Tag Archief: jaren ’90

Kerstelfje en de waarheid over TV

Björk proeft van Kerstmis.Björk is een Ijslandse kunstenares. Ze is vooral bekend als zangeres, maar ze is ook actrice, producent en speelt vele instrumenten. Haar stijl wordt omschreven als eclectisch en haar standpunten als anarchistisch. Het valt me moeilijk om van haar werk te houden: het is zeer origineel en uitgesproken, wat me aanlokt, maar telkens als ik het in mijn hart wil sluiten, lukt me dat niet. Kunst hoeft uiteraard niet ‘mooi’ te zijn, maar het moet je toch op één of andere manier toelaten. En bij haar werk heb ik het gevoel dat iets me op afstand houdt, dat ik het niet begrijp. (Vermoedelijk probeer ik juist te hard om het te begrijpen en voel ik vanuit die cerebrale predispositie niet aan wat er gebeurt.)

Het heeft me ook lang dwarsgezeten dat de enige associatie die ik bij haar naam had een viscerale klanknabootsing was. Nu heb ik het eens opgezocht en de Ijslandse voornaam “Björk” blijkt te verwijzen naar een berk, dus van die walgelijke associatie ben ik genezen. Het is gewoon een mooi stukje fauna, hoera! (Alhoewel: in Ijsland wordt er berkenlikeur gebrouwen – onder de naam Björk – en als je daar te veel van drinkt, zijn we weer terug bij af.)

Maar toen zag ik onderstaand filmpje (alternatieve link; via), waarin Björk hardop nadenkt over de invloed van televisie en hoe het toestel er vanbinnen uitziet. Plots vond ik het heel gemakkelijk om van haar performance te houden! In haar rol van excentriek kerstelfje brengt ze ons:

  • Een originele kijk op iets dat alledaags is.
  • Kinderlijke verwondering en frisse wijsheid.
  • De mogelijkheid om zich oorspronkelijk uit te drukken, juist omdat ze niet in haar moedertaal spreekt.

Ik denk dat het fragment het leukste is als je helemaal niets over de context weet. Maar ik was nieuwsgierig en ging dus op zoek naar de herkomst ervan. (Klik op ‘Show‘ om hier meer over te lezen.)

Spoiler Inside SelectShow

Björk drukt uit hoe je de dingen als kind ziet: natuurlijk is een printplaat in kinderogen een stad met gras tussen de gebouwen. Wat zou het anders zijn? In de reacties wordt van Björk gezegd dat ze wereldvreemd is, of dat ze van een andere planeet komt, maar ik vind haar juist heel aards. Contact kunnen houden met de manier waarop aardse kindertjes de wereld om zich heen zien – zelfs al is het hier vermoedelijk komisch bedoeld – is een lovenswaardige prestatie.

[important]Ik denk dat dit ook iets is om na te streven in het onderwijs: al te vaak wordt er in de lessen fysica antwoord gegeven op vragen die leerlingen of studenten zich nog niet eens hebben gesteld. Het is beter (maar ook moeilijker en tijdrovender) om uit  te gaan van hoe jongeren het zien. Door hierop in te spelen, worden de lessen veel effectiever. “Aha, dat flatgebouw is dus een condensator? Leuk, dat wist ik niet!”[/important] (meer…)

Tien tips: minder zenuwachtig bij presentaties

Het is jouw beurt, het publiek wacht.Vorige week raakte ik met een collega aan de praat over presentatietechnieken. Spreken voor publiek is voor veel mensen een grote angst. Toch ben ik over het algemeen niet erg zenuwachtig als ik een presentatie moet geven.

Vermoedelijk zit podiumervaring er voor iets tussen: als kind was ik bij een dansgroep en ik heb ook jaren toneel gespeeld. Bij het dansen gold: wat er ook gebeurt, blijven lachen! Bij toneel gold: wat er ook gebeurt, niet de slappe lach krijgen! In beide gevallen was het duidelijk dat je veel langer moet oefenen, dan de eigenlijke voorstelling duurt. Danspassen worden gedrild tot ze een automatisme zijn en bij toneel moet je oefenen tot je je tekst achterstevoren kunt opzeggen terwijl je ondersteboven in een achtbaan hangt.

