Tag Archief: kinderen

Pluisjes (oplossing fotoraadsel)

Vandaag plaats ik de oplossing van het meest recente fotoraadsel. Maar eerst herhaal ik de dubbele opgave.

Deel 1

Dit zijn geen balletschoentjes. Wat is het wel?

Rara, wat is het wel?

Dit zijn geen balletschoentjes. Rara, wat is het dan wel?

Deel 2

En dit zijn geen tientallen oogjes. Wat is het wel?

Rara, wat is het wel?

Dit zijn geen tientallen oogjes. Rara, wat is het dan wel?

Er kwamen acht gokken binnen: drie via SciLogs en vijf via mijn eigen blog.

  • Voor de eerste foto werd er gegokt op iets plantaardigs (Lilith), zaadjes of zaaddoosje van een paardenbloem (Tim en G. Nauwelaerts) en meeldraden (Gerda van Etten).
  • Voor de tweede foto werd er gegokt op een aardbei (Tim), een zaadje met dauw erop (G. Nauwelaerts), een ouderwetse knoop (Liese) en een stampertje (Gerda van Etten).

(Het antwoord lees je na de vouw!)
(meer…)

Mama

Mama,

roep je,
want je weet haar naam niet.
Zij tilt je op uit een boze droom.
Terwijl de nacht kil aan haar nachtkleed likt,
voelt ze hoe je warme lijfje zich ontspant in haar armen
en hoe je hoofd in een zoetere droom wegzinkt.
Hoe zij jou troosten kan,
de mama,
door hier gewoon te zijn,
dat is de duistere macht van het leven
doorgegeven.

Mama!

Ik heb er één uit duizend.
Het duizelt mij dat jij, kleine jongen,
dit nu tegen mij zegt.
Vol verwachting.
Mama?
Deze jas is me te groot –
ik val nog niet samen met dit woord.
De tweede mouw heb ik amper aangetrokken,
terwijl jij al met de blinkende knopen speelt.
We groeien er samen wel in.
Veel liefs,

je mama.

 

(Op een nacht kort voor moederdag schreef ik bovenstaande rafeltekst
in de vorm van een woord en naar het beeld van een jas op de groei.
Deze tekst van een meer ervaren moeder ontroerde me,
want net als de jas je als gegoten zit, moet je hem uitdoen.)

Kinderlijke nieuwsgierigheid

Hans De Rijk vertelt in een reportage uit 2013:

Ik weet niets, maar ben nieuwsgierig naar alles. Dat wordt als een kinderlijke eigenschap beschouwd, die verder – helaas – in het leven van de meeste mensen helemaal weer weggaat. Terwijl als je [bij een …] in een kinderwagentje kijkt en je ziet zo’n dreumes van een jaar met z’n ogen bewegen en alles te bestuderen als het ware, dan zeg je: ja, die is gewoon van nature nieuwsgierig. Hij ziet dingen; er komen dingen op zijn netvlies en daar doet hij wat mee, want anders zou die gewoon zeggen: “O, nou, het gaat allemaal voorbij, ik zie het wel.”

De eerste twee zinnen van bovenstaand citaat had ik aanvankelijk willen gebruiken in mijn column “Kinderspel“. Toen ik inzag dat me dat niet zou lukken binnen de woordlimiet, bracht het besef dat ik een blog heb troost, want zo kan ik het alsnog met jullie delen. :-)

De hele documentaire over Hans De Rijk is trouwens te herbekijken op de website van RTV Utrecht. Het duurt minder dan een half uur en het is een aanrader!

Kinderspel

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als een column verschenen in Eos.
(Jaargang 31, nummer 1, rubriek “Scherp gesteld”.)

Young Scientist.Mijn zoontje is één jaar. Het is leuk om te zien hoe hij de wereld ontdekt, veelal letterlijk: hij kijkt graag onder het tafellaken en onder het tapijt. “Kinderen zijn net kleine wetenschappers,” wordt vaak beweerd. Maar klopt dat ook? Veel jonge kinderen lijken inderdaad geïnteresseerd in planten en planeten, en hoe de dingen om hen heen in elkaar zitten. Bovendien hebben recente studies aangetoond dat kinderen in hun spelgedrag patronen vertonen die ook in het wetenschappelijk onderzoek van pas komen: hypotheses vormen en deze testen door te experimenteren.

