Tag Archief: film

Inleidend college filosofie: over waarheid (kenleer)

Onze faculteit organiseert een Junior College Filosofie. Daarbij gaan er verschillende klassen middelbare scholieren aan de slag met lesmateriaal en filmpjes over een bepaald thema. Per thema worden er ook twee bijeenkomsten georganiseerd in een aula aan de KU Leuven. Op 24 september gaf ik zo’n inleidend college over het thema Waarheid. Het was een introductie over een aantal thema’s uit de filosofie en de kenleer in het bijzonder.

Om het een beetje origineel aan te pakken, gebruikte ik verwijzingen naar een aantal films; natuurlijk komt ook Inception ter sprake. ;-) Verder waren er enkele demonstraties van optische illusies en één auditieve illusie.

Het college vond plaats in een aula met videoregistratie, zodat de klassen die niet aanwezig konden zijn het achteraf konden nabekijken. De opname van dit college plaats ik nu ook hieronder.

Wat mensen met enige achtergrond in de kenleer wellicht zal opvallen is dat ik in dit college erg onzorgvuldig omspring met de termen ‘kennis’, ‘zekerheid’ en ‘waarheid’: ik gebruik ze door elkaar, terwijl deze woorden natuurlijk niet hetzelfde betekenen. Voor dit inleidende college leek enige slordigheid op dit vlak me echter een verdedigbare keuze, omdat het me toeliet om in een relatief korte tijd (van twee keer vijftig minuten) heel wat grond te bestrijken.

Wat mij dan weer vooral opvalt is een nieuw stopwoord, waarvan ik me nog niet bewust was. Oeps! (Ik ga niet zeggen welk het is, want dan gaat het al van het begin af aan storen.) Er zitten ook stukjes in waar ik achteraf gezien niet zo blij mee ben, maar dat is altijd zo. Volgend jaar beter. :-)

Met de respons van de leerlingen was ik trouwens wel heel tevreden: ze kwamen met relevante en vaak originele antwoorden. Deze interactie is precies wat doceren zo boeiend maakt (al blijft juist van dat aspect weinig over in een videoregistratie).

Zomerbeelden (2/2)

Vorige keer beloofde ik meer zomerbeelden, dus hier is het vervolg van de vakantieherinneringen in elf foto’s:

Zomer 2015.

Linksboven: we gingen naar een dorpsfeest. Rechtsboven: Danny maakte confituur van bessen uit de tuin en het lukte om twee gekleurde laagjes te maken. Linksonder: we gingen naar Jurassic World kijken, maar we zagen ook een dino naast de weg. Rechtsonder: we bezochten het tijdelijke labyrint by C-Mine in Winterslag.

Zomer 2015.

Experimenteren met de sluitertijd. Boven: Danny illustreert een omwentelingslichaam en ik zwaai met mijn haar. Onder: de reflectie van de zon op het International Space Station is zichtbaar als een heldere streep aan de hemel (foto uit deze tweet).

Andermaal een onvolledig overzicht:

  • We gingen naar een dorpsfeest.
  • Er was tijd voor enige huisvlijt: ik schilderde een kastje en Danny maakte confituur.
  • We gingen naar Jurassic World kijken in de cinema (verslag door Danny).
  • We bezochten het (tijdelijke) labyrint bij C-Mine.
  • We probeerden zo vaak mogelijk het International Space Station te zien overvliegen ’s avonds. Danny schreef er een blogpost over.
  • Dit betekent ook dat ik eindelijk ontdekte hoe ik de belichtingstijd van mijn half-automatische fotocamera kan instellen. We maakten voor de lol bewogen foto’s van onzelf.
  • We speelden, lazen boekjes, keken filmpjes. Ons zoontje vroeg nochtans vooral om te mogen werken: de tuin in, handschoenen aan en graven maar. :-)
  • We deden een familieuitstap naar Planckendael. Ons zoontje is in de ban van een verhaal over pinguïns, dus hij was erg gefascineerd door de kolonie Humboldtpinguïns, al vroeg hij zich af waar de grote pinguïns dan zaten… De goudkopaapjes konden ook op zijn aandacht rekenen.
  • We gingen een namiddag geochachen. We doen dat heel graag, maar toch slagen we er blijkbaar slechts één keer per jaar in om het ook effectief te gaan doen (zie zomercollage van vorig jaar). We zullen het dan maar een jaarlijkse traditie noemen. :-)
  • We gingen voor het eerst in ons leven naar Trekker-Trek (tractor pulling). Zeer vreemde ervaring. Een organisatie van de Groene Kring en maar uitlaasgassen uitblazen. ;) Zelden zo’n Amerikaans gevoel gehad in een Maaslandse koeienwei!
  • We verbaasden ons geregeld over uitspraken van de kleinste thuis. Je moet dat opschrijven, anders vergeet je het omdat het zo snel evolueert. Hier een tweet van eind juli:

    Werkwoorden v/d kleuter:
    STERK Wat heef jij gedoen? (wat heb je gedaan)
    ONSCHEIDBAAR Je moet pasoppen! (oppassen)
    FREQUENTATIEF Pipperen (?)

Zomer 2015.

Linksboven: ons zoontje maakt kennis met de goudkopaapjes in Planckendael. Rechtsboven: we keken geregeld naar de sterren (en het ISS, zie hoger). Linksonder: Trekker-Trek. Rechtsonder: ondergedompeld in het groen tijdens geocachen.

Kortom, het werd precies de rustige zomer waar ik al maanden naar snakte. Het nieuwe school- en academiejaar komt er op kousenvoetjes aan. Wij zijn er klaar voor!

Als afsluiter deze tweet van vorige week:

Dialoog met zoontje (bijna 3) deze ochtend

– Mag ik iets vasthouden in de auto?

– Tja, wat wil je vasthouden?

– Een lolly.

#GoedGeprobeerd

Interstellar

Gisteren ben ik met Danny naar Interstellar gaan kijken, de nieuwe sciencefictionfilm van regisseur Christopher Nolan (die ook Inception regiseerde). In deze film wordt er – en daarmee verklap ik nauwelijks iets – gereisd door een wormgat. De visuele voorstelling van het wormgat werd mede ontwikkeld door theoretisch natuurkundige Kip Thorne en volgens Wikipedia zal de computergrafiek voor de film zo aanleiding geven tot twee wetenschappelijke publicaties.

Mijn mini-recensie (met spoilers! en een mening!) vind je hieronder (te lezen door op Show te klikken).

Spoiler Inside SelectShow
Interstellar.

Illustratie over Interstellar. (Bron afbeelding: Robin Davey.)

Aanvulling (27 november 2014)

Muggenzifters, ahoi! :-) Een aantal analyses van Interstellar door wetenschappers die de film hebben gezien:

  • Neil DeGrasse Tyson heeft lof voor de film (met name voor de relativistische effecten zoals tijddilatatie) en ook begrip voor het fictie-aspect.
  • Phil Plait van Bad Astronomy vond enkele fouten in de film, maar zette later enkele van zijn eigen misvattingen hierover recht. Ik vrees echter dat ik het eens ben met zijn uitspraak in het eerste stuk (die eigenlijk losstaat van eventuele wetenschappelijke accuratesse):

    I’d say that the real, basic problem with Interstellar is that it’s a movie that desperately wants to be profound, but simply isn’t.”

  • Nolan zegt over dit type analyses:

    My films are always held to a weirdly high standard for those issues that isn’t applied to everybody else’s films—which I’m fine with.

    en ook nog:

    There have been a bunch of knee-jerk tweets by people who’ve only seen the film once, but to really take on the science of the film, you’re going to need to sit down with the film for a bit and probably also read Kip’s book.

  • En een infographic kan natuurlijk niet ontbreken.