Je eigen werk presenteren is nog iets anders natuurlijk: je speelt geen rol, maar staat er als jezelf. Je stelt jezelf kwetsbaar op en aan het einde kun je openlijke kritiek verwachten. In de loop van de jaren heb ik verschillende strategieën ontwikkeld om met de spanning om te gaan. Er is geen geheim recept dat voor iedereen werkt, maar misschien kun je er toch iets uit leren.

Daarom formuleer ik tien tips:

(1) Aanvaard dat het normaal is om zenuwachtig te zijn.

Het is normaal om zenuwachtig te zijn! Voel je daar dus niet slecht om. (Anders heb je twee problemen: dat je nerveus bent en dat je je daar slecht om voelt.) Iedereen is het (enkel de mate waarin verschilt) en die adrenalinestoot kan je juist helpen om je beter te concentreren en het extra goed te doen. Na verloop van tijd leer je ook wat er met je lichaam gebeurt als je zenuwachtig wordt en hierop te anticiperen. Een voorbeeld: als je handen gemakkelijk gaan trillen, ga dan niet met een laserpointer staan mikken (lukt toch niet) en zorg ervoor dat je je glas met twee handen vasthoudt als je even een slok water neemt.

(2) Oefening baart kunst.

Oefening baart kunst.Situaties waar je weinig ervaring mee hebt, zijn automatisch enger. Er zijn voorbeelden genoeg: een eerste school- of werkdag, de eerste keer alleen met de auto rijden, enzovoort. Dus ligt de remedie voor de hand: grijp elke kans om voor een groep een aankondiging te doen, of iets te presenteren.

Je kunt enkele medestudenten of collega’s vragen om eens te luisteren naar een oefenpresentatie. Dit kan ook eng zijn om te doen, maar het is beter om constructieve feedback te vragen aan een kleine groep mensen die je goed kent, dan af te gaan voor een volle  zaal, niet?

(meer…)

Laatste-schooldag-gevoel

Wij muizen ervandoor.Ik heb al heel de dag het gevoel dat iemand in mijn maag heeft gestompt. Melancholie, omdat we gaan verhuizen en ik vandaag allerlei dingen voor het laatst doe, hier, in onze vertrouwde omgeving.

Precies zo voelde ik me altijd op de laatste schooldag. Er was toen nog geen internet, dus wist ik niet dat er zoiets was als Last Day of School Sadness. Ik begreep nauwelijks waarom er een steen op mijn hart drukte: een vaag gevoel van spijt dat het voorbij was en het gevoel dat ik er niet genoeg van had genoten. Mijn laatste laatste-schooldag-blues is zo lang geleden! Door deze herhinnering versterkt de melancholie van vandaag zich nog.

Zo is het vandaag de laatste dag dat ons kindje naar deze opvang gaat, vanaf maandag gaat hij ergens anders. Ik twijfel er niet aan dat hij daar ook goed verzorgd gaat worden (anders brachten we hem daar niet, uiteraard). En toch is er dat knagende besef dat er iets wordt afgesloten: het was zo gewoon met de verzorgsters zijn dag te overlopen, kleine gesprekken te hebben met andere ouders, dezelfde kindjes te zien, … Gelukkig is ons kindje nog te klein om te beseffen dat hij voor het laatst in deze opvang is. Hopelijk voelt hij dan ook geen steen van melancholie in de maag, maar is het voor hem vooral een heel gewone dag – de dagelijkse routine van eten en slapen, spelen en ontdekken tussen de inmiddels zo vertrouwde gezichten.

