Tag Archief: beroepsmisvorming

Kijkt u eens

Onderstaande tekst telt exact 800 woorden: dit is het essay waarmee ik de Robbert Dijkgraaf Essaprijs 2015 won (zie eerder). Tijdens het “Gala van de Wetenschap” werd mijn tekst voorgelezen door Altan Erdogan, hoofdredacteur van Folia. Het essay verscheen in het Parool (30/11) en in Folia (2/12; pdf) en zal nog verschijnen in New Scientist (15/12). In Folia staat er verder een kort interview door Nina Schuyffel. De tekst staat ook op de website van Folia en New Scientist

~

Vanuit de trein kijk ik naar de lucht die blauw kleurt door verstrooiing van het zonlicht en in de verte bemerk ik een krokodilvormige wolk. Alles wat we menen te zien wordt beïnvloed door wat we weten.

Toen ik assistent werd in de fysica schreef ik me in voor avondlessen tekenen aan de kunstacademie. Overdag werkte ik met microscopiebeelden, maar ’s avonds leerde ik echt kijken. Vanuit mijn dubbelleven ontdekte ik een opmerkelijke parallellie tussen de processen die zich voltrokken aan beide academies.

Overdag leerde ik eerstejaars hoe ze vraagstukken uit de klassieke mechanica konden oplossen. We deden berekeningen over katrollen, massa’s op hellingen en weegschalen in liften. ’s Avonds schetste ik gipsen afgietsels van klassieke beelden. In beide gevallen is er sprake van oefeningen aan de hand van een achterhaald paradigma. We weten dat de werkelijkheid niet klassiek Newtoniaans is, al blijft het voor vele toepassingen een prima benadering. Net zo zijn de standaarden van schoonheid inmiddels gekanteld, al blijven we stiekem dromen van een renaissance.

Oefening baart kunst, maar er zijn ook periodes van stagnatie. Kennis biedt uitzicht op nieuwe mogelijkheden, maar er kan ook een beklemmende faalangst binnensluipen. Kan ik dit wel? Mijn hand bleef haken in het Lagrangepunt tussen de leegte van het blad en de volheid van mijn hoofd.

Tot de vroege werken van schilder Pablo Picasso behoren academische schetsen en realistische portretten. Hij was dus klassiek geschoold voor hij zijn kubisme ontwikkelde. De Duitse fysicus Max Planck was een klassiek fysicus voor hij tegen wil en dank grondlegger werd van de kwantummechanica. Echte vernieuwing komt zelden van buitenstaanders. Het vergt mensen die het systeem van binnenuit kennen en er feilloos de zwakheden van aanvoelen. Waar het op aankomt is dat ze een alternatief vermoeden waar anderen alleen obstakels en voldongen feiten zien.

In de wiskunde is een vermoeden een stelling waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze waar is, maar waarvan nog niemand dat daadwerkelijk heeft kunnen bewijzen. Een vermoeden is een beeld dat nog in het marmer zit. Een vermoeden alleen is dus niet voldoende, maar wel een noodzakelijke voorwaarde om iets nieuws te creëren. De bandeloze fantasie van een kind volstaat niet om in een ruw blok gesteente het afgewerkte beeld te zien of om een volstrekt originele hypothese te bedenken. Dit vereist een ander soort intuïtie, die enkel met ervaring komt. Kunst en wetenschap hebben elk hun methodes om tot vernieuwing te komen en die zijn in geen van beide gevallen te herleiden tot een algoritme.

Er zijn anekdotes over belangrijke vermoedens die opdoemden tijdens wandelingen, douches, en dromen. Het toeval speelt een rol in veel van die verhalen, maar – zoals Pasteur al stelde – het toevallige inzicht treft alleen de geest die erop voorbereid is. Dus als je niet duivels hard werkt tussen al dat wandelen, douchen en dromen door, dan zal je deze eurekamomenten evenmin beleven.

De mogelijkheden van een klomp klei. Het patroon achter de feiten. Zulke vermoedens geven gedachten hun ontsnappingssnelheid, waardoor ze het Lagrangepunt tussen willen en niet durven ongemerkt passeren. Eens het meesterwerk af is, vraagt niemand hoeveel mislukte schetsen er op de vloer van het atelier vielen. Eens de sluitsteen van een theorie wordt gepresenteerd, wordt het bovenhalen van eerdere stenen afgedaan als het werk van dwergen. Zo vertekenen kunstenaars en wetenschappers hun eigen geschiedenis.

