mei 19

Opiniestuk in De Standaard

Een openbare omroep kan niet zonder wetenschapsjournalisten

– Sylvia Wenmackers
Verschenen in De Standaard (19 mei 2015) (Blendle)

Kent u een regio waar de openbare omroep professioneler bericht over het Eurovisiesongfestival dan over wetenschap? Welkom in Vlaanderen.

Artikel.

Foto van het artikel; klik hier voor groter.

Een openbare omroep moet onder meer berichten over politiek, sport, cultuur en wetenschap. Wetenschap belangt iedereen aan, dus wetenschapsnieuws is niet optioneel, zou u denken. Nochtans heeft de VRT anno 2015 geen uitgebouwde wetenschapsredactie. Er zijn wel enkele journalisten die zich gespecialiseerd hebben in wetenschapsnieuws, maar te weinig nieuwsmensen hebben zelf een wetenschappelijke achtergrond. Aangezien de nieuwe beheersovereenkomst voor de periode 2016–2020 nu ter sprake komt en het vernieuwde Canvas meer wetenschap belooft, lijkt dit me een uitstekend moment om daar iets aan te doen.

We vinden het normaal dat er geld is om een voetbalmatch of een wielerwedstrijd door gespecialiseerde journalisten te laten verslaan. Als we nog maar half zo veel vakmensen inzetten om even kritisch en enthousiast over wetenschap te vertellen, dan zouden we in Vlaanderen behoren tot de wereldtop. Om de berichtgeving over wetenschap op radio en televisie te kunnen verheffen boven het niveau van weetjes zijn er journalisten met een wetenschappelijke vorming nodig.

In Nederland hebben heel wat wetenschapsjournalisten zelfs een doctoraat behaald. Daarvan kunnen wij alleen dromen op een moment dat er bespaard moet worden bij de VRT. Tenzij we kijken naar het geheel van Vlaamse middelen voor wetenschap en communicatie: dan is er een efficiënte oplossing, die tot nu toe over het hoofd werd gezien.

Eenvoudig gezegd komt het hierop neer: steek een VRT-microfoon onder de neus van onderzoekers die betaald worden door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO).

De Vlaamse overheid reikt via het FWO individuele beurzen en projectmiddelen uit aan vele wetenschappers die werken aan Vlaamse universiteiten en onderzoeksinstellingen. Het FWO vraagt van haar bursalen dat zij aan wetenschapscommunicatie zouden doen. Heel wat onderzoekers zijn – zelfs zonder deze lichte dwang van hun mecenas – bereid om uitleg te geven over hun werk en er gaan dagelijks persberichten de deur uit bij de Vlaamse kennisinstellingen. Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over: dat geldt ook voor wetenschappers, al is het risico bij hen groot dat er al eens een woordje jargon tussen glipt.

Bij gebrek aan wetenschapsjournalisten moeten wetenschappers zelf op zoek naar klare taal en heldere beelden. In plaats van al deze onderzoekers op communicatiecursus te sturen, op kosten van de overheid, zou het toch veel efficiënter zijn om enkele wetenschapsjournalisten in dienst te nemen? Dat zou diezelfde overheid inderdaad kunnen doen: niet via het FWO, maar via de VRT.

Mijn voorstel is om in de nieuwe beheersovereenkomst van de VRT niet alleen quota op te leggen voor Vlaamse liedjes, maar ook voor de stemmen van onderzoekers – lang niet allemaal Vlamingen overigens – die door het FWO te werk worden gesteld. Terwijl journalisten nu onder tijdsdruk vaak dezelfde mensen opbellen, zou dit voorstel als gunstig neveneffect hebben dat het beeld van ‘de wetenschapper’ veel diverser en realistischer wordt. Wetenschappers kunnen zich dan weer toeleggen op hun kerntaak, terwijl hun resultaten toch op een toegankelijke manier worden uitgelegd.

