Tag Archief: filosofie

Sluimerende wetenschap: gaat de wekker ooit af?

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als artikel verschenen in Eos.
(Jaargang 32, nummer 9. Pdf-versie van het artikel.)

Bij mijn eerdere radiobijdrage was het me niet helemaal gelukt om de punten die ik zelf het belangrijkste vond aan dit onderzoek goed uit te leggen. Daarom schreef ik mijn aantekeningen uit tot een artikel voor Eos.

~

Sluimerende wetenschap

Schone slaapsters

Sleeping Beauties.

De meeste wetenschappelijke artikels vertonen een gelijkaardig citatiepatroon: de eerste jaren wordt het artikel in toenemende mate geciteerd, daarna dooft de aandacht uit. Er blijken echter ook slaapkoppen tussen te zitten, waarbij de erkenning voor een studie pas vele jaren na de publicatie volgt. Wat zorgt ervoor dat deze artikels alsnog populair worden? En welke lessen moeten we hieruit trekken voor het wetenschapsbeleid?

Schone slaapsters in de wetenschap’ zijn artikels die pas na verloop van jaren plots veel geciteerd worden. Recent onderzoek toont aan dat dit fenomeen meer voorkomt dan eerder gedacht. Deze vondst stemt tot nadenken: de huidige manier om de impact van onderzoek te meten en onderzoekers te evalueren en te financieren, kijkt immers vooral naar citaties op korte termijn (binnen twee tot vijf jaar na publicatie).

Mendelsyndroom

Er zijn bekende voorbeelden van wetenschappers die hun tijd zo ver vooruit waren dat hun werk pas werd gewaardeerd na hun dood. Denk maar aan Gregor Mendel die rond 1860 experimenten deed met het kruisen van bonenplanten en zo de erfelijkheid van hun eigenschappen ontdekte. Mendel overleed in 1884, maar het belang van zijn pionierswerk voor de genetica werd pas later erkend.

Een ander voorbeeld is de Hongaarse arts Ignaz Semmelweis. Hij voerde in 1847 een antiseptische procedure in op de kraamafdeling van een ziekenhuis in Wenen: iedereen moest voortaan de handen wassen met bleekwater alvorens een aanstaande moeder te onderzoeken. Door deze maatregel kwam kraamvrouwenkoorts – die vaak dodelijk was – veel minder voor op de afdeling. Toch vonden de ideeën van Semmelweis pas echt ingang na zijn dood in 1865, toen de relatie tussen micro-organismen en ziektes beter werd begrepen (onder andere door de experimenten van Louis Pasteur).

Ook nu beweren sommige wetenschappers dat hun ideeën niet worden opgepikt omdat ze hun tijd te ver vooruit zijn. De Nederlandse bibliometrist professor Anthony van Raan, verbonden aan de universiteit van Leiden, spreekt in dit verband over het “Mendel-syndroom”. Van Raan wou nagaan of wetenschappers gelijk hebben als ze vrezen dat hun werk pas na tientallen jaren zal worden erkend, of als ze hopen op een posthume erkenning. In een artikel van hem uit 2004 onderzocht hij daarom de citatiepatronen die gepaard gaan met uitgestelde erkenning.

Schone slaapsters

Van Raan lanceerde hierbij de term ‘sleeping beauties in science’. Daarmee bedoelde hij:

a publication that goes unnoticed (‘sleeps’) for a long time and then, almost suddenly, attracts a lot of attention (‘is awakened by a prince’).”

Een schone slaapster in de wetenschap is dus een publicatie die in de eerste jaren niet of nauwelijks geciteerd wordt (slaapt), maar na verloop van decennia plots alsnog piekt (gewekt wordt door een prins).

De database die van Raan onderzocht bevatte 20 miljoen artikels. De meest slaperige schone in dit corpus was een artikel van Larry J. Romans uit 1986. Dit was inderdaad een geval van een idee dat zijn tijd ver vooruit was: in het artikel stelt Romans een model op van supergravitatie in tien dimensies, waarbij er een nieuw fenomeen optreedt, namelijk het breken van een supersymmetrie. De ruimere gemeenschap van snaartheoretici was op het moment van publicatie nog niet bezig met supergravitatie. Tegen 1995 was dit wel het geval. Doordat een fysicus die aan hetzelfde instituut werkte als Romans zich diens artikel herinnerde, kon het alsnog geciteerd worden.