Maleficent

In mijn zoektocht naar plaatjes voor mijn presentatie over de paradox van de Schone Slaapster kwam ik volgend filmnieuws tegen: eind mei komt er een nieuwe Disney-film uit over de heks uit “Sleeping Beauty“: Maleficent (of Malafide in het Nederlands). (Link naar officiële website.)

Malafide.

De heks Malafide wordt in deze nieuwe Disney-film gespeeld door Angelina Jolie.

Ik kijk ernaar uit! (Klik hier voor meer plaatjes op Tumblr.)

Eén aspect dat ik altijd prachtig heb gevonden aan de Disney-interpretie van het sprookje over Doornroosje is dat de heks hierin de gedaante kan aannemen van een vuurspuwende draak. Uit de trailer is niet duidelijk of dit idee in de nieuwe film behouden blijft (maar het is natuurlijk ook mogelijk dat ze de climax niet willen prijsgeven). Anderzijds is een herinterpretatie als afgedwaalde faun op zich ook een mooie vondst, die bovendien een alternatieve verklaring geeft voor de horentjes op het hoofd van de heks.

Malafide met vleugels.

De heks Malafide.I had wings once. They were strong. They were stolen from me.

Wolkenatlas en brieven aan Doornroosje

Boeken in het hoofd.Bij het begin van een nieuw jaar maken sommige mensen goede voornemens. Anderen kijken uit naar de boeken die ze in 2014 allemaal gaan lezen – Lilith van “Tussen droom en daad” is zo iemand. Zoals ik daar al vertelde in een reactie is het lezen bij mij de laatste jaren sterk afgenomen. (Of ja, ik lees natuurlijk veel voor mijn onderzoek, maar juist omdat ik overdag zo veel informatie moet verwerken, heb ik het moeilijk om ’s avonds rustig te lezen en helemaal op te gaan in een verhaal.)

Vroeger was het anders. Toen had ik een boekenwensboekje: een notitieschrift met daarin alle boeken die ik wou hebben. Ik plakte er recensies in uit tijdschriften of schreef titels op van boeken die ik juist wel al had. Dat was handig om bij me te hebben als ik aan het snuisteren ging in een winkel voor tweedehandsboeken (lees: in de zomer met de trein naar Antwerpen gaan en dan uren in De Slegte doorbrengen), want op den duur wist ik niet meer precies welke boeken van Asimov ik enkel uit de bibliotheek had geleend en welke ik al eens eerder voor een schijntje op de kop had kunnen tikken.

In mijn boekenwensboekje stond er een titel die ik nooit gevonden heb: “Skyscapes“, een salontafelboek met foto’s van de lucht, want wolken zijn inspirerend mooi. (Het is trouwens werk van de Duitse fotograaf Jean Odermatt en de Duitstalige versie van het boek heet “Himmelsland“.)

Cloud Atlas.Mede hierdoor sprak de titel “Cloud Atlas” me meteen aan en toen ik deze roman van David Mitchell (uit 2004) in de winkel opensloeg, leek het me een boek dat ik graag zou lezen. Ik kocht het en begon eraan, maar ik raakte slechts een paar pagina’s ver. Dat is niet erg: boeken zijn geduldig en staan probleemloos jaren op de plank.

Enkele jaren later zag ik “Wolkenatlas”, een vertaling van “Cloud Atlas“. Misschien zou het in het Nederlands beter vlotten, dacht ik. Het boek kopen deed ik wel, maar erin beginnen lezen niet.

Toen kwam de film uit (in 2012) en die hebben Danny en ik ergens midden 2013 bekeken. Daarna was ik er klaar voor: ik las “Wolkenatlas” (geen goede vertaling volgens mij, maar het lijkt me ook een moeilijk boek om goed te vertalen) en mijn lief las “Cloud Atlas“.

Ik wil de laatste twee zinnen met jullie delen (geen zorgen, het verpest niets als je het boek nog wil lezen of de film nog wil bekijken):

“‘[…] & only as you gasp your dying breath will you understand, your life amounted to no more than one drop in a limitless ocean!