Bovendien sponsort de Vlaamse overheid initiatieven om wetenschap en technologie populairder te maken, met name bij wie een studiekeuze moet maken in de middelbare school en in het hoger onderwijs. Daarbij gaat er bijzondere aandacht naar ondervertegenwoordigde groepen (zoals meisjes in de ICT). Zou minstens een deel van dit geld niet veel beter besteed zijn als de VRT het hele jaar rond op een goede manier over wetenschap zou berichten? In een mediaklimaat dat positiever staat tegenover wetenschappen zouden de resterende initiatieven ook meer weerklank krijgen en dus een groter effect sorteren.

mei 11

Help, ik zie overal fysica! (FameLab)

Mijn presentatie voor de FameLab heat in Gent ging over licht en kleuren. Omdat ik geen video heb van die avond, heb ik besloten om de vorige presentatie zelf eens op te nemen. Zonder trillende handen deze keer. ;-)

Het resultaat zie je hieronder: een filmpje met drie minuten over optica (in het Engels).

Dit zijn de tien finalisten die aantreden bij de nationale finale in Leuven. Daar zal ik trouwens een volledig nieuwe presentatie geven. :-)

Wil je erbij zijn op dinsdag 12 mei (18u STUK)? Dat kan! Het is gratis, maar je moet je wel aanmelden op de website. (De hele voorstelling is het Engels.)

mei 05

Opgebrande wetenschap

Op 25 maart nam ik deel aan een debatavond over wetenschappelijke integriteit “De wetenschap(per) liegt niet” op de KU Leuven campus in Heverlee. Kort daarna besloot ik een Eos-column te schrijven over het verband tussen wetenschapsfinanciering en slodderwetenschap.

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als column verschenen in Eos.
(Jaargang 32, nummer 5.)

Brand bibliotheek Alexandrië.De grote brand in de bibliotheek van Alexandrië behoort tot ons mythische geheugen. We kunnen speculeren over welke schatten aan kennis daar in de vlammen zijn opgegaan. In werkelijkheid ging het wellicht over meerdere branden en een geleidelijk proces van verval. Vandaag is er geen uitslaande brand in de wetenschap, maar er smeult weldegelijk iets. Het onderzoek brandt haar meest vurige beoefenaars op en dreigt zo zichzelf in de as te leggen. Wetenschap is een menselijke activiteit, maar wel eentje die haar beoefenaars kopzorgen bezorgt. Een wetenschappelijke studie heeft aangetoond dat stress – althans bij muizen – de aanmaak van nieuwe hersencellen vermindert. Als dat ook voor de wetenschappers zelf geldt, voorspelt het weinig goeds.

De wetenschap ondergaat momenteel een wereldwijd experiment: laten we eens een groep intelligente en ambitieuze mensen wedijveren om te weinig plaatsen. Wie de Hunger Games kent, weet dat dit geen onschuldige stoelendans wordt, maar een spel op leven en dood. En als er te veel druk wordt gelegd op wetenschappers, is het eerste slachtoffer dat valt de wetenschap zelf.

Cartoon.

Deze cartoon stond in 2009 in The New Yorker. Het winnende bijschrift was: “OK, laten we traag de fondsgelden verlagen”. (Bron afbeelding.)

De Oostenrijkse techniekfilosoof Ivan Illich had een theorie over technische ontwikkeling in termen van twee keerpunten. Bij het eerste keerpunt wordt alles veel efficiënter: de ontwikkeling van de ontploffingsmotor gaf een grote impuls aan onze mobiliteit en het centraliseren van gezondheidszorg in ziekenhuizen kwam de volksgezondheid ten goede. Bij het tweede keerpunt echter dreigt het systeem onder haar eigen bijwerkingen te bezwijken: de mobiliteit neemt af in de file en resistente ziekenhuisbacteriën rukken op.

Het lijkt erop dat we een soortgelijke analyse kunnen maken over hoe onderzoek georganiseerd wordt. Lange tijd was wetenschap enkel weggelegd voor rijke mensen: ze beoefenden het als hobby of sponsorden armoedzaaiers met meer talent op dit vlak. Bij het eerste keerpunt – zo rond de achttiende eeuw – ontstond er een systeem van door de overheid uitgereikte studiebeurzen en door de universteit bezoldigde posities voor onderzoeksprofessoren. Wetenschap werd een carrière, ook bereikbaar voor mensen van bescheiden komaf. Aanvankelijk had dit een gunstig effect en het kwam zowel het onderzoek als de (potentiële) onderzoekers ten goede. Er konden inderdaad meer mensen bijdragen aan fundamentele kennis, die uiteindelijk ook tot technologische en medische vooruitgang leidde.

