Tag Archief: muziek

Tiktak

Rupsje Nooitgenoeg.Zoals beloofd: een update over de woordjes van onze peuter (van 20 maanden).

Mijn zoontje zit in bad en hij kijkt in een badboekje van “Rupsje Nooitgenoeg” (een moderne klassieker onder de kinderboeken). Eerst eet de rups van één appel, dan twee peren, drie pruimen, vier aardbeien en vijf sinaasappels. Ik wijs alles aan en tel hardop.

Daarna eet de rups van tien verschillende soorten etenswaren. Nu wijs ik dingen aan en vraag aan mijn zoontje wat het is. Het ijsje herkent hij meteen: “ijs!” Maar in zijn ogen is het cupcakeje ook “ijs”. “Kaas” herkent hij ook, maar de worst en de augurk noemt hij “maan”. Daardoor zie ik dat de getekende, gebogen vormen inderdaad lijken op de pluchen halve maan die op zijn kamer hangt. De lolly kent hij niet, maar hij vindt het een grappig woord dat hij meteen probeert na te zeggen. :-)

Barometer.Ik vind het heerlijk dat hij al zo veel woorden kan uitspreken. Hierdoor krijgen we enig zicht op hoe hij de wereld ziet: vaak is dat anders dan wij, zoals al blijkt uit het maan-voorval. Tweede voorbeeld: de klok noemt hij “tiktak”, maar ook de barometer, de keukweegschaal en de voetpomp noemt hij zo. (Die laatste drie tikken niet, maar ze hebben wél een wijzerplaat.) Derde voorbeeld: honden zijn voorlopig nog “woewoe”, tenzij ze te klein zijn (en dus niet groter dan een kat), dan noemt ons peutertje ze onverbiddelijk “miauw”.

Hij herkent en benoemt merels, kraaien en duiven. Andere vogels zijn gewoon “pieppiep”. (Hij kan ook een pauw nadoen, maar dat is een ander verhaal.) Kleine insecten en spinnetjes noemt hij “mieren”, wat in onze tuin toch in ongeveer een derde van de gevallen juist is.

Zijn woordenschat lijkt deze weken explosief toe te nemen. Zo kan hij ook steeds beter laten merken wat hij wil. Bijvoorbeeld: “pet op” of “drinken”. Vaak beeldt hij dat dan ook nog eens uit, voor het geval we hem toch niet begrepen zouden hebben. Naast “pakken” zegt hij nu ook “dragen” en “paardje” (op de rug dragen en bij voorkeur ook een paard nadoen, maar dat is facultatief).

Naast het uitbeelden gaat ook zijn intonatie erop vooruit. Hij kan ja zeggen op minstens vier manieren, met de volgende subtekst: een dromerige ik-ben-niet-aan-het-luisteren-maar-doe-maar, een kort zakelijk oké, een langgerekte eindelijk, of een uitgelaten joepie (deze “ja” wordt meestal gevolgd door “buitêh!”). Uiteraard kan hij ook nee zeggen op minstens even veel manieren: ongeïntresseerd, uit gewoonte, onverzettelijk, of boos.

“Ik” of zijn naam is er nog niet bij: als hij een foto van zichzelf ziet, zegt hij hooguit “kindje”. (Als hij zichzelf in de spiegel ziet, lacht hij of wijst hij naar zijn buik, dus hij herkent zichzelf wel, denk ik.) Een enkele keer zegt hij “mij”, waarmee hij “van mij” of “mijn” bedoelt; ja, we bereiden ons erop voor dat we dit in de nabije toekomst veel vaker zullen horen. ;-)

Papegaai.Het liedje “Papegaai is ziek” is in de versie van mijn zoontje heel wat korter:

Pappi. Ie-aa. Boem!

Dat vat het goed samen. Maar als ik een liedje voor hem zing, kom ik er niet zo snel vanaf, want tijdens de laatste regel zegt hij al “nog”. Drie maal is scheepsrecht bij onze peuter.

