Tag Archief: congres

Symposium ter ere van Clark Glymour

Twee maanden geleden ben ik op congres geweest in Düsseldorf (nee, dit berichtje ging niet over dat congres). Over mijn treinreis – met name de overstap in Keulen – schreef ik eerder al een stukje. Het congres viel tussen mijn twee laatste lessen van Philosophy of Science. Tijd voor een verslag van het congres zelf bleef er toen niet over, maar vandaag maak ik dat goed.

Schloss Mickeln.Midden juni vond er in Düsseldorf een symposium ter ere van Clark Glymour plaats. Professor Glymour doceert filosofie aan de Carnegie Mellon University in Pittsburgh. Van opleiding is hij chemicus en die wetenschappelijke achtergrond is van blijvende invloed in zijn filosofische onderzoek. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk rond partiële causatie in Bayesiaanse netwerken.

Het symposium werd georganiseerd door Matthias Unterhuber, Alexander Gebharter en Gerhard Schurz, alle drie verbonden aan het Düsseldorf Center for Logic and Philosophy of Science (DCLPS) van de Heinrich Heine Universität Düsseldorf.

Ik reisde op donderdag 13 juni af naar Düsseldorf om er de avondlezing “Brain troubles” van Clark Glymour bij te wonen. Hij sprak over de hersenen, maar ook weer niet… Hij beschouwde de hersenen grotendeels als een ingewikkelde machine, waarvan je de werking kunt proberen achterhalen door fysiologische metingen te doen. Hij besprak algoritmes om de gegevens van functionele MRI (fMRI) te analyseren, waarbij de door hem ontwikkelde causale netwerken een belangrijke rol spelen.

Na de lezing gingen de deelnemers aan het symposium samen eten. Clark Glymour zat ongeveer in het midden van het hele gezelschap en sloeg met iedereen een praatje, ook met de studenten en de diensters. Wie hem ooit in het echt heeft gezien, weet dat hij nooit verlegen zit om een anecdote, een grapje, of een kwajongensverhaal. En dat hij sigaren rookt en van vrouwen houdt. Sommige van zijn gewoontes stammen uit een andere tijd (vóór de term “politiek correct” uitgevonden was) – verfrissend ouderwets in 2013. :-)

Voor alle sprekers was er een kamer geboekt in een hotel van de universiteit. Ik verwachtte dus een spartaans kamertje in een betonnen blok, maar de lange oprijlaan bleek naar een wit kasteeltje (Schloss Mickeln) te leiden. Omdat ik niet vooraf was gaan inchecken, had de aankomst een extra spelelement: eerder die avond had ik van de organisatoren een code gekregen van een kluisje waar mijn sleutel in zou zitten. Op het blad met de code stond dat het kluisje aan de oostkant van het gebouw zat. Ze hadden me beter verwittigd dat ik een kompas moest meebrengen, want ik navigeer meestal op de zon, maar die was natuurlijk al onder. ;-)
De kamers waren veel ruimer en mooier dan nodig, de internetverbinding was snel genoeg om even naar huis te Skypen en ik had een kamer op de bovenste verdieping, dus ik sliep er heerlijk rustig.

Op vrijdag 14 juni waren er presentaties van uitgenodigde sprekers. Alle praatjes gingen in op een onderwerp waar Glymour aan gewerkt heeft; aan het einde gaf hij telkens een reactie en daarna konden er vragen gesteld worden.

De eerste drie sprekers hadden het over causaliteit: Gerhard Schurz en Alexander Gebharter presenteerden een logische analyse van oorzakelijkheid, Frederick Eberhardt ging verder in op de zoekalgoritmes voor oorzaken in Bayesiaanse netwerken (zoals die ook in de avondlezing aan bod waren gekomen) en Vera Hoffmann-Kolss gaf een presentatie over de metafysica van causatie en intuïties over oorzaken. Matthias Unterhuber ging in op een ander aspect van Glymours werk: formal learning en het verband met het vinden van natuurwetten.

Presentatie op het congres.

Tijdens mijn presentatie. (Bron foto.)