Van Raan probeerde ook een kansfunctie op te stellen om te voorspellen welke slapende artikels nog uit hun sluimer gewekt zullen worden. Uit de gegevens blijkt bijvoorbeeld dat de waarschijnlijkheid om nog gewekt te worden na een heel diepe slaap (gekenmerkt door extreem weinig citaties: maximaal één per jaar) kleiner wordt naarmate de slaap langer aanhoudt.

De beauty-factor

Een team van vier onderzoekers aan de Amerikaanse universiteit van Indiana heeft nu een andere manier bedacht om schone slaapsters op te sporen en te meten. De eerste auteur is Qing Ke, een derdejaars doctoraatsstudent, en het team stond onder leiding van Alessandro Flammini. Hun studie is recent online verschenen in het wetenschappelijke vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS; persbericht).

In oudere modellen moest de onderzoeker handmatig keuzes maken, bijvoorbeeld: hoe lang moet de citatiepiek op zich laten wachten voor er sprake is van een schone slaapster? Flammini en zijn collega’s hebben nu een nieuw model opgesteld dat geen parameters bevat. hiervoor bedachten ze de beauty-factor van een artikel, dat rekening houdt met de de lengte en diepte van de slaap en met het maximale aantal citaties per jaar.

Het team van Flammini gebruikte de database van Web of Science. Deze bevat gegevens over 22 miljoen artikels, in alle disciplines van zowel natuurwetenschappen als de sociale wetenschappen en dit binnen een periode van meer dan een eeuw. De top 15 van de meest uitgesproken schone slaapsters uit deze database ziet u in de tabel. Daarnaast onderzochten ze ook een kleinere database met enkel artikels binnen de fysica.

Op basis van deze studie concluderen de onderzoekers dat het verschijnsel van schone slaapsters niet zo zeldzaam is als eerder gedacht. Dit verschil komt onder andere doordat ze naar meerdere disciplines tegelijk kijken: het blijkt geregeld voor te komen dat slapende artikels gewekt worden door aandacht uit een andere discipline. Ook zien ze een continuüm tussen schone slaapsters en artikels met een courant citatiepatroon.

Tabel: Top 15 van meest uitgeproken schone slaapsters uit de studie van Flammini en collega’s.Top 15.

Disciplines (meer…)

De Weg van de Veger

In minder dan twee weken tijd legde mijn schoonvader een hele oprit aan rond ons huis. (Waarvoor onze grote dank!) Daarna moest er enkel nog zand in de voegen worden geveegd. Ik vond het prettig om elke avond een uurtje te vegen: een vorm van actieve ontspanning. Een meditatief moment om rustig na te denken is altijd welkom voor een filosoof.

Als ik achteraf mijn ogen sloot zag ik nog steeds zand in groeven verdwijnen. Dit soort dagdromen van bodemloze putten past wonderwel bij de paradoxen waarover ik graag nadenk en waarbij soms ook alle zekere grond onder onze voeten lijkt weg te zakken. Natuurlijk is wegstromend zand ook een bekende metafoor voor het verstrijken van de tijd (in een zandloper) en op die manier is er een evident verband met onze cursus over filosofie van de tijd. Ook iets om rustig te laten bezinken tijdens het vegen.