Ik heb iets geknutseld om uit te delen als afscheidscadeautje: voor iedereen een muis (omdat we ervandoor muizen) met een wafeltje erin. Het idee komt van deze webpagina, maar omdat onze printer de verhuis niet goed doorstaan heeft, heb ik een eigen variant van het ontwerp gemaakt, met passer en lineaal op ruitjespapier. Ja, een passer – nog zoiets dat ik de voorbije tien jaar niet heb nodig gehad. Het voordeel was dat ik het ontwerp heb kunnen optimaliseren om zoveel mogelijk te kunnen gebruiken van mijn gekleurd karton, dat net iets groter was en andere verhoudingen had dan A4-formaat.

Om de half-cirkelvormige oortjes mooi op het lijfje te laten aansluiten, moet je de vaste punt van de passer in de bissectrice van de betreffende kant van het lijfje plaatsen (en het Wikipedia-artikel toont hoe je dat met passer en lineaal kunt doen). De details in de afwerking zijn ook zo veel mogelijk met cirkels gedaan:

  • twee halve cirkels voor de oortjes,
  • één halve cirkel voor de neus (lijkt kleiner op de foto omdat het gevouwen is)
  • en kwartcirkels voor de ogen.

Geometrisch gezien passen er zes muizen in een cirkel als ze met de neuzen naar elkaar staan, maar omdat ik maar vijf verschillende kleuren had, poseren ze hier met vijf. Om ze te vervoeren kun je ze in elkaar schuiven (met het wafeltje er al in); leg ze dan best op een zijkant in een doos.

Melancholie en meetkunde grijpen wonderwel in elkaar, maar deze congruentie kende Albrecht Dürer al (en dat was in de zestiende eeuw).

Een muis met een wafeltje erin, om het afscheid te verzachten.

Nog zo’n laatste: fruit kopen bij het winkeltje in onze straat in Gent. De man doet me aan mijn moeder denken: altijd opgewekt en bereid tot een praatje. Ik vertelde hem vandaag over onze verhuis en bleef iets langer babbelen dan gewoonlijk. Hij vertelde dat hij enkele jaren geleden een appartement heeft gekocht, maar dat hij geen schotelantenne mag plaatsen van de syndicus. Hij komt uit Pakistan en zou natuurlijk graag het nieuws uit zijn thuisland ontvangen. Er wonen ook Turkse mensen in het gebouw. Volgens de syndicus mogen ze wel één grote antenne zetten en vandaaruit draden trekken naar de verschillende appartementen. Maar de richting om Pakistaanse zenders te ontvangen is anders dan voor Belgische of voor Turkse zenders. Grr, syndicuskantoren

Jas “van den Aldi”

Kleurrijke knopen.Daarnet ging het op radio (bij Hammertime op Studio Brussel) over opgroeien in armoede (naar aanleiding van de Panorama-reportage hierover vanavond op Canvas). Een beller vertelde dat hij, toen hij een jaar of veertien was, met zijn ouders in de Aldi was. Daar kreeg hij een stoere jas, maar toen hij met zijn nieuwe jas op de speelplaats verscheen, werd hij ermee uitgelachen.

Mijn ouders waren niet echt arm, maar ze waren wel selectief in waar ze geld aan uitgaven. Ik zou boeken een luxeproduct noemen, maar daar maakten ze bijvoorbeeld nooit een probleem van.

Ergens in de vroege jaren negentig kwam ik op zekere dag thuis van school en hing er een nieuwe jas op de keukenstoel. Mijn moeder vroeg of ik het een mooie jas vond en ik zei “ja”, want het was een paarsblauwe jas met rode voering. Op de speelplaats de dag nadien sloeg mijn initiële enthousiasme voor de nieuwe jas echter snel om in schaamte, want het bleek een jas “van den Aldi” te zijn. Dan kun je nog beter in een juten zak op school verschijnen! Ik wou die jas niet meer aan, maar ik moest wel, want ik had hem toch mooi gevonden… Ik heb die jas gehaat en me elke dag dat ik hem aan moest geschaamd. En waarvoor eigenlijk? Dat is me nog steeds niet zo duidelijk.