In mijn eigen presentatie had ik het over het probleem van oude aanwijzingen (problem of old evidence). Glymour schreef hierover toen ik nog in de luiers zat: in zijn boek “Theory and Evidence” uit 1980 besprak hij verschillende tekortkomingen van de Bayesiaanse wetenschapsfilosofie. Het probleem van de oude aanwijzingen is een conflcit tussen (a) beschrijvende, historische voorbeelden en (b) de Bayesiaanse theorie:

  • (a) In de praktijk kunnen oude metingen nieuwe theorieën bevestigen; zo bevestigden circa 100 jaar oude gegevens over de precessie van het perihelium van Mercurius de algemene relativiteitstheorie van Einstein.
  • (b) In het Bayesiaans formalisme kan een oud gegeven geen confirmatie leveren voor een nieuwe theorie: eens een waarneming gebeurd is, moeten alle kanstoekenningen daaraan worden aangepast; als je de oude waarnemingen later nogmaals in rekening wil brengen, verandert er niets meer aan de kansen van theorieën en gaat er dus ook geen bevestigende werking van uit.

Samen met Jan-Willem Romeijn werk ik aan een stuk over dit onderwerp, waarbij we vooral ingaan op de moeilijkheid om nieuwe theorieën in een Bayesiaans formalisme in te passen.

Voor wie er het fijne van wil weten: hieronder zie je de video-opname van mijn presentatie, met de reactie van Clark Glymour achteraf. (Op de conferentie-website kun je ook de video’s van andere sprekers bekijken.)

De laatste halve dag van het symposium, op zaterdag 15 juni, heb ik – in het kader van werk-gezins-balans – niet bijgewoond. Hierdoor heb ik de bijdragen gemist van Paul Näger, York Hagmayer en Conor Mayo-Wilson.

Groepsfoto van het symposium.

Groepsfoto van de deelnemers aan het symposium. (Bron foto.)

Over treinreizen en stations (Antwerpen en Keulen)

NS trein.In plaats van een systematisch maandoverzicht, hier enkele indrukken van mijn reizen in mei en juni.

Een beetje in de trein

Hoewel ik mijn laptop altijd bij me heb en een kortfilm bekijken ook wel eens leuk is, gebruik ik mijn tijd op de trein vooral om te werken en te lezen. Ik vind het heerlijk om een krant te vinden die je zelf normaal niet koopt en zo even los van je eigen zoekbubbel iets in het wilde weg lezen.

Op één van mijn vele treinreizen las ik in de Volkskrant een taalstukje door Jean-Pierre Geelen over het woord “beetje”. In het stuk werden veel voorbeeldzinnen gegeven met dit (stop-)woord erin: bekende voorbeelden als “Een beetje, verliefd is iedereen wel eens, dat weet je”, maar ook fragmenten uit op de trein afgeluisterde gesprekken: “een beetje niet zo erg”. (De krantencolumn staat niet online, maar deze was een reactie op dit stuk van Corejanne Lemmens.)

Precies tijdens het lezen van deze column hoorde ik het volgende omroepbericht (trein Groningen – Rotterdam op 8 mei om 11u16):

“Het is een beetje druk vandaag, vandaar dat de trein een beetje te klein is.”

Ik moest glimlachen om deze schitterende synchroniciteit. Maar ik had makkelijk lachen: niet iedereen had een zitplaats – laat staan een plaats waar iemand zijn of haar exemplaar van de Volkskrant had achtergelaten. Voor de later opgestapte reizigers werd het eerste-klasse rijtuig gedeclasseerd – al heet dat in het Noorden gewoon “vrijgegeven”.

Kunst in stations

Stations zijn een prima plaats om mensen – opnieuw los van hun gewoonlijke zoekbubbel – in contact te brengen met kunst. Sommige stations zijn op zich al pareltjes, maar daar kijken de forensen natuurlijk niet meer van op. Juist daarom zijn tijdelijke tentoonstellingen in stations zo’n goed idee: die kunnen zelfs de dagelijse pendelaars verbazen en hen even uit hun ingesleten wandel- en denkroutes halen.