Yet what is any ocean but a multitude of drops?

En in de Nederlandse vertaling wordt dit:

“[…] & pas bij het uitblazen van je laatste ademtocht zul je begrijpen dat je leven alles bijeen niet meer is geweest dan een druppel in een eindeloze oceaan!

Maar, wat is een oceaan anders dan een massa druppels?”

Eentje is nooit geentje, dat zei ik toch al! :-)

De eekhoorn schrijft een brief aan zijn vriend, de mier.Bij Lilith staat ook “Brieven aan Doornroosje” van Toon Tellegen op het literaire jaarmenu. Dat ik van het werk van Toon Tellegen hou, dat kon je al vermoeden. En dat ik Doornroosje een interessant personage vind, dat weet je ook. Het zal je dan wellicht niet verbazen dat “Brieven aan Doornroosje” mijn favoriete bundel van Tellegen is.

In 2007 had ik nog geen blog. Anders had ik dit zeker even gemeld: ik ben met mijn lief Danny naar een voordracht geweest van “Brieven aan Doornroosje”. De voorstelling vond plaats in Huis Vanstraelen in Hasselt. Doornroosje van dienst was Rebecca Stradiot: zij las enkele brieven voor (mijn dictie-hart jubelde) en wisselde af met accordeonintermezzo’s, die wonderwel bij de sfeer pasten van een prins die slechts tergend langzaam opschiet. Het zelfbeklag van de prins (uit de brief van “23 juli”) bleek een echte oorwurm: het “allerallerarmste ik” zit tot op heden – zeven jaar later dus, hè – nog vaak in mijn hoofd!

Daarna gaf Danny me “Brieven aan Doornroosje” cadeau en sindsdien verhuist deze bundel geregeld tussen de boekenkast en het nachtkastje. Ik vind het een heel origineel concept én perfect uitgevoerd, dus ik wil het eigenlijk nooit helemaal uitgelezen hebben en daarom lees ik er maar heel zuinig in.

Ook in 2008 had ik nog geen blog. Anders had ik dit toen wel verteld: op maandagavond 8 september 2008 gingen we naar een voorstelling op de universitaire campus in Enschede (waar Danny toen nog werkte). Op het programma stond “Het Wisselend Toonkwintet”, waarbij Toon Tellegen dierenverhalen en gedichten voorlas onder muzikale begeleiding. Hoewel de soundscape me soms eerder stoorde dan dat hij iets toevoegde, zaten er ook wel leuke vondsten in. Het was dus een heerlijke luisteravond in het Amphitheater van het Vrijhof.

Toon Tellegen en Het Wisselend Toonkwintet.

Toon Tellegen en Het Wisselend Toonkwintet in Enschede (september 2008).

Op het einde van mijn zwangerschap las ik ’s avonds soms een dierenverhaaltje voor uit “Misschien wisten zij alles”, in de hoop dat mijn zoontje mijn stem zo beter zou herkennen. Op dit moment heeft ons kleintje voorkeur voor prenten- en flapjesboeken, maar hopelijk kunnen de korte verhaaltjes van Tellegen snel weer in het repertoire opgenomen worden. ;-)

Filmmuziek voor Ender’s Game

Ender's Game.Als fans van het boek Ender’s Game” besloten we naar de filmversie te gaan, wetende dat het waarschijnlijk een ontgoocheling zou worden, maar toch te nieuwsgierig om niet te gaan kijken. Het is een heel psychologisch boek en tegelijk zitten er veel actiescènes in die zich in gewichtsloosheid afspelen. Hoe verfilm je zoiets?

Het mag een klein wonder heten dat de film voor ons niet helemaal tegenviel. Dus, als je het boek niet gelezen hebt, is “Ender’s Game” vermoedelijk een aanrader. ;-) (Ik weet trouwens niet of de film nog in de zalen speelt; we gingen een maand geleden al kijken, maar toen had ik geen tijd voor een verslagje.)

