Tag Archief: congres

Reisverslag: vakantie en werk in Stockholm

Stockholm.

Zicht op Gamla Stan (eiland van de oude stad) en het Rådhus (stadhuis, net onder de motors) tijdens de aankomst van onze heenvlucht naar Bromma, Stockholm.

Stockholm.Eind augustus reisden we – lief, zoon & ik – naar Stockholm. Eerder (in voorhistorische tijden voor wat dit blog betreft) bezocht ik al Denemarken en Noorwegen, waardoor ik er erg naar uitkeek om ook eens naar Zweden te gaan. Het was onze eerste vliegreis samen, maar de kleuter was er nauwelijks van onder de indruk. Het weer in Stockholm was zonnig en zacht tijdens ons verblijf (terwijl er ons vanuit België berichten over een hittegolf bereikten) en we hadden een fijne tijd in de hoofdstad van Scandinavië.

Stockholm.

Te oordelen naar het aantal foto’s dat ik ervan maakte, was ik een beetje verliefd op deze fontein. ;-)

(meer…)

Aankondiging: lezing op JustGroningen 2015 (25 aug.)

Rijksuniversiteit Groningen (RuG).In augustus ga ik nog een keertje naar Groningen om deel te nemen aan een conferentie over kenleer, meer bepaald over epistemische rechtvaardiging. Mijn keynote presentatie gaat over het herzien van waarschijnlijkheden voor oude evidentie wanneer er inmiddels nieuwe theorieën geformuleerd zijn. Hierover schreef ik een artikel met Jan-Willem Romeijn in navolging van een eerdere workshop.

Het is een internationale bijeenkomst, dus alle lezingen zijn in het Engels. Bijwonen kan, maar registreren is verplicht. Meer info hieronder.

(meer…)

Herfst-symposium in zes beelden

Hé, jullie hebben nog een verslag te goed! Namelijk van het herfst-symposium “Determinisme & Indeterminisme in de Fysica” dat ik organiseerde op woensdag 26 november 2014 in Groningen. Dit doe ik aan de hand van zes foto’s.

Zes foto's van het symposium.

Deze foto’s werden tijdens het symposium gemaakt door onze voorzitter Fred Muller.

Foto (1) – De middag werd geopend door Fred Muller (U Utrecht; voorzitter NVWF) en door mij (in de hoedanigheid van secretaris van de NVWF en projectleider Veni).

~

Voor de pauze: twee presentaties over (in-)determinisme in de klassieke fysica.

Foto (2)Dennis Dieks (U Utrecht) gaf een presentatie over “Determinisme en Wetmatigheid”. Eerst legde hij uit dat hij met determinisme (in de natuurwetenschap) een eigenschap van de theorie bedoelt. Over de wereld kan eventueel enkel iets gezegd worden via zo’n theorie. Bovendien houdt determinisme niet noodzakelijk voorspelbaarheid in.

Vervolgens stelde Dieks zich de vraag of Newtoniaanse mechanica deterministisch is. Dit lijkt misschien een vreemde vraag: de klassieke mechanica van Newton is immers het schoolvoorbeeld van een deterministische theorie! Recent is in de wetenschapsfilosofie (met name door John Norton) echter aangevoerd dat dit folkore is: er zijn differentiaalvergelijkingen die fysisch geïnterpreteerd kunnen worden maar die (voor welbepaalde beginvoorwaarden) geen unieke oplossing hebben. Dieks is echter van mening dat de randvoorwaarden even belangrijk zijn als de ‘wetten’ en dat men zich enkel van het geheel (theorie plus randvoorwaarden) moet afvragen of het deterministisch is. Op deze manier tracht hij te voorkomen dat de notie van determinisme trivialiseert.
Hij sloot af met verdere bedenkingen over de notie van natuurwetten.

*** Meer details vind je in de slides van de presentatie van Dennis Dieks. ***

DeWet.