In het Centraal station van Antwerpen zag ik een tentoonstelling van François Blommaerts. Bij mijn eerste doortocht was ik gehaast en zag ik enkel een grote kip en een schilderij. De volgende keer dat ik er passeerde, had ik wel tijd om van dichtbij te gaan kijken. Ik zag dat er een titelbordje bij de kip stond (“de curieuze kip”) en dat daaronder de titel herhaald werd in een ander alfabet (dat op het schrift der Magi leek). Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Gelukkig was er een infoblaadje: de kunstenaar noemt zijn eigen stijl “parallel realisme” en vermeldt dat het geheimschrift dat van zijn te vroeg gestorven zoon is. Zo krijgen de speelse werken alsnog een droeve lading. Mijn favoriete werk is de “swalamander”: deze reusachtige salamander uit swahilihout hield zich schuil op één van de binnenmuren van het station.

Swalamander.

Swalamander van François Blommaert in het station Antwerpen-Centraal (april tot juni 2013).

In juni nam ik deel aan een symposium ter ere van Clark Glymour aan de universiteit van Düsseldorf. (Ik hield er een praatje over het probleem van “old evidence” in de context van Bayesiaanse conformatietheorie, waarover misschien later meer.) Op de terugweg had ik een uur overstaptijd in het station van Keulen. Er was een tijdelijke tentoonstelling rond natuurfotografie van het Gesellschaft Deutscher Tierfotografen (GDT). Mijn favoriete foto was “Regenbogen über dem Two Medicine Lake” van Frank Krahmer (te zien op deze pagina).

• Mensen in stations

Nog steeds over mijn uur in het station van Keulen: de zon scheen, dus kocht ik een broodje om op het terras van de bakker op te eten. Aan een bank iets verderop zette een groepje jongeren het weekend in met drank en veel kabaal. Er kwam een man aan de andere kant zitten van mijn picknicktafel. Met zijn leren jas en stoer postuur kon hij voor buitenwipper doorgaan. (Even later bleek dat hij Duits praatte met een zwaar accent; het zou me dus niet verbazen dat hij zelf meer dan eens is tegengehouden aan de ingang van een dancing.) Een ander groepje jongeren wandelde voorbij. Eén meisje had een jasje aan in de vorm van Pikachu (de gele Pokémon; een ontwerp als dit). “Pikachu, Pikachu!” riep de feestende groep. De twee groepjes maakten een praatje; het was mij niet duidelijk of ze elkaar voordien al kenden. De man aan mijn bank vond het ook een grappig tafereel en we maakten een praatje. Hij bood mij een borrel aan uit zijn veldfles. Iets later proostte hij met een jonge snaak aan de feestende bank en die nodigde hem uit om wat van hun fles te drinken.

Maar het was niet allemaal zonneschijn wat ik in Köln Hbf zag: ik zag er ook mensen in de vuilnisbakken zoeken naar plastic flessen omwille van het statiegeld.

Kortom, als je eens niet dringend een trein moet halen, is er in en om zo’n station heel wat te zien.

Wiskunde van planeet Aarde (Zomerschool in Triëste)

Mathematics of Planet Earth.Wiskundigen hebben 2013 uitgeroepen tot het jaar van “wiskunde van planeet Aarde” (website). Over dit thema zal er in Italië een zomerschool gehouden worden. Je kunt je hiervoor aanmelden tot 15 februari 2013.

De zomerschool wordt georganiseerd door de vereniging voor Europese vrouwen in de wiskunde (EWM). Alle wiskundigen zijn welkom: daar hoef je vrouw, noch Europeaan voor te zijn! Zelf was ik aanwezig op hun vorige zomerschool, die toen in Leiden plaatsvond. Als Europese vrouw maar niet-wiskundige was ik er alsnog een buitenbeentje. :-) Mijn blog was toen nog nieuw en ik deed dan ook uitgebreid verslag (hier, hier, hier en hier).

Toegegeven: op voorhand had ik mijn twijfels over het concept. Zo’n congres met een meerderheid aan vrouwen, wat is daar de meerwaarde van? Toch ben ik tijdens die week anders gaan denken over het thema diversiteit in de exacte wetenschappen. Bovendien heb ik er ook heel interessante tutorials gevolgd. Als je zelf onderzoek doet naar een onderwerp dat aansluit bij het huidige thema rond wiskunde (of wiskundige fysica) van planeet Aarde (denk bijvoorbeeld aan dynamische systemen en niet-lineaire partiële differentiaalvergelijkingen), kan ik je dus enkel aanraden om deel te nemen.