In de loop der eeuwen werd de wetenschap verder geprofessionaliseerd, maar stilaan lijkt het erop dat we het tweede keerpunt hebben bereikt. Door de nadruk op excellentie neemt de druk op de onderzoekers steeds verder toe. Solliciatiedossiers en beursaanvragen worden steeds langer en uitgebreider. Dat is niet efficiënt: niet voor de mensen die de aanvraag indienen, maar evenmin voor de collega-onderzoekers die dit allemaal moeten lezen en beoordelen. Bovendien is het eigen aan onderzoek dat je niet op voorhand weet met welk resultaat je dit doet. Toch lijkt deze evidentie ergens verloren te zijn gegaan, want het huidige model vereist van wetenschappers gedetailleerde vijfjarenplannen en een gestage uitstroom van publicaties.

Vooralsnog hebben wetenschappers nog geen geldboom kunnen kweken.Bij jonge onderzoekers staan hierbij niet enkel verdere fondsen op het spel voor meetapparatuur of reagentia, maar ook de eigen baan. Dat is zuur. Hoewel het gelukkig slechts enkelingen zijn die flagrante fraude plegen, is slodderwetenschap wel schering en inslag. Beter een in der haast geschreven artikel over slordig uitgevoerde experimenten dan geen artikel – dat is althans de logica binnen het huidige financieringsmodel. Wat de cumulatieve schade hiervan is op de wetenschap als geheel valt niet te overzien.

Inmiddels lijkt deze aanpak haar doel zo zeer voorbij te schieten dat er stemmen opgaan om de factor geluk terug een centralere plaats te geven. Willem Trommel bijvoorbeeld, professor in de bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, schreef eind vorig jaar een opiniestuk in de Volkskrant. Waar vroeger de afkomst iemands lot in de wetenschap grotendeels bezegelde, is zijn voorstel om na een ruwe schifting van onderzoeksvoorstellen alsnog te loten. Cru maar wel eerlijk en efficiënt. (En helemaal in lijn met mijn eerdere gedachten hierover.)

Op den duur betalen we wetenschappers om voltijds papieren in te vullen. Dan zal de wetenschap definitief zijn opgebrand. Moeten we hopen dat rijke hobbyisten ondertussen de waakvlam van het vrije onderzoek brandende houden, of zijn er andere oplossingen? Hopelijk slaagt de wetenschap erin om als een feniks uit haar assen te herrijzen.

mei 01

FameLab – verslag deel 3

Ik schreef al over de preselectie voor FameLab en mijn deelname op het podium in Gent. Daarna mocht ik meedoen aan een MasterClass over wetenschapscommunicatie.

De MasterClass

De acht finalisten uit Gent mochten samen met twee finalisten uit de heat in Namen een MasterClass volgen. Deze tweedaagse vond vorig weekend plaats in The Leuven Institute for Ireland in Europe. Een verborgen pareltje in het centrum van Leuven met binnenpleinen en -tuinen.

Binnenplein.

Binnenplein.

Onze trainer was Timandra Harkness en ze zorgde ervoor dat het weekend een topbelevenis werd! We kregen van bij het begin kleine opdrachten en gaven elkaar voortdurend feedback. We leerden er onder andere vijf manieren om een verhaal te beginnen. De eenvoudigste tip was – en ik denk dat ik er hier wel eentje mag prijsgeven – letterlijk beginnen met: “Dit is een verhaal over…” Een aantal van ons mochten het meteen uitproberen en inderdaad: het werkte. :-) Het was lang geleden dat ik nog eens zo intensief met creatieve dingen bezig heb kunnen zijn. Het was ook fijn om tijdens de pauzes de andere deelnemers te leren kennen.

Na de eerste dag nam ik de trein terug richting Gent. Ik zag een halo naast de ondergaande zon. Ook toen de zon onder was bleef de inspiratie maar kolken waardoor ik nauwelijks kon slapen.

Hallo, halo.

Hallo, halo!

Zonsondergang Gent (West).