Mijn vriend las het boek drie keer, inclusief alle sequels. Zelf heb ik enkel het eerste boek gelezen (een jaar of vijf geleden en slechts één keer). Op voorhand vond ik het een rare titel, waardoor het me niet meteen aansprak. (Het klonk als End Game, maar ‘Ender’ blijkt een koosnaam voor Andrew te zijn.) Toen ik er eenmaal aan begonnen was, werd ik er echter helemaal door meegesleept en wou ik elke vrije minuut verder lezen – iets dat vroeger vaak gebeurde, maar de laatste jaren steeds minder.

Als je een beschouwing wil lezen over de morele aspecten van het verhaal, dan is dit essay van John Kessel verplichte lectuur: “Creating the Innocent Killer: Ender’s Game, Intention, and Morality“. Ik beperk me tot een kort filmverslag. ;-)

Laat ik eerst maar even het noodzakelijke gezeur neerschrijven, dan hebben we dat gehad: ja, het ging allemaal wat snel, de acteurs zijn te oud in vergelijking met de personages in het boek en de oefengevechten in de Battle Room hadden we ons toch spectaculairder voorgesteld. Ook werd er een hele tak uit de plot geknipt (die van Locke en Demosthenes), maar een film is nu eenmaal geen boek. Anderzijds wordt het beeld van een ruïne in het computerspel dat Ender speelt heel goed gebruikt in de film – de ontknoping daarvan zit opnieuw iets anders in elkaar dan in het boek, maar visueel vond ik dit heel sterk.

Ruïne uit Ender's Game.

Ruïne uit Ender’s Game.

Als ik een soundtrack voor de film “Ender’s Game had mogen samenstellen, dan was er één nummer dat er zeker in had gemoeten: “The Game” van Das Pop (een single uit 2011). De tekst lijkt speciaal voor dit verhaal geschreven:

“I don’t know whether we’re inside or out, outside or in the game.

It doesn’t matter, because inside or out, outside or in are the same.”

(“Ik weet niet of we binnen of uit, buiten of in het spel zitten. Het maakt niet uit, want binnen of uit, buiten of in zijn hetzelfde.”)

Hieronder kun je de radio-versie met getekende videoclip afspelen (link). Er is ook een langere versie, zonder clip (link). Bovendien heeft zanger Bent Van Looy in 2012 eens een versie gezongen samen met het Brussels Philharmonic in het televisieprogramma De Laatste Show (link). Zo’n symfonische versie is natuurlijk ideaal als filmmuziek!

In de cinema is de filmmuziek bij “Ender’s Game” me niet bewust opgevallen. Dat betekent dat die goed was. Achteraf heb ik het opgezocht: Steve Jablonsky was de componist. Naar het schijnt was er solo chello te horen en elektronica, maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik me daar ook maar iets van herinner.

Als er ooit een remake komt, kan ik “The Game” van Das Pop dus alsnog warm aanbevelen! ;-)

De kleur van het toeval is rood

God dobbelt niet, maar de oude rechter uit de film Rouge glimlacht als hij een munt opgooit.Iets te laat voor de Franse feestdag (14 juli): enkele bedenkingen bij het drieluik “Troi couleurs” van de (in 1996 overleden) Poolse regisseur Krzysztof Kieślowski, die bestaat uit Bleu, Blanc en Rouge – de drie kleuren van de Franse vlag.

Hoewel Bleu te emotioneel was naar mijn smaak (hier een compilatie van scènes), ben ik toch blijven kijken. Blanc was eerder tragikomisch, wat me al beter beviel. En Rouge had ik zeker niet willen missen. Die laatste film is ook de meest optimistische van de drie.

Wat ook leuk is als je het hele drieluik bekijkt, is dat je naar verbanden tussen de films kunt zoeken. Op het einde van Rouge worden personages uit alle drie de delen expliciet met elkaar verbonden, maar er zitten ook subtielere kruisverwijzingen in. Iets dat me was opgevallen was de oudere medemens die moeite heeft om iets in de afvalcontainer te gooien, omdat het gat te hoog zit. (Hier de betreffende scènes uit Bleu, Blanc en Rouge.)