Laura Schulz is professor in de psychologie en leidt aan het MIT een groep die onderzoek doet naar de cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen. In 2012 publiceerde ze in het vaktijdschrift “Trends in Cognitive Scienceseen overzichtsartikel waarin ze parallellen aanduidt tussen hoe kinderen kennis vergaren en hoe wetenschappers dat doen. Een voorbeeld: soms kun je de beweging van dingen die je ziet, verklaren door aan te nemen dat er nog iets is dat je niet ziet. Wetenschappers veronderstellen het bestaan van onzichtbaar kleine deeltjes en zwarte gaten, maar ook vier- en vijfjarigen gaan op zoek naar blokjes achter een ondoorzichtig gordijn als de blokjes vóór dat gordijn zich onvoorspelbaar lijken te gedragen.

Om te spelen 'alsof' moet je logisch kunnen nadenken en verbanden leggen.Andere ontwikkelingspsychologen halen hun inspiratie uit de manier waarop wetenschappers zich in gedachte-experimenten voorstellen wat er in een denkbeeldige situatie zou gebeuren. Daphna Buchsbaum en drie co-auteurs (onder wie Alison Gopnik) publiceerden in 2012 een onderzoek rond de vraag of jonge kinderen ook “tegenfeitelijk” kunnen denken. De kinderen kregen te horen dat een gek blokje een “zando” is en hoe een zando een muziekmachine kan laten werken. Vervolgens kregen ze vragen over wat een blokje (geen zando) zou kunnen als het wél een zando was. Nadat alle blokjes weggenomen waren, werd hen gevraagd om te doen alsof ze een zando hadden. Drie- en vierjarigen die meer oorzakelijke verbanden inbouwden in dit fantasiespel,  bleken precies degenen te zijn die het er goed vanaf hadden gebracht met de wat-als-vragen. (Zie ook deze link.) Wetenschappelijk denken lijkt dus kinderspel.

Maar kinderen zijn helemaal geen kleine wetenschappers. Kleine kinderen hebben juist een magisch wereldbeeld: ze vullen de gaten in hun kennis op met fantasie-elementen. Het valt me op dat kinderen die logisch nadenken, vaak tot foute conclusies komen, omdat ze gewoon te weinig basiskennis hebben. Een voorbeeld: “Mijn vader bromt als hij boos is en de stofzuiger bromt ook, dus die zal wel boos zijn.”

Telekinese.Wist je trouwens dat babies aan telekinese doen? Wie kleine kinderen heeft, herkent volgend scenario misschien: als ons zoontje op zijn speelmat zit, spant hij soms zijn armen helemaal op en kijkt hij dwingend naar een blokje dat een meter verder op de mat ligt. Hij wil het blokje naar zich toe. Toen hij nog niet kon kruipen, werkten deze pogingen tot telekinese prima: wij zagen welk stukje speelgoed hij wou hebben en gaven het hem aan. Sinds hij kan kruipen, zijn wij ermee gestopt hem alles aan te reiken, maar hij heeft de hoop nog niet definitief opgegeven.

Zelf maakte ik als kind in een keteltje eens een mengsel van gras, roest, krijt en enkele kiezelstenen. Ik deed het deksel erop en schudde flink. Toen ik het deksel optilde, kwam er damp uit het keteltje. Ik was blij dat mijn experiment iets bijzonders had opgeleverd, maar tevens een beetje bang van deze transmutatie. Pas enkele dagen later kwam ik erachter dat er geen magische damp uit het keteltje kwam, maar dat het verpulverde krijt voor die stofwolk zorgde.

Toen ik in de derde kleuterklas zat, deden we een heksendans voor het schoolfeest.

Toen ik in de derde kleuterklas zat, deden we een heksendans voor het schoolfeest. Wetenschappers waren we toen nog niet. Op de foto zie je mij (bovenaan rechts), vriendin R (bovenaan links) en vriendje K (onderaan links).

Een wetenschapper was ik toen nog niet. Mijn amalgaam van proefneming en wensdenken had meer gemeen met alchemie. Maar de natuurwetenschappen zelf zijn ooit opgeborreld uit een magisch laboratorium. Zelfs Newton, de vader van de moderne fysica, was een alchemist. Het is goed om te beseffen dat wetenschap een relatief jonge menselijke bezigheid is: de wetenschappelijke revolutie ligt slechts vier eeuwen achter ons.