Zonsondergang Gent (West)

Zonsondergang Gent (Oost).

Zonsondergang Gent (Oost)

De tweede dag kregen we informatie over omgaan met journalisten en media en dit rechtstreeks van de bron: VRT-journalist Katleen Bracke. Daarna deden we een opdracht waarbij we per twee een alternatieve versie gaven van de presentatie van een andere deelnemer. Dat was bij momenten hilarisch! :-D Hieronder een foto van de voorbereiding, gemaakt door onze docent Timandra.

Duo-opdracht in voorbereiding.

Duo-opdracht in voorbereiding. (Bron foto.)

Tot slot nog een groepsfoto van de tien deelnemers aan de MasterClass en Timandra.

Groepsfoto Famelab 2015 MasterClass in Leuven.

Groepsfoto Famelab 2015 MasterClass in Leuven. (Bron foto.) Van links naar rechts: Sylvia, Niek, Ehsan, Ben, Timandra (onze trainer), Hetty, Laurent, Daniel, Katrien, Francesco en Sébastien.

We zien elkaar terug op 12 mei (op mijn verjaardag!) voor de finale in het STUK in Leuven. Wil je erbij zijn? Dat kan! Het is gratis, maar je moet je wel aanmelden op de website. (De hele voorstelling is het Engels.)

Er zou ook voor live streaming gezorgd worden. Als ik daar de URL voor weet, zal ik die hier ook nog plaatsen.

apr 30

FameLab – verslag deel 2

In het vorige bericht schreef ik al over de preselectie van FameLab, die achter gesloten deuren plaatsvond. ‘s Avonds was het tijd om het publieke podium te betreden.

De show

De avondshow in Gent werd gepresenteerd door Lieven Scheire. De vijftien deelnemers zaten in alfabetische volgorde op de eerste rij in de zaal. Dat kan je zien aan het standpunt van waaruit de foto hieronder gemaakt is: ik was voorlaatste aan de beurt en zat dus rechts vooraan, vlak aan de deur.

We hadden elkaars audities niet gezien, dus het was ook voor de deelnemers een verrassing waar het over zou gaan en hoe de onderwerpen aangebracht zouden worden. Het was heel inspirerend om zo veel jonge onderzoekers op een creatieve en enthousiaste manier over hun onderzoeksdomein te zien praten. Er waren leuke weetjes en diepe inzichten. Er mocht al eens gelachen worden, maar er waren ook kippenvelmomenten.

FameLab 2015 heat Gent.

FameLab 2015 heat Gent.

Tijdens mijn eigen presentatie stond ik opnieuw – en opnieuw tot mijn verbazing – zichtbaar te trillen bij het bellen blazen. Kinderspel, behalve als je nerveus bent blijkbaar. ;-) De rest van de presentatie verliep zoals ik had gepland. Hieronder zie je een foto vanuit het perspectief van de jury, die mee op het podium zat.

FameLab 2015 heat Gent.

FameLab 2015 heat Gent. (Bron foto.)

De uitslag

Tijdens de receptie werden er acht namen bekend gemaakt van mensen die mogen meedoen aan de nationale finale en ik was erbij. Hieronder zie je een foto van deelnemers en juryleden.

FameLab 2015 heat Gent.

Deelnemers en jury van FameLab 2015 heat Gent. (Bron foto.)

Tijdens de receptie was het ook mogelijk om een foto van jezelf te maken met een IR-camera (een opstelling van LumiLab, de onderzoeksgroep van jurylid Philippe Smet aan de UGent): een IR-selfie dus. Je kreeg er een URL bij waar je de foto kon downloaden.

IR-selfie.

IR-selfie. (Bron foto.)

