Tag Archief: leven

ULTRAFUN, with a holistic puff

De afgelopen tijd loop ik vaak tegen de frustrerende blog-paradox aan: van veel verschillende dingen doen krijg je inspiratie, maar je hebt haast geen tijd om er iets mee te doen.

Daarom een fragmentarische update over de voorbije maanden, geschreven op de trein tussen Groningen en Gent, in de geheel onhippe vorm van enkele wist-je-datjes.

Wist je dat…
– er al maanden een bestand op mijn bureaublad staat dat “ULTRAFUN” heet?
– dit niet de hele bestandsnaam is, maar het eigenlijk ULTRAFUNCTIONS_40.pdf is?

– de zin “Kennis krijgt een holistisch trekje” volgens Google Translate naar het Engels te vertalen is als: “Knowledge will gain a holistic puff“? :-D

– ons zoontje twee maanden geleden al de eerste brief kreeg van een school die hem graag wil inschrijven?
– ze het over het eerste middelbaar hadden? :-)
– wij niet wisten dat het zó erg was met die wachtlijsten?! :-O

– ik onlangs een e-mail kreeg van een heuse morosoof?
– dit na twee jaar in dienst van een filosofische faculteit hoog tijd werd?
– deze meneer een theorie verdedigt waarin het Nederlands herleid wordt tot het gekwaak van kikkers?

– ik niet antwoord op e-mails die gericht zijn aan “Geachte heer Wenmackers”?
– voorgaande opmerking niet gerelateerd is aan het bericht van de morosoof?
– deze aanhef wel afkomstig is van iemand die met veel vragen lijkt te zitten over het universum en waarnemers en waarschijnlijkheid?
– ik stiekem toch sympathie koester voor mensen die wiskunde consequent ‘mathematica’ noemen?

– Danny wist te melden dat zijn stresstensor weer in gang is geschoten?
– dit goed nieuws is?
– onze gesprekken als maar bizarrer worden?

En nu terug aan het werk, verdorie!

Het leven te slim af

Klem.Het leven is soms hectisch. Het kan dan als een enorme overwinning voelen wanneer je zelf een creatieve oplossing vindt voor een alledaags probleempje. Dankzij het internet kun je ook gemakkelijk aan inspiratie komen door de oplossingen van andere mensen te lezen. Zoek maar eens naar “life hacks” en je krijgt meteen een hele waslijst aan voorbeelden. Een goede Nederlandstalige term heb ik er nog niet voor gevonden, dus hou ik het voorlopig bij deze omschrijving: “tips om het leven te slim af te zijn”.

Een tijdje geleden zat ik zelf met een vervelend praktisch probleem. Een kinderzitje in de auto monteren kan – afhankelijk van het merk van het zitje en je eigen handigheid – vrij moeilijk zijn. Je moet namelijk de autogordel volledig afrollen om achter het zitje door te kunnen, maar als de gordel tijdens dit manoever per ongeluk een beetje terug oprolt, blokkeert die. Je moet de gordel dan eerst volledig terug oprollen, voor je die terug kunt afrollen. Ondertussen zit je gegarandeerd met een huilende baby, waardoor je je wil haasten en alles nog minder gesmeerd verloopt.

Toen heb ik volgend trucje bedacht. We hebben thuis plastic klemmen die we vooral gebruiken om diepvrieszakjes te sluiten. (In theorie kun je er ook halfvolle zakjes chips mee afsluiten, maar vreemd genoeg hebben we ze daar zelden voor nodig!) Het zou toch mooi zijn als je die op de afgerolde gordel kon klemmen, zodat je je beide handen vrij had om het zitje veilig op de achterbank te plaatsen… En jawel, hoor, dit simpele trucje werkt echt. Na enkele keren rustig een zitje monteren had ik mijn “gordelklem” daar zelfs helemaal niet meer voor nodig. Daarom plaats ik deze tip nu online, als inspiratie voor andere onhandige ouders. :-)

Gordelklem.

Zie hier, een gordelklem. Je kunt ook voor een zwart exemplaar kiezen, zodat de klem minder opvalt in je autointerieur, maar het voordeel van zo’n knalkeur is juist dat je het ding altijd snel terugvindt.

