maar het blijft niet altijd nu.

Deze verwijzende woorden hebben een functie (naar iemand, ergens of ooit verwijzen), maar geen vaste betekenis.

Dit lijkt anders dan een gewoon woord zoals ‘kast’, maar als je er iets langer over nadenkt merk je dat ook gewone woorden telkens naar iets anders kunnen verwijzen. Als ik naar ‘de kast’ verwijs terwijl ik thuis ben, dan bedoel ik een andere kast dan wanneer ik in de bibliotheek sta en zeg dat ik een boek uit ‘de kast’ neem.

Door de omschrijving langer te maken, kan ik ervoor zorgen dat er minder verwarring mogelijk is: in plaats van kast kan ik ook keukenkast of bibliotheekkast zeggen. Maar als ik in de keuken sta en aan iemand vraag om een bord te nemen lijkt het overbodig om keukenkast te zeggen.

Zoals je aan de twee voorbeeldzinnen kan zien zijn verwijzende woorden heel handig om dezelfde boofschap in minder woorden te vertellen. Ondertussen lopen we wel het risico dat onze woorden verkeerd begrepen worden als we te weinig uitleggen. En als we over de betekenis van verwijzende woorden gaan nadenken raken we ook in de war, want deze woorden hebben geen vaste betekenis. Dit soort vragen, die we stellen doordat we in verwarring zijn geraakt over onze eigen taal, zijn filosofische vragen.

~

Hopelijk begrijp je het antwoord een beetje. Als het nu niet duidelijk is, kan je het straks misschien nog eens opnieuw lezen. ;-)

Maak je geen zorgen als het daarna nog steeds verwarrend is. Filosofen zijn hier ook al heel lang over aan het nadenken!

Vriendelijke groeten,
Sylvia Wenmackers

~

PS: Voor de volwassenen die meelezen, in het Engels worden dit soort woorden indexicals genoemd. Over de zin “Ik ben nu hier” werd er in 1985 nog een filosofisch artikel geschreven: “I am here now“. Hedendaagse taalfilosofen die hierover werken, gebruiken vaak het werk van David Kaplan als uitgangspunt – wat natuurlijk niet betekent dat ze het overal over eens zijn.

Ademtocht

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het decembernummer van Eos.

Op een koude ochtend stap ik van de trein naar mijn kantoor. Gouden zonlicht belicht twee studenten die buiten staan te praten. Ik zie hoe hun adem als een tekstballon boven hun hoofden blijft hangen. Het is de waterdamp uit hun longen die condenseert aan de vroege buitenlucht. Terwijl zij elk huns weegs gaan verdunt hun adem zich in de atmosfeer. Ik stel me voor hoe die uitgeademde waterdamp de wereld zal omsluiten, zich mengend in wolken, zeeën.

Foto van een luipaard door Greg Dutoit.Als we onze adem altijd konden zien zoals op deze frisse ochtend, dan zouden we vast anders met elkaar omgaan. Als we alleen nog maar de kringloop van het water zouden kunnen volgen, zouden we zien dat die niet alleen om ons heen maar ook door onszelf loopt. Die kringloop maakt geen onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’. Anderzijds zou het ons snel duizelen als we al die trajecten zouden moeten opvolgen.

In haar recentste boek, Pneuma, schrijft kunsthistorica Barbara Baert over de visuele voorstelling van wind en adem in de middeleeuwse kunst. Ze illustreert hoe de onzichtbare levensadem toch getoond kan worden in schilderijen en onderzoekt het verband tussen adem en de geheel ontastbare geest in de Christelijke iconografie. Terwijl het begrip geest in de hedendaagse wetenschappen grotendeels in onbruik is geraakt, blijft adem wel een rol spelen in diverse domeinen: om de longinhoud te meten tijdens een medisch onderzoek, om ziektes of druggebruik op te sporen met een biomedische sensor, of in ecologische studies over de luchtkwaliteit in steden.