De winnaar mochten meedoen aan een MasterClass. Daarover morgen een verslagje.

apr 29

FameLab – verslag deel 1

Vorige week donderdag deed ik mee aan de preselectie voor FameLab: een internationale wedstrijd voor wetenschapscommunicatie met nationale voorrondes. (Het wordt georganiseerd door het British Council en de finale is altijd in Engeland.) Jonge onderzoekers moeten er in drie minuten een wetenschappelijk concept uitleggen voor een algemeen publiek (in het Engels). Gelukkig is ‘jong’ bij FameLab een ruim begrip: je moet onder de 40 zijn, waardoor ik dus nog mee mag doen. :-)

Een knoop wordt doorgehakt

Terwijl FameLab in sommige landen al een vaste waarde is, was er pas vorig jaar voor het eerst een Benelux-editie. Ik werkte toen nog in Nederland en overwoog ook toen al om mee te doen, maar het was een heel drukke periode (solliciteren en de knagende onzekerheid, weet je wel) en ik besloot het een jaar uit te stellen. Natuurlijk was het dit jaar ook druk (nieuwe baan en nieuwe vakken, weet je wel), maar ik besefte dat het wellicht nooit echt goed zou passen in mijn agenda.

Dus, hop, dit jaar schreef ik me in.

Affiche FameLab 2015 heat Gent.

Affiche FameLab 2015 heat Gent. (Bron affiche.)

Het onderwerp

Ik wilde het te hebben over optica (tevens een veelvoorkomende tag op mijn blog) en maakte in Mathematica een ontwerp met golflengtes die in de juiste verhouding en in de juiste kleur worden weergegeven. Een regenboog bestaat uit een continuum aan kleuren, maar ik koos er zeven golflengtes uit die overeenkomen met de zeven ‘traditionele’ regenboogkleuren. (ROGGBIV; ingevoerd door Newton om redenen die eerder mystiek dan strikt wetenschappelijk te noemen zijn!) Het plan was om dit patroon op mijn kleren te strijken, maar uiteindelijk maakte ik er geen gebruik van.

Golflengtes en regenboogkleuren.

Golflengtes en regenboogkleuren: Mathematica-code beschikbaar op verzoek.

De locatie

Er waren twee zogenaamde heats in België: één in Namen en één in Gent. Ik deed mee in Gent. Aangezien er meer kandidaten waren dan er in de publieke avondshow pasten, was er eerst een preselectie. Deze vond, net als de avondshow, plaats in Het Pand in Gent.

FameLab preselectie.

FameLab preselectie in Het Pand.

Het was een stralende dag en de tuin van Het Pand lag er toverachtig bij.

Zicht op de tuin.

Zicht op de tuin van Het Pand.

Het attribuut

Bij FameLab mag je geen computerdia’s gebruiken, maar je mag wel een ander attribuut kiezen, op voorwaarde dat je het zelf het podium op kan dragen. Het concept dat ik wilde uitleggen was “interferentiekleuren“. Ik stak dus een flesje bellenblaas in mijn zak voor een live demonstratie. Hierdoor kon ik tijdens het wachten ook zeepbellen blazen vanuit het raam boven de tuin. :-)

Zeepbellen bij Het Pand.

Zeepbellen bij Het Pand.

De zenuwen slaan toe!

Tijdens het wachten maakte ik kennis met een Franstalige bioloog die het over groepsgedrag bij dieren zou hebben. Ik was als eerste aan de beurt voor de audities en daar gebeurde iets dat ik ab-so-luut niet verwacht had: ik was zenuwachtig! Dat is vrij ironisch aangezien één van de meest gelezen pagina’s op mijn blog gaat over zenuwen bij presentaties – zo zie je maar. Verder geef ik twee keer per week les aan een groep van meer dan honderd studenten, dus ik ben echt wel gewoon om voor publiek te spreken, en toch stond ik daar voor een jury van een zestal mensen met trillende handen. Dat was moeilijk te verbergen bij het bellen blazen… Bovendien was mijn praatje klaar in 2 minuten en een half, dus het had ook wel iets rustiger gemogen. ;-) Ondanks alles was de reactie van de jury wel zeer positief.

Het zou nog enkele uren duren voor alle kandidaten voor de jury waren verschenen en de selectie voor de avondshow bekend gemaakt zou worden. Er werden vijftien mensen geselecteerd en ik was erbij.

(Binnenkort het vervolg.)

apr 15

Ondertussen (deel 2)

De voorbije maanden had ik te weinig tijd voor mijn blog en bleef het bij af en toe een berichtje op Twitter. Dit is deel 2 van een overzicht van de voorbije periode: over tijdreizen, dode cartoonisten, een nieuwe polo, een groene specht en LEF. (Deel 1 vind je hier.)