Eén van de internet-memes van het voorbije jaar (in de stijl van Philosoraptor) is ‘Actual advice mallard‘: de wilde mannetjes eend die onderaan het plaatje – op de plaats waar je een grappige clou verwacht – met echt advies op de proppen komt. Hier vind je een kleine selectie met vooral huishoudelijke tips.

Broodsluiting als herkenningsteken aan verschillende stekkers.Nog meer praktische tips voor het dagelijks leven vind je hier. Je kunt bijvoorbeeld je computerkabels uit elkaar houden met behulp van de plastic sluitingen van broodzakken (waar overigens een heuse fylogenetische stamboom van bestaat, die in een medisch tijdschrift verschenen is). Toevallig heeft Greet van Pimpajoentje ook net een blogpost over het labelen van kabels, maar zij heeft er speciale sierdoppen – aka tsjoepkes – voor gekocht. :-)

Het past niet helemaal in dezelfde categorie als het voorgaande, maar het is wel even troostend in chaotische tijden: wanneer je ontdekt dat totaal ongerelateerde voorwerpen precies in elkaar blijken te passen. Daar bestaat natuurlijk een Tumblr-blog voor. Zo’n vondst kan overigens wel tot een praktische tip uitgewerkt worden. Zo passen de wieltjes van het park van ons zoontje precies over de tegels voor de sier-openhaard: een hele plaatswinst in onze living! En als er een muntje past in de holle zijkant van je fietsstuur, dan heb je altijd pasmunt op zak voor een ijsje ergens onderweg. :-)

Andere originele tips zijn altijd welkom in het commentaarvakje.

Verliefd op een probleem: de oneindige loterij

Een engelachtige wolk uit 2009.Soms word je verliefd en dan wil je enkel bij je geliefde zijn. Als zoiets gebeurt, kan het je hele leven overhoop zetten. Ook als onderzoeker kan het gebeuren dat je verliefd wordt op een probleem – een vraagstuk, dat je maar niet kunt loslaten. Daar schreef ik een column over voor Eos. Wat er niet in die column staat, is dat het mij ook is overkomen en dat het inderdaad mijn hele leven heeft veranderd.

Hierbij dus een episode uit “Het leven zoals het is”, editie “Onderzoekers”. (Het is een prequel bij deze eerder verschenen episode.)

In 2008 behaalde ik mijn doctoraat in de fysica. Eindelijk afgestudeerd, zou je denken. Toch had ik het gevoel dat er nog iets essentieels ontbrak in mijn opleiding. Ik wou namelijk heel graag meer weten over wetenschapsfilosofie. Het was evenwel mogelijk dat ik een vertekend beeld had van deze discipline. Lijkt het gras immers niet altijd groener aan de overkant?

Om te ervaren of dit soort onderzoek al dan niet bij me paste, schreef ik me in voor een conferentie in Gent. Intussen was ik postdoctoraal onderzoeker in de fysica; ik nam dus enkele dagen vakantie om in mijn vrije tijd alsnog op congres te gaan. (Gek moet je daar niet voor zijn, maar het helpt wél.)

En ja hoor, het merendeel van de presentaties was spek naar mijn bek. De weken nadien ging ik gewoon weer aan de slag als fysicus, maar ik merkte steeds vaker dat mijn gedachten afdwaalden naar filosofische kwesties. Of beter gezegd: naar één specifieke vraag, die mij zo eenvoudig leek, dat het me verbaasde dat er geen exacte oplossing voor zou zijn. Als ik die kwestie snel even zou oplossen, dan hadden die filosofen toch al één hoofdbreker minder – zo dacht ik. (Naïef, natuurlijk.)