Aanvulling (3 juli 2014):

Het weekend nadat dit bericht online kwam, maakten we een voorzichtige schatting waarbij we op een honderdtal woordjes uitkwamen. (Dit naar aanleiding van het tijdschrift “Brieven aan jonge ouders” van De Gezinsbond, waarin stond dat een ‘typisch’ kind van 21 maanden vier woordjes gebruikt.) Er zaten woorden bij die hij het weekend voordien nog niet gebruikte. En intussen zijn er nog heel wat bij gekomen.

Hij begint ook naar zichzelf te verwijzen: “jij” zegt hij dan. Filosofisch gezien een interessante situatie. Gelukkig volgt de taalontwikkeling geen strikt logische wetten, want anders stonden we hier aan de rand van een paradox. (Zijn eigen naam herhalen weigert hij nog steeds.)

Sollicitere(n)? Schrijf maar opnieuw!

FWO, gimme some lovin'.Onderstaand liedje is opgedragen aan al mijn collega’s die aan het zwoegen zijn op hun FWO-aanvraag voor een doctoraats- of postdoc-project. (Als je ook zo iemand kent: geef hem of haar een extra knuffel!) De laatste loodjes wegen ook hierbij het zwaarst: de karakterlimiet van het elektronische aanvraagformulier is onverbiddelijk, dus aan het einde is het wikken en wegen om de beschikbare tekens zo efficiënt mogelijk in te vullen. Er is nauwelijks plaats voor grote ideeën of wetenschappelijke nuance in die kleine vakjes. De deadline is maandag om 17u, maar met wat geluk raakt alles het vanavond af, zodat iedereen een rustig weekend tegemoet gaat.

Het liedje heet “Sollicitere” en het is van de Janse Bagge Bend, een groep uit Susteren (Nederlands Limburg) die carnavalsmuziek veredeld heeft tot ‘dialectpop’. (Dit is de link naar onderstaande video, alsook naar een live-versie uit 2010.) Het nummer was geïnspireerd op het invoeren van de solliciatieplicht in Nederland. In 1982 haalde het de achtste plaats in de Nederlandse top-40 en de 15de plaats in de Vlaamse hitlijst. Hoewel ik het liedje als kind vaak op de radio heb gehoord, dringt de tekst nu pas tot me door en die blijkt bijzonder toepasselijk te zijn – voor de huidige pre- en postdoctorale sollicitanten van het FWO, en bij uitbreiding voor alle postdocs, die quasi permanent moeten solliciteren (zoals ik).

Dit is de originele tekst van deze visionaire song (eerste strofe en refrein):

Hey!
De perspektieve veur de toekoms die zeen nul komma nul
Al höbse noa veul zjweite enne universitaire bul
Al böste ongerwiezer, bankwirker of psycholoog
De komende joare böste waarsjienlik wirkeloos

Doe mos sollicitere, sollicitere!
Höbste al gesjreve?
Viefensevetig breeve!
Höbste al gesjreve?
Viefensevetig breeve!
Höbste al gesjreve?
Den sjrief mer opnuuj!

(meer…)

Filmmuziek voor Ender’s Game

Ender's Game.Als fans van het boek Ender’s Game” besloten we naar de filmversie te gaan, wetende dat het waarschijnlijk een ontgoocheling zou worden, maar toch te nieuwsgierig om niet te gaan kijken. Het is een heel psychologisch boek en tegelijk zitten er veel actiescènes in die zich in gewichtsloosheid afspelen. Hoe verfilm je zoiets?

Het mag een klein wonder heten dat de film voor ons niet helemaal tegenviel. Dus, als je het boek niet gelezen hebt, is “Ender’s Game” vermoedelijk een aanrader. ;-) (Ik weet trouwens niet of de film nog in de zalen speelt; we gingen een maand geleden al kijken, maar toen had ik geen tijd voor een verslagje.)

