Wie speelt er mee?

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het novembernummer van Eos (2016).

Geen omgekeerde verzekering

Reclame voor tabaksproducten is in België al enige jaren verboden. Daardoor vallen de affiches me des te sterker op wanneer ik in Duitsland kom. Wat kansspelen betreft zijn de Duitse reclamewetten juist iets strikter: het is er namelijk verplicht om onder het grote jackpotbedrag de zeer kleine winstkans te vermelden. Maar met of zonder die maatregel blijft reclame voor kansspelen in mijn ogen even bizar als tabaksreclame.

De laatste keer dat ik in Duitsland was doceerde ik er op een zomerschool met als thema ‘rationaliteit’. Filosofen stellen rationaliteit traditioneel voor als een ideale norm, maar in de praktijk moeten mensen beslissingen nemen onder tijdsdruk en op basis van onvolledige informatie. Psycholoog Herbert Simon heeft daarom het begrip ‘begrensde rationaliteit’ ingevoerd: wat is rationeel gegeven deze realistische beperkingen? Ik wil die vraag hier eens stellen over loterijen. Wat is rationeel om te doen: meespelen of niet?

Sommige mensen zullen antwoorden: “Loterijen zijn een belasting voor mensen die niet goed zijn in kansrekening”. Het idee hierachter komt al voor in een tekstfragment van Sir William Petty uit 1662. Hij beschreef loterijen als “a tax upon unfortunate, self-conceited fools”: dwaze mensen die hun eigen geluk overschatten, of die al te lichtgelovig de voorspelling van een waarzegger of astroloog aannemen.

Ook Pierre-Simon de Laplace hoopte dat betere informatie mensen weg zou houden van kansspelen. Mede met dit doel schreef hij in 1814 een toegankelijk essay over zijn onderzoek over waarschijnlijkheid. Laplace rekende zijn lezers de verwachte winst voor en waarschuwde dat die balans negatief is voor de spelers. Gemiddeld wint dus de organisatie die de loterij inricht. Op basis daarvan kan je besluiten dat het niet rationeel is om mee te doen. Toch maakte het boek van Laplace allerminst een einde aan de goklust.

Misschien kan je het ook anders bekijken: je kan een kansspel zien als een soort omgekeerde verzekering. Net als casino’s verdienen ook verzekeringsmaatschappijen gemiddeld meer dan ze uitkeren. Toch lijkt het rationeel om je te verzekeren: voor de meeste mensen heeft het betalen van de maandelijkse premie geen grote invloed op hun levensstandaard, maar als hun huis afbrandt heeft dat wel een grote impact – tenzij ze verzekerd zijn. Je kan de Lotto net zo bekijken: het bedrag om mee te doen is laag genoeg en potentieel bekom je een grote en gunstige uitkomst.

Maar daar knelt juist het schoentje. Niet voor alle mensen is het bedrag dat ze uitgeven aan kansspelen ‘laag genoeg’. Dát hangt mede af van hun inkomsten en vatbaarheid voor verslaving. Mensen hebben bovendien de neiging om kleine waarschijnlijkheden te overschatten, als ze zich levendig kunnen voorstellen wat de (in dit geval gunstige) gevolgen zullen zijn. Het zijn die dromen waar reclamecampagnes gretig op inspelen en die het meest tot de verbeelding spreken van de mensen met de minste middelen. Het is niet zo duidelijk dat voor hen het argument opgaat dat ze het geld kunnen missen zonder het te voelen in hun maandbudget. “Loterijen zijn een belasting op armoede” lijkt dan ook een betere conclusie, die in onderzoek naar gokgedrag in de Verenigde Staten alvast gestaafd is.

De nationale loterij keert een deel van de winst uit aan goede doelen, waaronder wetenschappelijk onderzoek. Een verzachtend argument, maar wat mij betreft maakt het niet goed dat het geld deels afkomstig is van mensen die het zelf het hardste nodig hebben. De subjectieve waarde van geld is niet lineair. Als je maar één euro hebt, dan is één euro erbij een verdubbeling (en dus veel waard voor jou); als je al een miljoen euro hebt, dan is één euro erbij procentueel gezien een veel kleinere winst. In 2013 verscheen er een artikel in Science waarin Anandi Mani en collega’s aantoonden dat financiële zorgen de cognitieve vermogens van mensen belemmeren. Rationaliteit is voor alle mensen begrensd, maar externe factoren zoals armoede kunnen ons met verdere beperkingen opzadelen. Hiervan profiteren is verwerpelijk.

In mijn ogen zijn kansspelen, ook legale, een vorm van misbruik. Zelf speel ik het spel alleszins niet mee.

Gelijkaardige berichten:

Facebooktwittergoogle_plusredditpinteresttumblrmail

1 Reactie

  1. Simon Gelten

    Ik speel ook niet mee in Toto of Lotto (vroeger wel gedaan overigens), maar ik kan toch wel begrijpen dat mensen het wel doen. Het doet me een beetje denken aan de opmerking van De Gaulle, ooit gedaan in een interview, dat hij altijd op zichzelf stemde, en niet op zijn tegenstander (zoals een politicus in die tijd geacht werd te doen): dat betekende één stem meer voor hemzelf, en één minder voor zijn tegenstander. De kans was uiterst klein dat die twee stemmen het verschil zouden maken, maar stel je voor … Zo redeneren, denk ik, ook veel mensen die in de lotto spelen: goed, de kans is miniem, maar stel je voor … Daarbij lijkt het risico van spelen in de Lotto klein (zie de bijkomende vraag): Je verspeelt wel geld, maar niet te veel, en je houdt de kans – hoe klein ook – open dat je de jackpot trekt. Bijkomende vraag: Zijn er gevallen bekend van mensen die werden geruïneerd door het meespelen in de Lotto? Je hoort nogal eens van mensen met gigantische gokschulden (ik herinner me alleen al diverse voetballers die hun kapitaal hadden vergokt), maar niet door te spelen in de Lotto, maar door grote bedragen in te zetten bij bookmakers, vaak ook nog illegale bookmakers. Als het diefstal is, is de Lotto wellicht bijna legale diefstal. Volledig legale diefstal bestaat natuurlijk niet, maar als ik het goed begrepen heb is volledige zekerheid ook uitgesloten.

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

× 3 = 12