«

»

jul 03

Twee postdocs en een peuter

Wij gaan extra vrolijk de zomer in, want mijn liefste en ik krijgen ook de komende jaren nog betaald voor wat we het liefste doen: onderzoek! :-)

Vlaggetjes.

ZAP!De meeste postdocs willen maar één ding: postdoc blijven, of – als het even kan – een ZAP-positie bemachtigen. In het Vlaamse Academees spreekt men namelijk van het “zelfstandig academisch personeel”; het ZAP is dus het proffenkorps. Postdocs hebben een tijdelijk contract van één, twee of drie jaar. Zodra je een nieuwe baan hebt, begint de teller meteen vervaarlijk weg te tikken. Stilstaan is geen optie: hup, begin al maar opnieuw te solliciteren.

In januari had ik het op mijn blog drie keer over het onzekere bestaan van postdocs:

  • Op 23/01 vermeldde ik in mijn jaarverslag dat ik in 2013 voor het eerst luidop had durven zeggen dat ik professor wil worden, dat ik in deze richting gesolliciteerd had en dat de uitslag nog niet bekend was.
  • Op 30/01 zat het me blijkbaar hoog, want toen schreef ik een heuse klaagzang. (De aanleiding hiervoor licht ik onderaan verder toe, na de vouw.)
  • Op 31/01 droeg ik een liedje op aan mijn collega’s die solliciteerden bij het FWO. De inspiratie voor dit bericht haalde ik dicht bij huis, want ook Danny diende een aanvraag in voor een driejarig postdoc-project.

Het mag duidelijk zijn: met twee postdocs in een gezin weegt de onzekerheid dubbel. En met een peuter erbij deelt er nog iemand in de klappen als onze carrière van de rails loopt.

De tijd loopt.Mijn huidige postdocbeurs loopt nog tot begin 2016, maar diverse mensen hadden me aangeraden om al te beginnen solliciteren voor een tenure-track-positie. Dat is een aanstelling aan de universiteit van vier à zes jaar, waarna je bij een positieve evaluatie vast wordt aangesteld. Eind vorig jaar heb ik dus gesolliciteerd voor dergelijke posities aan de KU Leuven, in Salzburg en in New York. De sollicitatieprocedures zijn niet helemaal hetzelfde, maar allemaal verlopen ze in verschillende rondes. Je bent er dus een paar maand zoet mee: CV aanvullen, een proefles houden, een korte onderzoekspresentatie geven, interviews voorbereiden. Ik wil er niet bij nadenken hoeveel tijd postdocs collectief besteden aan solliciteren. Efficiënt kan het niet zijn, want in die tijd hadden ze ook onderzoek kunnen doen. En de slapeloze nachten dragen ook niet bepaald bij aan de productiviteit.

Voor Danny kwam het einde van zijn contract wel al in zicht. Hij diende een projectvoorstel in bij het FWO waarmee hij een driejarig mandaat als postdoc wilde behalen. Hij had geen andere sollicitaties lopen, dus voor hem was deze aanvraag alles of niets. (Dat zou ik zelf niet gedurfd hebben, al is er ook iets voor te zeggen om al je energie op één aanvraag te richten en dat projectvoorstel zo goed mogelijk uit te bouwen.)

Begin februari zaten we hier dus met twee nagelbijtende postdocs en één nietsvermoedende peuter.

Voor mij werd de spanning nog wat extra opgedreven, want op 11 februari zou ik ‘s avonds de uitslag horen van mijn sollicitatie bij de KU Leuven, maar diezelfde ochtend had ik nog een interview voor Salzburg. (Als het een fictief verhaal was geweest, had ik dit het meest ongeloofwaardige deel gevonden.) Bovendien besliste de commissie in Salzburg zeer snel, zodat ik ‘s avonds ineens twee aanbiedingen op zak had. Ik koos voor de positie in Leuven, waar ik in oktober zal beginnen als “onderzoeksprofessor”. Wat een opluchting!

En ik deed een vreugdedansje met de peuter, die niet goed wist wat hem overkwam. :-)

Toch voelde het niet echt juist aan om het goede nieuws al aan de grote klok te hangen, zo lang er voor Danny nog geen zekerheid was. Het FWO zou de uitslag vorige week woensdag om 15u bekend maken. De website bezweek echter onder het grote aantal bezoekers. De spanning werd dus extra opgedreven, maar rond half vijf werden de namenlijsten dan toch online geplaatst. En ja, Danny mag in oktober aan zijn nieuwe postdoc-project beginnen (opnieuw aan de UGent). Alweer zo’n pak van ons hart!

Nu mogen de vlaggetjes eindelijk ophangen. Eronder zitten twee tevreden postdocs en een peuter die met de blokken speelt.

Vlaggetjes.

Eindelijk mogen de vlaggetjes vrolijk wapperen.

Postdoc: prachtbaan en toch piekeren

Het idee voor die klaagzang op 30/01 was trouwens ontstaan terwijl ik naar een interview met Vlaams Innovatieminister Lieten keek (nota bene ‘s avonds laat tijdens de afwas). Hierin benadrukte zij dat meer onderzoekers na het behalen van hun doctoraat moeten uitstromen naar functies buiten de universiteit. Dat betwist ik niet, maar desondanks zullen er ook altijd mensen nodig blijven die wel een academische carrière opbouwen, om anderen op te leiden en om aan fundamenteel onderzoek te doen. Mede vanwege de jarenlange werkonzekerheid is dit allesbehalve een evidente keuze. Zeker als je kinderen hebt, is de onzekerheid extra belastend. Is het echt nodig om de mensen die dit risico niet willen of kunnen nemen eruit te filteren? Dit heeft niets met de vereiste kwalificaties te maken. Bovendien is dit volgens mij één van de subtiele mechanismen die diversiteit tegenwerken.