Wanneer ik op schoolreis ging – eerst naar Londen, dan naar Parijs – viel het me op dat het kraantjeswater er anders rook en smaakte. Terwijl ik mijn tanden stond te poetsen dacht ik met jeugdige pathetiek: “Nu neem ik echt deel aan deze stad”. Daarbij vergat ik dat ik met iedere inademing al wat van de hoofdstedelijke atmosfeer in mijn lichaam had toegelaten en dat ik er met iedere uitademing een minuscuul deel van mijn eigen lichaam achterliet.

Dit was een eerste glimp van een moeilijk vast te houden besef – haast net zo moeilijk als de adem zelf. Onder de hoofding ‘gasuitwisseling’ hadden we in de biologieles geleerd over zuurstof en koolstofdioxide die in de longblaasjes worden uitgewisseld. Zuurstof wordt aan ijzerhoudend hemoglobine gebonden in het bloed en getransporteerd naar cellen in organen, spieren en andere weefsels. Daar wordt het in de mitochondriën gebruikt en omgezet in koolstofdioxide, maar de precieze werking van deze celademhaling en de daartoe behorende citroenzuurcyclus was stof voor hogere studies.

Planten halen koolstofdioxide uit de lucht. Daarbij blijft koolstof achter in hun vezels, terwijl zuurstofmoleculen vrijkomen. De slogan “Je bent wat je eet”, geldt dus niet voor planten. Zij ademen zich groot en sterk. Aangezien er op aarde plantaardig leven was voor er dierlijk leven ontstond, ging dit proces aanvankelijk slechts één kant op. Zo veranderde de atmosfeer op aarde geleidelijk van zuurstofarm naar zuurstofrijk. Als een gevolg van een omgekeerd proces dat voortdurend in al onze cellen doorgaat, laten we overal stukjes van onszelf achter. Niet enkel terwijl we de haren kammen, de huid scrubben of tijdens een toiletbezoek, maar ook als we slechts ademen.

Geleidelijk raken (bijna) alle onderdelen van ons lichaam vervangen. Via drank en voedsel nemen we onder andere water en koolstofverbindingen op en via de ademhaling komt een deel hiervan als waterdamp en koolstofdioxide vrij. Ons lichaam is als het schip van Theseus: nadat alle onderdelen al eens vervangen zijn, rijst de vraag of we nog wel van hetzelfde schip mogen spreken. Bij deze filosofische vraag zuchten we eens en doen we of we ondertussen dezelfde blijven, terwijl dat met elke zucht iets minder waar wordt.

In de slotregels van Variaties op het woord slaap schreef Margaret Atwood (°1939):

“Ik zou de lucht willen zijn die jou bewoont voor een moment slechts. Ik zou net zo onopgemerkt willen zijn & even noodzakelijk.”

Dat klinkt al mooi wanneer we onze ademhaling onterecht herleiden tot het louter mechanisch vullen en weer legen van de longinhoud. Met de achterliggende celademhaling in gedachten wordt deze wens zowel intiemer als haalbaarder.

Benadert wetenschap de waarheid?

Flammarion.Gisteren kwamen er ongeveer vijftig leerlingen naar het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Samen met collega Jan Heylen verzorgde ik voor hen een sessie voor de Vlaamse Wetenschapsweek. We behandelden een vraag uit de wetenschapsfilosofie: “Benadert wetenschap de waarheid?”

Dit is een korte beschrijving van de inhoud:

Vroeger dacht men dat de aarde plat was. Vervolgens dacht men de aarde bolvormig was. Telkens was men fout. Waarom zou men dan geloven dat de huidige wetenschappelijke hypotheses waar zijn?* Als antwoord op deze vraag schreef biochemicus en SF-auteur Isaac Asimov ‘The Relativity of Wrong’. Hierin stelt hij dat wetenschappelijke opvattingen in het verleden weliswaar vaak verkeerd waren, maar ze benaderden wel steeds beter de waarheid. Hij illustreert zijn stelling onder meer aan de hand van verschillende hypotheses over de vorm van de aarde. Zijn antwoord is bovendien representatief voor de mening van vele wetenschappers (evenals een deel van de wetenschapsfilosofen**).