Voor er überhaupt sprake was van enige discountwinkel in ons dorp, maakte mama vaak zelf kleren voor me, altijd met bijpassende knopen – in de vorm van vogels of ijsjes. Kijk, dan kun je trots zijn op je kleren. :-)

Als ik nu goedkope kleren zie, maak ik me soms zorgen over de omstandigheden waarin ze gemaakt zijn. Vooral als er veel kraaltjes of pailletjes op zitten, vraag ik me af er arme kinderen aan hebben zitten zwoegen (naar aanleiding van een BBC-reportage hierover uit 2008). Helaas is een duurder prijskaartje nog geen garantie dat dit niet het geval is.

Tot op de dag van vandaag koop ik liever geen kleren waar merken opstaan, ongeacht of het van een duur merk is of niet. Uit eigen ervaring weet ik dat er al meer dan genoeg onzichtbare labels op mensen hangen – dus daar hoeven er wat mij betreft geen meer bij. Uit de aankondiging voor de reportage vanavond: “Eén op de tien Vlaamse kinderen en jongeren groeit op in armoede.” Hopelijk kan de reportage en de discussie errond helpen om enkele vooroordelen uit de weg te ruimen. Arm zijn is al lastig genoeg, pestgedrag en misprijzen maken het alleen maar erger.

Aanvulling (21 juni 2013):

Ik heb naar de reportage gekeken gisteravond en vond de verhalen aangrijpend. Je kunt het programma hier online herbekijken.

Toeval en noodlot van Twin Peaks tot Pisa

Hé, waar kennen we die van?Liefhebbers van goede koffie, moordmysteries  en het oevre van regisseur David Lynch kennen natuurlijk de televisieserie Twin Peaks. De serie liep begin jaren negentig over twee seizoenen en werd uitgewuifd met een prequel film: “Twin peaks, fire walk with me“. De naam van de reeks, Twin Peaks, is tevens de naam van het fictieve Amerikaanse stadje waar de gebeurtenissen zich afspelen. Gevraagd naar in welke staat Twin Peaks dan lag, antwoordde Lynch: in een staat van verwarring. De originele kaart die Lynch maakte voor Twin Peaks kun je trouwens hier bekijken.

Zo’n twintig jaar later zijn er nog steeds veel fans van de cultreeks, waarvan velen blijven hopen op een derde seizoen. Ook als je bent opgegroeid met de The X-Files is Twin Peaks bekijken leuk, al is het maar om David Duchovny eens in een – wel – andere rol te zien. ;-) Als je nóg jonger bent, is Fringe de mysteriereeks van jouw generatie. Helaas gaan er voor jou heel wat subtiele verwijzingen naar de oude serie verloren; ook voor jou is Twin Peaks dus een aanrader.

De held uit de serie is FBI-agent Dale Cooper, die wijsheid aan jeugd weet te koppelen. In onderstaand fragment horen we hem zeggen: “Fellas, coincidence and fate figure largely in our lives“.

“Gasten, toeval en noodlot spelen een grote rol in onze levens.”

Tja, in onzekere tijden vluchten sommige mensen in pseudo-oplossingen zoals astrologie. In het tweede seizoen van Twin Peaks wordt er een bijzondere gebeurtenis verwacht wanneer Jupiter en Saturnus op één lijn staan, maar zo’n berekening lijkt hopeloos in dat vreemde land: zelfs met de maanfasen klopt er iets niet in Twin Peaks – net als op pakpapier voor Sinterklaas, overigens.

Een andere manier om met toeval om te gaan, is proberen er kansen aan te verbinden. Hoe straffer het toeval, hoe kleiner de getallen die de kans uitdrukken. Vandaag pak ik mijn koffers om in Italië een week lang over infinitesimale kansen na te denken samen met twee collega’s. Als alles meezit lees je hier woensdag een reisverslag van mijn verblijf in Pisa. Ciao!