Januari 2015 (deel 2)

Mijn doctoraatsstudent, Pieter Thyssen, werkt aan een project dat te maken heeft met de filosfische implicaties en de kwantumfysische grondslagen van teleportatie en tijdreizen. Hij schreef hierover op zijn eigen blog (in het Engels):

Het laatste bericht uit de trilogie gaat over de film “Somewhere in Time“. Ik heb die film (nog) niet gezien, maar Pieters beschrijving deed me denken aan een dubbelaflevering van Stark Trek – The Next Generation: “Time’s Arrow” waarin de bemanning van de Enterprise Mark Twain ontmoet.

~

Wat onze eigen tijd betreft, was januari niet zo’n fraaie maand. In Parijs werden er cartoonisten vermoord. In reactie hierop stuurde Katrijn volgend bericht via Twitter:

“De grote deugd van humor is dat het filosofie in actie is, een flonkerende zilverdraad in het grote dekbed vh bestaan (Critchley) #Charlie”

Ik besloot op zoek te gaan naar het originele citaat (uit “On Humor” van de Engelse filosoof Simon Critchley) en stuurde dit erachteraan:

“The great virtue of humor is that it is philosophizing in action, a bright silver thread in the great duvet of existence.” S. Critchley #pt

Illustratrice Stephanie Dehennin beschreef haar gevoel die dag aldus:

“It’s a weird thing to explain to your kid you don’t need police protection because you make different kinds of drawings.”

:-(

~

Stromae won een MIA voor beste pop-act. Dit was de aanleiding voor mijn volgend bericht:

“Vond die @Stromae “onmogelijke vierkantswortel” direct leuk http://www.sylviawenmackers.be/blog/2013/12/stromae-en-de-onmogelijke-vierkantswortel/ Heb nu zo’n polo! :-) Mosaert: http://store.mosaert.com/ #pt”

~

Ondertussen verhuisde ik mijn werkplek thuis naar een tafel met uitzicht op de tuin. Dat was een heel goede beslissing: meer daglicht en vaak dieren te zien. Op Twitter plaatste ik bijvoorbeeld deze foto:

Groene specht

Groene specht.

“Aan het schrijven met uitzicht op de tuin: groene specht zoekt hier naar insecten.”

~

Moraalfilosoof Patrick Loobuyck (UA en UGent) lanceerde het voorstel tot het invoeren van een vak ‘LEF’ (levensbeschouwing, ethiek en filosofie). Hierover werd onder meer gedebatteerd bij het Radio1-programma Hautekiet.

Op het forum schreef ik (Sylvia Maandag 12 Jan 22:52; comment 434907):

Iets dat me altijd is bijgebleven van mijn schooltijd (in de jaren ’90):
Er was een leraar (van een niet-levensbeschouwelijk vak) ziek en we kregen dat lesuur vervanging van de leraar islam, in zijn klas. In plaats van ons gewoon huiswerk te laten maken (zoals de meeste leerkrachten deden als ze vervanging moesten geven) heeft hij met ons gepraat. Er stond een schaalmodel van een moskee in zijn klas, met lichtjes die aan konden, en hij heeft ons het verschil uitgelegd tussen integratie en assimilatie. Dit is me altijd bijgebleven.

Ik denk dat het heel nuttig zou zijn als er inderdaad een vak zou zijn dat het mogelijk maakt dat leerlingen van diverse levensbeschouwingen horen. Liefst van de bron zelf, niet enkel van een vaste ‘neutrale’ leerkracht. (Dit zou met de huidige leerkrachten kunnen, door ze naar meer scholen te laten gaan.) De rest van de wereld is ook niet neutraal.

Het systeem met aparte leraars en lokalen voor levensbeschouwing, in de lagere school al, is eigenlijk heel naar: het benadrukt het anders-zijn en nodigt niet uit tot dialoog.

Als leerling had ik trouwens de indruk (op basis van gesprekken op de speelplaats) dat er in de lessen godsdienst en moraal sowieso veel over dezelfde thema’s werd gepraat, bijvoorbeeld een overzicht van (andere) godsdiensten, dus zo groot zou de stap naar LEF niet eens zijn.