Ik zie kinderen dus eerder als kleine tovenaars dan als mini-wetenschappers. Anderzijds droeg de wetenschap in haar eigen kindertijd ook een heksenkleedje.

Kerstelfje en de waarheid over TV

Björk proeft van Kerstmis.Björk is een Ijslandse kunstenares. Ze is vooral bekend als zangeres, maar ze is ook actrice, producent en speelt vele instrumenten. Haar stijl wordt omschreven als eclectisch en haar standpunten als anarchistisch. Het valt me moeilijk om van haar werk te houden: het is zeer origineel en uitgesproken, wat me aanlokt, maar telkens als ik het in mijn hart wil sluiten, lukt me dat niet. Kunst hoeft uiteraard niet ‘mooi’ te zijn, maar het moet je toch op één of andere manier toelaten. En bij haar werk heb ik het gevoel dat iets me op afstand houdt, dat ik het niet begrijp. (Vermoedelijk probeer ik juist te hard om het te begrijpen en voel ik vanuit die cerebrale predispositie niet aan wat er gebeurt.)

Het heeft me ook lang dwarsgezeten dat de enige associatie die ik bij haar naam had een viscerale klanknabootsing was. Nu heb ik het eens opgezocht en de Ijslandse voornaam “Björk” blijkt te verwijzen naar een berk, dus van die walgelijke associatie ben ik genezen. Het is gewoon een mooi stukje fauna, hoera! (Alhoewel: in Ijsland wordt er berkenlikeur gebrouwen – onder de naam Björk – en als je daar te veel van drinkt, zijn we weer terug bij af.)

Maar toen zag ik onderstaand filmpje (alternatieve link; via), waarin Björk hardop nadenkt over de invloed van televisie en hoe het toestel er vanbinnen uitziet. Plots vond ik het heel gemakkelijk om van haar performance te houden! In haar rol van excentriek kerstelfje brengt ze ons:

  • Een originele kijk op iets dat alledaags is.
  • Kinderlijke verwondering en frisse wijsheid.
  • De mogelijkheid om zich oorspronkelijk uit te drukken, juist omdat ze niet in haar moedertaal spreekt.

Ik denk dat het fragment het leukste is als je helemaal niets over de context weet. Maar ik was nieuwsgierig en ging dus op zoek naar de herkomst ervan. (Klik op ‘Show‘ om hier meer over te lezen.)

Spoiler Inside SelectShow

Björk drukt uit hoe je de dingen als kind ziet: natuurlijk is een printplaat in kinderogen een stad met gras tussen de gebouwen. Wat zou het anders zijn? In de reacties wordt van Björk gezegd dat ze wereldvreemd is, of dat ze van een andere planeet komt, maar ik vind haar juist heel aards. Contact kunnen houden met de manier waarop aardse kindertjes de wereld om zich heen zien – zelfs al is het hier vermoedelijk komisch bedoeld – is een lovenswaardige prestatie.

[important]Ik denk dat dit ook iets is om na te streven in het onderwijs: al te vaak wordt er in de lessen fysica antwoord gegeven op vragen die leerlingen of studenten zich nog niet eens hebben gesteld. Het is beter (maar ook moeilijker en tijdrovender) om uit  te gaan van hoe jongeren het zien. Door hierop in te spelen, worden de lessen veel effectiever. “Aha, dat flatgebouw is dus een condensator? Leuk, dat wist ik niet!”[/important] (meer…)

Zwarte Piet aan de hemelpoort

Zwarte Piet aan de hemelpoort (1957).Deze blogpost gaat over Zwarte Piet, de knecht van Sinterklaas. Met name over de invulling die deze figuur kreeg in Vlaanderen rond 1950. En over hoe bevreemdend die versie is om in 2013 te zien.

Ik was niet van plan om een blogstukje te schrijven over Zwarte Piet. Sterker zelfs: ik was van plan om beslist niet over Zwarte Piet te bloggen. Nochtans ben ik wel geïnteresseerd in de oorsprong van legendes. Het is ook niet zo dat ik geen mening had over de kwestie.(*) Alleen vond ik die mening niet bijzonder genoeg – mijn perspectief was dat van vele anderen die hun mening elders al hebben gegeven (luister bijvoorbeeld naar Paul Baeten Gronda). Dus ik voelde er weinig voor om me te mengen in zo’n gepolariseerd debat. (Hier een vrij neutraal overzicht van het Nederlandse Meertens Instituut.)

