Tag Archief: fabeltje

Nachtelijke beroepsmisvorming

Robot dreams: deze dromerige illustratie stond op de kaft van de eerste verhalenbundel van Isaac Asimov die ik ooit las.Dromen zijn raar. Je kunt van akelige situaties dromen zonder dat je je daar bang bij voelt, terwijl je soms ontwaakt uit een nachtmerrie, waarna je nog minutenlang niet durft te bewegen, terwijl je toch niets engs kunt ontdekken in de gebeurtenissen van de droom. En ja, zelfs in je dromen kun je symptomen vertonen van beroepsmisvorming, of heb ik dat alleen?

In de periode dat ik volop aan het programmeren was voor een artikel over sociofysica (waarover binnenkort een stukje) ben ik eens wakker geworden in een matrix die ik niet goed had afgesloten. Het was een heel akelig gevoel, omdat ik niet terug in de droom kon om de fout te herstellen. Als zelfs je nachtmerries vastlopen op een programmeerfout, dan weet je dat je te hard werkt.

Toch kan het ook heel prettig zijn om wetenschapsgerelateerde dromen hebben. Sommige onderzoekers putten hier zelfs inspiratie uit. Zo beweerde Kekulé dat hij de ringvormige structuur van benzeen had ontdekt na een (dag-)droom van een slang die in haar eigen staart beet. Of deze anecdote klopt, valt natuurlijk moeilijk te achterhalen.

Ongeveer een jaar geleden was ik voor een zomerschool in Leiden. Ik schreef toen al over vrouwen en wiskunde, maar jullie weten nog niet wat ik droomde tijdens de eerste nacht van mijn verblijf daar. Aan het begin van de droom stond ik in een huis, waarvan de ramen volledig verduisterd waren; ik voelde me er niet veilig. Dan begon het plafond vlak naast me in te storten. Onder luid geraas kwam het beton in brokken en gruis naar beneden. Dat vond ik juist helemaal niet akelig: door het gat in het plafond drong er nu wel buitenlicht binnen in de kamer en het viel me ook op dat de stroom van het neergutsende gruis gemoduleerd werd door de geluidsgolven. Toen ik wakker werd, hoorde ik nog steeds datzelfde dreunende geluid. Het duurde even voor ik besefte dat het geluid uit mijn droom van buiten kwam, waar wegenwerkers de oude asfaltlaag aan het verwijderen waren met drilboren. Toen ik aan een Finse wiskundige vertelde over mijn droom van het ritmisch oscillerende, vallende gruis, was haar reactie: “You’re such a physicist!

Met klassieke mechanica kun je berekenen hoeveel de weegschaal aanduidt in een versnellende lift.Deze droom heb ik als student al eens gehad en beleefde ik onlangs opnieuw: ik sta in een lift die begint neer te storten. Tijdens de korte tijd dat ik in vrije val ben, bedenk ik dat ik zal springen. Op die manier sta ik niet op de liftvloer als die de grond raakt. Daarna voel ik me gewoon opgelucht dat ik “het vraagstuk” heb opgelost en vraag ik me helemaal niet meer af of ik de val zal overleven. Als ik daarna wakker word, ben ik meestal redelijk in de war en krijg ik niet op een rij of deze oplossing inderdaad zou werken.

Dit zal ook wel een typische fysicus-droom zijn, want (gedachten-)experimenten met liften zijn populair in ons vakgebied. In de klassieke mechanica vragen ze je dan hoeveel de weegschaal aan zou duiden als je in een versnellende of vertragende lift op een weegschaal zou staan. (Hier een filmpje van de Rijksuniversiteit Groningen waarin het effect wordt gedemonstreerd.) Geen wonder dat ik zo ontspannen was bij mijn droom over de neerstortende lift: in vrije val zou de weegschaal nul aanduiden. Niet dat ik complexen heb over mijn gewicht – als fysicus weet ik immers dat het de massa is die er toe doet ;-) – maar ik hou wel van het bijbehorende gevoel van vlinders in de buik. Onder normale omstandigheden drukken al je inwendige organen op elkaar maar in een neerwaarts versnellende lift, of in een achtbaan, vermindert deze druk, wat zorgt voor die vallende sensatie in je buik.

Het zijn niet enkel klassieke fysici die graag de lift nemen. Ook Einstein illustreerde zijn ideeën over relativiteit met gedachtenexperimenten over liften. Het equivalentieprincipe stelt dat trage massa hetzelfde is als zware massa. Dat wordt aanschouwelijker door je voor te stellen dat je in een lift staat: stel dat de kabel breekt óf dat de aantrekkingskracht van de aarde plots wegvalt. Zou je dat verschil binnen in de lift kunnen voelen? Het antwoord is nee: massa reageert precies hetzelfde onder invloed van zwaartekracht als onder invloed van versnelling – dat is precies het equivalentieprincipe. Beide situaties zijn onwaarschijnlijk en het plots wegvallen van de aantrekkingskracht van de aarde is nog véél onwaarschijnlijker dan het breken van een liftkabel, dus ik zou natuurlijk op die laatste optie gokken (en alvast beginnen springen). Nu ik er zo over nadenk, zou dit ook nog een leuk voorbeeld kunnen zijn om te gebruiken in mijn eigen werk over (zeer) kleine kansen.