En achteraf op Twitter:

Levensbeschouwing op school: al wie anders denkt moet naar een ander lokaal. Dat is toch een gek systeem? LEF houdt mensen samen. @hautekiet

apr 13

Ondertussen op Twitter (deel 1)

De voorbije twee maanden had ik geen tijd voor mijn blog. Af en toe een berichtje op Twitter lukte nog wel. Dit is deel 1 van een overzicht van de voorbije periode: over spelen met blokjes, de volle maan, logica en het werken aan een cursus.

Januari 2015 (deel 1)

Bij het begin van 2015 stuurde ik volgende nieuwjaarswens:

“Moge in 2015 ook uw balans tussen werk & gezin goed genoeg zijn om af en toe met de blokjes te spelen. ;-) #Duplo”

Work Life Balance

Helaas moest ik vervolgens dit bericht erachteraan sturen…

“Pijnlijk detail: vijf seconden nadat de vorige foto gemaakt is, is één van de mannetjes eraf gevallen. #pt”

~

Frank Deboosere herinnerde ons eraan dat het volle maan was:

“De volle maan is de hele nacht zichtbaar. Per definitie. http://www.frankdeboosere.be/vragen/vraag90.php http://youtu.be/DKyTe68xJ3c

Mijn reactie:

“.@frankdeboosere Met compactcamera kwamen we vanavond niet verder dan deze foto (bijgeknipt).”

Volle maan

~

Bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) van de KU Leuven werden er een aantal filmpjes gemaakt om toekomstige studenten te informeren over onze expertise. Samen met enkele collega’s werd ik geïnterviewd over mijn logica-gerelateerd onderzoek (filmpje in het Engels).

Verder gaf Lorenz Demey, één van de postdocs aan het HIW, een inleidingsles over logica (filmpje ook in het Engels).

~

Intussen werkte ik naarstig verder aan de cursus voor mijn nieuwe vak in het tweede semester. Ook op dat vlak vond ik steun op Twitter dankzij de account Dr Academic Batgirl. :-)

“For all the January syllabus makers, data crunchers, and writers. Respect.”

Volle maan

apr 13

Kinderen van de Kosmos

Het Foundational Questions Institute (FQXi) onderzoekt de grondslagen en de grenzen van de fysica en de kosmologie. Het voorziet budgetten voor onderzoek naar grote vragen uit de natuurkunde en naar betere communicatie over fascinerende onderwerpen zoals zwarte gaten en kwantummechanica. Geregeld schrijven ze ook wedstrijden uit: zo was er onlangs een wedstrijd voor filmpjes waarin een onderwerp uit fysica uitgelegd of – beter nog – getoond wordt. (Hier kan je de winnende filmpjes zien. Mijn persoonlijke favoriet is de animatiefilm van Xiangjun Shi, waarover ik eerder al blogde.)

Op dit moment loopt er een essaywedstrijd met als titel “Trick or truth?” over de vraag hoe het komt dat wiskunde zo verbluffend goed werkt in de natuurkunde. En ik heb meegedaan! Mijn inzending heet “Children of the Cosmos“.

Als je op mijn essay wil stemmen, dan kan dat hier. (Maar de publieksstemmen spelen geen directe rol bij de beoordeling.) De tekst is in het Engels, maar ik zal misschien nog een Nederlandse versie uitwerken en online plaatsen.

feb 04

Wet van de waterkans

Dit stukje is als column verschenen in Eos.
(Jaargang 32, nummer 2.)

Een langere versie van deze tekst vind je hier.

En een gedichtje dat erbij past.

Waterkans.In Vlaanderen beschikken we over een mooi woord voor een uiterst kleine kans: waterkans. Kansloos wil zeggen dat de kans helemaal onbestaande is. Volgens het principe van Cournot zijn waterkansjes in de praktijk kansloos: een op voorhand gespecifieerde gebeurtenis waarvan de kans zeer klein is zal niet gebeuren. Dit principe is vernoemd naar Antoine Augustin Cournot die in 1843 inderdaad een dergelijke redenering publiceerde.