Als de wet het zegt…

~

Foto (4)Marij van Strien (Max Planck Institute for the History of Science, Berlijn) presenteerde enkele “Discussies over (in-)determinisme in de tijd van Laplace”. Zij besprak dus de ideeën over metafysica en continuïteit bij auteurs uit de achttiende en negentiende eeuw.

In zijn beroemde Essai bespreekt Laplace een intellect (later de ‘demon van Laplace’ genoemd) dat in staat zou zijn om de toestand van de wereld in het volgende moment (en eender welk toekomstig of verleden ogenblik) te bepalen op basis van een volledige kennis van de huidige toestand. Van Strien plaatst een aantal kanttekeningen bij deze passage: andere auteurs hebben eerder en preciezer over dit idee van gedetermineerdheid geschreven. Dat de passage vrij slordig geformuleerd is en dat het idee erin niet origineel is, hoeft ons niet te verbazen als we in rekening brengen dat hij afkomstig is uit het Essai: een populariserende tekst over kansrekening. Bovendien merkt Van Strien op dat de visie van Laplace beïnvloed is door de Leibniziaanse metafysica, met name waar hij een beroep doet op het principe van voldoende grond.

Émilie du Châtelet.Du Châtelet ging op zoek naar extra voorwaarden, naast de bewegingsvergelijkingen, waaraan de beweging moet voldoen opdat gedetermineerdheid van de volgende toestand uit de vorige wordt bekomen. Ze nam aan dat alle natuurlijke processen continu verlopen en dat dit determinisme verzekert. Deze continuïteitswet sluit bijvoorbeeld botsingen tussen (perfect) harde lichamen uit. Bij zo’n botsing treedt er immers een instantane omkering op van de richting van de snelheden, wat samengaat met een discontinuïteit van de versnelling.

Boscovich gaf in 1758 een definitie van gedetermineerdheid – preciezer dan de informele verwoording van Laplace en zonder beroep te doen op Leibniziaanse metafysica. Ook hij stelde een strenge continuïteitseis voor om determinisme te verzekeren: zijn voorstel sluit botsingen tussen perfect harde lichamen uit (net als bij Du Châtelet), maar heeft bijvoorbeeld ook problemen met de situatie waarin iets recht omhoog gegooid wordt.

*** Meer details vind je in de slides van de presentatie van Marij van Strien. ***

~

Na de pauze: twee presentaties over (in-)determinisme in de kwantumfysica.

Foto (5)Ronnie Hermens (Ru Groningen) gaf een presentatie met als titel “Indeterminisme en waarschijnlijkheid in de quantamechanica” (zijn alternatieve benaming voor ‘kwantummechanica’: zie ook dit bericht). Hij begon zijn presentatie eerst met een verkenning van mogelijke invalshoeken voor het onderwerp.

In de rest van de presentatie stonden de Bell-ongelijkheden centraal. Het artikel van Bell is in 1964 verschenen, precies 50 jaar geleden dus, en het wordt per vijf jaar steeds meer geciteerd. Zoals bij elk theoretisch resultaat hangt ook de afleiding van de Bell-ongelijkheden af van een aantal aannames. Diverse auteurs hebben echter een andere analyse gemaakt van wat die aannames in dit geval zijn. Hermens besprak eerst de analyse van Earman (1986) en dan twee recentere publicaties: van Cator en Landsman (2014) en van Maudlin (2014).

Hermens komt tot de conclusie dat er in feite verschillende varianten zijn van ‘de stelling van Bell’. Wat betreft de determinisme-kwestie (het onderwerp van het symposium) is de analyse van Cator en Landsman (die determinisme als één van de aannames opnemen) informatief, wat niet geldt voor de analyse van Maudlin.