In deze les gaan we nader in op de vraag of wetenschap de waarheid benadert. We bekijken verschillende historische voorbeelden en daarbij gaan we na of de stelling van Asimov daarop telkens van toepassing is. Ook zullen we de theorie van Karl Popper, één van de belangrijkste wetenschapsfilosofen, over waarheidsbenadering uitleggen en nagaan of de stelling van Asimov in overeenstemming is met die theorie.

De slides van mijn deel – over Asimov, natuurlijk ;) – en de oefeningen staan nu ook online.

*: De achterliggende redenering wordt pessimistische meta-inductie genoemd.

**: De wetenschappelijke realisten.

Video van lezing: ‘Dat kan geen toeval zijn!’

Vóór de zomer gaf ik een lezing in de reeks “Lessen voor de 21ste eeuw” aan de KU Leuven. De titel was: ‘Dat kan geen toeval zijn!’ Over waarschijnlijkheid: van objectieve kansen tot subjectieve graden van geloof. (Dat kondigde ik toen ook aan op mijn blog.) Daarin had ik het onder andere over de wet van de waterkans. En mijn belangrijkste les voor de 21ste eeuw was dat alle waarschijnlijkheden voorwaardelijk zijn – al blijft het een hele klus om dat goed te communiceren.

Over mijn college schreef ik een Nederlandstalig hoofdstuk voor het bijbehorende boek, maar daarvoor moest ik het copyright overdragen en daarom kan ik het niet legaal online plaatsen.

Er werd een opname gemaakt van de lezing, die ik hier wel mag delen.

De video laat niet alle dia’s goed zien, maar die kan je hier als pdf downloaden. Ook de handout staat online.

Vergadertechnieken van de toekomst (anno 2007)

Als ik ooit nostalgisch zou durven worden, dan is er een simple remedie: laat me terugkijken naar dit tenenkrullende fragment “reality TV” (uiteraard volledig gescript). Hierin mocht ik kotgenote Eva rondleiden in een onderzoeksinstituut op het Wetenschapspark. Niet in het Instituut voor MateriaalOnderzoek, waar ik doctoreerde (want daar hadden ze al met een andere student gefilmd), maar wel bij de collega’s aan de overkant: in het Expertisecentrum Digitale Media, waar ik voordien zelf ook nog nooit binnen was geweest.

Filmopnames in een lift, het is niet gemakkelijk. En die “vergadertechnieken van de toekomst” waren zelfs in 2007 al niet om over naar huis te schrijven.

Vroeger was zelfs de toekomst niet beter.

Dus ik pas in mijn koffer

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het septembernummer van Eos.

Robot dreams: deze dromerige illustratie stond op de kaft van de eerste verhalenbundel van Isaac Asimov die ik ooit las.Waar komen grappen vandaan? Over die vraag gaat Jokester (Grappenmaker), een kort sciencefictionverhaal van Isaac Asimov uit 1956 over de oorsprong van humor. (Ik las het in de bundel “Een robot droomt”.) Asimov gaat uit van onze ervaring dat grappen hooguit variaties zijn op versies die we van anderen hoorden, alsof er nooit nieuwe grappen ontstaan. (Als je dit niet herkent, bedenk dan dat het geschreven is lang voor Twitter bestond.) In zijn verhaal blijkt humor een experiment te zijn van buitenaardse wezens – een experiment dat ophoudt zodra de mensen de oorsprong ervan ontdekken. Het is dus niet zonder risico dat ik in deze column de herkomst van een grap onderzoek.

Het grapje in kwestie steekt de draak met de klassieke logica. U hebt het vast al eens gehoord:

Ik pas in mijn kleren
en mijn kleren passen in mijn koffer,
dus ik pas in mijn koffer.

Uit twee ware aannames en een schijnbaar logische denkstap, wordt er hier een onware conclusie getrokken. Je kan het dus net zo goed een paradox noemen. Om een paradox op te lossen zijn er drie mogelijkheden: ofwel is één van de aannames onjuist, ofwel deugt de denkstap niet, ofwel is de verrassende conclusie toch waar.