Toen ik tegen Danny zei dat ik mijn zandveegtaak eigenlijk wel prettig vond, moest hij lachen: dan wist hij wel een boek dat ik eens moest lezen. Hij had het over Thief of Time (vertaald als De dief van tijd) van Terry Pratchett. Daarin komt er namelijk een filosoof voor die als straatveger werkt omdat hij zo meer tijd heeft om na te denken. Eindelijk mijn alter ego gevonden! :-)

Lu-Tze heet de man (of Lou-Tzi in de Nederlandse vertaling, een verwijzing alleszins naar Loazi), maar hij wordt the Sweeper of de Veger genoemd. Hij is een meester in de gevechtskunst Déjà-Fu: het gevoel dat je al eens eerder precies zo op je hoofd bent getimmerd. Hierbij bewegen de ledematen van de aanvaller niet enkel in de ruimte, maar ook (achterwaards) in de tijd, waardoor de ander het effect voelt van eerdere klappen. Geen slechte mascotte dus voor onze cursus waarin we het ook over tijdreizen gaan hebben. Een studie naar de verpersoonlijking van Tijd bij Pratchett zou trouwens een cursus op zich kunnen zijn! ;-)

De Veger spreekt in raadsels die aan zen-boeddhistische koans doen denken. Niemand let op hem, want hij is maar een straatveger. En ondertussen is hij meester dan de tijd (één van de Monniken der Tijd, om precies te zijn). Ik mag hem wel, zo veel is duidelijk.

De Veger.

De Veger. (Bron afbeelding: Karla Cervantes.)

Inleidend college filosofie: over waarheid (kenleer)

Onze faculteit organiseert een Junior College Filosofie. Daarbij gaan er verschillende klassen middelbare scholieren aan de slag met lesmateriaal en filmpjes over een bepaald thema. Per thema worden er ook twee bijeenkomsten georganiseerd in een aula aan de KU Leuven. Op 24 september gaf ik zo’n inleidend college over het thema Waarheid. Het was een introductie over een aantal thema’s uit de filosofie en de kenleer in het bijzonder.

Om het een beetje origineel aan te pakken, gebruikte ik verwijzingen naar een aantal films; natuurlijk komt ook Inception ter sprake. ;-) Verder waren er enkele demonstraties van optische illusies en één auditieve illusie.

Het college vond plaats in een aula met videoregistratie, zodat de klassen die niet aanwezig konden zijn het achteraf konden nabekijken. De opname van dit college plaats ik nu ook hieronder.

Wat mensen met enige achtergrond in de kenleer wellicht zal opvallen is dat ik in dit college erg onzorgvuldig omspring met de termen ‘kennis’, ‘zekerheid’ en ‘waarheid’: ik gebruik ze door elkaar, terwijl deze woorden natuurlijk niet hetzelfde betekenen. Voor dit inleidende college leek enige slordigheid op dit vlak me echter een verdedigbare keuze, omdat het me toeliet om in een relatief korte tijd (van twee keer vijftig minuten) heel wat grond te bestrijken.

Wat mij dan weer vooral opvalt is een nieuw stopwoord, waarvan ik me nog niet bewust was. Oeps! (Ik ga niet zeggen welk het is, want dan gaat het al van het begin af aan storen.) Er zitten ook stukjes in waar ik achteraf gezien niet zo blij mee ben, maar dat is altijd zo. Volgend jaar beter. :-)

Met de respons van de leerlingen was ik trouwens wel heel tevreden: ze kwamen met relevante en vaak originele antwoorden. Deze interactie is precies wat doceren zo boeiend maakt (al blijft juist van dat aspect weinig over in een videoregistratie).

Filosofie van de tijd: gloednieuwe cursus!

About time!Misschien viel het je al op, dat er bovenaan mijn blog een tabblad is bijgekomen met als titel “Course: Philosophy of Time“. Volgende week start er namelijk een gloednieuwe cursus over filosofie van de tijd, die ik samen met Pieter Thyssen zal doceren.

We schreven samen een Engelstalig blogbericht om de cursus aan te kondigen, die Pieter op zijn blog The Life of Psi plaatste en dat ik hieronder plaats.

~

It’s About Time!

KU Leuven Introduces a Mind-Boggling Course on the Nature of Time

“We’re all time travellers!” quipped Carl Sagan.

After all, we’re all moving into the future at a steady rate of one second per second. Agreed, it sounds like an obvious platitude, but does Sagan’s quote even make sense? What does it actually mean for time to pass at a rate of one second per second? And are we really moving into the future, or is the future somehow ‘moving into us’? What is time anyways?

Calvin and Hobbes.

