Vragen staat vrij!

ikhebeenvraag.be

Ik heb een nieuwe hobby: vragen van volslagen onbekenden beantwoorden! :-)

In Nederland was er de Nationale Wetenschapsagenda, waarbij iedereen vragen mocht indienen en op basis waarvan de komende jaren dan onderzoek gedaan zou worden. Sommige wetenschappers merkten op dat veel van de ingediende vragen al lang beantwoord zijn en wiskundige K.P. Hart ging ermee aan de slag: door de antwoorden op wiskundevragen online te plaatsen; hij schreef er ook een lezenswaardige nabeschouwing over.

In Vlaanderen hebben we (gelukkig?) geen Nationale Wetenschapsagenda, maar wél de website “Ik heb een vraag“. Daar kan iedereen permanent vragen indienen, waarop wetenschappers van Vlaamse kennisinstellingen dan een antwoord kunnen geven. Heb je zelf een vraag en wil je antwoord van een wetenschapper? Zoek dan eens in de database. Als je geen relevante resultaten vindt, dien dan een nieuwe vraag in.

Eindelijk heb ik me geregistreerd als wetenschapper en tot nu beantwoordde ik er vijf vragen:

De twee vragen die ik zelf het leukste vond plaats ik hieronder samen met mijn antwoord.

~

Stefaan vroeg:

Bestaat het heden? Het verleden bestaat niet meer. De toekomst bestaat nog niet. Het heden is het snijpunt tussen verleden en toekomst. Bestaat het heden dan ook niet? M.a.w. bestaat er niets?

Beste Stefaan,

Wat een mooie vraag. Vorig semester doceerde ik een vak over “Filosofie van de tijd”. Daarin kwamen er een aantal mogelijke antwoorden op uw vraag aan bod. Ik zet de vier belangrijkste visies hier kort op een rij, van meer naar minder intuïtief:

  1. Enkel het heden bestaat, verleden en toekomst zijn een illusie. Deze positie wordt presentisme genoemd. (Hierbij wordt ervan uitgaan dat het heden niet overlapt met verleden en toekomst, dus niet het ‘snijpunt’ is zoals u zegt. Wiskundig zouden we dit kunnen doen door verleden en toekomst voor te stellen door open verzamelingen.) Deze visie komt goed overeen met onze ervaring: we kunnen het verleden en de toekomst immers niet zien, voelen of aanwijzen.
  2. Het heden en het verleden bestaan, maar de toekomst niet. Dit wordt possibilisme genoemd en sluit aan bij het intuïtieve idee dat het verleden vast ligt, maar de toekomst nog niet. Deze visie wordt soms ook een groeiend blokuniversum genoemd, maar wat een blokuniversum is kan ik beter uitleggen bij de volgende stap.
  3. Zowel verleden, heden als toekomst bestaan en zijn even echt. Dit wordt eternalisme genoemd en deze visie heeft aan belang gewonnen na de ontwikkeling van de speciale relativiteitstheorie door Einstein. Uit Einsteins theorie blijkt namelijk dat gelijktijdigheid relatief is (afhangt van de bewegingstoestand van de waarnemer): er is dus geen universeel ‘nu’ en dit zet het idee dat enkel het heden echt is (presentisme) onder druk. We kunnen ruimte en tijd samen voorstellen als een vierdimensionaal geheel. Dit wordt soms ook het blokuniversum genoemd. De speciale relativiteitstheorie is een deterministische theorie: de toekomst staat dus vast, maar kennen we enkel nog niet. (In hoeverre dit compatibel is met een andere fundamentele natuurkundige theorie, namelijk de kwantummechanica, is niet helemaal duidelijk, vandaar dat de huidige stand van de wetenschap niet volstaat om opties 1 en 2 uit te sluiten.)
  4. Tijd is een illusie (o.a. de visie van Parmenides en Zeno): er bestaat wel iets, maar datgene dat bestaat is zelf tijdloos. Tijd is dus een illusie en ook de opdeling verleden/heden/toekomst, maar daarom bestaat er nog niet niets. Ook hierbij zijn er wetenschappelijke theorieën die er goed bij passen: in kwantumgravitatie-theorie zijn er bijvoorbeeld modellen waarin tijd een emergent verschijnsel is. Dat wil zeggen dat tijd zelf zou kunnen ontstaan uit een tijdloze theorie!

Verder wou ik nog opmerken dat het realisme-debat in de wetenschapsfilosofie vooral gaat over de vraag welke objecten echt bestaan. (Enkele voorbeelden: Bestaat een tafel? Een planeet? Een elektron? En hoe weten we dat?) De vraag die u stelt, “Bestaat het heden?”, is van een andere aard en toch leidt uw gedachtegang tot de suggestie dat er niets zou bestaan (dus ook geen objecten). Binnen filosofie van de tijd wordt dit vraagstuk op een andere manier bekeken:

  • Enerzijds is er de vraag of tijd al dan niet echt bestaat. Als tijd een illusie is (optie 4 hierboven), volgt daar nog niet uit dat er niets bestaat. Wel rijst bijvoorbeeld de vraag hoe het komt dat we die illusie hebben.
  • Anderzijds is er de vraag hoe objecten doorheen de tijd blijven bestaan. Ook daarop zijn er verschillende antwoorden te geven, maar dat zou me hier te ver leiden.