Intussen stond er in de garage een doos oude boeken op me te wachten: kinderboeken, gekregen van buren van mijn ouders, waarvan ik mocht houden wat ik wilde voor ons kindje. En de rest weggooien. (Boeken weggooien? Ik?! Uiteraard heb ik ze allemaal gehouden, zij het niet allemaal voor het kindje.) De boeken zijn uit twee periodes: de kindertijd van de buren (jaren 1950) en die van hun kinderen (jaren 1980). Er zitten ook enkele boekjes in over Sinterklaas uit beide periodes. De verschillen zijn treffend!

Even vergelijken levert dit op:

Jaren 1950 Jaren 1980 Jaren 2010
Sinterklaas woont in: de hemel Spanje Spanje
Sinterklaas rijdt op: een ezel een paard een paard
Zwarte Piet is: één Afrikaans kind één volwassen helper een hele groep

Sinterklaas-verhaal door Ernest Claes (1957).Tussen de boeken uit de jaren 1950 zit er eentje van Ernest Claes (bekend van “De Witte“). Zijn versie van het Sinterklaas-verhaal is duidelijk beïnvloed door zijn context (koloniaal België) en gaf me een nieuw perspectief. Het vormt de aanleiding voor dit stukje.

Het boek telt negen hoofdstukken en daarvan gaan er twee over Zwarte Piet: hoofdstuk 5 “Hoe Zwart Pietje knecht is geworden bij Sinter-Klaas” en hoofdstuk 6 “Wat Zwart Pietje bij Sinter-Klaas moet doen”. In totaal gaat het om tien pagina’s en die heb ik ingescand, dus lees het vooral zelf: pdf met mijn scans.

Voor mensen die zijn opgegroeid met een bepaalde traditie rond het Sinterklaasfeest is het moelijk om deze traditie kritisch te bekijken. Ook begrijpen we de soms hevige reacties uit andere landen niet (hier het perspectief van een Canadese in Nederland). Door een oude (en gedateerde) versie van het Sinterklaasverhaal te lezen, kunnen we wél zelf in de rol kruipen van zo’n externe waarnemer. De geschiedenis bestuderen is immers een beetje zoals een exotisch land verkennen.

Het is precies zoals L. P. Hartley schreef:

The past is a foreign country: they do things differently there.”

(Het verleden is een vreemd land: ze doen de dingen daar anders.)

(meer…)

Leven met een éénjarige

We hebben hier een kindje in huis, een heel lief kindje, dat vorige week één jaar werd. We gingen eerder deze maand ook een boom planten in het geboortebos van Gent in de Gentbrugse Meersen.

Op weg naar het geboortebos.

Alle kinderen die vorig jaar in Gent geboren zijn, werden met hun ouders uitgenodigd om op zondag 20 oktober een boompje te gaan planten in het geboortebos. Omdat ons kindje in oktober geboren is, viel dit ongeveer samen met zijn eerste verjaardag, wat het voor ons extra bijzonder maakte. Het was bovendien een heel zonnige herfstdag. Deze foto maakten we op weg naar de plantzone, waar we een zoete kers geplant hebben.

Het is fijn om van dichtbij mee te maken hoe hij van het leven geniet en vandaag laat ik jullie hiervan meegenieten. Hoewel de meeste eigenschappen typisch zijn voor éénjarige, blijkt uit bepaalde dingen toch al duidelijk zijn eigen persoonlijkheid.

(meer…)

Super-regenboog

Vanavond was het perfect regenboogweer. Dit resulteerde (hier althans) in een hemelomspannende, dubbele boog. Ik ben met de fotocamera naar buiten gelopen, dus ik kan het bewijzen ook. :-)

Alleen had ik achteraf gezien toch beter even een paraplu kunnen meenemen – niet voor mij, maar voor de lens, want nu zitten er wazige vlekken over de foto’s van dit prachtige natuurfenomeen. Daarom toon ik hier slechts één foto, waar geen al te storende vlekken in zitten, maar waar helaas niet op te zien is dat het een dubbele boog was.

Regenboog in september.

Regenboog in september.