Calvin and Hobbes.

Humbled and perplexed by the mystery of time, the medieval theologian and philosopher St. Augustine of Hippo famously answered: “If no one asks me, I know; but if I wanted to explain it to him who asks, I plainly do not know!”

Sixteen centuries later, anno 2015, scientists and philosophers alike are still hard-pressed to tell us what exactly time is. But this, of course, doesn’t mean there hasn’t been any progress since the dark ages!

Clearly then, the time is ripe to take stock of our current understanding about the nature of time and why it matters. The upcoming semester turns out to be especially appropriate to do so, for three reasons:

First, on September 30, the Dutch time travel movie Terug naar morgen will be released. The director, Lukas Bossuyt, studied engineering at KU Leuven and decided to shoot his first movie here in Leuven and in the physics labs in Heverlee!

Second, on October 21, at 4:29 PM to be precise, Marty McFly will pay us a visit from the past. At least, that’s what he did in Back to the Future II. So keep your eyes open for that DeLorean!

And third, on November 25, the world will celebrate the centennial of Einstein’s theory of general relativity. If only we could go back to November 1915 and witness Einstein’s speech at the Prussian Academy of Science in which he first showcased his field equations!

For all of these reasons, and because we are both fascinated by time, we are organising a brand new course on the nature of time, open to all Ma-students and starting September 2015! But more on that below.
(meer…)

Aankondiging: lezing op JustGroningen 2015 (25 aug.)

Rijksuniversiteit Groningen (RuG).In augustus ga ik nog een keertje naar Groningen om deel te nemen aan een conferentie over kenleer, meer bepaald over epistemische rechtvaardiging. Mijn keynote presentatie gaat over het herzien van waarschijnlijkheden voor oude evidentie wanneer er inmiddels nieuwe theorieën geformuleerd zijn. Hierover schreef ik een artikel met Jan-Willem Romeijn in navolging van een eerdere workshop.

Het is een internationale bijeenkomst, dus alle lezingen zijn in het Engels. Bijwonen kan, maar registreren is verplicht. Meer info hieronder.

(meer…)

Interview – deel 3/3

Dit is het derde en laatste deel van mijn aanstellingsinterview, afgenomen door Pieter Thyssen. Zie ook: deel 1; deel 2.

~

Wat zijn jouw dromen of doelstellingen als jonge professor? Zou je graag een onderzoeksgroep uitbouwen? Zijn er bepaalde vakken die je graag zou doceren?

Ik heb meer onderzoeksprojecten in mijn hoofd dan ik zelf kan uitvoeren, dus ik wil inderdaad graag een onderzoeksgroep uitbouwen. Via een Starting Grant van de KU Leuven ben ik meteen op zoek kunnen gaan naar een eerste doctorandus en zo heb ik jou kunnen aanstellen. Het is heel inspirerend om met anderen samen te werken en gelukkig biedt het CLAW op dit moment daar een goede context voor. Ik geef al wetenschapsfilosofie aan de Master-studenten filosofie. Daarnaast is er onze leesgroep over filosofie van de kwantummechanica. Dit zijn dingen die ik de komende jaren zeker wil blijven doen. Verder hoop ik in de nabije toekomst filosofie te mogen doceren aan de wetenschapsstudenten. Deze studenten in de war brengen met vragen als ‘Wat is een getal?’ of ‘Bestaat een elektron echt?’ daar zou ik me echt in kunnen uitleven.

Vele wetenschappers staan sceptisch tegenover wetenschapsfilosofisch onderzoek. Hoe komt dit denk je? En hoop je hier zelf als jonge professor iets aan te doen?

Ik begrijp die houding wel en enerzijds is het prima dat niet alle wetenschappers zich in filosofie willen verdiepen: ze zouden anders niet meer aan hun eigen werk toekomen. Maar anderzijds toont het aan dat wetenschap, niet alleen door wetenschappers, te gemakkelijk als onbetwijfelbaar wordt gezien. Het ironische is natuurlijk dat die houding zelf een filosofie is.