Een loterij op de natuurlijke getallen heeft oneindig veel ballen. Toch zit er geen enkele bal bij waar 'oneindig' op staat.Ik was verliefd geworden op een probleem. Het probleem was dat van een eerlijke kansverdeling op een aftelbaar oneindige verzameling van loten: een eerlijke loterij op de natuurlijke getallen. (Daarover meer in de volgende blogpost.) Omdat het een probleem was dat buiten mijn eigen vakgebied lag, voelde ik me verplicht er enkel in mijn vrije tijd aan te werken, maar dat werd al snel onhoudbaar. Zo rijpte het plan om een tweede doctoraat te beginnen, ditmaal in de wetenschapsfilosofie. Op goed geluk stuurde ik een e-mail naar Igor Douven, die op dat moment professor in de wetenschapsfilosofie was in Leuven en die gepubliceerd had over een andere loterijparadox (die van Kyburg). Ik wist zelfs niet dat Igor op dat moment hoofd was van een groot Odysseus-project, het Formal Epistemology Project (FEP). Hij stemde vrijwel meteen in om mijn promotor te worden.

We kenden elkaar niet, dus stelde Igor voor om eens samen te komen in Leuven. Het was inmiddels augustus 2009. Het was een zeer mooie zomerdag en toen ik op de trein stapte, zag ik een wolk die op een engel leek: geen teken van hogerhand, maar wel een symptoom waaruit blijkt dat ik op wolkjes liep. Ik nam er onderstaande foto van, al was de engelachtige vorm toen al wat uiteen gewaaid. (Nu ik de foto herbekijk, zie ik er slechts een vlinder in met de kop van een pauw. Voor de contouren van mijn engel van destijds: zie het miniatuurplaatje bij dit bericht. Pareidolia, olé, olé!)

In augustus 2009 maakte ik deze foto van een wolk.

Op een dag dat ik op wolkjes liep maakte ik deze foto vanuit de trein.

Er was nog een goede reden om van vakgebied te veranderen: ik heb de neiging om dingen kapot te analyseren. In het dagelijks leven is dat verre van aangenaam, maar iemand had me aangeraden om hier iets constructiefs mee te gaan doen. En daarvoor is de analytische filosofie de hemel op aarde: een groot speelterrein met een overvloed aan robuuste puzzels, die niet kapot gaan van een beetje geanalyseer!

Eind 2009 verhuisde ik met mijn vriend naar Gent en zei ik het materiaalkundig labo, dat ik inmiddels zo goed kende, vaarwel. Ik begon als onderzoeker in de filosofie. (Als je Hollywoodfilms mag geloven, komt het altijd goed zolang je maar je droom volgt. In het echt is dat nog best zenuwslopend: je ontslag geven in een vakgebied waar je het niet slecht doet om in een ander domein van nul te beginnen…) Wekelijks spoorde ik naar Leuven om er lezingen bij te wonen van het Formal Epistemology Project. Omdat ik in Gent bovendien nog een kleine lesopdracht had bij de fysicapractica, kon ik nog steeds niet voltijds over oneindige loterijen nadenken, maar die afwisseling was juist goed.

In mei 2010 gaf ik zelf een presentatie voor mijn collega’s van het FEP. Ik had een beetje vooruitgang geboekt met mijn gepuzzel aan oneindige loterijen, maar er ontbrak nog een essentieel stuk van de oplossing. Leon Horsten was ook aanwezig tijdens die presentatie en hij legde meteen de vinger op de wonde. We besloten er samen verder aan te werken. Onder filosofen is het veel minder gebruikelijk om samen te publiceren dan in de wetenschappen, maar het is heel motiverend en inspirerend om samen onderzoek te doen. Daarna viel alles snel op zijn plaats. Na de zomer was ons artikel af, mijn eerste bijdrage aan een probleem uit de filosofie van de kansrekening.

We stuurden het artikel begin september naar Synthese, een vaktijdschrift voor wetenschapsfilosofie, omdat er een themanummer in voorbereiding was met bijdragen van het Formal Epistemology Project. Eind 2010 verscheen ons artikel, “Fair infinite lotteries“, online en sindsdien is het voor iedereen toegankelijk (via Open Access). Het was echter nog niet in papieren versie gepubliceerd en had dus nog geen volume- of paginanummers.

Even de tijd vooruitspoelen naar begin 2013. Nu is het artikel van mij en Leon ook in gedrukte versie verschenen. Hier kun je de inhoudsopgave van het hele Synthese-nummer zien, al zijn de meeste artikels daarin helaas niet vrij toegankelijk.