Wat jonge mensen telkens opnieuw moeten ontdekken is de zegen van het proberen, het mogen falen. De cyclus van trial-and-error is de motor die beide academies draaiende houdt. Oefenzittingen en uren atelier leiden tot variaties op thema’s: de resultaten zijn zelden geslaagd. Een doorbraak is enkel weggelegd voor degenen die de waardevolle afwijking herkennen tussen alle misbaksels. Hoorcolleges en lessen kunstgeschiedenis lijken vruchteloos, aangezien ze de deelnemers niet aanzetten om zelf iets te produceren. Toch zijn deze uren van onschatbare waarde als slijpsteen voor onze gave des onderscheids.

Op dit punt van mijn reis komt de railcatering langs en bestel ik een koffie. “Kijkt u eens,” zegt de jongen die me mijn beker aanreikt. In Vlaamse oren kan dit alternatief voor ‘alstublieft’ – een letterlijke vertaling van het Franse ‘voici’? – vreemd klinken. Maar jaren training doen me automatisch gehoorzamen. Ik kijk en zie hoe de witte rand van de koffiebeker zich aan mij toont als een ellips. Zou ik dit net zo hebben gezien zonder al die uren perspectieftekenen of wiskundelessen over kegelsneden? “Twee euro.” Verstrooid kijk ik op. “U moet uw koffie nog betalen: twee euro.” Natuurlijk. Ik vind in mijn portemonnee een Italiaans muntstuk met Da Vinci’s Vetruviusman erop. “Kijkt u eens”, zeg ik stralend, maar hij ziet het niet.

“Kijkt u eens”: die uitspraak zal u vast nog vaak te horen krijgen. Het staat u vrij de uitnodiging letterlijk te nemen. De oude wereld is er al, wij moeten haar alleen nog leren zien, op zoek naar nieuwe vermoedens.

PechaKucha over begrijpend tekenen

Tijdens de PechaKucha Night lichtte ik mijn ideeën over kunst en wetenschap toe aan de hand van twintig lichtbeelden. Mijn thema was “begrijpend tekenen“.

De presentatie was in het Engels, maar ik heb Nederlandse ondertitels gemaakt bij deze opname:

Hieronder de transcriptie met weblinks. (De Engelstalige versie staat hier.) (meer…)

Interferentiekleuren pastaketel: ook in Brazilië

[Diverse updates onderaan dit bericht; laatste van zondag 27 september.]

Herinnert u zich deze nog, nog, nog? In 2011 schreef ik een blogpost over de interferentiekleuren die op de bodem van de ketel verschijnen na het koken van spaghetti. Deze kleuren wijzen erop dat er zich een dunne film op de bodem van de ketel bevindt. Wat voor laagje dat dan zou zijn, daar was ik toen nog niet helemaal uit, maar ik had wel enkele hypotheses:

  • een component van de pasta zelf, zetmeel bijvoorbeeld
  • olie, net zoals wanneer je olie op straat ziet
  • zout, dat voor natriumoxide zorgt (bron)
  • een oxide van de ketel zelf (bron)

Toen ik mijn eerste FameLab-presentatie voorbereidde, was ik aanvankelijk van plan om zo’n ketel als attribuut te gebruiken. Een visueel vertrekpunt om interferentiekleuren uit te leggen. Maar uiteindelijk was ik bang dat niet iedereen hier al ooit op gelet had en dat het door de afstand en de spots ook niet duidelijk genoeg te zien zou zijn tot in de zaal. Dus hield ik het bij zeepbellen.

Maar ondertussen had ik wél opnieuw gezocht naar de precieze verklaring van de laag en raakte ik ervan overtuigd dat het om een laagje oxide van de ketelbodem gaat.

Interferentiefilm.

Interferentiefilm op de bodem van een ketel na het koken van dunne pasta of mie.

Hopelijk kennen jullie al de geweldige website van Les Cowley: Atmospheric Optics (AtOptics), waar vorig jaar mijn foto van een babyoog mocht staan als foto van de dag. Vandaag stond er op die voorpagina een foto van interferentiekleuren in een waterkoker, getiteld Pasta film en gemaakt door een fysicus uit Brazilië, Mário Freitas.

Bij de beschrijving wordt gesuggereerd dat de dunne film op één of andere manier door zetmeel wordt veroorzaakt, omdat het verschijnsel niet optreedt bij het koken van groenten en bij pasta wel. Aangezien ik hier inmiddels anders over denk, stuurde ik mailtje naar  Les en Mário. (En Les heeft al positief gereageerd dat hij er zelf ook nog eens verder naar gaat kijken zodra hij tijd heeft.)