De zomerschool zal plaatsvinden in Triëst (in het noordoosten van Italië, in de buurt van Venetië). Meer bepaald in Miramare aan het ICTP, of voluit: Centro Internazionale di Fisica Teorica Abdus Salam. Het centrum heeft budgetten om onderzoekers uit ontwikkelingslanden te helpen om de daar georganiseerde symposia bij te wonen. Op die manier kan de zomerschool dus ook een heel divers publiek bereiken. In 2009 verbleef ik zelf een week aan het centrum samen met Danny. Terwijl Danny er lezingen volgde en een poster presenteerde op het congres over computationele fysica, werkte ik er rustig verder aan mijn bureau met zicht op zee. Het was toen januari en bitter koud, dus voor de komende zomerschool eind mei zal het er vast nog mooier zijn.

Internationaal Centrum voor Theoretische Fysica in Miramare.

In 2009 verbleef ik met Danny in het Internationaal Centrum voor Theoretische Fysica (ICTP) in Miramare. Van aan mijn bureau had ik dit uitzicht op de Adriatische Zee.

Aanvulling (3 februari 2013):

Het ICTP is opgericht door Abdus Salam, een theoretisch fysicus uit Pakistan die in 1979 de Nobelprijs Natuurkunde deelde met Sheldon Glashow en Steven Weinberg voor hun werk in de deeltjesfysica. Hoewel Salam daarmee de eerste Pakistaanse fysicus was die deze eer te beurt viel, was zijn geboorteland verre van opgetogen en dit omdat hij tot een religieuze minderheid behoorde.

Over het leven van Abdus Salam wordt momenteel een documentaire gemaakt. De makers zijn nog op zoek naar fondsen voor de postproductie; ze mikken op 150 000 dollar. Ze hebben alvast een voorsmaakje online geplaatst op Vimeo:

Jaaroverzicht 2012

Jaaroverzicht 2012.In 2012 was ik gedurende driekwart van het jaar zwanger en besloot ik zo veel mogelijk te werken, omdat dat iets moeilijker wordt als de baby er is.

In 2012:

Het was een goed jaar! :-)

(Vorig jaar maakte ik het jaaroverzicht van 2011.)

Video’s van lezingen in München

Tijdens mijn presentatie in München.In juni vertelde ik al over de Formal Epistemology Workshop (FEW) in München, waar toen heel wat mensen uit de formele kenleer samenkwamen om hun recentste onderzoek te bespreken en waar ik zelf twee tutorials gaf over hyperreële getallen en hun toepassingen.

Inmiddels staan alle video’s van de daar gehouden presentaties online: je kunt ze downloaden via het (gratis) iTunes-kanaal van het Münchense Centrum voor Wiskundige Filosofie (MCMP). Het overzichtelijkste is echter via het schema van het congres op de website van Branden Fitelson, waarbij er nu ook links zijn naar alle video’s.

Het is natuurlijk altijd zeer confronterend om jezelf op video terug te zien, maar ik heb beslist om de filmpjes hier toch te plaatsen – al was het maar om later aan mijn kind te kunnen zeggen: “Kijk, daar was jij bij en dat wist toen helemaal niemand!” :-)

Vooruitspoelen zal pas lukken als de video al zo ver geladen is; het is hier YouTube niet, hè. ;-) [Aanvulling 2016: Ik heb de video’s ein-de-lijk ook op mijn eigen YouTube-kanaal gezet.] Eerste deel:

Om de hele video te downloaden en achteraf te bekijken (in groter scherm), klik rechts op volgende link en kies opslaan: Download mp4 van deel 1.

Tweede deel:

Om de hele video te downloaden, klik rechts op volgende link en kies opslaan: Download mp4 van deel 2.

Het filmpje van Vi Hart, dat ik integraal liet spelen tijdens mijn eerste presentatie, kun je beter vanuit mijn vorige post herbekijken.

Zomerschool in Groningen

Op dit moment is er aan de Rijksuniversiteit Groningen een zomerschool bezig over formele methoden in de filosofie. Er zijn een dertigtal master- en doctoraatsstudenten aanwezig die lezingen volgen (en er ook zelf geven) over onderwerpen als logica en formele epistemologie. Zelf gaf ik zaterdagochtend een lezing over hyperreële getallen: een selectie van de twee tutorials die ik in München gaf – helaas zonder draken, vlinders, of Fringe-referenties deze keer. Hoewel je het niet meteen zou verwachten op zaterdagochtend, waren de meeste studenten weldegelijk op post én alert. Mede dankzij hun gerichte vragen werd het een leuke presentatie.