Er gebeuren rare dingen in alle films, maar nergens gaat het zo duidelijk over de rol van het toeval in ons leven als in Rouge. Om dat duidelijk te maken, hier twee fragmenten:

In het eerste fragment luistert Joseph Kern een gesprek af tussen zijn buurvrouw Karin en haar vriend Auguste Bruner, terwijl Valentine Dusseau vooral probeert om niet te luisteren. Auguste moet eigenlijk studeren voor zijn examen, maar wil ook gaan bowlen met zijn vriendin. Hij stelt voor dat zij een muntstuk op zal gooien: kop (‘face‘) is studeren, munt (‘pile‘) is bowlen. Ondertussen gooit Joseph zelf een stuk op en hij gooit munt. Aangezien we normaal veronderstellen dat muntworpen onafhankelijke gebeurtenissen zijn, is zijn glimlach – alsof hij al weet dat ook Karin munt zal gooien – mysterieus.

In het tweede fragment haalt Joseph een herinnering op aan een boek dat openviel op het onderwerp dat op het examen ter sprake zou komen. Eerder in de film overkomt Auguste hetzelfde: zijn codex valt open open een zekere pagina, die hij instudeert, waardoor hij slaagt voor zijn examen en rechter wordt.

Misschien is de oude rechter een verpersoonlijking van het toeval zelf? Of is het accurater om te stellen dat hij de gebeurtenissen stuurt die voor de andere personages in de film slechts toeval lijken?

De analyse van Greggory Moore suggereert dat Joseph Kern de verpersoonlijking is van de regisseur, Krzysztof Kieślowski. Dit vind ik heel plausibel: als kunstenaar is hij als een god in zijn zelf-gecreëerde universum.

Naar verluidt dobbelt god niet, maar is dat enkel omdat hij de uitkomst al weet, of omdat hij muntworpen prefereert? ;-)

Sleutelen aan de kosmos

Saturnus.De laatste weken heb ik veel tijd in de trein doorgebracht (voor de lessen in Groningen, voor een congres in Leusden en vorige week nog voor een symposium in Düsseldorf). Meestal probeer ik onderweg te werken, maar ’s avonds kijk ik soms ook naar een kortfilm.

The adjustable cosmos” is een prachtige animatiefilm, gebaseerd op een kortverhaal van Adam Browne en geregiseerd door Adam Duncan. Dit originele verhaal speelt zich af in de vijftiende eeuw en hoewel het fictie is, zijn de hoofdpersonages wel gebaseerd op historische figuren. De film zelf is trouwens al enkele jaren oud (het eindscherm vermeldt copyright 2009 en op IMDB staat dat de film uit 2010 is), maar de regiseur heeft hem twee weken geleden op Vimeo geplaatst en sindsdien heb ik er al op verschillende plaatsen lovende op reacties gezien (o.a. hier).

Ik wil niet te veel verklappen, maar ik wil toch alvast één beeld uit de film met jullie delen: een volstrekt originele verbeelding van de ringen van Saturnus (mét fractale structuren).

Ringen van Saturnus.

Feeëriek beeld van de ringen van Saturnus uit de animatiefilm “The adjustable cosmos“.

Kijk dit pareltje zeker op volledig scherm! (De film is Engelstalig en er zijn helaas geen Nederlandse ondertitels voor.) Zelf heb ik er intussen al twee keer naar gekeken en dat wil iets zeggen, want dat doe ik – wegens chronisch tijdgebrek – normaal nooit.

Als je de film intussen al gezien hebt, dan is dit een leuk historisch weetje (overgenomen van deze bron):

Spoiler Inside SelectShow

Diamonds are forever – of toch niet?