*** Meer details vind je in de slides van de presentatie van Ronnie Hermens. ***

~

Foto (3)Gerard ’t Hooft (U Utrecht) gaf een lezing over “Kwantummechanica en Cellulaire Automaten: de CA interpretatie”. Hij begint met de observatie dat determinisme een kwestie is van alles of niets. Een deterministische theorie kan alsnog onvoorspelbaar zijn: dat is het geval bij deterministische chaos. Het idee van ’t Hooft is nu dat de onvoorspelbaarheid van de kwantummechanica van dezelfde vorm zou kunnen zijn: dat wil zeggen dat er een onderliggende theorie is die het universum op een nog kleinere schaal beschrijft en dit op een discrete, lokaal deterministische manier. De variabelen in deze theorie zijn ontologisch en commuteren altijd; in het Engels noemt t’Hooft ze ‘beables’ (naar Bell). Op die kleine schaal werkt het universum dan als een cellulaire automaat (CA), terwijl het op een grotere schaal nog steeds beschreven kan worden met kwantumtheorie.

Met enkel kennis op de schaal van de kwantummechanica is het echter niet mogelijk om de juiste CA-theorie te selecteren. We kennen daarmee namelijk onvoldoende details om de ontologische basis te bepalen. Hierdoor kan de theorie enkel worden uitgeschreven in termen van ‘sjablonen’ (superposities van de – tot op heden onbekende – ontologische toestanden).
Het beschrijven van macroscopische toestanden wordt in deze aanpak een kwestie van statistiek in plaats van het gebruikelijke verhaal van decoherentie.

Aangezien dit een deterministische theorie is, ligt op voorhand vast welke experimenten er gedaan zullen worden. Dit wordt ook wel superdeterminisme genoemd, hoewel het eigenlijk geen bijkomende aanname betreft: alles voldoet aan dezelfde wetten. Dit blijft echter praktisch onvoorspelbaar.

*** Meer details vind je in de slides van de presentatie van Ronnie Hermens. ***

Over de aanpak van ’t Hooft verscheen er eerder bovendien een toegankelijk stuk bij Kennislink.

~

Foto (6) – Om de middag af te sluiten werd er een forum georganiseerd, waarbij de sprekers over gemeenschappelijke thema’s discussieerden aan de hand van vragen uit het publiek.

Persoonlijke noot: het voelde die hele dag alsof ik jarig was. Ik had namelijk een aantal mensen uitgenodigd, ze brachten allemaal een cadeau mee (in de vorm van een mooi verhaal) en achteraf gingen we rustig iets eten en napraten. Zo ging het forum dus verder na het officiële programma. En, nee, hier zijn geen foto’s van. ;-)

Dankbetuiging: Ik ben het NWO dankbaar voor financiële steun.

Aanvulling (22 december 2014):

Het verslag staat nu ook in pdf-vorm op de NVWF-website: link.

Determinisme en indeterminisme in de fysica

NVWF.Als secretaris van de Nederlandse Vereniging voor WetenschapsFilosofie (NVWF) organiseer ik een symposium over “determinisme en indeterminisme in de fysica” op woensdag 26 november 2014 in Groningen (13u – 17u30). De sprekers zijn Dennis Dieks, Marij van Strien, Ronnie Hermens en Gerard ’t Hooft.

Op de website van de vereniging staat een pdf met het hele programma.

Misschien tot dan?

Bijwonen is gratis, maar graag aanmelden via: secretaris [at] nvwf.nl.

Aanvulling (2 november 2014):

Voor de volledigheid staat het programma ook hier (na de vouw).

(meer…)

Aankondiging lezing (en blogbericht)

Doornroosje in de versie van Disney.Deze week woensdag (7 mei 2014) geef ik in Groningen een Brown Bag Lecture (lezing tijdens de lunch) over het probleem van de Schone Slaapster. Het is in het Engels, om 12u30. Als je erbij wil zijn, laat het me dan even weten, dan zoek ik op in welk lokaal het is.