Ik schreef in reactie een brief aan Minister Lieten, maar liet het kladje ongebruikt. Toen ik de kladbrief in januari terugvond, besloot ik die om te werken tot een blogbericht. Daarna stuurde ik de link naar dit bericht alsnog per e-mail naar het kabinet van Minister Lieten. Het onderwerp was: “Postdoc: prachtbaan en toch piekeren“. Mijn tekst werd gelezen en ik kreeg een antwoord, maar daarin werd helaas niet echt ingegaan op mogelijke verbeteringen voor postdocs die wel een academische loopbaan beogen. Enkel het instellen van het tenure-track-systeem (dat in Vlaanderen blijkbaar in 2008 is ingevoerd) werd erin vermeld. Daar ben ik uiteraard erg dankbaar voor. Al hoop ik voor toekomstige postdocs dat de periode van onzekerheid nog verder ingekort kan worden.

4 comments

1 ping

Naar het reactie formulier

  1. Lilith

    Wauw! Aan allebei een dikke proficiat hé! Dus als ik het goed begrijp, kan de positie die jij nu hebt later een vaste baan worden?
    Mijn vriend heeft overigens ook ‘n FWO-beurs gekregen (maar dan wel voor een doctoraat). Ik heb toch maar geen ingediend en ik geloof dat het de juiste keuze was. In elk geval kan ik ons toekomstig gezinnetje dan goed ondersteunen met een schrijversloon… ;-)

    1. Sylvia Wenmackers

      Ja, over vijf jaar volgt er een eindevaluatie en als die gunstig is, krijg ik tenure, dus een vast contract. Bovendien heb ik tot die tijd een zeer beperkte lesopdracht (slechts één vak per semester) zodat ik me nog helemaal kan uitleven in mijn onderzoek. Ik ben er echt heel blij mee.
      Proficiat ook aan je vriend! En qua risicospreiding is het alleszins goed bekeken om niet allebei voor dezelfde sector te kiezen. Ik ben er vast van overtuigd dat je voor jezelf ook een goede oplossing gaat vinden, waarbij je kunt schrijven en leven.

  2. PJ Swinkels

    Een welgemeende proficiat voor jullie beiden. Nu die peuter nog en dan is de hele familie universitair onder dak. Tja, met brieven aan een ministerie heb ik ook ervaring. Het proces verliep ongeveer gelijk en ook het resultaat was overeenkomstig. Een keer of drie had ik de opgestelde brief verscheurd, maar uiteindelijk besloot ik het toch maar op te wagen. Ruim twee maanden kreeg ik plots antwoord (ik was mijn eigen brief alweer bijna vergeten), maar daarin werd op van alles en nog wat ingegaan, behalve op datgene wat ik had aangekaart. Vreemd is dat: men geeft antwoord, maar gaat voorbij aan de vragen die zijn gesteld.

    1. Sylvia Wenmackers

      Ons kleintje wil misschien liever boer worden; we zien wel. We zijn nu gewoon blij dat we nog een inkomen gaan hebben en dus ook voor hem kunnen zorgen, terwijl we werk kunnen doen dat wij als zinvol ervaren.

      Voor alle duidelijkheid: het antwoord dat ik gekregen heb was vrij lang (meer dan 800 woorden). Ook de responstijd was zeer netjes: er is vrijwel meteen een ontvangstbevestiging gekomen en het echte antwoord was er na tien dagen. Uit dit antwoord bleek bovendien dat mijn bericht effectief gelezen was. En toch. Je voelt op één of andere manier dat het door een machine is gegaan.
      In mijn bericht (1) kaartte ik de huidige situatie van postdocs aan (met verwijzing naar het blogbericht van 30/01, dus vanuit mijn eigen situatie) en (2) stelde ik een vraag, met name: of het kabinet over cijfers beschikt voor Vlaanderen of vrouwelijke postdocs die moeder zijn oververtegenwoordigd zijn in ‘contingente’ posities aan de universiteit – dus buiten het tenure-track.
      Als reactie op (1) kreeg ik veel goed nieuws over enigszins verwante zaken, dingen die al gebeurd zijn, maar het is me niet helemaal duidelijk hoe dit de huidige situatie verandert. Ik kreeg bijvoorbeeld een toelichting waarom gedoctoreerden vooral moeten uitstromen en welke gesubsidieerde begeleiding daarvoor voorzien wordt, maar dat pleidooi had ik al gehoord in het interview en daar ben ik ook niet tegen, maar het verandert ook niets aan de situatie van de blijvers en juist daar had ik het over. Dit deel is dus heel gelijklopend met jouw ervaring!
      Het antwoord op mijn vraag (2) was: “Jammer genoeg beschikken we niet over de cijfers waar u naar vraagt.” Dat is prima wat mij betreft, maar deze zin zat ingebed in meerdere paragrafen over genderbeleid met cijfers erbij.
      Ik hoop maar dat het meeste van de tekst knip- en plakwerk was uit bestaande PR-teksten. Maar zelfs dan is het duidelijk dat er mankracht is gekopen in het opstellen van dit bericht. Daarom denk ik niet dat ik nog brieven aan ministriële kabinetten ga sturen – het is gewoon te duur.

  1. Togaselfie » Sylvia's blog

    […] oktober ben ik onderzoeksprofessor in Leuven, maar ik ben geen hoogleraar. Het was me dus niet duidelijk of ik dan wel of niet een toga mocht […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


4 × = zestien

Je mag deze HTML-tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>