«

»

feb 05

De andere tijger

Verzameling korte sciencefictionverhalen Arthur C. Clarke.Arthur C. Clarke schreef sciencefiction. Natuurlijk ken je zijn boek “2001: A Space Odyssey” (uit 1968), of toch minstens de gelijknamige film van regisseur Stanley Kubrick (uit hetzelfde jaar). Net als veel andere auteurs uit het Gouden Tijdperk van de sciencefiction schreef Clarke vooral korte verhalen voor magazines. “2001: A Space Odyssey” is trouwens geïnspireerd op een ouder kort verhaal van hem uit 1948, “The sentinel” (“De wachtpost”).

Vandaag wil ik je een ander kort verhaal van Arthur C. Clarke laten lezen. Aanvankelijk gaf Clarke zijn verhaal de titel “Refutation” (“Tegenbewijs”), maar de redacteur van Fantastic Universe, Sam Merwin, stelde “The other tiger” voor. Dat is een verwijzing naar “The lady or the tiger” van Frank R. Stockton uit 1882 (lees het hier). “The other tiger” verscheen voor het eerst in 1953, maar het werd herdrukt in enkele boeken, waaronder “The collected stories of Arthur C. Clarke“. Die verzamelbundel staat bij ons op de plank, maar je kunt het boek ook online lezen.

Hieronder heb ik “The other tiger” vertaald. Geniet ervan!

De andere tijger
(Origineel van Arthur C. Clarke)

“Het is een interessante theorie,” zei Arnold, “maar ik zie niet in hoe je die ooit kunt bewijzen.” Ze waren bij het steilste stuk van de helling aangekomen en voor het moment was Webb te zwaar buiten adem om te antwoorden.

“Dat probeer ik ook niet,” zei hij, toen hij zijn tweede adem gevonden had. “Ik verken alleen maar de consequenties ervan.”

“Zoals?”

“Wel, laten we perfect logisch zijn en zien waar het ons brengt. Onthoud dat onze enige aanname is dat het universum oneindig is.”

“Oké. Persoonlijk zie ik niet wat het anders kan zijn.”

“Zeer goed. Dat betekent dat er oneindig veel sterren en planeten zijn. Dus moet, volgens de wetten van de kans, elke mogelijke gebeurtenis niet slechts één keer maar oneindig vaak optreden. Correct?”

“Ik neem aan van wel.”

“Dan moeten er oneindig veel werelden zijn net zoals de Aarde, elk met een Arnold en een Webb erop, die deze heuvel opwandelen zoals wij dat doen en die dezelfde woorden zeggen.”

“Dat is best moeilijk te aanvaarden.”

“Ik weet dat het een onthutsende gedachte is – maar dat is oneindigheid óók. Maar hetgene dat me fascineert, is de gedachte aan al die andere Aardes die niet exact hetzelfde zijn als deze. De Aardes waar Hitler de Oorlog gewonnen heeft en er swastikavlaggen boven Buckingham Palace wapperen; de Aardes waar Columbus nooit Amerika heeft ontdekt; de Aardes waar het Romeinse Rijk tot op de dag van vandaag voortleeft. De Aardes, in feite, waar alle grote wat-als-vragen van de geschiedenis een ander antwoord hebben gekregen.”

“Het gaat terug tot helemaal in het begin, neem ik aan, naar die waar de aapmens die de papa van iedereen zou zijn, zijn nek heeft gebroken vóór hij kinderen kon verwekken?”

“Dat is het idee. Maar laten we het houden bij de werelden die we kennen – werelden waarin wij er zijn en we deze heuvel beklimmen op deze lentenamiddag. Denk aan al onze evenbeelden op die miljoenen andere planeten. Sommige zijn exact hetzelfde, maar elke mogelijke variatie die niet in strijd is met de wetten van de logica moet ook bestaan.
We kunnen – we moeten – elke denkbare soort kleren dragen – en helemaal geen kleren. De Zon schijnt hier, maar op ontelbare miljarden van die andere Aardes schijnt ze niet. Op vele is het winter of zomer hier in plaats van lente. Maar laten we ook meer fundamentele veranderingen in beschouwing nemen.
We zijn van plan om de heuvel hier op te wandelen en af te dalen aan de andere kant. Maar denk eens aan alle dingen die mogelijk met ons zouden kunnen gebeuren tijdens de volgende minuten. Hoe onwaarschijnlijk ze ook mogen zijn, zolang ze mogelijk zijn, moeten ze ergens wel gebeuren.”

“Ach zo,” zei Arnold langzaam, terwijl hij het idee met duidelijke tegenzin liet doordringen. Een uitdrukking van licht ongemak verscheen op zijn gelaat. “Dan zal jij ergens, veronderstel ik, doodvallen met een hartaanval nadat je je volgende stap hebt gezet.”

“Niet in deze wereld.” Webb lachtte. “Ik heb het tegendeel al bewezen. Misschien ga jij de ongelukkige zijn.”

“Of misschien,” zei Arnold, “krijg ik genoeg van de hele conversatie, trek ik een revolver en schiet ik je neer.”

“Best mogelijk,” gaf Webb toe, “al ben ik vrij zeker dat jij, op deze Aarde, er geen hebt. Vergeet echter niet, dat ik in miljoenen van die alternatieve werelden mijn revolver sneller trek dan jij.”

Het pad kronkelde nu naar boven over een beboste helling, de bomen stonden er rijen dik aan beide kanten. De lucht was vers en zoet. Het was erg stil, alsof al de energie van de Natuur geconcentreerd was, met stille intentie, op het wederopbouwen van de wereld na het verval van de winter.