Ik heb geen sfeerbeelden gemaakt van de zomerschool zelf, maar bracht wel deze twee foto’s mee van mijn doortocht door Groningen. De eerste is een foto van het magneetbord in de gang van onze vakgroep “TF” (Theoretische Filosofie).

Magneetbord van onze vakgroep Theoretische Filosofie.

Magneetbord van onze vakgroep Theoretische Filosofie.

Ik moet altijd glimlachen als ik dit lees:

“Toeval is logisch”

Het is één van de vele bekende uitspraken van Johan Cruijff die zijn gebundeld in een recent boek van Pieter Winsemius (waarvan dit de reclameposter is). Verder zie je op dit bord enkele groepsfoto’s, wisselende affiches van activiteiten en toepasselijke strips (links buiten beeld bijvoorbeeld: deze logicagrap van Spiked Math).

Wat me verder opviel was de kraan met gratis drinkwater aan de universiteitsbibliotheek. Wordt Groningen binnenkort het Rome van het noorden? :-)

Gratis drinkwater in Groningen.

Gratis drinkwater aan de universiteitsbibliotheek in Groningen.

Nog een nieuwe publicatie

Foto genomen tijdens mijn presentatie in Brussel vorig jaar.In februari 2011 had ik nog geen blog. Anders had ik hier zeker verslag gedaan van de derde editie van het congres “PhDs in Logic dat toen gehouden werd in het Academiënpaleis in Brussel. Het werd georganiseerd door twee doctoraatsstudenten in de logica: Jonas De Vuyst van de Vrije Universiteit van Brussel en Lorenz Demey van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven. Ik gaf er een presentatie over de axiomatische aanpak van infinitesimale kansrekening waaraan ik toen nog volop aan het werken was samen met Vieri Benci en Leon Horsten.

De aanleiding om meer dan een jaar na datum alsnog over dit congres te bloggen is een recente publicatie (ja, nog één!): deze zomer viel er hier namelijk een grote envelop in de bus met daarin de proceedings van “PhDs in Logic III. Het is een mooi uitgegeven boek (dat ook te koop is via de gebruikelijke kanalen) met daarin dertien artikels gebaseerd op bijdragen van doctoraatsstudenten aan het congres in Brussel. Hoofdstuk 12 is het artikel van mij samen met Vieri en Leon.

Intussen heb ik de publicatielijst in mijn CV en op mijn website ook weer eens aangevuld.

Het boek met de proceedings van PhDs in Logic III viel in de bus.

Het boek met de proceedings van PhDs in Logic III viel deze zomer in de bus.

Het produceren van wetenschappelijke artikels verloopt in verschillende fasen:

  • Eerst doe je het onderzoek, maar op dat moment heb je nog geen garantie dat er iets publiceerbaars uit zal komen.
  • Als je onderzoek inderdaad nieuwe resultaten oplevert, dan schrijf je ze op in de vorm van een artikel. Als je met meerdere mensen samenwerkt, gaan er een paar versies heen en weer per e-mail tot iedereen het eens is over de inhoud en de vorm.
  • Dan stuur je het artikel in naar een wetenschappelijk tijdschrift of je dient het in bij een conferentie waar er een proceedings volume wordt uitgebracht.
  • Het artikel moet dan nog worden beoordeeld door één of meerdere referees (peer review). Zij kunnen het artikel aanvaarden zonder verdere voorwaarden, het aanvaarden op voorwaarde van kleine wijzigingen, een grote revisie vragen waarna ze het eventueel wel opnieuw willen beoordelen, of het afwijzen. Het kan enkele weken tot maanden duren voor je het oordeel van de referees te horen krijgt – bij sommige filosofietijdschriften duurt dit zelfs meer dan een jaar.
  • Als het artikel, na eventuele aanpassingen, aanvaard is, krijg je na enkele dagen tot weken de drukproeven teruggestuurd. Je hebt dan doorgaans achtenveertig uur de tijd om die na te kijken en eventuele fouten (vooral in formules met ongewone symbolen en de opmaak van tabellen) te melden.
  • Uiteindelijk verschijnt je artikel in druk of – steeds vaker – in een online databank.