Hierbij de inhoud in het kort:

Sleeping Beauty puzzle
The Sleeping Beauty problem is a topic in the philosophy of probability. It combines objective and subjective probabilities in a puzzling way.
In the first part of this Brown Bag lecture, I will trace the origins of the puzzle. The core idea stems from Arnold Zuboff, who developed it in the context of his Universalism (the position that we are all the same person). The puzzle gained a wider audience due to an article in Analysis by Adam Elga in 2000.
In the second part of the talk, I decompose the puzzle into two parts: one about objective probabilities (which gives us a puzzle akin to Bertrand’s boxes paradox) and one about subjective probabilities (which I call the Snow White puzzle). By solving these separate problems, we arrive at a solution for the Sleeping Beauty puzzle.

Titeldia voor mijn presentatie.

Titeldia voor mijn presentatie over de puzzel van de Schone Slaapster.

Deze lezing is meteen een goede aanleiding om nog eens te bloggen over dit onderwerp. Daarom beloof ik voor morgen een nieuw blogbericht in mijn reeks over de paradox van de Schone Slaapster. (Je kan alvast de eerdere delen hier herlezen: 1, 2 en 3.)

Blogfile.Een groot deel van het bericht voor morgen heb ik trouwens vorig jaar al geschreven, maar om dit goed te kunnen vertellen, moest ik eerst iets over “The other tiger” schrijven – of dat heb ik mezelf toen toch wijsgemaakt. Maar om dat goed te kunnen doen, moest ik eerst “The Lady, or the Tiger?” ten tonele voeren (en dan natuurlijk ook “The Discourager of Hesitancy“). Kortom, er ontstond een blogfile.

Ik tikte ook naarstig aan de besprekingen van die andere verhalen, maar die stukken werden zo lang dat ze niet meer behapbaar zijn in korte blogsessies. Ook de oplossing van het vraagstuk met de magische boom laat op zich wachten, ik weet het. Mijn blog telt dus nog heel wat losse draadjes, maar ik hoop al deze concepten nog een keer tot toonbare stukjes om te toveren.

Maar morgen dus een nieuw stuk, dat is bij deze plechtig beloofd. En geef gerust een teken in de commentaren als je mijn blogfile-probleem herkent!

Tellen tot oneindig

Tellen tot oneindig - twee keer.Gisteren gaf ik in Groningen een lezing. Om kansen toe te kennen aan oneindige verzamelingen, zou het handig zijn als je de mogelijkheden kunt tellen, ook al zijn dit er oneindig veel. Daarom maak ik in mijn werk gebruik van numerosities, een manier om oneindige verzamelingen te “tellen” (in zekere zin dan). De theorie over numerosities werd ongeveer tien jaar geleden voorgesteld door professor Vieri Benci en is dus nog niet erg bekend. Na mij gaf professor Paolo Mancosu een lezing. Hij heeft in 2009 een artikel geschreven over numerosities, dus precies rond de tijd dat ik over infinitesimale kansen begon na te denken: ik heb zijn artikel toen gelezen en het heeft mijn werk sterk beïnvloed.

In een ideale wereld zou ik hier een uitgebreide samenvatting van de lezingen uitschrijven. Helaas heb ik in de echte wereld iets te veel ander werk. Gelukkig heeft Catarina Dutilh Novaes, mijn collega uit Groningen die de dubbellezing georganiseerd heeft, er al een blogpost over geschreven: “Counting infinities” (in het Engels dus). Het is een goede inleiding over dit onderwerp en er is ook een discussie op gang gekomen (waar ik met plezier aan deelneem), dus neem er zeker een kijkje als je geïnteresseerd bent in een recente theorie over oneindigheid!

Aankondigingen: lezing en debat

Oneindig kleine kansen.Deze week geef ik op donderdag een lezing in Groningen in een Grolog-sessie (waar de Groningse logici uit het wiskunde- en filosofie-departement elkaar treffen). Het zal gaan over oneindig grote verzamelingen en infinitesimale kansen; de lezing heet dan ook “On numerosities and infinitesimal probabilities“. Ik kijk er vooral naar uit omdat professor Paolo Mancosu (filosoof van de wiskunde) ook een lezing komt geven. Zijn lezing heeft als titel “In good company? On Hume’s principle and the assignment of numbers to infinite concepts“. Details vind je hier. Het is gratis en zal in het Engels zijn. (Laat me gerust iets weten als je er naartoe wil komen.)