Blijkbaar heb ik dat van dat springen in de neerstortende lift trouwens niet zelf bedacht, maar onbewust opgepikt uit een film. Vorige week verscheen er zelfs een stukje in The New York Times waarin de vraag wordt beantwoord hoe je je overlevingskans kunt vergroten als je je echt in een neerstortende lift bevindt. Het slechte nieuws is: springen helpt niet. Dit werd enkele jaren geleden al aangetoond in het televisieprogramma van de Mythbusters (hier te herbekijken, helaas zit er een reclameblok voor): je zou je sprong niet alleen zeer goed moeten kunnen timen, maar ook een zeer hoge opwaartse versnelling moeten behalen. Vermits mensen niet over de vereiste sprongkracht beschikken, is het dus een fabeltje dat springen je overlevingskans in een losgeschoten lift zou kunnen vergroten. Volgens deze bron speelt het nauwelijks een rol dat je je in de liftkooi bevindt: het effect van de impact zal nagenoeg hetzelfde zijn alsof je gewoon in de liftschacht naar beneden gevallen zou zijn. Het zou wel een klein beetje kunnen helpen om op je rug op de liftvloer te gaan liggen en zo het effect van de impact te verdelen. Plat gaan liggen terwijl je in vrij val bent, is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan (zoals ook in dit artikel wordt opgemerkt). Je volledig overgeven aan de val, dat is pas een griezelig idee. Hopelijk droom ik er deze nacht niet van!

I saw the crescent. You saw the whole of the moon.Nog een mooie om af te sluiten: ik droomde eens dat ik de hele maan kon zien, terwijl er eigenlijk maar een stukje verlicht was, gewoon omdat ik wist dat ik “goed moest kijken”. Pas later merkte ik dat dit ook werkelijk mogelijk is: er weerkaatst licht van de aarde naar de maan, waardoor de delen van de maan die niet door de zon worden verlicht ’s avonds toch zichtbaar worden als een bleekrode schijf. In het Engels heet dit verschijnsel ‘earthshine‘ (aardeschijn) en het was Leonardo Da Vinci die het verschijnsel voor het eerst wist te verklaren. Hoewel ik maar een simpele camera heb, is het toch gelukt om het effect (enigszins) op de foto te krijgen: zie het plaatje hiernaast. Om het met “The Whole of the Moon” van The Waterboys te zeggen: “Ik zag het sikkeltje, maar jij zag de hele maan”, maar dan andersom. :-)

Als je nieuwsgierig bent naar wat andere mensen dromen, bekijk dan ook zeker eens deze pdf: dit bevat de hele tekst van het boekje “En toen werd ik het wakker” waarin dromenvanger Peter Verhelst dromen verzamelde van jonge en iets oudere Gentenaren.

Paranormale gave? Koud kunstje!

We willen ze graag geloven en daardoor krijgen waarzeggers telkens opnieuw de kans om ons te bedriegen.Je zou denken dat in de éénentwintigste eeuw voor iedereen duidelijk is wat de voordelen zijn van wetenschappelijke kennis: niet alleen geeft het ons antwoorden op vragen zoals waarom water nat is en hoe lang de zon nog blijft schijnen, maar we plukken er ook dagelijks de technologische vruchten van. Toch weet wetenschap niet alles. Dat is juist het bijzondere eraan: de mogelijkheid dat aannames later fout blijken te zijn, is erin ingebouwd; zodra er zo’n fout aan het licht komt, wordt dit aangepast.

Hoe anders is het gesteld met paranormale zaken, waarin je gewoon maar moet blijven geloven, ook al is al drieëndertig keer aangetoond dat dit wonderzalfje niet werkt en dat die charlatan niet echt met overledenen kan praten. Ik zou denken dat het patroon stilaan duidelijk is en dat de zalen van gebedsgenezers en spiritisten leeg blijven. Maar als je in de put zit, zou je je aan elke strohalm vastklampen om eruit te raken. Mensen hopen nu eenmaal vurig dat iemand hen kan helpen met hun problemen. Enkel zo is het te begrijpen dat ook anno 2012 zelfverklaarde paragnosten er nog steeds in slagen geld te kloppen uit de zakken van goedgelovige of wanhopige mensen.