Volgens de eponiemenwet van Stigler wordt geen enkele ontdekking naar de oorspronkelijke ontdekker vernoemd. En inderdaad: het principe van Cournot is al terug te vinden in de geschriften van eerdere auteurs, zoals Jakob Bernoulli. In “De kunst van het gissen” (postuum verschenen in 1713) bewees Bernoulli als eerste een speciaal geval van de wet van de grote aantallen. Hij interpreteerde zijn wiskundige resultaat al in termen van praktische zekerheid.

Later ging de Franse wiskundige Émile Borel zo ver om in zijn boek “De kansen en het leven” uit 1943 te schrijven: “Het principe dat een gebeurtenis met een zeer kleine kans niet zal gebeuren is de enige wet van de kans.” Borel heeft ook een aantal vuistregels opgesteld voor welke gebeurtenissen men in welke context als onmogelijk kan beschouwen. Volgens hem zijn kansen kleiner dan één miljoenste (10-6) onmogelijk op de menselijke schaal en kansen kleiner dan één honderd-octiljoenste (10-50) onmogelijk op de kosmische schaal.

Het principe van Cournot lijkt zeer aannemelijk. De kans dat een op voorhand gespecifieerde combinatie van zes verschillende getallen tussen 1 en 45 wint bij de volgende lottotrekking is kleiner dan één op acht miljoen (ongeveer 0,000 012 %). Volgens Borels vuistregels is de hoofdprijs winnen met de Belgische lotto dus onmogelijk op de menselijke schaal. Ook het principe van Cournot zegt dat onze combinatie niet zal winnen.

Waterkans.Nochtans worden we voortdurend geconfronteerd met gebeurtenissen waaraan we op voorhand niet meer dan een waterkans hebben toegekend. Geregeld blijkt dat iemand vooraf de zes juiste getallen heeft aangeduid op het lottoformulier. Een kans, hoe klein ook maar groter dan nul, is en blijft een kans. De bijbehorende gebeurtenis kan niet op voorhand worden afgedaan als onmogelijk. Noem het de “wet van de waterkans”. De “wet van Wenmackers” allitereert even mooi, maar hierbij is opnieuw de wet van Stigler van kracht: wetenschapsfilosoof Brian Skyrms schreef hier immers al over in 1980. Hij benadrukt dat we kunnen winnen. Enkel als we niet meedoen aan de loterij is winnen echt onmogelijk.

Natuurlijk blijft het veel waarschijnlijker dat die ene, vooraf uitgekozen combinatie niet zal winnen. Het is precies deze vaststelling die het principe van Cournot zo plausibel maakt. In veel situaties weten we echter op voorhand met volledige zekerheid dat er een gebeurtenis met een zeer kleine kans zal optreden. Over een uur zullen de luchtmoleculen in onze dampkring zich in een bepaalde configuratie bevinden. Er zijn zeer veel configuraties mogelijk waardoor de kans behorende bij elke specifieke configuratie zeer laag is, maar er zal er één gerealiseerd worden. Dit is mijn wet, de wet van de waterkans: “Als elke mogelijke gebeurtenis een even kleine kans heeft, moet er met zekerheid een gebeurtenis met zo’n kleine kans gerealiseerd worden.”

Kosmische loterij.Als afsluitende denkoefening moet je je eens proberen voorstellen hoe klein de kans was dat je geboren zou worden en dat je leven zich vervolgens precies zo zou voltrekken als het tot op de dag van vandaag heeft gedaan. Hoe groot was die kans op basis van informatie beschikbaar negen maanden voor je geboorte? Negen jaar voordien? Negentig jaar ervoor? Toen de eerste mensen ontstonden? Toen de aarde gevormd werd? Het zonnestelsel? Het heelal???

Als je genoeg details in rekening brengt, kom je al snel bij een kans van minder dan één honderd-octiljoenste uit. Moeten wij onszelf dan tot een paradox verklaren, onmogelijk op de kosmische schaal? Welnee, we zijn gewoon allemaal het levende bewijs van de collectieve kracht van waterkansen. Wij zijn de onvoorziene winnaars in de kosmische loterij.

Er staan ons nog veel onvoorspelbare gebeurtenissen te wachten, zoveel is zeker.

Oudere berichten «