Dit om maar te zeggen dat het altijd leuk blijft om een artikel online te zien verschijnen of een uitgave met conferentieproceedings in de bus te krijgen. :-)

Alle modellen zijn fout

Lipson's Lego-kunstwerk 'Relativity'.In maart 2011 had ik nog geen blog. Anders had ik hier zeker verslag gedaan van het congres “All models are wrong dat toen aan de Rijksuniversiteit Groningen plaatsvond. Het was een organisatie van twee statistici (Ernst Wit en Edwin van den Heuvel) en één wetenschapsfilosoof (Jan-Willem Romeijn). De dia’s van de meeste presentaties staan online, dus je kunt het hele evenement thuis nabeleven als je dat zou willen.

De aanleiding om meer dan een jaar na datum alsnog over dit congres te bloggen is een recente publicatie: deze zomer verscheen er namelijk een speciaal themanummer van het wetenschappelijke tijdschrift Statistica Neerlandica met daarin artikels die op het congres gepresenteerd werden. In dit nummer staat er ook een artikel van mij samen met Danny (helaas niet gratis te raadplegen). Onze lezing en het bijbehorende artikel hebben de titel: “Models and simulations in material science: two cases without error bars“. (De pdf met de dia’s vind je hier en is wel gratis te raadplegen.)

Themanummer van 'All models are wrong'.

Het themanummer van Statistica Neerlandica met de proceedings van ‘All models are wrong’ viel deze zomer in de bus.

We hadden al langer plannen om een artikel te schrijven met onze twee namen erboven: romantiek voor onderzoekers. :-) We haalden de inspiratie voor onze gezamenlijke bijdrage uit de tijd dat we een koppel werden en we elk aan ons eerste doctoraatsstudie werkten. Ik knutselde toen in het laboratorium aan biosensoren op diamant, terwijl Danny computationeel onderzoek deed naar nanodraden. Dit zijn weliswaar erg verschillende onderwerpen, maar toch vonden we een gemeenschappelijke deler die interessant genoeg was voor een nabespreking: we werkten beiden in de materiaalfysica en stelden ons daarbij allebei vragen over hoe betrouwbaar onze resultaten nu eigenlijk waren. Meestal wordt deze betrouwbaarheid uitgedrukt met behulp van foutenvlaggen. Echter, zowel voor mijn ellipsometriestudie van DNA op diamant als voor de door Danny berekende structuur van nanodraden bleek het onmogelijk om de foutenanalyse kwantitatief door te voeren met finaal één fouteninterval als resultaat.

In de wetenschapsfilosofie ging de grootste aandacht lange tijd uit naar theorieën. Recent is men echter meer belangstelling beginnen krijgen voor modellen en simulaties. We beginnen ons artikel dan ook met een bespreking van de filosofische literatuur hierover en maken een onderscheid tussen modellen in de materiaalfysica enerzijds en die in de statistiek anderzijds. Vervolgens analyseren we het gebruik van modellen en idealisaties in de context van ons eigen voorgaande onderzoek. We bespreken welke bijkomende informatie er nodig zou zijn om in deze twee gevallen wel tot een fouteninterval te komen. Anderzijds herinneren we de lezer er ook aan dat gerapporteerde foutenintervallen bijna nooit alle mogelijke bronnen van fouten omvatten. Foutenintervallen worden meestal berekend op basis van de statistische variatie binnen een model; het is doorgaans echter ondoorgrondelijk om precies te kwantificeren hoeveel het model zelf van de werkelijkheid afwijkt.

De titel van het congres verwijst naar volgend citaat van statisticus George E. P. Box:

“Alle modellen zijn fout, maar sommige modellen zijn nuttig.”

Dit is in feite ook de conclusie van ons artikel. Alle modellen zijn fout – ja -, maar modellen doelen er ook helemaal niet op om ‘juist’ te zijn. Een belangrijke (maar niet de enige) functie van modellen is om ons een middel geven waarover we kunnen redeneren, want de wereld zelf is vaak niet te begrijpen. Het komt er daarbij op aan om een model te vinden dat niet te fout is, zodat het toch iets gemeen heeft met het onderdeel van de werkelijkheid dat we willen bestuderen. Zoals gezegd informeren foutenvlaggen ons niet over hoe goed het gebruikte model op de werkelijkheid lijkt, maar veeleer over wat de variatie is als we dit model even voor waar aannemen – een cruciaal verschil.