Helaas blijft het dus nodig om zo nu en dan een bedrieger te ontmaskeren. Het Nederlandse programma ‘RamBam’ was deze week voor het eerst op televisie en heeft wel iets weg van de Vlaamse reeks ‘Basta’: ze treden ook op tegen absurde regels en oplichters, maar dan zonder sketches ertussen. In de eerste aflevering trokken ze naar een show van Derek Ogilvie, een Schotse paragnost en babyfluisteraar. Ondanks de vele aanwezigen lukte het presentatrice Linda Hakeboom om een persoonlijke lezing te krijgen. Helderziend of niet, Ogilvie had niet door dat haar opa nog leefde. Achteraf ging ze dan samen met haar opa op zoek naar Derek Ogilvie. Hij beweerde zich echter niets de herinneren van wat hij allemaal voor onzin had uitgekraamd. (Herbekijk hier het fragment of lees hier een verslag.)

Ik vond het een leuke actie, maar zie er toch een zwak punt in: de meeste mensen hebben twee grootvaders. Het werd niet duidelijk uit de uitzending of de opa’s van de presentatrice nog beiden in leven zijn. Zo niet, kunnen mensen die in communicatie met overledenen (willen) geloven, het nog steeds in het voordeel van het medium uitleggen.

Ook de Vlaamse Gili toonde met zijn show 'Iedereen paranormaal' aan hoe je met cold reading de indruk kunt wekken dat je meer weet dan je eigenlijk weet.Met een beetje kennis van statistiek en psychologie wordt jezelf uitgeven voor paragnost een koud kunstje. Er werd in de uitzending duidelijk uitgelegd hoe cold reading werkt: vertrekken van informatie die op veel mensen van toepassing is en dan op subtiele manier specifiekere informatie lospeuteren. De kans dat er van een jonge, volwassen vrouw minstens één grootvader overleden is, is behoorlijk groot. De tweede stap, het lospeuteren van nadere informatie, lukte bij de presentatrice niet, omdat ze zat te liegen. Mij blijft het een raadsel waarom zoveel mensen geloven dat paragnosten toegang hebben tot buitenzintuiglijke informatie, terwijl die mensen toch vooral veel vragen stellen. Kunnen die geesten of visioenen dan niet wat specifieker zijn? Indien niet, kun je toch ook gewoon met mensen praten om hen te helpen – waarom moet je daar dan over liegen?

In een verslag van Maarten Koller over een show van Ogilvie uit 2009 lezen we soortgelijke observaties:

“Het patroon is steeds ongeveer hetzelfde. Derek begint met wat vage en algemene beweringen die nog op heel veel dingen kunnen slaan. Afhankelijk van de reacties past hij zijn uitspraken wat aan. Hij stelt voortdurend vragen en laat het publiek het meeste zelf invullen, om het daarna nog een keer te herhalen alsof hij het zelf bedacht had. Als iemand niet optimaal meewerkt, stapt hij snel over naar een ander. Een wat aarzelende bevestiging kan hij laten volgen door een groot applaus door met nadruk ‘dankjewel’ te zeggen. Hij heeft daarbij veel baat van het prestige dat hij dankzij de tv-uitzendingen geniet. In deze uitzendingen worden slechts een paar krenten uit de pap getoond.”

Ogilvie viel in 2007 al eens door de mand. Hij ging de mist in bij een experiment in gecontroleerde omstandigheden dat werd uitgevoerd door Chris French, een Britse psychologieprofessor en scepticus. Evenmin lukte het hem de één miljoen dollar binnen te halen die  James Randi, een andere Britse scepticus, met zijn stichting JREF heeft uitgeloofd aan degene die bewijs voor het paranormale kan leveren. (Een verslag van deze eerdere tests vind je hier; je kunt ook de volledige aflevering van ‘The Million Dollar Mind Reader’ terugkijken.) Het lijkt dus duidelijk Derek Ogilvie niet over paranormale gaven beschikt, maar hooguit een goed manipulator is. Hoe vaak moet deze man nog ontmaskerd worden? En hoeveel nieuwe oplichters krijgen er nog een kans voor het doordringt dat al deze types bedriegers zijn (al zijn sommigen ook zelf gaan geloven in hun ‘gave’)?

Als je wil weten hoe je kwakzalverij kan herkennen, raadpleeg dan dit overzicht. In het kort komt het hierop neer: als iets te mooi klinkt om waar te zijn, is het vaak bedrog.

Om dit stukje af te sluiten laat ik het woord aan Dara Ó Briain, een Ierse cabaratier. Hij studeerde wiskunde en theoretische fysica en zo nu en dan komt zijn oude passie voor wetenschap duidelijk tot uiting in zijn shows. Hier een fragment waarin hij van leer trekt tegen homeopathie en andere kwakzalverij:

We onthouden:

“Wetenschap weet niet alles.
Wetenschap wéét dat het niet alles weet, anders was het al gestopt.”