Dit is een vertaling van de observaties en bronnen die ik in die e-mail heb vermeld:

  • Ik heb dit verschijnsel -weliswaar zelden- ook gezien na het koken van sommige groenten (één keer bij broccoli schorseneren), maar NOOIT bij aardappelen, wat niet compatibel lijkt met de zetmeel-hypothese.
  • Het gebeurt vaak met bepaalde ketels en nooit met andere, dus het hangt op zijn minst deels af van het materiaal van de ketel, wat compatibel is met de oxide-hypothese.
  • De belangrijkste opmerking: vergelijk de kleuren eens met temperkleuren van staal (Engelse wiki en Nederlands); van staal is bekend dat het een dun oppervlakte-oxide vormt. Bekijk ook deze demonstratie voor de relevante kleuren (geen spectraalzuivere kleuren zoals in een regenboog).
  • Het patroon blijft intact als je de ketel met zeepsop afwast, maar kan verwijderd worden met een druppel koude azijn (hetgeen azijnzuur bevat). Misschien ook gerelateerd zijn deze schoonmaaktips.
  • Tot slot vond ik nog een bron uit 1840, waarbij het gaat over een koperen theeketel en opnieuw kleuren door een oxide, dat ontstaan door tempering door de hitte.

Kortom, op dit moment denk ik dat de kleuren te wijten zijn aan een dunne laag oxide, te vergelijken met (of mogelijk identiek aan) temperkleuren. Ik denk dat de kleurvariaties te maken hebben met het verschil in temperatuur in water in vergelijking met in pasta, wat zou kunnen leiden tot verschillen in de dikte van de oxidelaag.

Mij is het wel nog steeds niet helemaal duidelijk wanneer precies de patronen ontstaan: al tijdens het koken, of pas bij het afgieten – wanneer de nog hete (maar niet overal exact even hete) ketelbodem plots in contact komt met de koudere lucht? Ik vermoed het laatste en dit heb ik ook al proberen testen, maar tot op heden tevergeefs (mede omdat het kleurpatroon sowieso niet zichtbaar is als je er water over giet).

Bedenkingen en observaties uit uw eigen keuken meer dan welkom!

Belangrijke aanvulling:

Toen ik mijn eerste e-mail stuurde meende ik me te herinneren dat ik het effect een keer had gezien bij broccoli, maar nu ben ik daar niet meer zeker van. De enige relevante foto die ik heb teruggevonden is namelijk van een ketel waar schorseneren in gekookt waren. Schorseneren bevatten geen zetmeel, maar wel een ander polysacharide, namelijk inuline. Hiermee wint de zetmeel-hypothese (in het geval van pasta dan) dus toch weer aan geloofwaardigheid.

Interferentiefilm.

Interferentiefilm op de bodem van een ketel na het koken van schorseneren. Deze bevatten geen zetmeel, maar wel inuline.

Tweede aanvulling (21u):

Nog een aanwijzing die toch in de richting van zetmeel wijst: deze website over microscopie van Olympus.

“Because carbohydrates in potato starch grains display an ordered lamellar molecular structure, portions of the grains (and in some cases, the entire grain itself) are birefringent and absorb the polarized wavefronts that leave the condenser Nomarski prism and pass through the specimen. As a result, the potato starch grains observed in DIC microscopy exhibit interference colors and the characteristic Maltese cross patterns (originating from the crossed polarizers), which are typical of birefringent anisotropic specimens having spherical symmetry (Figure 6(b)).”

Maar waarom we het dan uitgerekend bij aardappelen nooit zien, dat is me vooralsnog een raadsel.

Aanvulling 27 september:

In een Twitter-bericht laat fysicus Philippe Smet weten dat er wél dit soort kleuren te zien zijn na het koken van aardappels.

Bij nader inzien koken wij bijna altijd bloemige aardappels, waardoor de laag onderaan de ketel waarschijnlijk gewoon te dik wordt om dit effect nog te zien.

Op dit moment ligt de zetmeel-hypothese dan toch aan de leiding! (Het is natuurlijk ook mogelijk dat zowel oxidatie als zetmeelafzetting kunnen optreden en tot mooie kleuren leiden.)

Ondertussen op Twitter (deel 1)

De voorbije twee maanden had ik geen tijd voor mijn blog. Af en toe een berichtje op Twitter lukte nog wel. Dit is deel 1 van een overzicht van de voorbije periode: over spelen met blokjes, de volle maan, logica en het werken aan een cursus.

Januari 2015 (deel 1)

Bij het begin van 2015 stuurde ik volgende nieuwjaarswens:

“Moge in 2015 ook uw balans tussen werk & gezin goed genoeg zijn om af en toe met de blokjes te spelen. ;-) #Duplo”

Work Life Balance

Helaas moest ik vervolgens dit bericht erachteraan sturen…

“Pijnlijk detail: vijf seconden nadat de vorige foto gemaakt is, is één van de mannetjes eraf gevallen. #pt”

~

Frank Deboosere herinnerde ons eraan dat het volle maan was:

“De volle maan is de hele nacht zichtbaar. Per definitie. http://www.frankdeboosere.be/vragen/vraag90.php http://youtu.be/DKyTe68xJ3c

Mijn reactie:

“.@frankdeboosere Met compactcamera kwamen we vanavond niet verder dan deze foto (bijgeknipt).”