Als je deze onderwerpen interessant vindt, moet je eigenlijk de inleiding bij het themanummer eens lezen. Helaas is ook dit geen open access, maar je kunt het altijd eens proberen aanklikken vanuit de dichtstbijzijnde universiteitsbibliotheek…

Tot slot nog een leuk weetje: voor de affiche van het congres werd als afbeelding het Lego-kunstwerk “Relativity” van Andrew Lipson gebruikt, een hommage aan Escher (ook het plaatje bovenaan deze post).

Graffiti in Bristol (deel 1/2): van Banksy tot ROA

See No Evil, editie 2012: graffiti-manifestatie in Bristol.Op dinsdag werd er aan de Universiteit van Bristol een workshop gehouden over “historical counterfactuals“: dit zijn voorwaardelijke zinnen waarvan de voorwaarde niet waar is, maar wel iets uitdrukt dat op een bepaald moment in de geschiedenis mogelijk is geweest. Een voorbeeld: “Als de aarde niet om haar eigen as draaide, kenden wij geen dag- en nachtritme.” Filosofen en logici stellen zich de vraag hoe je kunt nagaan of en wanneer dergelijke zinnen waar zijn.

In mijn praatje lichtte ik toe hoe je infinitesimale kansen kunt combineren met modellen uit de modale en temporele logica waarin tijd als een zich vertakkende boomstructuur wordt voorgesteld. Vervolgens paste ik dit toe op een voorbeeld met oneindige lange rijen van muntworpen. Tot slot analyseerde ik dan enkele voorwaardelijke zinnen over deze muntworpenrijen.

Ik was al één keer eerder in Bristol geweest: in november 2011, tijdens mijn verblijf in Oxford, nam ik ook de trein naar Bristol om er een presentatie te geven. Door tijdsgebrek bleef mijn stadsbezoek toen beperkt tot een wandeling naar de Clifton Suspension Bridge: het was avond en de negentiende-eeuwse hangbrug van ingenieur Brunel leek onheilspellend te hangen over een kloof gevuld met het Absolute Niets.

Deze keer had ik mijn reisschema iets ruimer gepland om toch iets meer te kunnen zien van de achtste grootste stad van het Verenigd Koninkrijk (zesde grootste van Engeland). We kwamen zondagavond toe en hadden na de lange treinreis nog net genoeg fut voor een avondwandeling. De hangbrug lag er ditmaal zonovergoten bij en we konden zelfs het water van de rivier (de Avon) in de diepte zien stromen. Het was erg druk op de weide vanwaar je een panoramisch zicht hebt op de constructie. Er zaten groepjes mensen te picknicken en anderen stonden met grote camera’s op statief naar de brug gericht. Vlakbij zagen we kinderen spelen en van de rotsen glijden – blijkbaar een populaire bezigheid op deze plek, want de rotsen zijn er helemaal glad door afgesleten. Er heerste een soort festivalsfeer, maar er was geen plaats voor een podium.

We kwamen er pas de volgende ochtend tijdens het ontbijt achter dat het zondag de laatste dag was van een internationaal festival met heteluchtballons dat jaarlijks in Bristol wordt gehouden. Aha, dus vandaar de grote toeloop en al de camera’s! :-)

Bristol 2012.

Bristol. Linksboven: de tolbrug in Clifton (stadswijk in het noordwesten van Bristol). Rechtsboven: eenhoorn op het dak van het raadshuis (Council House). Linksonder: kinderen gebruiken de rotsen als glijbaan met uitzicht op de hangbrug. Rechtsonder: detail van de overkapping van een waterpomp.