Warempel, had ik hier dit jaar werkelijk nog geen enkele foto van een regenboog gepost? Mijn fascinatie voor dit verschijnsel is echter nog niet voorbij, zoals je merkt. :-)

Tijdens de regenboog van november vorig jaar had ik ook een foto gemaakt met mijn geliefde en ons kindje op de voorgrond. Hoewel technisch verre van perfect is dit nog steeds één van mijn favoriete foto’s. Ik heb de voorgrond nu in sepia gezet om de vrij fletse kleuren van de regenboog iets beter te doen uitkomen.

Babyboog.

♥♥♥ Mijn liefje met onze baby onder een regenboog. ♥♥♥

Hiermee breek ik wel mijn tot op heden strikt nageleefde voornemen om hier geen babyfoto’s te plaatsen. Ik heb het bijna een jaar volgehouden – toch niet slecht voor een mama – en eigenlijk is het baby’tje er niet eens op te herkennen. Dus dit telt niet, oké? ;-)

Laatste-schooldag-gevoel

Wij muizen ervandoor.Ik heb al heel de dag het gevoel dat iemand in mijn maag heeft gestompt. Melancholie, omdat we gaan verhuizen en ik vandaag allerlei dingen voor het laatst doe, hier, in onze vertrouwde omgeving.

Precies zo voelde ik me altijd op de laatste schooldag. Er was toen nog geen internet, dus wist ik niet dat er zoiets was als Last Day of School Sadness. Ik begreep nauwelijks waarom er een steen op mijn hart drukte: een vaag gevoel van spijt dat het voorbij was en het gevoel dat ik er niet genoeg van had genoten. Mijn laatste laatste-schooldag-blues is zo lang geleden! Door deze herhinnering versterkt de melancholie van vandaag zich nog.

Zo is het vandaag de laatste dag dat ons kindje naar deze opvang gaat, vanaf maandag gaat hij ergens anders. Ik twijfel er niet aan dat hij daar ook goed verzorgd gaat worden (anders brachten we hem daar niet, uiteraard). En toch is er dat knagende besef dat er iets wordt afgesloten: het was zo gewoon met de verzorgsters zijn dag te overlopen, kleine gesprekken te hebben met andere ouders, dezelfde kindjes te zien, … Gelukkig is ons kindje nog te klein om te beseffen dat hij voor het laatst in deze opvang is. Hopelijk voelt hij dan ook geen steen van melancholie in de maag, maar is het voor hem vooral een heel gewone dag – de dagelijkse routine van eten en slapen, spelen en ontdekken tussen de inmiddels zo vertrouwde gezichten.

Ik heb iets geknutseld om uit te delen als afscheidscadeautje: voor iedereen een muis (omdat we ervandoor muizen) met een wafeltje erin. Het idee komt van deze webpagina, maar omdat onze printer de verhuis niet goed doorstaan heeft, heb ik een eigen variant van het ontwerp gemaakt, met passer en lineaal op ruitjespapier. Ja, een passer – nog zoiets dat ik de voorbije tien jaar niet heb nodig gehad. Het voordeel was dat ik het ontwerp heb kunnen optimaliseren om zoveel mogelijk te kunnen gebruiken van mijn gekleurd karton, dat net iets groter was en andere verhoudingen had dan A4-formaat.

Om de half-cirkelvormige oortjes mooi op het lijfje te laten aansluiten, moet je de vaste punt van de passer in de bissectrice van de betreffende kant van het lijfje plaatsen (en het Wikipedia-artikel toont hoe je dat met passer en lineaal kunt doen). De details in de afwerking zijn ook zo veel mogelijk met cirkels gedaan:

  • twee halve cirkels voor de oortjes,
  • één halve cirkel voor de neus (lijkt kleiner op de foto omdat het gevouwen is)
  • en kwartcirkels voor de ogen.

Geometrisch gezien passen er zes muizen in een cirkel als ze met de neuzen naar elkaar staan, maar omdat ik maar vijf verschillende kleuren had, poseren ze hier met vijf. Om ze te vervoeren kun je ze in elkaar schuiven (met het wafeltje er al in); leg ze dan best op een zijkant in een doos.

Melancholie en meetkunde grijpen wonderwel in elkaar, maar deze congruentie kende Albrecht Dürer al (en dat was in de zestiende eeuw).