Volle maan

~

Bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) van de KU Leuven werden er een aantal filmpjes gemaakt om toekomstige studenten te informeren over onze expertise. Samen met enkele collega’s werd ik geïnterviewd over mijn logica-gerelateerd onderzoek (filmpje in het Engels).

Verder gaf Lorenz Demey, één van de postdocs aan het HIW, een inleidingsles over logica (filmpje ook in het Engels).

~

Intussen werkte ik naarstig verder aan de cursus voor mijn nieuwe vak in het tweede semester. Ook op dat vlak vond ik steun op Twitter dankzij de account Dr Academic Batgirl. :-)

“For all the January syllabus makers, data crunchers, and writers. Respect.”

Volle maan

Verstrooidheidsindex

Baudoin.Oktober is zombiemaand op planeet Academia.

Op 1 oktober ben ik in Leuven begonnen als onderzoeksprofessor (zie eerder). Oktober is altijd een drukke maand voor academici, maar als je van universiteit en van functie verandert, is het nog drukker met extra administratieve zaken, infosessies en vergaderingen.

Ondertussen probeer ik mijn onderzoek op peil te houden (daar ben ik tenslotte voor aangesteld). Verder heb ik lessen om voor te bereiden, een symposium om te organiseren, een doctoraatsjury om in te zetelen en een column om te schrijven. Ondertussen ging Danny een week op cursus in Zwitserland en moest ik thuis het fort alleen staande houden. Hier was er een lief kindje met veel koorts en zijn verjaardagsfeestje om voor te bereiden. (Gelukkig stonden zijn oma en opa klaar om voor hem te zorgen toen hij te ziek was om naar de opvang te gaan, terwijl ik naar Leuven moest. Ik ben mijn ouders heel dankbaar!) Bloggen schoot er een paar weken bij in, maar zoals je merkt heb ik dat ook weer opgepikt.

Het resultaat is dat ik de laatste weken te weinig geslapen heb en dat heeft zo zijn gevolgen:

  • Enerzijds staan de balken onder mijn ogen al geruime tijd op zwart. Ik doe dan maar of ik een personage ben uit een boek van mijn favoriete striptekenaar Edmond Baudoin (zie plaatje): die zien er ook vaak uit alsof ze hebben gehuild met mascara op. Ik draag geen mascara, maar wel een bril en ik hoop dat de balken als slagschaduw worden geïnterpreteerd. Die schim erachter, dat ben ik. ;-)
  • Anderzijds staat mijn verstrooidheidsindex op alarmfase rood. Ik merk bijvoorbeeld dat ik de radio steeds luider zet, omdat er anders helemaal niets van doordringt. Of ik merk dat ik niets kan navertellen van een verhaaltje dat ik net zelf heb voorgelezen (snelwegtrance voor gevorderden). Ook kwam ik met mijn arm vast te zitten tussen de spijlen van het kinderbed en kon ik me niet herinneren hoe dat zo gekomen was. En in gedachten verzonken loop ik geregeld tegen meubels en deurstijlen aan. Au!

Zombieverbod.Nu ik dichter bij huis werk, kan ik vaker naar kantoor gaan. Ik vind het fijn om af en toe met collega’s te kunnen gaan lunchen en ook om weer college te geven. Het was wel wennen om opnieuw zo veel onderweg te zijn. Stilaan vind ik echter een nieuw ritme en op de trein kan ik heel geconcentreerd lezen, waardoor ook mijn reistijd zowel aangenaam als nuttig besteed wordt.

Halloween is voorbij*, dus die zombie-look mag nu wel weg.

* “Trallowien” zegt ons kleintje. :-)

Er slingeren overal ideeën rond

Eerst een dienstmededeling:

Als iemand mijn blog wil nomineren voor de blogawards van Weekend Knack, stel ik voor dat in de categorie ‘Personal‘ te doen. Er is namelijk geen categorie wetenschap & filosofie, noch een categorie regenbogen & klavertjes-vier. Kwestie dat de twee stemmen die binnenkomen toch minstens in dezelfde categorie vallen. ;-)

Dan een kort statusrapport:

Het is hier deze weken echt hordelopen tussen de deadlines. Daardoor heb ik onvoldoende tijd om uitgebreid te bloggen, maar de situatie inspireerde me wel tot een nieuwe stelling van de dag:

“Het huis van een filosoof is nooit rommelig. Er slingeren gewoon overal ideeën rond.”

(De inspiratie voor deze stelling haalde ik van een bordje op een hobbybeurs; daarop stond met een soortgelijke spreuk, maar dan over creatievelingen in plaats van filosofen.)

Verder geven onderstaande cartoons (van Jorge Cham en Grant Snider) een mooi beeld van de huidige situatie.