Vriendelijke groeten,
Sylvia Wenmackers

~

Jonathan vroeg:

Mag je nog geloven in de Germaanse goden (Asen)? Ik ben heel erg geïnteresseerd in de oude Germaanse mythologie, vooral de Asen. Maar ik begin wat te geloven in hen. Maar mag of kan dat nog?

Beste Jonathan,

Je vraag spreekt me aan omdat ik de ervaring meen te herkennen: vroeger was ik erg geïnteresseerd in de mythologie van het Oude Egypte. Door er veel over te lezen kwamen de goden als het ware tot leven in mijn verbeelding.

Nu wil ik een analogie opmerken. Als je je onderdompelt in fictie, dan komen de personages voor jou tot leven. Als je bijvoorbeeld van fantasy houdt, dan zal je je levendig een eenhoorn kunnen voorstellen en er waarschijnlijk wat eigenschappen van kunnen opnoemen. Toch bestaat een eenhoorn niet echt. Je iets levendig kunnen voorstellen is dus niet voldoende om erin te geloven, maar het lijkt wel op de ervaring die je beschrijft. In de filosofie zijn hier een aantal interessante vragen en paradoxen aan verbonden. Een eerste is de vraag hoe het mogelijk is dat we emotioneel reageren op iets dat niet bestaat (namelijk op de verhalen van personages in fictieve verhalen). Een tweede is de vraag of (bijvoorbeeld) de uitspraak “Sherlock Holmes woonde in Londen” waar is; op het eerste zicht klopt het, maar aangezien Sherlock Holmes niet echt bestaat is het niet duidelijk of dit soort uitspraken over hem wel waar kunnen zijn… Deze vragen worden meestal gesteld over fictieve literatuur, maar als je ze toepast op oude mythologische verhalen en religieuze teksten krijg je soortgelijke puzzels.

Verder is het zo dat als je over andere godsdiensten leert, je patronen kunt beginnen opmerken. Dit wordt gedaan in de vergelijkende godsdienstwetenschappen: dit valt buiten mijn eigen vakgebied, maar ik kan je wel iets vertellen over een Griekse filosoof die hier al over nadacht. Bij de Grieken waren goden eigenlijk net als mensen: ze handelden uit vriendschap of haat en ervoeren liefde en bedrog. De Griekse filosoof Xenophanes, die leefde van de zesde tot de vijfde eeuw v.Chr., merkte dit ook al op: goden worden geboren, dragen kleren, hebben een stem en een lichaamsbouw net als mensen. Xenophanes observeerde ook dat de goden anders werden afgebeeld door verschillende volkeren. Hij geeft als voorbeeld de Ethiopiërs die hun goden afbeeldden met een donkere huid en platte neuzen en de Thraciërs (die woonden in het Zuidoosten van Europa) die hun goden afbeeldden met blauwe ogen en rood haar. Hij speculeert dat als dieren (zoals ossen, paarden of leeuwen) handen hadden zodat ze kunstwerken konden maken, dat ze hun goden dan ook zouden afbeelden als dieren (paarden zoals paarden, ossen zoals ossen).
Wellicht kan je door over Germaanse mythologie te lezen dus iets leren over de oude Germanen: over hoe ze zichzelf zagen en wat ze belangrijk vonden. Op die manier kan je ook onderzoeken wat je er zo in aantrekt: het mysterieuze van een voorbije cultuur, de verhalen op zich, of wat ze suggereren over de waarden die toen belangrijk waren.
Misschien vind je deze website interessant: http://www.godchecker.com/ Het is een database met meer dan vierduizend goden, demonen en andere spirituele wezens uit tal van wereldgodsdiensten (wel enkel in het Engels). Germaanse mythologie staat – uiteraard – ook op de website.

Tot slot wil ik nog opmerken dat religie voor veel mensen ook een sociale component heeft: een religieuze dienst bijwonen verbindt je met anderen. Dat is natuurlijk iets dat je zal missen als je als individu een oude godsdienst hervindt of als je je opperwezen(s) uit een grote databank plukt. Dit doet me denken aan levende geschiedenis: mensen die in het weekend samenkomen om een periode uit de geschiedenis te doen herleven, door zich te kleden en te gedragen zoals bij die periode past.  Vaak gebeurt dit in de vorm van een LARP (live action role-playing game), waarbij de mensen die meedoen een personage spelen en al improviserend een opdracht moeten volbrengen. Of dit ook bestaat voor de oude Germanen en of de mythologie er dan een grote rol in speelt weet ik niet, maar als je interesse aanhoudt kan je er misschien eens naar op zoek gaan.

Je merkt dat ik je vraag niet rechtstreeks beantwoord heb, maar hopelijk geeft mijn reactie je wel wat stof tot nadenken!

Vriendelijke groeten,
Sylvia Wenmackers

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinteresttumblrmail

2 Reacties

  1. Pingback: Komt de toekomst naar ons toe of gaan wij naar de toekomst? » Sylvia's blog

  2. Pingback: Waarom koelt vette soep minder snel af dan magere soep? » Sylvia's blog

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 + 1 =