Je blogt regelmatig op je eigen website en schrijft ook voor EOS magazine. Je bent tegenwoordig ook actief op Twitter. Waarom vind je het belangrijk te communiceren met een breder publiek? (meer…)

Interview – deel 2/3

Dit is het tweede deel van mijn ‘aanstellingsinterview’. Het eerste deel staat hier; het derde en laatste deel volgt binnenkort!

Dit deel van het interview gaat over mijn huidige aanstelling en gepland onderzoek.

~

Welke thema’s houden je tegenwoordig bezig? Waar hoop je later nog onderzoek naar te voeren?

Op dit moment ben ik bezig met onderwerpen uit de filosofie van de fysica waarbij vragen over kleine kansen en determinisme een grote rol spelen. De Newtoniaanse mechanica wordt vaak als het schoolvoorbeeld van een deterministische theorie gepresenteerd. Toch hebben Poisson en, recenter, Norton indeterministische systemen binnen de Newtoniaanse mechanica onder de aandacht gebracht. Daarbij is het bovendien niet duidelijk wat de waarschijnlijkheden zijn die bij deze oplossingen horen. Ik modelleer deze situaties met behulp van verschilvergelijkingen en infinitesimale tijdstappen. Zo slaag ik erin om wel kansen toe te kennen aan de diverse oplossingen. Daarbij komen de infinitesimale kansen waar ik in mijn tweede doctoraat aan heb gewerkt goed van pas. Aangezien het mogelijk blijkt om voor hetzelfde systeem zowel een deterministische als een indeterministische beschrijving te geven, rijst de vraag of het mogelijk is om van de werkelijkheid zelf te zeggen of ze al dan niet deterministisch is – of dat dit onderscheid niet van toepassing is op de werkelijkheid en hoe we dat dan moeten begrijpen.

(meer…)

Interview – deel 1/3

Bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de KU Leuven is het gebruikelijk dat professoren in het jaar van hun aanstelling worden geïnterviewd. Dit interview wordt meestal afgenomen door een doctoraatsstudent uit de groep, in mijn geval door Pieter Thyssen. De tekst verschijnt in een intern tijdschrift (“Mededelingen”), maar ik laat jullie hier ook meelezen.

Omdat het een lange tekst is geworden, publiceer ik het interview in drie delen. Het eerste deel gaat over de herkomst van mijn interesse voor fysica en filosofie en over mijn onderzoek in de voorgaande jaren.

~

Dag Sylvia. Terwijl het grote merendeel van de studenten tegenwoordig rechten, industriële of handelswetenschappen gaat studeren, koos jij voor fysica. Wat trok je in deze richting aan?

Dag Pieter. Wel, mijn plan was eigenlijk om astrofysicus te worden en daarna sciencefiction te gaan schrijven. Dat bedacht ik rond mijn vijftiende – een naïef plan dus, maar op basis ervan koos ik op de middelbare school wel consequent voor de richting met het meeste uren wiskunde per week, terwijl ik voor taalvakken nochtans minder inspanning moest doen. Het hele plan was geïnspireerd door Isaac Asimov, mijn favoriete sciencefictionauteur in die tijd. Ik wist dat hij wetenschapper was, die naast fictie ook populariserende boeken schreef, onder meer over astrofysica. Het ironische is dat ik er pas veel later achterkwam dat Asimov zelf helemaal geen fysicus was, maar een chemicus. (Lacht)

Was je toen al geïnteresseerd in de filosofie?

O ja, zeker! Naast sciencefiction en populariserende boeken over wetenschap las ik ook filosofie. Concreet herinner ik me uit die periode “Les jeux sont faits” van Sartre (voor de Franse les) en de Kritiek van Kant (een vertaling waarvan ik delen las terwijl ik hevige tandpijn had en voortdurend rondjes rond de tafel stapte). Ik begreep niet alles, maar het fascinerende me. De grote vragen van de filosofie spraken me aan, maar ik had de indruk dat de wetenschap in een betere positie stond om minstens een deel van die vragen ook te beantwoorden. Waarschijnlijk geloofde ik zelfs dat in de fysica een theorie van alles – waar de Griekse natuurfilosofen al naar op zoek waren – nu binnen handbereik lag. (Zucht) Toch besefte ik ook dat er nog veel spannende vragen waren, in de kosmologie bijvoorbeeld. Dat is bij uitstek een terrein waar fysica en filosofie even relevant zijn.