Feest van de Filosofie.

Op zaterdag 5 april doe ik mee aan een debat tijdens het  Feest van de Filosofie in Leuven. Dit is de website van het Feest van de Filosofie. Details over het debat staan hier. Het debat zal gaan over de technologische singulariteit. De inleiding wordt gegeven door professor Philip Dutré (computerwetenschapper). Ik ben geen techniekfilosoof of futuroloog, dus ik ga gewoon aandachtig luisteren en dan mijn best doen om relevante bedenkingen te formuleren. Supporters zijn altijd welkom. :-) (Helaas kan ik geen vrijkaarten regelen.)

Over nepartikels en nepconferenties

Prietpraat.Sinds de Sokal-affaire is het alom bekend dat niet alle academische tijdschriften even hoge standaarden hebben om iets te publiceren. In de meeste vaktijdschriften is er peer review, waarbij één of meerdere collega’s uit hetzelfde vakgebied een inzending beoordelen. Dit systeem is uiteraard niet waterdicht, want mensen kunnen zich vergissen. Aan de hand van ogenschijnlijk zorgvuldig gepresenteerde resultaten is het bijvoorbeeld niet altijd mogelijk om te zien of het experiment zelf even zorgvuldig is uitgevoerd.

Toch zou je verwachten dat regelrechte onzin direct door de mand valt bij een aandachtige lezing door minstens één buitenstaander. Wanneer ik zelf als referent optreedt, ben ik altijd uren bezig – zelfs als het een vrij kort artikel is; vaak laat ik het daarna nog even bezinken om er in de volgende dagen een rapport over te schrijven. Daarom blijft het me verbazen dat er geregeld nepartikels door de mazen van dit controlenet glippen.

Vorig jaar had iemand opzettelijk onzinartikels ingestuurd naar open access tijdschriften om te kijken wat er zou gebeuren en hij kreeg daarbij verrassend vaak groen licht. Zijn studie werd toen bekritiseerd omdat hij enkel open access tijdschriften viseerde, terwijl er weinig reden is om te geloven dat het controlesysteem bij betalende tijdschriften wel altijd goed zou werken.

Op de website van Nature wordt er nu inderdaad gewag gemaakt van computer-gegenereerde nepartikels die verschenen zijn in betalende tijdschriften (van twee grote wetenschappelijke uitgevers). Het gaat om meer dan honderdtwintig artikels over computerwetenschappen die in conferentie-bijdragen zijn verschenen tussen 2008 en 2013. (Dit bericht op de Eos-website vat het nieuws in het Nederlands samen.)

Het is nog onduidelijk wie er achter de inzending van de huidige nepartikels zit. (Er staan natuurlijk namen vermeld op de artikels, maar het is nog de vraag of deze aan bestaande onderzoekers toebehoren en zo ja, of de mensen in kwestie al dan niet op de hoogte zijn van ‘hun’ inzending.) Het is dus ook nog niet geweten wat de motieven waren van de inzender(s).

Zelf denk ik dat het om fictieve inzendingen van grotendeels fictieve conferenties zou kunnen gaan. Ik heb hier vandaag iets over geschreven op NewAPPS (een Engelstalige groepsblog die vooral gelezen wordt door filosofen).

In mijn Engelstalige blogstukje staan er meer details, dus kopieer ik dat hieronder (na de vouw).
(meer…)

Jaaroverzicht 2013

Evaluatie.Volgende week ben ik aan de beurt voor mijn jaarlijkse “Resultaat- en Ontwikkelingsgesprek”: een evaluatie van mijn publicaties, presentaties en andere academische activiteiten in 2013. Er kruipt best wat tijd in om alles op te lijsten, maar het is toch leuk als je het eens samen ziet. (Blijkbaar is 2013 niet alleen hectisch, maar ook productief geweest, besefte ik.)