Schrijven.

Schrijven: eerst raakt de beschikbare tijd uitgeput, dan jijzelf. (Bron afbeelding.)

Huishouden.

Niet enkel kunstenaars jagen hun ideeën na. Ook wetenschappers doen al eens aan creatief huishouden… (Bron afbeelding.)

Herkenbaar? Laat maar iets horen.

Vrije kuur in andersom denken

Ballon.Met helium gevulde ballonnen zijn leuk, maar ik ga er wel raar van dromen!

Helium (He) is zeer nuttig voor de wetenschap (gasvormig helium als inerte atmosfeer en vloeibaar helium om experimenten te koelen; CERN is dan ook een grootverbruiker), maar de wereldwijde reserves raken stilaan uitgeput. Toch wordt dit edelgas ook nog altijd gebruikt om ballonnen te vullen, waaruit het gestaag weglekt: ’s ochtends hangt de ballon nog aan het plafond en ’s avonds niet meer. (Het helium is er natuurlijk nog wel, maar eens vermengd met de lucht is het niet meer te recupereren voor menselijke toepassingen.)

Dat brengt me bij mijn stelling van vandaag:

Als er een met helium gevulde ballon in huis is, ben je moreel verplicht er zo veel mogelijk mee te spelen.

Vorige week kreeg mijn zoontje zo’n ballon mee als afscheidscadeautje van een ander kind bij de opvang. En daar hebben we inderdaad volop mee gespeeld! :-)

Op weg naar huis mocht de ballon naast de autostoel tegen het plafond drijven. Ik zag hoe de ballon naar de binnenkant van de bocht helde bij elke afslag en glimlachte dankbaar voor deze mooie illustratie van traagheid van de omringende lucht.

Thuis hebben we ons geoefend in het “andersom denken” – bijvoorbeeld dribbelen tegen het plafond in plaats van op de vloer. Daarbij dacht ik aan de luchtbel in een waterpas en gatengeleiding in halfgeleiders, terwijl de peuter op de grond dubbel lag van het lachen. En toen de ballon niet meer genoeg helium bevatte en naar de vloer begon te zinken, heb ik eerst het touwtje verwijderd en daarna zelfs het stukje rubber onder de knoop afgeknipt om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Daarna zonk de ballon onverbiddellijk en daarmee was de kous af – ware het niet dat ik vorige nacht wakker werd en me deze droomgedachte herinnerde:

“Elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Het was weer een geval van nachtelijke beroepsmisvorming. Blijkbaar is er in mijn hoofd iets gaan gisten over het elektronmodel van Lorentz enerzijds (dat in het proefschrift voorkomt dat ik vorige week gelezen heb) en die heliumballon anderzijds. Het resultaat van dit gistingsproces was uiteraard klinkklare onzin. De premisse is fout en zelfs de conclusie is niet logisch: de meeste dingen worden lichter als ze uitdrogen, dus waarom zouden ze dan nog vallen? Dat moet een restant zijn van die vrije oefening in “andersom denken”, besefte ik later.

Onzin kan even leuk zijn om mee te spelen als een ballon gevuld met een niet-recupereerbaar edelgas. Nu kan ik eindelijk een eigen variant bedenken op de onzinnige “verklaringen” die de vader in “Calvin and Hobbes” geeft als antwoord op de wetenschappelijke vragen van zijn zoontje (zie deze verzameling).

Calvin's dad explains science.

De vader van Calvin geeft antwoord op wetenschappelijke vragen. (Auteur: Bill Watterson; via.)

Ik stel het me zo voor: het is een droge winterdag en dan ontspint zich volgend gesprek.

  • “Waarom knispert de vloerbedekking als ik erop loop, mama?”
  • “Omdat de vloerbedekking dan statisch geladen wordt, jongen.”
  • “Waarom wordt de vloerbedekking dan statisch geladen, mama?”
  • “Omdat…”
    *herinnert zich droom*
    “Wel jongen, elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Zou een kind daarmee tevreden zijn, denk je? Of gaan ze dan vragen wat elektronen zijn?

Bij nader inzien zal ik me toch maar aan de wetenschappelijke versie houden. Hopelijk zijn er over een paar jaar nog steeds heliumballonnen te koop en kan ik de demonstratie in de auto nog eens overdoen.

Laat die waarom-fase maar komen! :-)

Zomercollage

Mijn blogpauze heeft wat langer geduurd dan aanvankelijk de bedoeling was. Eerst was er veel werk, dan twee weken vakantie en dan terug werk om in te halen. Er bleef gewoon geen tijd over om hier verslag te doen van de vele indrukken die ik in deze periode opdeed! Daarom maak ik nog eens een overzichtsblog.

