Muzikale opvoeding

Raymond van het Groenewoud.Sinds mijn zoontje geboren is, heb ik al meer gezongen dan in het hele jaar daarvoor. Hij wordt daar rustig van. Eindelijk iemand die mijn muzikaliteit naar waarde schat! :-) (Hopelijk heb ik zijn muzikaal gevoel nog niet te erg verbrod.)

In het begin hield ik het bij het neuriën van kinderliedjes, maar we experimenteren ook met andere soorten muziek. Vóór zijn geboorte ging hij enthousiast trappelen bij het horen van oude klassiekers van Raymond van het Groenewoud. Daar kwamen we achter toen de studenten die onder ons wonen ’s avonds hun muziek wat harder hadden gezet. We waren dus benieuwd hoe hij nu, ná zijn geboorte, op “Meisjes” zou reageren. Ik kan u melden: het was een succes. Hij stopte ogenblikkelijk met huilen. Mijn gok is dat hij vooral het ritme apprecieert. Dus nu zing ik ook liedjes van Raymond om de baby te troosten: “Meisjes“, “Liefde voor muziek“, “Cha cha cha” en als hij al rustig is soms ook “Twee meisjes op het strand” (maar dat laatste nooit vlak voor het slapengaan, want daarvoor heeft dat liedje een te duistere onderstroom).

Tussendoor zing ik ook Engelstalige liedjes, zoals “Puff, the magic dragon“, maar aangezien we overdag meestal de radio op hebben staan, hoort hij al meer dan genoeg Engels. Dus als iemand nog een goede tip heeft voor een vrolijk Nederlandstalig nummer met een leuk ritme, dan hoor ik het graag!

Verder probeer ik mijn repertoire aan traditionele wiegeliedjes uit te breiden. Maar, hoe vreemd zijn toch die oude kinderliedjes!* Waarom leren we die nog steeds aan kinderen? Misschien zijn de melodieën bijzonder eenvoudig en daarom zeer waardevol, maar daar toch een hedendaagse tekst op gemaakt worden? Wat doen die leerkrachten op al die pedagogische studiedagen?!

“Ozewiezewoze, wiezewalla kristalla.”

  • Waar slaat het op?

“Boer, wat zeg je van mijn kippen?”

  • Het is een boer, die heeft vast ook kippen op zijn erf, dus wat verwacht je dat hij zegt?!

“Marijke, Marijke, wat je kost er je groene thee?”

  • Dan antwoordt dat wicht (“Ik heb er van zes, van acht, van tien, van twaalf kan ik je laten zien.”), maar dan wordt opnieuw gevraagd: “Marijke, Marijke, wat je kost er je groene thee?” Dat is toch niet beleefd?! Oké, ze had er misschien de munteenheid bij moeten vermelden, maar vraag dat dan, idioot.

“Daar was laatst een meisje loos” en “Het loze vissertje”.

  • Tja, het lijkt me duidelijk dat er iets aan de hand is tussen die twee.

“Mieke, hou je vast aan de takken van de bomen. Mieke, hou je vast aan de takken van de mast.”

  • Eerst hangt Mieke in een boom, dan is ze plots op een schip. Of groeit er een boom op dat schip? Of vaart het schip door een kanaal en hangt Mieke in een boom naast het kanaal? En wat hangt Mieke daar te doen? Is zij net als dat andere meisje loos? Wazige situatie. Ik stel voor om in het vervolg eerst meer zicht te krijgen op een situatie en er dan pas een liedje over te schrijven.

*: Tijdens het schrijven van dit stukje moest ik zowel aan Toon Hermans denken (zijn klacht over sinterklaasliedjes) als aan Annie M. G. Schmidt (haar stuk over de sprookjes van Grimm).

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinteresttumblrmail

3 Reacties

  1. PJ Swinkels

    Je inspireerde me (mede) tot deze tekst, ik hoop dat je er van kunt genieten:

    http://www.123website.be/De-Winkel-van-Swinkels/132827681

    Reageren
  2. Pingback: Jaaroverzicht 2012 » Sylvia's blog

  3. Pingback: Tiktak » Sylvia's blog

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

− 1 = 1