Een muis met een wafeltje erin, om het afscheid te verzachten.

Nog zo’n laatste: fruit kopen bij het winkeltje in onze straat in Gent. De man doet me aan mijn moeder denken: altijd opgewekt en bereid tot een praatje. Ik vertelde hem vandaag over onze verhuis en bleef iets langer babbelen dan gewoonlijk. Hij vertelde dat hij enkele jaren geleden een appartement heeft gekocht, maar dat hij geen schotelantenne mag plaatsen van de syndicus. Hij komt uit Pakistan en zou natuurlijk graag het nieuws uit zijn thuisland ontvangen. Er wonen ook Turkse mensen in het gebouw. Volgens de syndicus mogen ze wel één grote antenne zetten en vandaaruit draden trekken naar de verschillende appartementen. Maar de richting om Pakistaanse zenders te ontvangen is anders dan voor Belgische of voor Turkse zenders. Grr, syndicuskantoren

Leven in de stad

Zicht op Gent vanop Sint-Michielshelling.Ik groeide op in een dorp en was soms bang er nooit uit weg te raken. Inmiddels woon ik al jaren en met veel plezier in de stad Gent. Toch ga ik binnenkort weer in een dorpje wonen. Ons kindje wordt steeds mobieler, dus waren we in elk geval op zoek naar iets met een extra kamer. Als we dan toch moeten verhuizen, dan liefst naar een huis met een tuin. En zo zijn we plots deel van een fenomeen: jonge gezinnen die de stad ontvluchten. Naar het schijnt is er op het platteland ook internet, tegenwoordig, dus zo erg kan het er niet zijn. :-)

Vandaag schrijf ik een ode aan de stad, voor ik vergeet hoe leuk het hier was!

Als we uit het raam kijken is er altijd iets te zien. Dat is trouwens wel een troef als je jonge kinderen hebt: je kunt gewoon op de vensterbank gaan zitten met de baby op schoot en dat kleintje heeft altijd wat te zien!

Met altijd wat te zien, bedoel ik:

  • transportmiddelen: wandelaars, fietsers, auto’s, vrachtwagens, bussen en skateboarders;
  • kinderen: schoolklasjes in fluohesjes (door de week) en als cowboys en indianen verklede scouts (op zondag);
  • omgangsvormen: mensen die ruzie maken of elkaar kussen;
  • kunstzinnige types die foto’s trekken van een rekker (zwarte elastiek voor over het bagagerek van de fiets).
Een rekkertrekker.

Een rekkertrekker, gezien vanuit het raam. Enkel mogelijk in de stad.

We kunnen te voet naar de bakker, de groetewinkel en de buurtsupermarkt. Idem voor huisarts en apotheker – en er is zelfs een tandarts gevestigd in ons appartementsgebouw. Er is sinds vorig jaar een ijssalon op minder dan vijf minuten wandelen (maar we combineren het meestal met een iets langere stadswandeling). We hebben keuze uit meerdere nachtwinkels (al maken we daar geen gebruik van, maar het is toch een geruststelling dat we ook ’s nachts een ijsje zouden kunnen gaan kopen). En we wonen kort aan een tramhalte, waar je ook met een kinderwagen of buggy gemakkelijk op kunt.

Nachtwinkel.Over de nachtwinkels schreef ik twee jaar geleden een tekstje, dat ik toen vergeten ben te posten. Dit stukje lijkt me een goede gelegenheid om dat alsnog te doen:

Stadsimpressie

In de vervallen nachtwinkel van de oude Indiër
halen afgeleefde rokers en doorzopen koppen hun dosis voor de nacht.
Een koppel, dat toch niet van de liefde blijkt te kunnen leven,
koopt op zondag een te duur pakje kaas.
En zelfs dat is vervallen.

Maar veel erger is de nieuwe nachtwinkel
aan de overkant van de straat.
Een jonge Indiër staat er tussen nieuwe rekken.
Alles is perfect.
Het licht is helder wit.
De vloer brandschoon.
Hier is niets vervallen.

De nieuwe Indiër inspecteert zijn rekken.
Hij legt een scheef gezakt zakje chips recht.
Elke keer als ik passeer,
staat hij daar weer, alleen tussen de rekken.
Alles is perfect, denkt hij,
waarom koopt niemand iets bij mij?