Zoeken op internet: 7 tips

Een zoekmachine is een handig hulpmiddel, maar kan nog steeds geen zinnen interpreteren.Zo nu en dan bekijk ik de zoekopdrachten waarmee bezoekers op deze website belanden. De zoekalgoritmes blijken goed te werken, want in de grote meerderheid van de gevallen kan ik me goed voorstellen waarom die zoekopdracht iemand naar dit blog heeft geleid: hier staan inderdaad berichten op over ‘atoommodel’, ‘rare gewoontes filosofen’, ‘inception’, ‘studiekeuze’, ‘ada lovelace’, enzoverder.

In de minderheid, maar leuker om over te vertellen, zijn de absolute missers. Deze vormen een bont allegaartje. Er zijn vrolijke combinaties bij (‘engel trampoline’ en ‘dansen en fysica’) en ook zoektermen die me inspiratie geven voor nieuwe posts (‘waarom draait de aarde rond de zon’, ‘wat is een getal’, of ‘filosofische vragen’). Er blijken erg jonge mensen aan de computer te zitten; zij zoeken bijvoorbeeld naar ‘alis in wonder lant’. Er staan ook prachtige neologismen op de lijst, zoals ‘infanticimaal’. (Omdat het zowel doet denken aan ‘infinitesimaal‘ als aan ‘infantiel’, stel ik als definitie voor dit woord voor ‘even onbeduidend als kinderachtig’; je kunt het bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: “Ach, doe toch niet zo infanticimaal!”) En er zijn combinaties bij die zelfs mijn verbeelding te boven gaan: waar is iemand die ‘pearl jam kameel’ of ‘moderne loofboom’ intikt naar op zoek? En waar op internet kun je in hemelsnaam ‘een zwevende druppel bestellen’?!

Google is uw vriend.Zelf heb ik nooit les gekregen over zoeken op het internet, maar ik denk dat ik in de loop der jaren wel een aantal goede methodes heb ontwikkeld. Hierbij enkele tips.

Tip 1. Geef het niet te snel op als je onoverzichtelijk veel of juist bedroevend weinig resultaten krijgt. De eerste zoekopdracht is meer een oriëntatieronde. Als je veel resultaten ziet, weet je dat je kritischer mag zijn, met meer specifieke zoektermen. Als je te weinig resultaten ziet, moet je slim zijn en ondermeer beseffen dat de computer dat niet is. (Vragen stellen aan een zoekmachine heeft weinig zin – voor alternatieven: zie Tip 4).

Tip 2. Leer de opties van je favoriete zoekmachine kennen en gebruik ze. Zelf gebruik ik meestal Google, dus mijn tips zijn daarop afgestemd. Na de eerste zoekopdracht krijg je pas de optie “Geavanceerd zoeken”: probeer dit eens en kijk welke codes er worden toegevoegd in je zoekopdracht. Opties die je vaak gebruikt, kun je dan in het vervolg meteen zelf toevoegen (voorbeelden hiervan staan in Tips 4 en 5).

Tip 3. Gebruik de juiste middelen. Een voorbeeld: als je een nieuwe achtergrond zoekt voor je bureaublad, begin je bij Google Afbeeldingen en zet je de gewenste grootte op maximum. (Als je dit super evident vindt, is dat des te beter, maar er zijn mensen die zoeken naar ‘plaatjes …’ of ‘foto’s van …’.) Met dubbele aanhalingstekens geef je aan dat de opgeven woorden in precies die vorm en in die volgorde moeten voorkomen. (Dit is dus handig om opdrachten te verfijnen, niet als je toch al nauwelijks resultaten had.) Voor informatie over films kun je op imdb zoeken. En Wikipedia is een goed startpunt om feiten te vinden over eender welk onderwerp (al kom je er uiteindelijk altijd bij filosofie terecht).