Tiffany, de Bond-girl uit Diamonds Are Forever.Zestig jaar geleden schreef Ian Fleming zijn eerste roman over geheimagent James Bond (“Casino Royale“) en vijftig jaar geleden kwam de eerste Bond-film in de zalen (“Dr. No“). De marketing rond alles wat met 007 te maken heeft draait deze dagen dan ook op volle toeren: het titelnummer van de nieuwste film, “Skyfall“, gezongen door Adele is overal te horen en er zijn speciale DVD-boxen te koop met alle Bond-films van de voorbije halve eeuw.

Zoek je net als ik een evenwicht tussen weerstaan aan de merchandising en niet geheel wereldvreemd zijn? Dan kun je deze periode aangrijpen om je favoriete Bond-film nog eens te herbekijken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen groot 007-kenner ben, maar ik heb wel een liefhebber in huis, die maar wat blij was toen ik zelf voorstelde om “Diamonds are forever” te bekijken. Het is een passende keuze bij dit gouden jubileum – zeker als je weet dat “Golden Jubilee” ook de naam is van de grootste geslepen diamant ter wereld.

Bij het bekijken van de film was ik blij verrast dat het tempo zo hoog lag: dat had ik niet verwacht van een film uit 1971! Verder was ik vooral benieuwd naar de feitelijke juistheid van wat er in de prent over diamant werd verteld. Hier volgt een overzicht van mijn bevindingen. Daarbij verandert Bond-girl Tiffany, net als in de film, geregeld van haarkleur. :-)

Tiffany, de Bond-girl uit Diamonds Are Forever.(1) Diamantsmokkel: “goede research”

Diamonds are forever” gaat over diamanten die gesmokkeld worden vanuit de diamantmijnen in Zuid-Afrika. Ian Fleming raakte geïntrigeerd door dit onderwerp en interviewde John Collard, die in opdracht van diamantkartel De Beers onderzoek deed naar illegale diamanttrafiek. De schrijver gebruikte deze interviews niet enkel als achtergrondinformatie voor zijn Bond-roman “Diamonds are forever” uit 1956, maar verwerkte ze een jaar later ook in zijn non-fictie boek “The diamond smugglers. Laten we er dus van uitgaan dat het sociaal-economische aspect van de diamantsmokkel, althans in de romanversie, behoorlijk waarheidsgetrouw is.

Tiffany, de Bond-girl uit Diamonds Are Forever.(2) Diamant recupereren na crematie: “onmogelijk”

Op een zeker moment in de film worden de diamanten met een vliegtuig meegesmokkeld in het lichaam van een overledene. Om de edelstenen te recuperen wordt het lichaam gecremeerd. Achteraf zien we een urne vol diamanten. Maar dit kan helemaal niet, want het diamant zou mee verbrand moeten zijn! Diamant brandt namelijk in lucht bij een temperatuur tussen 600 en 800°C, terwijl een crematieoven werkt bij 870 à 980°C. Het was precies door middel van verbranding dat voor het eerst werd aangetoond dat diamant een vorm van puur koolstof is: Antoine Lavoisier toonde in 1772 aan dat als diamant in een atmosfeer van puur zuurstof verbrandt (met andere woorden: als het reageert met zuurstof), er niets anders van overblijft dan CO2.

Laat je dus niets wijsmaken: diamant is niet voor altijd. Als je zelf wil zien hoe snel diamant verbrandt, maar niet meteen een edelsteen op overschot hebt liggen, bekijk dan onderstaand filmpje van PopSci (bron).

Overigens is er wel een bedrijf, ‘LifeGem‘, dat aanbiedt om de assen van een dierbare overledene te verwerken in een synthetische diamant. Hierbij wordt na de crematie het koolstof (in de vorm van grafiet) uit de assen gezuiverd en in een pers onder zo’n hoge druk gezet dat er diamant ontstaat. Wie weet spreken we na mummificatie en crematie, straks ook van diamantificatie.