(meer…)

Essaywedstrijd: live prijsuitreiking

Weet je nog dat ik eerder dit jaar deelnam aan een essaywedstrijd?

Nee, ik weet nog niet wie er gewonnen heeft, maar vanavond (10 juni) worden de winnaars bekend gemaakt.

Je kan de uitreiking (met onder meer MIT-fysicus en wetenschappelijk directeur van het FQXi Max Tegmark) live volgen via deze FQXi-pagina (of via YouTube of via Google+). Het start om 19u onze tijd.

Spannend!

Aanvulling 1 (21u45)

Intussen is de uitslag bekend gemaakt en is gebleken dat mijn essay de eerste prijs heeft gekregen! De organisatie had me op voorhand wel een seintje gegeven dat mijn inzending tot de top-3 behoorde, met de vraag om standby te zijn voor de online uitreiking, maar dat ik effectief gewonnen had hoorde ik zelf ook pas tijdens de uitzending.

Excuseer me dus terwijl ik nog even op wolkjes loop. :-)

Aanvulling 2 (bijna middernacht)

Op deze pagina staan alle prijswinnaars opgelijst en dit waren alle inzendingen.

(meer…)

De paradox van Newcomb: bespreking

In het vorige bericht gaf ik de opgave voor de paradox van Newcomb.

Dit vraagstuk wordt een paradox genoemd omdat er twee manieren van redeneren zijn die beide correct lijken, maar die tegenstrijdige antwoorden opleveren op de vraag welke keuze de verwachte winst van de speler maximaliseert. In dit bericht leg ik beide redeneringen uit en probeer ik de spanning die ertussen bestaat op de spits te drijven.

~

(1) Eerste manier van redeneren: Neem enkel doos B!

We kunnen de opties die 0 € of 1 001 000 € opleveren negeren, want die vereisen dat de voorspelling fout was, maar het orakel is een uitzonderlijk goede voorspeller. De keuze gaat dus tussen 1 000 € (als je A en B neemt) of 1 000 000 € (als je enkel doos B neemt). Enkel doos B nemen is dus beter.

Volgens deze manier van redeneren doen twee gevallen in bovenstaande tabel er niet toe:

Tabel met overzicht van de twee gevallen die er echt toe doen (volgens de eerste redenering).

Tabel met overzicht van de twee gevallen die er echt toe doen (volgens de eerste redenering).

(2) Tweede manier van redeneren: Neem beide dozen!

Ongeacht wat de voorspelling was, het staat nu vast wat er in de doos zit, dus beide dozen kiezen is altijd beter (dominant). Kijk maar:

  • Als de voorspelling “A en B” was, dan heb je de keuze tussen 1 000 € (als je A en B neemt) of 0 € (als je enkel B neemt). In dit geval is beide nemen dus beter.
  • Als de voorspelling “enkel B” was, dan heb je de keuze tussen 1 001 000 € (als je A en B neemt) of 1 000 000 € (als je enkel B neemt). Ook in dit geval is beide nemen beter.
De tweede redenering vergelijkt de twee mogelijke voorspellingen en komt tot de conclusie dat beide dozen nemen altijd beter is.

De tweede redenering vergelijkt de twee mogelijke voorspellingen en komt tot de conclusie dat beide dozen nemen altijd beter is

Hoorcollege Newcomb.

Hoorcollege met een onderdeel over de paradox van Newcomb.