Hierbij een alternatieve versie van mijn jaarverslag, met minder details over de academische kant en iets meer aandacht voor ‘nevenactiviteiten’ (je weet wel, een gezinsleven).

In 2013:

Terwijl Dagobert Duck zijn goudstukken telt, tellen wetenschappers hun publicaties van het voorbije jaar.In 2013 verschenen er vier artikels van mij in vaktijdschriften (enkel het tweede artikel is voor iedereen vrij te raadplegen; als je interesse hebt, maar geen toegang via een universiteitsbibliotheek, stuur me dan gerust een e-mail):

In de figuur hieronder zie je een overzicht van al mijn academische publicaties tot aan het einde van 2013. (Het aantal citaties heb ik eens gecheckt in september, maar die getallen zijn vooral voor de recente artikels intussen weer iets hoger.)

Mijn publicaties tot 2013.

Overzicht van mijn publicaties tot 2013. (Voor details: zie mijn CV.)

Deze dingen deed ik in 2013 voor het eerst:

  • Zelf chocomousse maken.
  • Een column schrijven. (Ik schreef drie columns voor Eos: over het belang van een goede onderzoeksvraag, over ex-wetenschappers in de politiek en over wiskunde als taal.)
  • Een referee-opdracht weigeren.
  • Een uitnodiging om “overzees” te gaan spreken weigeren.
  • Een blog-stokje krijgen en invullen, maar niet voor eerst na te denken over dit fenomeen.
  • Huilen voor ik op congres vertrok (omdat ik mijn zoontje toen moest achterlaten, nochtans in goede handen).
  • In het openbaar zeggen dat ik professor wil worden en ook effectief voor een tenure-track-positie solliciteren. (Hou je vingers maar gekruist, want de uitslag is nog niet bekend.)

(Vorig jaar maakte ik het jaaroverzicht van 2012.)

Symposium ter ere van Clark Glymour

Twee maanden geleden ben ik op congres geweest in Düsseldorf (nee, dit berichtje ging niet over dat congres). Over mijn treinreis – met name de overstap in Keulen – schreef ik eerder al een stukje. Het congres viel tussen mijn twee laatste lessen van Philosophy of Science. Tijd voor een verslag van het congres zelf bleef er toen niet over, maar vandaag maak ik dat goed.

Schloss Mickeln.Midden juni vond er in Düsseldorf een symposium ter ere van Clark Glymour plaats. Professor Glymour doceert filosofie aan de Carnegie Mellon University in Pittsburgh. Van opleiding is hij chemicus en die wetenschappelijke achtergrond is van blijvende invloed in zijn filosofische onderzoek. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk rond partiële causatie in Bayesiaanse netwerken.

Het symposium werd georganiseerd door Matthias Unterhuber, Alexander Gebharter en Gerhard Schurz, alle drie verbonden aan het Düsseldorf Center for Logic and Philosophy of Science (DCLPS) van de Heinrich Heine Universität Düsseldorf.

Ik reisde op donderdag 13 juni af naar Düsseldorf om er de avondlezing “Brain troubles” van Clark Glymour bij te wonen. Hij sprak over de hersenen, maar ook weer niet… Hij beschouwde de hersenen grotendeels als een ingewikkelde machine, waarvan je de werking kunt proberen achterhalen door fysiologische metingen te doen. Hij besprak algoritmes om de gegevens van functionele MRI (fMRI) te analyseren, waarbij de door hem ontwikkelde causale netwerken een belangrijke rol spelen.