Laten we nog eens goed naar de aannames kijken. Als je “mijn kleren” door “een harnas” vervangt, dan loopt het spaak op de tweede aanname, aangezien een harnas niet in een koffer past. Je kan “koffer” dan door “kleerkast” gaan vervangen, maar dan is de conclusie correct: ik pas inderdaad in een kleerkast (tenminste als ik eerst dat harnas eruit zwier). Dit suggereert dat de paradox iets met de vervormbaarheid van kledij te maken heeft.

De zinnen “ik draag mijn kleren” en “mijn kleren zitten in mijn koffer” kunnen beide waar zijn, maar niet tegelijkertijd. Het grapje zegt echter niet dat ik mijn kleren daadwerkelijk aanheb of dat ze nu in een koffer zitten: enkel wat waarin past. Kleren hebben inderdaad beide mogelijkheden, juist omdat ze buigzaam zijn, in tegenstelling tot een harnas. De aannames zijn dus tegelijk waar. (Volgens mijn analyse gaat het dus niet om de drogreden van gelijknamigheid of een vals syllogisme met vier termen, althans niet wat ‘kleren’ betreft. Op Wikipedia staat dat ‘passen in’ in verschillende betekenissen gebruikt wordt, maar dat is ook niet helemaal juist.)

De conclusie is niet waar. Ik pas echt niet in mijn koffer.

Dus moet het de denkstap zijn waar de redenering spaak loopt. De structuur lijkt op een syllogisme, bijvoorbeeld: “Alle Grieken zijn mensen en alle mensen zijn sterfelijk, dus alle Grieken zijn sterfelijk”. De aannames zijn juist en de vorm garandeert de waarheid van de conclusie. Ons grapje verschilt hiervan op twee manieren: het gaat over een individu in plaats van over groepen en het werkwoord is “passen in” in plaats van “zijn”. Het eerste is nog te verhelpen (want alle mensen passen in hun kleren), maar het tweede is cruciaal. Uit A past in B en B past in C, kunnen we niet besluiten dat A in C past (tenzij B onvervormbaar is, zoals een harnas). Met wat jargon: de mogelijkheid ergens in te passen is niet transitief.

De oorsprong van het grapje ligt in de Nederlandse Tweede Kamer. [Aanvulling 19u: Althans, dat beweren diverse bronnen, maar lees ook de commentaren.] Het was PvdA-er Marcel van Dam die het in 1979 gebruikte in een debat. Een minister had gezegd dat zijn standpunt over kruisraketten in de CHU paste en dat de CHU paste in de CDA en dus dat zijn standpunt in de CDA paste. Daarop repliceerde van Dam gevat: “Zo ken ik er ook nog wel één: ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn tas, dus ik pas in mijn tas.” Oudere bronnen vind ik niet, dus voor zo ver ik weet schudde van Dam het daar ter plekke uit zijn mouw. Frans van Eemeren en Rob Grootendorst beschreven dit voorval in een column voor Filosofie Magazine in 1997. “De meester van de manke vergelijking” is de titel van hun stuk, omdat van Dam hier zogenaamd een drogreden aanwijst, terwijl er eigenlijk geen was: in de zin waarop hij reageert is “passen in” namelijk wél transitief.

Zo ontstond een grap die aanvoelt alsof hij er altijd is geweest. Toen ik naar dit grapje zocht in Engelstalige bronnen vond ik twee resultaten (één in de context van kwantummechanica en één over primaten): beide van wetenschappers met Nederlands als moedertaal. Allebei verwijzen ze naar het “welbekende” grapje, klaarblijkelijk zonder er zich bewust van te zijn hoe recent en vooral hoe dicht bij huis het is ontstaan.

Een Nederlands politiek debat als bron van humor? Sommige lezers zullen een experiment door buitenaardse wezens alsnog waarschijnlijker vinden.

~

PS: Deze column is een uitwerking van een reeks tweets.

Moest je een soortgelijke uitspraak kennen in een andere taal, laat het me zeker weten!

Aanvulling (22 september, 9u):

Zelf vond ik inmiddels een Duitse versie (in een vertaling van een Nederlands boek) en een Franse versie, maar ook daarvan vermoed ik dat het op een vertaling gebaseerd is.

