Waar komt het woord ‘fiets’ vandaan?

Halverwege het paard-fiets continuüm kom je vreemde dingen tegen.Soms kan wetenschap een antwoord geven op iets dat je je al lang afvroeg (zoals in mijn vorige bericht). Dan reageer je met: aha! Soms ontdekt een wetenschapper iets dat je je zelfs nog nooit had afgevraagd, maar dat toch leuk is om te weten: wel wel, aha! Dat verhaal deel je dan thuis bij het avondeten, of (als je niet thuis bent zoals ik op dit moment) schrijf je er een stukje over op je blog.

Ik had me eerlijk gezegd nog nooit afgevraagd waar ons woord ‘fiets’ vandaag komt. Het lijkt zo’n gewoon woord: één lettergreep, geen vreemde klanken of tekens. Voor zo ver ik weet, heet een fiets alleen ‘fiets’ in het Nederlands (en in het Afrikaans). In Duitsland noemen ze een fiets ‘Fahrrad‘ of schertsend ‘Drahtesel‘, in Frankrijk ‘vélo‘ of ‘bicyclette‘, in Engeland is het ‘bicycle‘ of kortweg ‘bike‘ en in het Deens  ‘cykel‘ (maar dat spreken ze vast heel anders uit dan je zou verwachten). Dus ja, waar zou het woord ‘fiets’ anders vandaan komen dan uit Vlaanderen of Nederland?!

Toch blijkt de herkomst van dit woord de gemoederen van etymologen al jaren te beroeren. Allemaal hebben ze er wel een theorie over. De ene zegt dat het uit het Limburgs komt, waar ‘vietse‘ hard lopen zou betekenen (nooit gehoord trouwens), de andere beweert dat het een verbastering is van het Franse ‘vélocipède‘. Voor details van deze en nog andere hypothesen kun je bij de etymologiebank terecht. Daar blijkt ook dat het woord fiets voor het eerst werd waargenomen in een kostschool in Apeldoorn rond 1870, terwijl de discussie over de herkomst van het woord niet veel later begon. Gisteren maakte de Universiteit Gent bekend dat twee van haar taalonderzoekers eindelijk ontdekt zouden hebben waar het woord ‘fiets’ echt vandaan komt.

Volgens het persbericht van de UGent vernam professor Gunnar de Boel van Duitse vrienden dat appelwijn in sommige delen van Duitsland ‘Viez‘ (uitgesproken als ‘fiets’) wordt genoemd, een verkorte vorm van ‘vice-vinum‘, waarmee ze erzats- of vervang-wijn bedoelen. Zo ontstond de hypothese dat ons woord ‘fiets’ ook ontstaan is uit het Duitse voorvoegsel ‘vice-‘ in de betekenis van erzats-, maar dan in combinatie met paard. Zoals wij ook schertsend spreken van een stalen ros, zouden Duitser destijds ‘vice-Pferd‘ hebben gezegd tegen de fiets: een grappige variant van ‘Veloziped‘.

Terwijl er voor fiets in heel wat Vlaamse dialecten wordt teruggegrepen naar het Franse ‘vélo‘, heet het in het Limburgs ‘fits‘. Heel wat dialecten zijn continu over de landsgrenzen heen en ook in de naburige deelstaat Noordrijn-Westfalen blijken ze nog steeds ‘Fitz‘ of ‘Fietse‘ te zeggen tegen de fiets, hoewel de rest van Duitsland ‘Fahrrad‘ gebruikt. Dit zijn mogelijk hints dat de oorsprong van het woord inderdaad in het oosten ligt. Een goede reden dus voor taalkundigen om in het vervolg extra goed op te letten in de Limburgse les. ;-)

Halverwege het paard-fiets continuüm kom je vreemde dingen tegen.
De nieuwe hypothese over de herkomst van ‘fiets’ lijkt me aannemelijk omdat er nog talrijke andere linken te vinden zijn tussen het paard en de fiets: net als bij een paard, spreken we ook bij een fiets van een zadel. Een voorloper van de fiets werd ook wel ‘hobby horse‘ of ‘dandy horse‘ genoemd: dit Amerikaanse hobby horse lijkt nog het meest op een fiets met een paardenzadel.

Professor Gunnar de Boel werkte zijn hypothese verder uit en publiceerde de vondst samen met professor Luc de Grauwe. Ook op Wikipedia is het onderdeel over de etymologie van ‘fiets’ al aangepast. Mooi, zo kunnen er binnenkort nog veel meer mensen zeggen: wel wel, aha!

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwitterredditpinteresttumblrmail

3 Reacties

  1. Stephan Schleim

    Ik had het me inderdaad al afgevraagd waar het woord “fiets” vandaan komt en kreeg toen van een hoogleraar het vélocipède antwoord. Dat lijkt me nog steeds overtuigender dan het Ersatzpferd. Maar ja, ik been geen taalwetenschapper. Toch ik vind het jammer dat de Nederlanders het woord “rijwiel” niet meer gebruiken, een heel logisch woord, ook al zou “rijwielen” nog logischer zijn (in het bijzonder als mensen het ook over “hersenen” hebben en daarmee alleen hun brein bedoelen).

    Het woord Fitz of Fietse heb ik trouwens in Duitsland nog nooit gehoord of ik kan me in ieder geval niet eraan herinneren; zelfs niet in de drieënhalf jaar die ik in Bonn woonde, dus Nordrhein-Westfalen. Maar wie weet gebruiken ze dat woord in de landelijke regio’s wel nog.

    Echter wil ik hiermee niet zeggen dat ik je post niet leuk vind!

    Reageren
    1. Sylvia Wenmackers (Auteur bericht)

      Dag Stephan, bedankt voor je reactie!

      Sinds ik deze post geschreven heb, heb ik nog kritische reacties gelezen op de nieuwe theorie, waaronder deze van taalkundige Jan Stroop: “Fiets een Duits leenwoord? Ga toch fietsen“. Uit deze bron blijkt ook dat volgens het oorspronkelijke artikel ‘Vits‘ voor fiets enkel nog voor zou komen in de stad Wipperfürth.
      Ook Frans Debrabandere, auteur van deze lezersbrief in de Standaard, verkiest de vélocipède-theorie, maar combineert die met het nieuwe aspect dat de ‘c‘ in het Duits als ‘ts‘ wordt uitgesproken.

      Net als jij ben ik ook geen taalwetenschapper: geen idee hoe het onderscheid gemaakt kan worden tussen ‘goed gevonden’ en ‘echt waar’, maar wel frapant dat de herkomst van zo’n recent en veelgebruikt woord zo moeilijk te achterhalen blijkt te zijn.

      Reageren
  2. Gerrit

    Interessant! Al dikwijls over zitten denken

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

47 − = 37