Na de lezing gingen de deelnemers aan het symposium samen eten. Clark Glymour zat ongeveer in het midden van het hele gezelschap en sloeg met iedereen een praatje, ook met de studenten en de diensters. Wie hem ooit in het echt heeft gezien, weet dat hij nooit verlegen zit om een anecdote, een grapje, of een kwajongensverhaal. En dat hij sigaren rookt en van vrouwen houdt. Sommige van zijn gewoontes stammen uit een andere tijd (vóór de term “politiek correct” uitgevonden was) – verfrissend ouderwets in 2013. :-)

Voor alle sprekers was er een kamer geboekt in een hotel van de universiteit. Ik verwachtte dus een spartaans kamertje in een betonnen blok, maar de lange oprijlaan bleek naar een wit kasteeltje (Schloss Mickeln) te leiden. Omdat ik niet vooraf was gaan inchecken, had de aankomst een extra spelelement: eerder die avond had ik van de organisatoren een code gekregen van een kluisje waar mijn sleutel in zou zitten. Op het blad met de code stond dat het kluisje aan de oostkant van het gebouw zat. Ze hadden me beter verwittigd dat ik een kompas moest meebrengen, want ik navigeer meestal op de zon, maar die was natuurlijk al onder. ;-)
De kamers waren veel ruimer en mooier dan nodig, de internetverbinding was snel genoeg om even naar huis te Skypen en ik had een kamer op de bovenste verdieping, dus ik sliep er heerlijk rustig.

Op vrijdag 14 juni waren er presentaties van uitgenodigde sprekers. Alle praatjes gingen in op een onderwerp waar Glymour aan gewerkt heeft; aan het einde gaf hij telkens een reactie en daarna konden er vragen gesteld worden.

De eerste drie sprekers hadden het over causaliteit: Gerhard Schurz en Alexander Gebharter presenteerden een logische analyse van oorzakelijkheid, Frederick Eberhardt ging verder in op de zoekalgoritmes voor oorzaken in Bayesiaanse netwerken (zoals die ook in de avondlezing aan bod waren gekomen) en Vera Hoffmann-Kolss gaf een presentatie over de metafysica van causatie en intuïties over oorzaken. Matthias Unterhuber ging in op een ander aspect van Glymours werk: formal learning en het verband met het vinden van natuurwetten.

Presentatie op het congres.

Tijdens mijn presentatie. (Bron foto.)

In mijn eigen presentatie had ik het over het probleem van oude aanwijzingen (problem of old evidence). Glymour schreef hierover toen ik nog in de luiers zat: in zijn boek “Theory and Evidence” uit 1980 besprak hij verschillende tekortkomingen van de Bayesiaanse wetenschapsfilosofie. Het probleem van de oude aanwijzingen is een conflcit tussen (a) beschrijvende, historische voorbeelden en (b) de Bayesiaanse theorie:

  • (a) In de praktijk kunnen oude metingen nieuwe theorieën bevestigen; zo bevestigden circa 100 jaar oude gegevens over de precessie van het perihelium van Mercurius de algemene relativiteitstheorie van Einstein.
  • (b) In het Bayesiaans formalisme kan een oud gegeven geen confirmatie leveren voor een nieuwe theorie: eens een waarneming gebeurd is, moeten alle kanstoekenningen daaraan worden aangepast; als je de oude waarnemingen later nogmaals in rekening wil brengen, verandert er niets meer aan de kansen van theorieën en gaat er dus ook geen bevestigende werking van uit.

Samen met Jan-Willem Romeijn werk ik aan een stuk over dit onderwerp, waarbij we vooral ingaan op de moeilijkheid om nieuwe theorieën in een Bayesiaans formalisme in te passen.

Voor wie er het fijne van wil weten: hieronder zie je de video-opname van mijn presentatie, met de reactie van Clark Glymour achteraf. (Op de conferentie-website kun je ook de video’s van andere sprekers bekijken.)

De laatste halve dag van het symposium, op zaterdag 15 juni, heb ik – in het kader van werk-gezins-balans – niet bijgewoond. Hierdoor heb ik de bijdragen gemist van Paul Näger, York Hagmayer en Conor Mayo-Wilson.

Groepsfoto van het symposium.

Groepsfoto van de deelnemers aan het symposium. (Bron foto.)