~

Het orakel Cassandra.Een associatie die ik heb bij de paradox van Newcomb is de Griekse mythe over Cassandra: het orakel wiens voorspellingen niemand ooit geloofde. In de opgave van Newcomb komt de speler de voorspelling van het orakel uiteraard niet te weten, maar als ik erover nadenk, lijkt het of ik mijn eigen voorspelling steeds in twijfel trek. Zo blijf ik op twee gedachten hinken: soms is een filosoof als een kleuter die dringend moet gaan plassen, maar liever nog even verder speelt. ;-)

  • Op weg naar de studio neem ik mezelf beslist voor om enkel doos B te kiezen. Enkel zo zit er 1 000 000 € in het spel en dat is significant meer dan 1 000 €. Klaar!
  • In de studio slaat de twijfel toe: enerzijds loop ik een risico met lege handen naar huis te gaan (als het orakel zich vergist heeft, is doos B leeg), maar anderzijds – en belangrijker – het staat toch al vast wat er in de gelsoten doos zit, dus kan ik A er net zo goed bijnemen. Dat is 1 000 € extra. Mooi meegenomen!
  • Maar als het orakel dit heeft voorzien, dan zal er niets in doos B zitten en bega ik een stommiteit.
  • Maar het staat al vast wat er in doos B zit.
  • Maar het is de beslissing waarvan ik nu op het punt sta ze te maken die het orakel voorspeld heeft.
  • Aaaaaahhhhh!!!

Ik lijk er dus maar niet in te slagen met mezelf een strategie af te spreken en me daar vervolgens aan te houden.

~

Mijn eerste reactie op de paradox* was dat het vraagstuk niet precies genoeg geformuleerd is: de opgave laat meerdere interpretaties toe en dat leidt tot verschillende reacties. In het bijzonder: er wordt niet duidelijk gemaakt wat het betekent dat het orakel “uitzonderlijk goed” is in voorspellen. Als we bijvoorbeeld zouden weten wat de waarschijnlijkheid is van een correcte/foute voorspelling, dan zouden we kunnen uitrekenen wat de verwachte winst is bij elke keuze.

Als de waarschijnlijkheid op een fout hoger is dan een bepaalde kritische waarde dan is de eerste strategie beter; als de waarschijnlijkheid op een fout lager is dan de kritische waarde, dan is de eerste strategie beter.

Dit idee blijkt niet origineel te zijn. Ook wiskundige N.J. Wildberger denkt in die richting in dit filmpje waarin hij het probleem introduceert.

Een echte paradox gaat echter niet zo maar weg! Ook hier blijft het de vraag of deze aanpak het probleem echt oplost. Zelfs als het orakel perfecte voorspellingen aflevert, waarbij de redenering voor “enkel doos B” de enige juiste lijkt, blijft het ook een feit dat er al vast ligt wat er in doos B zit op het moment dat je in de studio staat en dat het er enerzijds niet meer toe lijkt te doen wat je effectief beslist (fatalisme) en anderzijds de redenering “A en B” ook weer correct lijkt.

Wederom: Aaaaaahhhhh!!!

~

Pierre-Simon Laplace.Trouwens, kan zo’n orakel wel bestaan? Deze vervolgvraag roept een tweede associatie op: de “demon van Laplace“. Laplace veronderstelde deterministische natuurwetten (zoals de wetten van Newton) en een bovenmenselijk intelligent wezen dat de huidige posities en snelheden van alle deeltjes in het universum zou kennen. Zo’n wezen zou volgens Laplace de toestand van het universum op een willekeurig moment uit het verleden of de toekomst kunnen berekenen. (De relevante passage staat in “A philosophical essay on probabilities” (1814) p. 4; ik schreef er ook over in dit bericht.)

Zou de demon van Laplace de rol van het orakel kunnen spelen, of zou zelfs deze intelligentie niet in staat zijn het gedrag van mensen te voorspellen? Deze vraag heeft te maken met het verband tussen determinisme en vrije wil. Wanneer er mensen in het universum voorkomen, die de voorspelling van de demon aan de weet zouden kunnen komen (of op zijn minst ernaar gissen), dan lijkt het erop dat het wezen zich zou kunnen vergissen. Tenzij mensen niet echt een vrije wil hebben, maar het determinisme ook op hen van toepassing is.

~

*: Dit klopt niet helemaal. Ik ‘kende’ de paradox al jaren, maar had er tot voor kort nog nooit echt over nagedacht.

~

Wat denk jij?