Artikel gepubliceerd: Fair infinite lotteries.

Ons artikel “Fair infinite lotteries” werd in 2010 geschreven en is nu, in 2013, gepubliceerd.

Terug naar eind 2010. Intussen veranderde mijn leven weer: Igor verhuisde zijn project van Leuven naar Groningen. Gelukkig kon mijn aanstelling meeverhuizen en kwam er dus geen ontijdig einde aan mijn filosofie-avontuur. Mijn proefschrift over de grondslagen van de kansrekening, waarin oneindige loterijen een centrale plek innemen, was inmiddels afgerond en klaar om naar een leescommissie te sturen ter beoordeling. In mei 2011 verdedigde ik deze scriptie in Groningen.

In mijn column voor Eos schreef ik al dat een goed probleem taai maar haalbaar moet zijn. En dat een goed probleem uiteen kan vallen in deelproblemen, waardoor je nog een tijdje zoet bent. Dit gebeurde ook met ‘mijn’ probleem. (Gelukkig maar: stel je voor dat ik mijn baan als fysicus had opgezegd, het probleem snel had opgelost en dan werkloos was geworden!) Toen we het probleem met de eerlijke loterij op de natuurlijke getallen hadden geanalyseerd, kwamen er spontaan vervolgvragen bij ons op, die we in het Synthese-artikel voor ons uitschoven met de standaardfrase: “left for future work“.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en die afsluiter is geen dode letter gebleven. We hebben inderdaad al heel wat verder werk verricht rond kansverdelingen op oneindige uitkomstenruimten (zie ook dit stukje en dat). Nog steeds puzzel ik geregeld aan oneindige loterijen. Ik ben dankbaar dat dit probleem op mijn pad kwam en mijn leven veranderde, want ik vind nog steeds dat ik een droomjob heb!

Laat dit dus een waarschuwing zijn: problemen rond kleine kansen kunnen grote gevolgen hebben.

Jaaroverzicht 2012

Jaaroverzicht 2012.In 2012 was ik gedurende driekwart van het jaar zwanger en besloot ik zo veel mogelijk te werken, omdat dat iets moeilijker wordt als de baby er is.

In 2012:

Het was een goed jaar! :-)

(Vorig jaar maakte ik het jaaroverzicht van 2011.)

Mama-blog

Baby.Ja, het is hier rustig de laatste dagen. Tijdens dit kraamverlof is mijn aandacht natuurlijk vooral toegespitst op ons kleintje. Omdat ik er hier geen mama-blog van wil maken, geldt voorlopig dus: geen nieuws is goed nieuws.

Intussen ben ik blij dat er op internet zo veel informatie te vinden is over hoe baby’s zich ontwikkelen, zodat ik nooit lang blijf zitten met twijfels van het type “Is dit normaal?”. En als ik even tijd heb, lees ik zelf wél graag zo’n mama-blog: het is fijn om te weten dat er nog mensen zijn die tegen precies dezelfde twijfels aanlopen en hoe zij het dan oplossen.

Deze drie mama-blogs staan tussen mijn Favorieten:

  • Diapers and the City.  Geschreven door een mama die met een baby en een iets ouder kindje faciliteiten in Gent uittest. We hebben precies dezelfde thermos in huis. :-)
  • Tales from the crib. Sinds lilith een zoontje heeft (van nu vijf maanden), gaat haar blog hoofdzakelijk over het leven samen met hem. Niet enkel de praktische kant, maar ook de kleine dagelijkse dingen en hoe het voelt om mama te zijn.
  • Kerygma. De stukjes die i. schrijft over haar kleuter-dochtertje doen me al reikhalzend uitkijken naar wat er ons nog allemaal te wachten staat de komende jaren. Ik verwacht namelijk ook dat omgaan met een al iets groter kindje me beter zal liggen dan de baby-fase. (Al moet ik daar meteen aan toevoegen dat het zorgen voor onze baby eigenlijk niet zo moeilijk is als ik op voorhand had gedacht!)