Uiteraard waren en veel mooie momenten en gelukkig heb ik van sommige ook foto’s gemaakt. Nu heb ik enkele van die beelden gegroepeerd in vijf collages (van telkens drie foto’s) en nog één losse foto. Zestien zomerfoto’s dus en ze hebben zelfs een gezamenlijk thema: “met het hoofd in de wolken”.

Cyanometrie.

Blauwe-hemelcollage. Onderaan links en rechts: cyanometrie (blauwheidsmeting) met behulp van verfkeuzestrookjes. Ik deed deze meting op twee dagen waarop ik het het fenomeen van Scheerer duidelijk kon zien. Bovenaan: iets voor zonsondergang zag ik deze roze wolken tegen een blauwe achtergrond.

De lucht is niet altijd even blauw en het was mijn bedoeling erachter te komen bij welk blauw het fenomeen van Scheerer het beste te zien is. Het idee om dit aan de hand van verfkeuzestrookjes te “meten” haalde ik bij een kunstproject: cyanoblog. Als je wil weten in welke kleur je je plafond moet schilderen om echt hemelsblauw te zijn, dan moet je het maar laten weten: ik heb de codes genoteerd! :-)

De lucht was lang niet altijd blauw deze zomer, maar dat geeft niet: wolken en regenbogen zijn ook mooi!

Hemels.

Hemelse collage. Bovenaan links: op deze overbelichte foto lijkt onze lieve bengel een engelachtige gloed uit te stralen. (Ooit ga ik de handleiding van dit fototoestel inkijken.) Bovenaan rechts: donzige wolken tegen valavond. Onderaan: de wolk onder deze (dubbele) regenboog lijkt mij een prima habitat voor een kolonie troetelberen.

Ja, ik kijk al eens graag naar de wolken. :-) Ik zie er geregeld leuke taferelen in (laatste waarneming: olifantenmoeder met jong), maar net zo goed kan ik van de kleurencombinaties of abstracte composities genieten. Als de Cloud Appreciation Society nog niet bestond, zou iemand haar moeten oprichten. En als er nog geen Wolkenatlas was (zie ook hier), zou ik stilaan genoeg fotodocumentatie hebben om er zelf één te beginnen.

Drie.

Gezinscollage. Vader met keu. Moeder met ijsje. Kind met trein. Alle drie in ons element. :-)

Het mooiste aan de midzomervakantie was dat we alle drie samen thuis waren. Er zijn weinig foto’s waar we samen opstaan; ter compensatie heb ik een collage gemaakt van een fijn moment voor elk van ons.

We hadden de dagen niet op voorhand volgepland. Ik had wel een lijstje gemaakt met ideeën, zowel voor leuke als voor nuttige activiteiten. We hebben uiteindelijk meer leuke dan nuttige dingen gedaan en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad.

We gingen bijvoorbeeld eens poolen (8-ball), in hetzelfde café waar ik dat als achttienjarige deed. Ik heb nog steeds hetzelfde probleem met openen: de witte bal gaat dan bijna altijd mee in de pocket. :-( Verder is onze toegepaste kennis van de klassieke fysica hiermee weer op een acceptabel peil gebracht. O ja, een foto die Danny daar maakte doet nu dienst als hoofdafbeelding van mijn blog (zie boven).

Schattenjacht.

Schattenjachtcollage (geochaching). Linksboven: wandel-gps in kompasmodus tijdens een puzzelcache. Rechtsboven: waterjuffer. Onderaan: drie klavertjes-vier en twee klavertjes-vijf gevonden. Ik heb er geen geplukt, enkel een foto van gemaakt. Geocoördinaten verkrijgbaar op aanvraag! (Ik zou volgend jaar eens terug willen gaan kijken of er op die plek opnieuw staan.)

Verder trokken Danny en ik er met ons twee op uit om een namiddag te gaan geocachen. Dat was al lang geleden, maar wel iets dat ik vaker wil gaan doen (met ons drie, als ons zoontje wat groter is).

Uitdagingen.

Verrassingscollage. Linksboven: we kochten een tweedehandskast die -verrassing!- net niet via de trap naar boven kon. We lieten een liftwagen aanrukken: zeer intrigerend voor de peuter! Linksonder: na tien jaar ben ik erachter gekomen dat -verrassing!- mijn auto toch een reservelampje heeft. Hoeveel tankbeurten had ik kunnen uitsparen in een decennium? Rechts: tijdens het spel willen de zeshoekige steentjes van Tantrix niet altijd meewerken, daarom leggen we na afloop dit soort figuren. En wat het precies wordt is voor ons ook steeds een verrassing.

Soms gebeurden er ook echt onverwachte dingen. Dat is niet altijd positief, maar kleine oneffenheden zijn vaak wel in positieve zin om te buigen.