Bristol is ook bekend vanwege zijn graffiti: sinds de jaren negentig is Banksy hier actief. Zijn stijl is heel herkenbaar: hoofdzakelijk zwart-wit met een beetje kleur, gebruik van stencils (naar verluidt slim gepikt van Blek le Rat) en vooral de satirische boodschap. Op een blinde gevel aan Park Street, schuin tegenover het Council House, vind je de naakte man die uit het raam hangt. Jammer genoeg is deze klassieker intussen met blauwe verf bekogeld, al zijn de vlekken buiten de beschilderde oppervlakken wel weer schoongemaakt. Banksy is bekend genoeg dat het stadsmuseum (Bristol City Museum and Art Gallery) in 2009 een tentoonstelling aan hem wijdde. Als aandenken staat er in de inkomhal van het museum een beeld van een engel met een pot roze verf over het hoofd en in de vaste collectie spotte ik nog een originele Banksy: een doek van het type dat speciaal wordt gemaakt voor graffiti-verzamelaars (bandwerk van het duurdere type).

Bristol 2012.

Banksy. Links: graffiti van Banksy aan Park Street. Rechtsboven: beeld van Banksy in de inkomhal van het stadsmuseum. Rechtsonder: doek van Banksy.

We zagen in Bristol nóg een bekende stijl: graffiti van grote beesten en skeletten in zwart-wit, dat moet ‘onze’ ROA zijn! Ik ken ROA niet persoonlijk, maar hij is afkomstig uit Gent en we zijn dus vertrouwd met zijn vogels op diverse plekken in de stad en met de buffel aan het Spaanskasteelplein. (Ze zijn even herkenbaar als maar wel compleet verschillend van de kleurrijke stijl van zowel Bue The Warrior als Chase “Remember who you are”.) Toen ik voor het eerst een werk van hem zag, deed het me denken aan een houtskooltekening vanop de tekenacademie. Ook het feit dat hij vaak skeletten afbeeldt doet me aan academisch werk denken. Daarmee bedoel ik helemaal niet dat het niet origineel zou zijn: hij verkrijgt dit effect met heel andere materialen (verf op steen, geen houtskool op papier) en op een zeer groot formaat. Bovendien weet hij zijn werk vaak op een originele manier in de beschikbare ruimte in te passen. Intussen is ROA’s werk dan ook geheel terecht over heel de wereld te vinden.

Op internet had ik al voorbeelden gezien van werken waarbij hij gebruikt maakt van bewegende onderdelen (bijvoorbeeld een poort) waardoor je als het ware het inwendige van een dier kunt zichtbaar maken. In Bristol heb ik eindelijk zelf zo’n voorbeeld kunnen fotograferen. Blijkbaar was ROA vorige maand in Bristol en liet hij er twee werken achter. Het eerste werk dat we zagen bevindt zich boven de ingang van de Royal West of England Academy (RWA) en maakt deel uit van hun huidige tentoonstelling “Unnatural natural history“: een dode vogel ligt bovenop een dood gordeldier. De kop van de vogel is op een paneel geschilderd dat kan draaien in de wind; aan de achterkant zie je dat de kop van de vogel is afgehakt en dan ligt er enkel de doodskop. Het tweede werk bevindt zich op een muur in Nelson Street. Deze vos was de eerste bijdrage voor “See No Evil” editie 2012; er staan nu stellingen voor omdat andere artiesten daar nu druk aan het werk zijn, waarover meer in mijn volgende blogpost. (Klik hier voor foto’s van tijdens het werk aan de vos en foto’s van net na de voltooiing. En dit is de korte bio van ROA op de website van See No Evil: niets dan lof.)

Bristol 2012.

Bristol 2012. Linksboven: werk van ROA boven de ingang van het RWA. Linksonder: als het centrale paneel gedraaid is, blijft er van de vogelskop enkel een doodskop over. Rechts: vos van ROA in de Nelson Street, onderdeel van het “See No Evil” festival.

Rond de ingang van het RWA staat er trouwens nog meer graffiti opgesteld: een werk van de Duitse graffiti-kunstenaar Case, een kakelvers werk van een Australische kunstenaar (gemaakt op 15 augustus; sorry, de naam weet ik niet) en “Impossible is possible” van Pure Evil.

Bristol 2012.

Bristol 2012. Linksboven: Case. Rechtsboven: vers werk van een Australische graffitikunstenaar. Onder: “Impossible is possible” van Pure Evil.

Aanvulling (17 augustus 2012):

de Australische kunstenaar is Reka One zo ontdekte ik via deze bron.