Baby en de nerd (2): Vershoudzakje voor baby’s

De stelling van vandaag is:

Levendbarende zoogdieren zijn ontstaan uit reptielen doordat er een ei is blijven zitten.

Zoals ik vorige keer al schreef, meen ik dat ooit eens gehoord te hebben, al weet ik niet meer waar. Hoog tijd om de status van deze hypothese uit te zoeken. En omdat zwangerschap een fascinerend onderwerp blijft, krijg je vandaag weer vier stukjes voor de prijs van één.

(1) Allemaal lamzakken

Tijdens de zwangerschap zit het ongeboren kind in het vruchtvlies in de buik van de moeder.“Na de geboorte zal de gynaecoloog aan de moeder vragen of ze de zak wil zien waar haar baby negen maanden in heeft gezeten,” zei de vroedvrouw. Ze toonde een foto van een vers, bebloed vruchtvlies in de handen van een gynaecoloog. “In het echt is het altijd mooier,” vertrouwde ze ons toe.

Soms blijf je na de prenatale les toch wat op je wetenschappelijke honger zitten en dan moet je dus zelf op zoek naar meer informatie. De wetenschappelijke naam van het vruchtvlies is amnion, dat “lamzak” betekent. Het betreft hier trouwens geen unieke eigenschap van mensen en schapen, want bij alle zoogdiersoorten zit er zo’n beschermend membraan rond het geheel van de zich ontwikkelende vrucht en het vruchtwater. Doet deze structuur je ook denken aan het vliesje in een kippenei? Terecht dan, want ook vogels en zelfs reptielen hebben een amnion. Het vruchtvlies is relatief vroeg in de evolutie ontstaan (vóór de gemeenschappelijke voorouders van vogels, reptielen en zoogdieren van elkaar zijn afgesplitst), waardoor ook vandaag nog de jongen van al deze soorten “uit een zakje” ter wereld komen. De verzamelnaam voor alle diersoorten waarbij er een amnion voorkomt rond het jong in het ei of in de baarmoeder luidt ‘Amniota’.

Als mensen net als vogels waren...

Als mensen net als vogels waren… (Bron afbeelding.)

(2) Woord van de dag: eierlevendbarendheid

Het amnion blijkt een goed aanknopingspunt te zijn om uit te zoeken hoe het zit met de stelling van vandaag. De eerste gewervelde dieren waren voor hun voortplanting afhankelijk van water, net zoals de hedendaagse amfibieën dat nog steeds zijn. In de loop van de evolutie ontstonden Amniota, die eieren legden waarin het embryo niet uitdroogde (waterhoudend vlies) of verstikte (met poriën voor gasuitwisseling), maar wel beschermd was van de omgeving (ondoordringbaar voor ziektekiemen en met een harde schaal).

We hebben dus al twee puzzelstukken gevonden: ten eerste zijn er dieren ontstaan die eieren leggen met een vlies erin om de embryo’s in een waterige omgeving te houden; ten tweede heeft dit vlies een soortgelijke functie en structuur als het vruchtvlies bij mensen en andere zoogdieren. Een volgend stuk in de puzzel is de vaststelling dat er diersoorten zijn die eieren produceren, maar die deze eieren in hun lichaam bewaren, waardoor het lijkt of ze levendbarend zijn: ze zijn ‘eierlevendbarend‘. Als we deze stukjes informatie samenvoegen, lijkt het dus plausibel dat de huidige zoogdieren afstammen van een reptielensoort die eierlevendbarend was. Deze mogelijkheid wordt ook naar voren geschoven op “Ask a biologist“, waar bovendien wordt opgemerkt dat de evolutie van eierleggend naar levendbarend meermaals is opgetreden in het dierenrijk.

(3) Van vochtinbrengende crème tot borstvoeding

Mensen leggen geen eieren, maar sommige zoogdieren doen dat wél.Op de lagere school leerden we een aantal typerende eigenschappen van zoogdieren: ze zijn levendbarend, ze zogen hun jongen en ze hebben een vacht. Hoewel er voor elk van deze eigenschappen wel een zoogdierensoort bestaat die er een uitzondering op vormt, komt de combinatie van eigenschappen toch zeer veel voor. Ik heb nooit ingezien waarom deze eigenschappen samen voorkomen. De mogelijke voor- of nadelen van zogen, lijken mij onafhankelijk te zijn van de vraag of het jong al dan niet eerst in een ei zit. En wat heeft het hebben van veren, schubben, of haren ermee te maken?

In mijn zoektocht naar de oorsprong van het verhaal van het ei dat was blijven zitten, vond ik hier een interessante hypothese over. Hoewel het ontstaan van het amnion ervoor zorgde dat amniota hun eieren niet in water hoefden te leggen, moesten deze wel vochtig gehouden worden. Dit vocht werd afgescheiden uit klieren in de huid van het moederdier, vastgehouden in haar vacht en zo op de eieren uitgewreven. Melkproductie zou dus aanvankelijk geen voeding voor de jongen zijn geweest, maar eerder een dagcrème voor de eieren…

Deze hypothese lijkt de drie typische zoogdier-eigenschappen netjes met elkaar te verbinden, maar schijn bedriegt. De hypothese werd namelijk uitgewerkt voor zoogdieren die eieren leggen (cloakadieren of snaveldieren) en waarbij de melkklieren inderdaad in behaarde huid zitten. Men neemt echter aan dat deze zoogdieren eerder van de reptielen zijn afgetakt dan de levendbarende zoogdieren. Onder deze aanname stammen levendbarende zoogdieren niet af van de eierleggende zoogdieren en blijft de link tussen baarmoeder, moedermelk en vacht een mysterie.

Als je het niet ziet zitten om tot vlak voor de bevalling hard te moeten schrobben, dan moet je hierover misschien een contract aangaan met je partner.(4) Leuk contractje

De helft van de zoogdieren zijn mannen. Om dit deel van de populatie toch ook niet te vergeten, tot slot nog een link, die overigens niet helemaal past in de categorie “wetenschap”, maar wél bij “baby en de nerd”: dit is het contract dat Kurt Vonnegut in 1947 afsloot met zijn zwangere vrouw, waarin precies wordt vastgesteld op welke manieren hij haar tijdens deze periode zal bijstaan in het huishouden. Schattig dat ze ook gestipuleerd hebben dat zij niet zal zagen en hij niet zal vloeken tijdens deze werkjes. :-)

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinteresttumblrmail

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

64 − = 63