Er gebeurden natuurlijk nog heel wat andere dingen waar geen foto’s van zijn – werkgerelateerde dingen vooral (behalve natuurlijk de togaselfie). Het lief zei “ja” op een uitnodiging om begin volgend jaar te gaan spreken in Florida. Ik zei dan weer “nee” op een uitnodiging om te gaan spreken in New York. Ik zei trouwens “nee” op wel meer dingen. (Hoewel me dit telkens moeite kostte, heb ik nog van geen enkele nee spijt.)

Bijzon.

Bijzonder: geen collage. In het echt was het duidelijker, maar ik wou deze foto van twee bijzonnen er toch graag bij hebben. Het gaat om de twee regenboogkleurige vlekjes op dezelfde hoogte als de zon en op gelijke afstanden er links en rechts vandaan.

Zo, verslag doen van anderhalve maand in één blogbericht – dat is dus mogelijk. :-)

Kermisgeld

3D-penIk verdien al meer dan tien jaar mijn eigen kost. Toch krijg ik van mijn ouders soms nog snoepgeld, zoals deze week voor mijn verjaardag. Op de kermis die KickStarter heet, gaf ik alles uit bij het kraam van LIX, een pen waarmee je in drie dimensies kunt schrijven! Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Dat zullen we over een paar maanden zien.

De pen werkt zoals de kop van een 3D-printer. De pen wordt gevoed via een USB-aansluiting en verwarmt een buisje plastic, waardoor die vloeibaar wordt en je ermee kunt “schrijven”.

Het KickStarter-project heeft zijn financieringsdoel al gehaald, dus kan ik er vrij zeker van zijn dat er een pakketje mijn kant op komt. Tenzij er nog onverwachte problemen opduiken, doordat er nu een grote productie vereist is en de makers zelf het project annuleren. (Er zijn trouwens nog twee weken om het project te steunen en dus ook een pen te krijgen, maar de goedkope opties zijn er wel tussenuit.)

Ik verwacht geen wonderen van dit ding, maar hoop toch op enkele leuke experimentjes. De tetraëder in deze demonstratie werkt bijvoorbeeld inspirerend, want ik ben nog steeds bezig met een project over viervlakken (waarover binnenkort meer). En waarschijnlijk kan mama zo’n pen ook wel gebruiken voor een creatief project bij haar handwerkclub.

Als ik de pen inderdaad in handen krijg, komen de resultaten uiteraard op mijn blog.

Wat zou jij maken met zo’n pen?

De evolutie van een blogestafette

Liebster Blog Award.Ik heb een stokje gekregen van Michel – een soort kettingbrief voor bloggers. Nieuwsgierig als ik ben, onderzocht ik waar het stokje vandaan kwam. Ik kon zestien stappen terugklikken in deze estaffe, tot in augustus 2013. Daar loopt het spoor dood, bij een Brits modeblog zonder zoekfunctie.

Dit is het laatste stuk van de ketting, van recent naar langer geleden: MichelElkeGuidoSabineBlogtrommelMarthaLauraJanineMichelleMervetRominaSashaKateMadisonGabriella-(Kathleen). Dit stokje circuleerde zestien stappen geleden tussen Engelstalige blogs en is elf stappen geleden door Romina zowel in het Nederlands als in het Engels beantwoord; vanaf dan heeft het in Nederland en België rondgetoerd.

Van aan de eerste traceerbare link bij Gabriella (bij Kathleen vind ik immers de relevante pagina niet) tot en met Blogtrommel wordt dit stokje consequent de “Liebster Award” genoemd. Er zijn regels en plaatjes en overal is het een beetje feest! Bij Sabine gaat een deel van de informatie verloren; zij schrijft over “Iets over een Award.” en de verduidelijking (via Ester, die het stokje ook van Blogtrommel kreeg) “Aha, een doorgeefprijs! Een soort aanmoedingsprijs dus. Om te blijven bloggen.” Sabine verzint wel nieuwe vragen en Guido ziet ook nog in dat dit de “Liebster Award” is, maar besluit met “u mag dezelfde vragen nemen als de mijne, ‘t heeft al lang genoeg geduurd nu…” Omdat de regels van de “Liebster Award” sindsdien niet meer werden doorgegeven, zijn de vragen ook niet meer aangepast. Daarmee verloor het stokje iets van zijn oorspronkelijke flexibiliteit.

Dit is (een versie van) de regels voor de Liebster Blog Award.

Dit is (een versie van) de regels voor de Liebster Blog Award. Door ze als een figuur weer te geven, worden de variaties kleiner, zou je denken. Toch maken bloggers geregeld een eigen plaatje – bijvoorbeeld om beter bij hun bloglayout te passen, of omdat ze in een andere taal schrijven. En zo blijven de regels evolueren.