Tiffany, de Bond-girl uit Diamonds Are Forever.(3) Zirkonia: “een uitweg”

Even later in de film blijken er toch geen echte diamanten in de urne te zitten. Dit geeft ons een uitweg om deze fout tegen de materiaalfysica alsnog weg te redeneren: James Bond kan de diamanten al vóór de crematie uit het lichaam gehaald hebben en vervangen door zirkonia (of kubisch zirkoniumdioxide). Dit materiaal wordt vaak gebruikt als imitatiediamant omdat het bijna even fel schittert. Het is weliswaar minder hard en dus minder krasbestendig dan diamant, maar het is een oxide dat niet verder met zuurstof kan reageren: zirkonia brandt dus niet. (Als je het tot 2750°C verhit gaat het materiaal weliswaar smelten, maar daarvoor wordt een crematieoven niet heet genoeg.)

Hoewel het dus niet opgaat dat diamant voor altijd is, blijft het titelnummer bij “Diamonds are forever“, gezongen door Shirley Bassey (video-clip), wel een prachtig liedje natuurlijk. Daarbij haalt “Cubic zirconia is forever” het gewoon niet qua hitpotentieel. ;-)

Tiffany, de Bond-girl uit Diamonds Are Forever.(4) Toepassing van diamant in satellieten en lasers: “mogelijk, maar dan anders”

In het boek worden de diamanten enkel gesmokkeld, maar in de film gebeurt dit bovendien met een specifiek doel: de diamanten worden gebruikt in een satelliet om er een krachtige laser van te maken, die vanuit een baan om de aarde doelen op het oppervlak kan vernietigen.

Sinds het uitkomen van de film is er inderdaad diamant meegestuurd met satellieten: het gaat dan om synthetisch diamant dat gebruikt wordt in sensoren. Zo bevat ESA-satelliet Proba-2, die in 2009 gelanceerd werd, verschillende sensoren om de zon te bestuderen. Eén daarvan is de Lyman Alpha Radiometer (LYRA), die gebruikt maakt van diamant om het UV-spectrum van de zon te meten (grafiek van eclips 2010).

De laatste jaren is het gebruik van diamant ook nuttig gebleken voor lasertoepassingen. Wanneer diamant voorzien wordt van een kleine hoeveelheid onzuiverheidsatomen (‘dopering’), kan het materiaal gebruikt worden in een vastestoflaser. Diamant kan ook worden ingezet in Ramanlasers (bron). Verder kunnen spiegels van diamant kunnen gebruikt worden om röntgenstraling te reflecteren: ze worden daarom gebruikt in röntgenlasers (bron). Voor zo ver ik weet, hebben nog geen van deze mogelijkheden het al tot in commercieel verkrijgbare diamant-gebaseerde lasers gebracht. Diamant speelt wel al de iets bescheidener rol van uitgangsvenster in CO2-lasers en als koelplaat in hoog-vermogen lasers. Bovendien vereisen al de vermelde toepassingen synthetisch diamant, waarvan de eigenschappen (zoals dopering) en de afmetingen nauwkeurig bepaald kunnen worden.

Kortom, het is – zelfs met de technologische kennis van 2012 – onduidelijk hoe je van een zak edelstenen een lasersatellietwapen kunt maken.

Inception en filosofie

Het boek Inception & Philosophy, waarvoor ik het eerste hoofdstuk schreef, wordt eind 2011 verwacht.Ik ben mijn koffer aan het pakken om op congres te vertrekken. Hopelijk heb ik volgende week tijd voor een live-verslag uit de arena van de formele filosofie! Vandaag echter moet ik het houden bij een zeer kort berichtje.

Als je een filosofische bespiegeling schrijft over een Hollywood-film, dan doe je dat niet om collegafilosofen te imponeren, maar dan hoop je dat fans van de film via je bijdrage ook geïnteresseerd raken in filosofie. Daarom ben ik blij dat het einde van mijn hoofdstuk in “Inception & Philosophycirculeert op Tumblr.