Tip 4. Vragen intikken zoals je ze aan een persoon zou stellen, is vaak niet de beste manier om op internet te zoeken. Stel je voor waar de informatie die je zoekt te vinden zou kunnen zijn en stem je zoekmethode hierop af. Zelf vind ik deze tip cruciaal, maar omdat het moeilijk is om deze in het algemeen uit te leggen, geef ik twee voorbeelden:
– Eerste voorbeeld: als je de openingsuren zoekt van een winkel, zouden die kunnen staan op de website van de winkel zelf, of in de gouden gids of aanverwanten. Dan kun je gewoon op internet zoeken (naam van de winkel plus stad).
– Tweede voorbeeld: als je het soort informatie zoekt waar lessen over gegeven worden (genre “Hoe werkt een gsm?”), dan staat dit vast wel ergens in een boek, maar het zou ook handig kunnen zijn om een dia-presentatie van zo’n les te vinden. Je kunt dan het gewenste bestandstype toevoegen in de zoekopdracht. Voor een pdf-bestand wordt dit ‘filetype:pdf’, voor een Powerpoint-presentatie ‘filetype:ppt’ (zonder de aanhalingstekens, uiteraard).

Zoeken binnen een browservenster of document doe je met Ctrl + F.Tip 5. Zoek binnen een website. Het kan gebeuren dat je wil zoeken binnen een bepaalde website, maar dat deze geen, of geen goede zoekfunctie heeft. In Google kun je dit oplossen door een stuk van de gewenste URL op te geven. Zoeken binnen mijn website doe je bijvoorbeeld door ‘site:sylviawenmackers.be’ toe te voegen aan je zoektermen.
Stel, je bent eindelijk op de goede webpagina aangekomen, maar er staat wel erg veel tekst op… Zoek dan binnen de pagina nog eens naar het cruciale trefwoord: met Ctrl + F (of Cmd + F op Mac) open je het zoekveld (in heel wat programma’s trouwens, niet enkel in de internetbrowser). Een Amerikaanse zoek-antropoloog (ja, dat bestaat blijkbaar!) verklaarde onlangs dat zo’n 90% van de Amerikanen nooit Ctrl + F gebruikt. Ik zie geen reden waarom dit in Europa anders zou zijn. Stel je eens voor hoeveel zoektijd we collectief kunnen besparen met dit eenvoudige trucje!

Tip 6. Benut alle troeven die je hebt. Technologie is handig, maar je moet ook je eigen capaciteiten aanspreken. Denk na over synoniemen, specifiekere of juist algemenere woorden, … Als je Engels spreekt, heb je meteen een veel groter speelveld op internet; zelf zoek ik bijna altijd aan de hand van Engelse termen, omdat er zo veel meer websites en documenten in het Engels dan in het Nederlands te vinden zijn. Maar ook als je een mondje Frans of Duits spreekt, of een andere taal, kun je je geluk beproeven en je zoekopdracht eens in die taal ingeven. Niets belet je om ook eens een andere zoekmachine te proberen (Wolfram-alpha is leuk!), of om een collega eens te laten proberen.

Tip 7. Leer bij uit succesvolle zoekopdrachten (van jezelf, maar ook van die collega die je ter hulp hebt geroepen). Als je voor een bepaald soort vragen vaak het antwoord hebt gevonden in een figuur of in een boek, dan kun je de volgende keer best meteen naar Google Boeken of Google Afbeeldingen gaan. Als je – zoals ik – vaak op een pdf-bestand uitkomt, kun je de resultaten tot dit bestandstype beperken (zie Tip 4).

Nu ik alle tips hebt opgelijst, wil ik toch nog eens op die cruciale, ietwat mysterieuze Tip 4 terugkomen. Deze tip gaat uit van een soort optimisme: je moet ervan uitgaan dat de informatie die je zoekt ergens op internet staat. (Anders heeft het trouwens helemaal geen zin om Google of een andere zoekmachine te gebruiken.) Om het in een slogan te zeggen, komt het dus hierop aan: “Stop met zoeken en begin met vinden!” Hoe meer je Tip 7 toepast – leren uit je successen -, des te beter zul je dit ook in de praktijk kunnen brengen. Als je de pagina met de gewenste info als het ware al voor je ziet, lijkt het zoeken meer op iets terugvinden dat je al eens ergens hebt gezien. En dat is veel gemakkelijker.

Heb je zelf een goede tip? Laat maar achter in de commentaren. Ik leer zelf nog graag bij!

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinteresttumblrmail

1 Reactie

  1. Pingback: Lijstjes van leuke zoekopdrachten (1/2) » Sylvia's blog

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

+ 11 = 12