Ben ik de enige die deze mutaties interessant vind? Het lijkt me een plezierig onderzoeksproject om alle takken na te gaan en alle mutaties daarin in kaart te brengen. Helaas heb ik daar zelf de tijd niet voor, maar als iemand dat doet, of weet heeft van een website waar zoiets al gedaan is, stuur me dan zeker een link!

In mei 2012 heeft Sopphey de oorsprong van de “Liebster Award” proberen achterhalen en zij kwam uit bij een Duits blogbericht uit december 2010 (link). Op dat moment is het stokje vrij pover: geen gedoe met vragen, maar gewoon vangen en 3 tot 5 andere mensen nomineren. Het is duidelijk dat dit niet de oudste bron van de “Liebster Award” is en de echte oorsprong blijft dus in blogosferische mist gehuld. Heerlijk raadselachtig.

Sopphey merkt ook een mutatie op: eind 2010 moest de “Liebster Award” naar blogs gaan met minder dan 3000 volgers, terwijl Sopphey in 2012 te horen kreeg dat het er minder dan 200 moesten zijn. (Die laatste regel lijkt nu trouwens nog steeds een gangbare norm, al vermelden niet alle blogs de beperking; in bovenstaande versie van de regeltjes wordt dit bijvoorbeeld niet vermeld.)

Stokjes hebben veel met kettingbrieven gemeen: in beide gevallen neemt het aantal geadresseerden exponentieel toe in de tijd. Op den duur heeft iedere blogger het stokje al drie keer zien passeren en hebben alle mensen die het willen invullen dat al eens gedaan. Dan is het stokje op. Bij deze “Liebster Award” heb ik de indruk dat hij toch al lang meegaat, maar de laatste tijd is hij erg actief en juist dat is het teken dat het einde van zijn levensduur in zicht komt.

Het plaatje bij de Liebster Blog Award evolueert.

Het plaatje bij de Liebster Blog Award evolueert. (Er zijn varianten die nog veel meer van elkaar verschillen dan deze vier.)

De evolutie van de “Liebster Award” doet me denken aan een kunstproject “Seed drawings” van Clement Valla waarbij een keten mensen online (via Mechanical Turk, alwaar de deelnemers 2 dollarcent kregen voor hun bijdrage) werd gevraagd op hun scherm na te tekenen wat de vorige persoon had getekend. Het begint met een lijn – ook een soort stokje dus – in het midden van het scherm. De vorm blijft in de eerste stappen vrij goed behouden, maar al snel dansen de krabbels over het hele scherm. Ik vind het ook boeiend om te zien hoe sommige mensen duidelijk veel moeite doen om alle details zo getrouw mogelijk te kopiëren (en daardoor soms juist meer grilligheid introduceren), terwijl anderen zich er snel vanaf maken.

In dit filmpje op Vimeo kun je zo’n keten van 500 lijntekeningen zien; er is ook een filmpje waarbij er met een cirkel begonnen wordt. Clement Valla vergelijkt zijn “Seed drawings” met het kinderspel telefoontje. (Trivium: telefoontje wordt in het Engels ook Chinese whispers genoemd.) En ja, daar lijken die blog-estaffetes ook wel wat op. :-)

Hieronder een reportage uit 2011 van het BBC-programma “Bang goes the theory“, waarin Dr Yan het project herhaalt op een wetenschapsfestival en ondertussen de analogie met biologische evolutie uitlegt (link).

Dit is ook een goede gelegenheid om het werk van onderzoekers Nick Cheney, Robert MacCurdy, Jeff Clune en Hod Lipson te vermelden. In hun artikel uit juli van dit jaar schrijven ze over computersimulaties met kubusvormige blokken (onderverdeeld in 5 bij 5 bij 5, óf 10 bij 10 bij 10, óf 20 bij 20 bij 20 kleinere blokjes). Ze lieten deze blokken evolueren met als doel om tot een vorm te komen die zich zo snel mogelijk kan verplaatsen.

Er waren twee spelregels. Ten eerste konden er willekeurige veranderingen gebeuren wat betreft de vorm (al dan niet aanwezig zijn van bepaalde kleinere blokjes) en het weefseltype (elastische eigenschappen van de kleinere blokjes, die bijvoorbeeld bot en spierweefsel voorstellen) van deze virtuele huppelrobots. Ten tweede kregen succesvollere exemplaren (die dus snel de overkant bereikten) meer nageslacht. Door dit proces van blinde variatie en selectie op succes te herhalen, evolueerden er diverse vormen die zich snel konden verplaatsen (en waarvan sommigen verdacht veel op biologische vormen lijken). Je kunt deze evolutie voor je eigen ogen zien in onderstaand filmpje (link).

Hm, nu heb ik vandaag natuurlijk geen tijd meer om het stokje ook effectief in te vullen, maar dat komt er binnenkort zeker van! (Bloggers die ook graag een schakel willen worden in deze keten, mogen me dit altijd subtiel laten weten.)