Argumentatiefouten over kansrekening

Als symbool van wijsheid waakt dit uiltje erover dat ik geen argumentatiefouten maak in dit stukje.Zoals jullie weten werk ik aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar ben ik onderzoeker aan het departement Theoretische Filosofie, dat een aantal onderzoeksdomeinen verzamelt. Zelf behoor ik tot de groep die werkt aan formele epistemologie (kenleer), maar ik doe ook aan wetenschapsfilosofie en logica.

Eén van de grote verschillen in de filosofie ten opzichte van de natuurwetenschappen is dat je veel gemakkelijker van onderzoeksveld kunt veranderen. Dus wie weet ga ik ooit nog wel onderzoek doen naar argumentatietheorie, taalfilosofie, of filosofie van de geest – en daarmee ben ik dan nog vrij conservatief, want ook deze onderwerpen behoren tot het departement Theoretische Filosofie.

Leren is een proces dat steeds efficiënter wordt: als je veel weet over een bepaald onderwerp, geeft je dat in een schijnbaar ongerelateerd domein vaak toch een voorsprong. Menselijke kennis is een complex vlechtwerk, waardoor je in afgelegen gebieden toch steeds vertrouwde patronen tegenkomt. (Zie ook het besluit bij mijn stukje over neutrino’s.) Vandaag doe ik een uitstapje naar het terrein van de argumentatietheorie en ga daarin op zoek naar een houvast, in mijn geval: kansrekening.

Argumentatietheorie is niet enkel nuttig om bijvoorbeeld drogredenen te herkennen, maar levert ook mooie, visuele overzichtjes op. Als je van infografieken houdt, dan is deze poster met logische fouten vast spek voor jouw bek. Als je van volledigheid houdt, dan is deze lijst met retorische en logische (‘retologische’) fouten jouw kopje thee. In de lijst staan er ook argumentatiefouten die gerelateerd zijn aan kansrekening en dat is dan weer mijn dada. Ik heb drie kansgerelateerde fouten bijeengesprokkeld in onderstaande figuur.

Argumentatiefouten die te maken hebben met kansrekening.

Drie argumentatiefouten die te maken hebben met kansrekening. Onderdelen overgenomen van: http://www.informationisbeautiful.net/visualizations/rhetological-fallacies/.

De eerste fout is: “Aannemen dat omdat iets kan gebeuren, het ook onvermijdelijk zal gebeuren.” Het voorbeeld suggereert dat het gaat om iets dat een hoge kans heeft, die echter niet gelijk is 100%. Deze fout lijkt op een principe dat populair is geweest in de filosofie van de kansrekening: het principe van Cournot (dat minstens teruggaat tot het werk van Jakob Bernoulli) zegt dat iets fysisch onmogelijk is als het een zeer kleine kans heeft; omgekeerd geldt dat iets dat een zeer grote kans heeft, in de praktijk ook zal gebeuren. Ik onderschrijf dit principe niet, maar sommige kansfilosofen zien er nog steeds muziek in. Hoewel de eerste argumentatiefout geen gewag maakt van zeer grote kansen, denk ik wel dat meer mensen vatbaar zijn voor deze fout naarmate ze de kans groter inschatten.

De tweede fout is een misvatting van veel gokkers. De uitkomst van herhaalde worpen met een dobbelsteen zijn onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat de kans op, bijvoorbeeld, een zes niet afhangt van de voorgaande uitkomsten. Stel dat er al twintig keer na elkaar geen zes gegooid is. Mensen zijn geneigd te denken dat de kans op een zes bij een volgende worp dan groter is. Dit klopt niet: de kans is en blijft één op zes. De kans dat er in de komende twintig worpen weer geen zes gegooid zal worden is weliswaar klein – zo’n (5/6)^20 = 2,6% -, maar ook dit betekent niet de zes zeker zal komen (zie eerste argumentatiefout).

De laatste fout is: “Een gebeurtenis beschrijven tot in de levendige details, zelfs als het een zeldzame gebeurtenis is, om iemand ervan te overtuigen dat het een probleem is.” Terwijl de eerste fout over gebeurtenissen met grote kansen lijkt te gaan, gaat het hier juist om gebeurtenissen met kleine kansen. Het is bekend dat mensen de kans overschatten op zeldzame gebeurtenissen die kwalijke gevolgen hebben. Hoe erger de mogelijke gevolgen, hoe sterker dit effect. Hoewel dit niet objectief is, is het wel begrijpelijk: het lijkt beter om de mogelijkheid tot een ramp volledig uit te sluiten, dan om de kans erop slechts te verkleinen. Het echte probleem is natuurlijk dat we rampen nooit met volledige zekerheid kunnen voorkomen. We moeten leren leven met onzekerheid zonder altijd van het ergste uit te gaan. Deze fout had dus net zo goed ‘doemdenken’ kunnen heten. (Wist je trouwens dat het woord ‘doemdenken’ voor het eerst gebruikt werd aan de Rijksuniversiteit Groningen?)

Ziezo, daarmee zit mijn eerste blogsgewijze exploratie in de argumentatietheorie erop. Voorlopig hou ik het beroepshalve bij onderzoek over (kleine) kansen, maar wie weet wat de toekomst brengt?

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwitterredditpinteresttumblrmail

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

34 − = 30