Andere tips voor mama- of papa-blogs zijn welkom.

Welkom, kleine jongen!

Fragment van het geboortekaartje.Het was hier even stil, maar je weet: geen nieuws is goed nieuws – heel goed nieuws, in dit geval. Precies een week geleden ben ik bevallen van een gezond jongetje. Hij is heel lief en geduldig met zijn ouders. Wij zitten hier dus blij en trots te zijn met ons eerste kindje. :-)

Hij is superschattig en zou de aaibaarheidsfactor van dit blog een stevige boost kunnen geven, maar ik heb besloten om geen foto’s van hem online te zetten. Kleine kinderen worden immers groot en dan moeten ze zelf kunnen beslissen over wat ze openbaar willen maken over zichzelf en wat niet. Ook zijn naam blijft hier onvermeld. Op het plaatje hiernaast zie je wel een fragment van het geboortekaartje.

Natuurlijk is ons kindje deze dagen nooit ver weg uit mijn gedachten. Het zou dus kunnen dat de eerstvolgende berichten wel iets met baby’s te maken hebben… Ik was voor zijn geboorte al van plan om iets te schrijven over wetenschappelijke feitjes die ik heb bijgeleerd tijdens mijn zwangerschap, dus dat zie je hier de komende dagen verschijnen.

Hoe een rups een vlinder wordt

Vlinder worden is alleen weggelegd voor dappere rupsen zonder vliegangst.De Nederlandse filmmaker en fotograaf Frans Hofmeester filmde zijn twee kinderen elke week en maakte van elk een prachtige timelapse, waarin je kunt zien hoe mensen veranderen van baby tot schoolkind: klik hier voor de film met dochter Lotte (nu twaalf jaar) en hier voor de video van zoon Vince (nu negen jaar). Het project is nog niet gedaan, dus over enkele jaren kunnen we hun hele evolutie van baby tot jong-volwassene in versneld tempo terugkijken.

Hoe groot deze veranderingen ook zijn, ze vallen in het niets bij wat sommige dieren presteren. Dieren die een volledige metamorfose (holometabolisme) ondergaan, zien er tijdens de verschillende levensfasen zo verschillend uit, dat je zou kunnen denken dat het om verschillende soorten gaat.

Vier levensfasen van de vlinder.

Vier levensfasen van de vlinder: (1) eitje, (2) rups, (3) pop en (4) volwassen vlinder.

We leren het op de lagere school al: vlinders doorlopen vier stadia. Ze beginnen als (1) een eitje, daaruit komt (2) een rups, die zichzelf inspint tot (3) een pop, waaruit dan (4) een volwassen vlinder of imago tevoorschijn komt. (Bron animatie: hhmi.)

Wat er echter niet wordt bijverteld is wat er gebeurt in de pop.

Biologie-experiment voor beginners: een rups laten verpoppen in een jampot.Ik heb eens een rups gevonden op de wortels in de tuin van mijn oom. Het was een knalgroene rups met zwarte streepjes met daarop oranje stippen. Ik mocht de rups mee naar huis nemen en hield hem in een lege confituurpot met wat groen van de wortels waarop ik hem had gevonden. De rups at (en poepte) verbazend veel en begon zich de volgende dag al te verpoppen.

Groot was mijn ethousiasme over deze snelle vorderingen, want intussen had ik opgezocht dat het een rups was van de koninginnepage – volgens het plaatje in het boek een prachtige, relatief grote vlinder die ik nog nooit in het echt had gezien. Het glas met de pop erin stond een hele winter lang op onze vensterbank in de keuken.

Het werd lente en nog steeds zat de pop schijnbaar onveranderd in het glas. Dan besliste mijn moeder dat het genoeg was geweest en de pot verhuisde naar buiten, naar een beschut plekje naast de trap aan onze deur. In het begin ging ik elke dag kijken, maar stilaan begon ik te beseffen dat er hier iets vreselijk was misgelopen.

Op een dag stond ik de tuin bij onze vlinderstruik en daarop zat – mijn hart sloeg een slag over – een koninginnepage. Nadat de vlinder weggevlogen was, rende ik naar de pot naast de trap en jawel: daar lag enkel nog de huls van de pop in. De kans is dus groot dat ik effectief “mijn” koninginnepage heb gezien in onze tuin.