Reisverslag: vakantie en werk in Stockholm

Stockholm.
Zicht op Gamla Stan (eiland van de oude stad) en het Rådhus (stadhuis, net onder de motors) tijdens de aankomst van onze heenvlucht naar Bromma, Stockholm.

Stockholm.Eind augustus reisden we – lief, zoon & ik – naar Stockholm. Eerder (in voorhistorische tijden voor wat dit blog betreft) bezocht ik al Denemarken en Noorwegen, waardoor ik er erg naar uitkeek om ook eens naar Zweden te gaan. Het was onze eerste vliegreis samen, maar de kleuter was er nauwelijks van onder de indruk. Het weer in Stockholm was zonnig en zacht tijdens ons verblijf (terwijl er ons vanuit België berichten over een hittegolf bereikten) en we hadden een fijne tijd in de hoofdstad van Scandinavië.

Stockholm.
Te oordelen naar het aantal foto’s dat ik ervan maakte, was ik een beetje verliefd op deze fontein. ;-)

Voor mij was het deels ook een werkbezoek: ik nam er deel aan het congres “CS@Work 2016” over conceptuele ruimtes. Mijn jongens verkenden ondertussen het koninklijke paleis en gingen op uitstap naar Skansen (Zweedse versie van Bokrijk). Op basis van de verhalen die ze ’s avonds vertelden horen denk ik dat ze zich prima vermaakt hebben. Danny blogde er al over en ik neem zijn fotocollage even over, dus oordeel vooral zelf. :)

Stockholm.
Stockholm fotocollage van Danny.

De lezingen vonden plaats in Flemingsberg (in Huddinge, met de pendeltrein op 20 minuten van Stockholm Centraal) aan de Södertörns högskola. Eén van de opleiding aldaar is Mediastudies, waar ook de lokale organisator bij betrokken is. Het gevolg hiervan was dat het congres plaatsvond in een studio, die helaas volledig van het buitenlicht afgesloten was, zodat we alsnog een indruk kregen van de Zweedse winters. ;-) Daar werden alle lezingen gefilmd door studenten. Het congres werd zelfs volledig live uitgezonden en de opnames zijn nu ook online te bekijken.

Als je nieuwsgierig bent naar het thema van het congres dan raad ik de openingslezing van Peter Gärdenfors aan. Gärdenfors publiceerde in 2000 het boek “Conceptual spaces – Geometry for thought” en lanceerde zo het onderzoek naar conceptuele ruimtes (in deze betekenis).

Op zaterdag 27 augustus gaf ik een keynote-lezing over conceptuele veranderingen in de (theoretische) fysica.

We keerden terug vlak voor het begin van het nieuwe schooljaar (nog net op tijd om nieuwe schoenen en turnpantoffels te kopen) en de afronding van het academiejaar (met studentenpapers om te beoordelen en de verdedigingen van Masterthesissen). Ondertussen is Danny vertrokken naar een colloquium dat hij zelf mee organiseerde en staat mijn koffer klaar om daarna weer te vertrekken. Maar, zoals de verhalenboom het zo mooi zegt, dát is weer een ander verhaal. ;-)

Stockholm.
Stockholm was ook een prima locatie om weer eens op draken(foto)jacht te gaan.

Aanvulling (10u)
Via Twitter deelde ik nog deze foto’s:

Dienstmededelinkje: nieuwe lay-out

Het was niet zo gepland, maar door een aanhoudend probleem met de permalinks (die telkens na enkele dagen niet meer werken), heb ik het thema van mijn blog deze ochtend veranderd. Bij deze gelegenheid heb ik de oude foto bovenaan in ere hersteld. Zo ruikt het hier wel naar nieuw, maar is er tegelijk plaats voor een snuifje nostalgie. :-)

Overigens denk ik al meer dan een jaar sporadisch na over een integratie van de statische webpagina’s (rechtstreeks onder de domeinnaam) met de blogpagina’s (onder /blog). Het is dus mogelijk dat er nog veranderingen aankomen, maar wellicht loopt het zo’n vaart niet. ;-)

PS: Als er iets niet meer werkt, laat het me gerust even weten.