“Ik vraag me af,” ging Webb verder, “hoe onwaarschijnlijk iets kan worden voor het onmogelijk wordt. We hebben enkele onwaarschijnlijke gebeurtenissen opgenoemd, maar die zijn niet geheel ondenkbeeldig. Hier zijn we op een Engelse landweg, wandelend langs een pad dat we perfect kennen.
Maar in één van de werelden zullen die – hoe zal ik ze noemen? – tweelingsbroers van ons de hoek omslaan en daar wat dan ook tegenkomen, absoluut eender wat de verbeelding kan bedenken. Want zoals ik aan het begin zei, als de kosmos oneindig is, dan moeten alle mogelijkheden zich voordoen.”

“Dus het is mogelijk,” zei Arnold, met een lach die niet zo flauwtjes was als hij had bedoeld, “dat we een tijger zouden tegenkomen of iets even onaangenaams.”

“Natuurlijk,” antwoordde Webb opgewekt, die op stoom begon te komen. “Als het mogelijk is, dan moet het iemand overkomen, ergens in dit universum. Dus waarom wij niet?”

Arnold snoof afkeurend. “Dit wordt stilaan nutteloos,” protesteerde hij. “Laten we het over iets zinnigs hebben. Als we geen tijger tegenkomen achter deze hoek dan beschouw ik jouw theorie als weerlegd en veranderen we van onderwerp.”

“Doe niet zo dwaas,” zei Webb vrolijk. “Dat zou niets weerleggen. Er is geen manier waarop je kunt…”

Dat waren de laatste woorden die hij ooit uitsprak. Op een oneindig aantal Aardes ontmoetten een oneindig aantal Webbs en Arnolds tijgers – vriendelijk, vijandig, of onverschillig. Maar dit was geen van die Aardes – het lag veel dichter bij het punt waar onwaarschijnlijkheid neigt naar het onmogelijke.

Maar natuurlijk was het niet geheel ondenkbaar dat tijdens de nacht de van regen doordrenkte helling verzakt was en zo een onheilspellende kloof had blootgelegd die naar een onderaardse wereld leidde. Wat betreft datgene wat moeizaam de kloof opgeklommen was, aangetrokken door het onbekende daglicht – wel, het was echt niet onwaarschijnlijker dan de reuzeninktvis, de boa constrictor, of de woeste hagedissen van het Jura-oerwoud. Het had de wetten van de dierkundige kansrekening gerekt maar niet tot het breekpunt.

Webb had de waarheid gesproken. In een oneindige kosmos moet alles ergens gebeuren – hun eigen uitzonderlijke ongeluk inclusief. Want het had honger – veel honger – en een tijger of een mens zou een klein maar aanvaardbaar brokje zijn geweest voor eender welk van zijn half dozijn gapende muilen.

Wat vinden jullie van het verhaal? Had je het al eerder gelezen, of was het nieuw voor jou?

Aangezien het verhaal prima aansluit bij thema’s waar ik onderzoek naar doe, zou ik er heel graag een bespreking van geven, maar dat zal voor een volgende keer zijn.

5 comments

2 pings

Naar het reactie formulier

  1. PJ Swinkels

    Ik had het verhaal al ooit gelezen, maar weet eigenlijk niet zo goed wat ik er van moet vinden. Zal er eens over nadenken. De wond is nu zo ongeveer genezen (pijn is inmiddels minimaal) dus ik kan me weer concentreren en me op andere dingen richten. Het verhaal waar je naar verwijst, The Lady, or the Tiger, ken ik nog niet (al heb ik er wel ooit van gehoord, ik weet niet meer in welk verband). Dat zal ik ook eerst eens moeten lezen.

    Simon

    1. Sylvia Wenmackers

      Hé Simon, heel fijn dat je weer terug bent in blogland! :-) (En natuurlijk ook dat het beter met je gaat in de wereld daarbuiten.)
      Ik had trouwens je operatieverslag al gelezen en had ook een reactie willen plaatsen. Daarvoor had ik destijds een Blogger-profiel aangemaakt, maar intussen weet ik de login-gegevens niet meer. Sorry! Is er geen mogelijkheid om ook reacties met naam + e-mailadres toe te laten, of krijg je dan te veel spam?

      1. PJ Swinkels

        Geen idee. Zal dat eens nakijken. Ik ben gewoon met dat blog begonnen, zonder voorbereiding, mijn ervaring is dat je de meeste van dit soort dingen al doende leert. Maar dit probleem ben ik nog niet tegengekomen. Ik zet mijn artikelen en reviews ook op facebook, en daar komen de meeste reacties.

  2. PJ Swinkels

    Ik ken het verhaal The Lady and the Tiger toch, maar in de vorm van een van de logische raadsels van Smullyan, waarbij aan de twee deuren verschillende uitspraken worden verbonden. Ik vind het ‘naakte’ verhaal eigenlijk leuker dan het raadsel.

    1. Sylvia Wenmackers

      Ik zie die logische raadsels als geïnspireerd op het verhaal, maar niet als de oplossing ervan. (Ik bedoel: als je de logische raadsels oplost, weet je nog niet wat er met die man is gebeurd in het oorspronkelijke verhaal.)

  1. Aankondiging lezing (en blogbericht) » Sylvia's blog

    […] vorig jaar al geschreven, maar om dit goed te kunnen vertellen, moest ik eerst iets over “The other tiger” schrijven – of dat heb ik mezelf toen toch wijsgemaakt. Maar om dat goed te kunnen […]

  2. Universalisme » Sylvia's blog

    […] voor sciencefiction en met name Clarkes verhaal van “The other tiger” (de mogelijkheid van nagenoeg identieke kopieën van mensen op andere planeten in een […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


zeven − 3 =

Je mag deze HTML-tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>