Ik kon me wel voor mijn hoofd slaan dat ik de moed te vroeg had opgegeven en zo mijn kans verkeken had om de vlinder voor het eerst tevoorschijn te zien komen. Achteraf vind ik het ook jammer dat ik toen geen fototoestel had en de verandering van rups via pop tot volwassen koninginnepage dus niet heb kunnen vastleggen. De plaatjes hieronder heb ik van internet geplukt (bronnen: rups door Lilly M, pop door L. M. Bugallo Sánchez en vlinder door Robin Septor) en komen goed overeen met hoe ik me de drie fasen van het dier herinner.

En al die tijd heb ik me niet één keer afgevraagd wat er precies gebeurde in de pop.

Koninginnepage.

Drie levensfasen van de koninginnepage: rups (links), pop (midden) en volwassen vlinder (rechts).

Verandert de rups geleidelijk in een vlinder: trekt het lijf samen en worden de buitenste lagen vleugels, pootjes en antennes? Of gaat dat helemaal anders in zijn werk? Het zit inderdaad anders!

Om te beginnen is de levensfase van de rups iets ingewikkelder dan meestal gedacht: de rups zelf ondergaat verschillende stadia (in het Engels ‘instars‘ genoemd), waarbij hij vervelt om groter kunnen worden. (De rups van de koninginnepage wordt in elk volgend stadium steeds groener; als ik dat destijds geweten had, had ik dus kunnen zien dat mijn exemplaar bijna aan verpoppen toe was.) Tijdens het laatste stadium gebeuren er onderhuids al belangrijke voorbereidingen voor de ontwikkeling van de vleugels in de pop. Onder invloed van hormonen stopt de volgroeide rups met eten en gaat hij op zoek naar een beschermde plaats. Daar spint hij een draad, hecht zich ermee vast aan een takje en vervelt voor de laatste maal. Daarbij komt er een harde onderhuid bloot, die de beschermende buitenkant vormt van de pop (in het Engels: ‘chrysalis‘). Motten spinnen nog meer zijdedraad en bouwen zo een eigen cocon, maar dat is bij dagvlinders dus niet het geval.

Wat er in de pop gebeurt, vertellen ze er niet bij.Nu komt het stukje dat ze er niet bij vertellen: in de pop wordt het lichaam van de rups bijna volledig afgebroken. Dit proces van weefseloplossing heet ‘histolyse’ en gebeurt door dezelfde verteringssappen waarmee de rups eerder zijn eten verteerde. Als het lichaam van de rups echt helemaal verteerd zou worden, zou er daarna geen vlinder uit kunnen ontstaan. Enkele groepen cellen blijven gespaard. Dit zijn de ‘imaginaalschijven’ (Engels: ‘imaginal buds‘ of ‘histoblasts‘), die al in het lichaam van de rups aanwezig waren, maar daar geen rol in speelden. Het zijn een soort stamcellen waaruit in de pop de vleugels, voortplantingsklieren, poten en antennes beginnen groeien. De vloeibare resten van het rupsenlichaam dienen nu als kweekbodem bij dit proces van wederopbouw, ‘histogenese’ genaamd. (Mijn bronnen voor dit stukje waren deze Engelstalige pagina’s: earthlife, ehow, learner en lepcurious.)

Meer info over imaginaalschijven vind je in hoofdstuk 7 van “The Life-Story of Insects” geschreven door professor Carpenter (uit 1913 al en daarom gratis raadpleegbaar). In het veel recentere boek “The Cell Cycle” van Morgan kun je op pagina 21 zien hoe de imaginaalcellen van de larve van het fruitvliegje zich verhouden tot structuren in het volwassen dier. (Helaas heb ik geen soortgelijke afbeelding kunnen vinden voor structuren in rups en vlinder.) Imaginaalschijven werden in de zeventiende eeuw onderzocht door Jan Swammerdam, zo las ik in de blogpost ‘het raadsel van de pop‘; met zijn onderzoek kon hij voor het eerst duidelijk aantonen dat rups en vlinder twee vormen zijn van hetzelfde organisme.