Mijn vriend las het boek drie keer, inclusief alle sequels. Zelf heb ik enkel het eerste boek gelezen (een jaar of vijf geleden en slechts één keer). Op voorhand vond ik het een rare titel, waardoor het me niet meteen aansprak. (Het klonk als End Game, maar ‘Ender’ blijkt een koosnaam voor Andrew te zijn.) Toen ik er eenmaal aan begonnen was, werd ik er echter helemaal door meegesleept en wou ik elke vrije minuut verder lezen – iets dat vroeger vaak gebeurde, maar de laatste jaren steeds minder.

Als je een beschouwing wil lezen over de morele aspecten van het verhaal, dan is dit essay van John Kessel verplichte lectuur: “Creating the Innocent Killer: Ender’s Game, Intention, and Morality“. Ik beperk me tot een kort filmverslag. ;-)

Laat ik eerst maar even het noodzakelijke gezeur neerschrijven, dan hebben we dat gehad: ja, het ging allemaal wat snel, de acteurs zijn te oud in vergelijking met de personages in het boek en de oefengevechten in de Battle Room hadden we ons toch spectaculairder voorgesteld. Ook werd er een hele tak uit de plot geknipt (die van Locke en Demosthenes), maar een film is nu eenmaal geen boek. Anderzijds wordt het beeld van een ruïne in het computerspel dat Ender speelt heel goed gebruikt in de film – de ontknoping daarvan zit opnieuw iets anders in elkaar dan in het boek, maar visueel vond ik dit heel sterk.

Ruïne uit Ender's Game.

Ruïne uit Ender’s Game.

Als ik een soundtrack voor de film “Ender’s Game had mogen samenstellen, dan was er één nummer dat er zeker in had gemoeten: “The Game” van Das Pop (een single uit 2011). De tekst lijkt speciaal voor dit verhaal geschreven:

“I don’t know whether we’re inside or out, outside or in the game.

It doesn’t matter, because inside or out, outside or in are the same.”

(“Ik weet niet of we binnen of uit, buiten of in het spel zitten. Het maakt niet uit, want binnen of uit, buiten of in zijn hetzelfde.”)

Hieronder kun je de radio-versie met getekende videoclip afspelen (link). Er is ook een langere versie, zonder clip (link). Bovendien heeft zanger Bent Van Looy in 2012 eens een versie gezongen samen met het Brussels Philharmonic in het televisieprogramma De Laatste Show (link). Zo’n symfonische versie is natuurlijk ideaal als filmmuziek!

In de cinema is de filmmuziek bij “Ender’s Game” me niet bewust opgevallen. Dat betekent dat die goed was. Achteraf heb ik het opgezocht: Steve Jablonsky was de componist. Naar het schijnt was er solo chello te horen en elektronica, maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik me daar ook maar iets van herinner.

Als er ooit een remake komt, kan ik “The Game” van Das Pop dus alsnog warm aanbevelen! ;-)

Stromae en de onmogelijke vierkantswortel

Onmogelijke vierkantswortel.Stromae maakt dansbare muziek met slimme teksten. De man achter de artiestennaam Stromae (verlan voor Maestro) is Paul van Haver. Hij heeft zijn nieuwe album √ genoemd, of Racine carrée – Frans voor vierkantswortel. Niet toevallig koos hij voor dit album ook wiskundige patronen voor zijn kleding, in zijn clips en natuurlijk op zijn website. Er is duidelijk over nagedacht – dus niet alleen zijn muziek is meesterlijk.

Stromae schakelde het Brusselse reclamebureau Bold in om voor elk liedje een ander patroon te ontwerpen. Deze patronen zijn geïnspireerd op Afrikaanse motieven, waar ook Stromaes roots liggen (zijn vader was Rwandees). Ze horen ook bij de teksten: het patroon voor de eerste single Papaoutai (Papa, waar ben je?) beeldt een ouderfiguur af met een kind aan de hand (of in de nek, afhankelijk van hoe je het bekijkt). Je ziet het zelf op de figuur hieronder. Knap werk!

Papaoutai.