Opgroeien is voor mensen net als voor vlinders een proces in vele stappen.Om een volwassene te worden, moet een baby vooral eten en slapen. Om een vlinder te worden, moet de rups eerst eten en dan sterven – het is geen geleidelijke verandering zoals bij de mens.

Het is natuurlijk verleidelijk om je de verandering die een rups moet ondergaan vanuit menselijk standpunt voor te stellen: “Stel je voor dat je jezelf bijna helemaal zou moeten verteren en dat je er maar op moet vertrouwen dat je lichaam daarna weer aangroeit.” De rups uit Alice in Wonderland lijkt er zich alvast geen zorgen over te maken.

Het is dan ook een misleidende gedachte en wel om twee redenen, die allebei te maken hebben met ons brein. Bij mensen gaat er relatief zeer veel energie naar de ontwikkeling van de hersenen. Het zijn deze complexe hersenen waardoor we bewuste keuzes kunnen maken over ons leven en waardoor we weigerachtig zouden staan ten aanzien van een nakende metamorfose. Het verpoppen bij insecten gebeurt onder invloed van veranderende hormonenspiegels en vrijkomende enzymen; de rups hoeft niets te beslissen en nergens mee in te stemmen. Bovendien zou het bijzonder inefficiënt zijn om eerst jarenlang een complex orgaan te ontwikkelen waarin herinneringen opgeslagen kunnen worden, om dit dan in luttele uren tot een cultuurmedium te herleiden.

Geen metamorfose voor zoogdieren dus. Anderzijds hebben sommige diersoorten een nog veel gekkere levenscyclus dan de vlinder. Deze cycli kun je leren kennen via de grappige tekeningen van Manvir Singh in zijn gratis ebook “Lifecycles.

Het vetlichaam van de rups sterft af in de pop, maar is de pop zelf een levend dier, of niet?De vlinder is een dankbaar onderwerp voor filosofen. Een bekend voorbeeld is de Chinese filosoof Zhuang Zi: hij droomde dat hij een vlinder was die droomde dat hij Zhuang Zi was. (Daar schreef ik ook over in mijn hoofdstuk voor Inception & Philosophy.) Dit thema doet ook aan Franz Kafka denken, die in ‘De gedaanteverwisseling’ schrijft over een man die bij het ontwaken vaststelt dat hij in een grote kever is veranderd.

De vraag die ik in deze blogpost heb proberen beantwoorden – “Wat er gebeurt in de pop van een vlinder?” – is een puur wetenschappelijke vraag, maar wel eentje die filosofische vragen kan oproepen. Ik weet niet of er filosofen zijn die zich over de vraag hebben gebogen of een pasgevormde pop, die hoofdzakelijk uit lichaamssappen bestaat, al dan niet leeft. Daarom vraag ik het hier:

Wat denk jij, leeft zo’n pop, of is hij dood?

Is hij misschien ondood? :-) (Mijn poging tot antwoord kun je hieronder lezen door op ‘Show‘ te klikken.)

[spoiler] Het is duidelijk dat er levende cellen aanwezig zijn in de pop, die zich razendsnel ontwikkelen, maar het is ook duidelijk dat het geheel niet valt onder wat we doorgaans aanduiden met een levend wezen. Leven is altijd aan dynamisch gegeven, een proces van verandering en het verpoppen van holometabole insecten is daar een – naar menselijke maatstaven – dramatische illustratie van. Levende cellen hebben, lijkt geen voldoende reden om het geheel levend te noemen: stel dat een rups overreden wordt, dan blijven sommige cellen in het lichaam nog een hele poos leven; toch beschouwen we die rups als dood. De cellen die zich in de pop bevinden hebben echter de mogelijkheid om zich tot een volgende levensfase te ontwikkelen; dit geldt niet voor de cellen van een overreden rups. Wellicht is dit onderscheid doorslaggevend en kunnen we daarom stellen dat een pop wel een levend dier is, maar een overreden rups niet. [/spoiler]