Vader-zoon-motief bij de single Papaoutai van Stromae. (Bron afbeelding.)

Op SciLogs bekijkt Dirk Huylebrouck deze patronen vanuit een wiskundig perspectief: hij bespreekt de onderliggende symmetriegroepen en licht een verband toe met de Möbiusring.

Stromae vroeg aan de mensen van Bold ook om een lettertype te ontwerpen, gebaseerd op het lettertype Century Gothic (dat hij voorheen gebruikte), maar dan ingevuld als onmogelijke figuren: ambigue figuren, die een perspectiefwisseling uitlokken (zoals het onmogelijke viervlak waar ik het onlangs over had). De letters worden onder meer gebruikt voor de betiteling van Papaoutai (hierboven) en van Formidable (lager op deze pagina).

De letter T op Stromaes welkomstpagina behoort niet tot het voorgaande alfabet. Huylebrouck ging te rade bij de Servische wiskundige Slavik Jablan, die bij deze T meteen dacht aan het grafische werk van de Japanse kunstenaar Tsuneo Taniuchi. (Zie hier de letters van Taniuchi’s “Alphabet RendeZvous“.)

Zeshoeken spelen een belangrijke rol op de website van Stromae. Een kubus die op één hoekpunt staat, lijkt van bovenaf bekeken ook een zeshoekige omtrek te hebben. Bovendien kun je hier een ambigue figuur van maken. Als het een transparante kubus is, wordt het een soort ontaarde Necker-kubus (ontaard omdat de twee centrale hoekpunten samenvallen). Maar ook bij een ondoorschijndende kubus treedt er een illusie op: het perspectief kan dan wisselen tussen hol en bol. Omdat de (schijnbare) omtrek zeshoekig is en regelmatige zeshoeken een regelmatige vlakvulling toelaten (honingraat-patroon), kun je zo dus een vlakvulling maken van ambigue kubussen.

Het idee om een vlakvulling te maken van ambigue kubussen inspireerde vele kunstenaars. Ik geef drie voorbeelden:

Kubus-illusie.

Kubus-illusie van gebruiker terforpova op Deviant Art. (Bron afbeelding.)

Op de cover van Stromaes tweede single Formidable, die je hieronder ziet, staan verhuisdozen met opschrift Fragile en het symbool van een gebroken glas, weerom in een zeshoek. De verhuisdozen passen uiteraard bij de tekst van het nummer. Stromae zingt aan het begin immers: “Je suis célibataire et depuis hier, putain. Je [ne] peux pas faire l’enfant, mais bon.” Het wordt dus gezongen vanuit het perspectief van iemand die gisteren is buitengezet door zijn ex. (Naar verluidt is het lied gebaseerd op zijn relatiebreuk met Tatjana Silva.) De kubusvormige verhuisdozen zorgen voor dezelfde optische illusie als die waar we het net over hadden: het is niet helemaal duidelijk of we het deksel of de bodem van de dozen zien.

Het is mij trouwens niet voor 100% duidelijk of deze ambiguïteit opzettelijk is of niet. Door de plakband die doorloopt op de zijde met ‘Fragile‘ lijkt het om het deksel te moeten gaan; ook dit logootje ondersteunt deze visie. Maar doordat Stromae zelf op de grond ligt, wordt de suggestie gewekt dat we de dozen van onderaf zien, en dan is het toch de bodem. Verwarrend! :-)

De illusie van diepte is in elk geval heel sterk. Dit motief doet Huylebrouck dan weer denken aan de op-art van de Frans-Hongaarse kunstenaar Victor Vasarely.

Formidable.

Patroon van ambigue verhuisdozen (kubussen) bij de single Formidable van Stromae. (Bron afbeelding.)

Stromaes afbeelding van de onmogelijke vierkantswortel is zelf een onderdeel van een soort onmogelijke kubus (in het blauw aangeduid op zijn trui in de foto hieronder; meer foto’s vind je hier). Zoals je kunt zien in de achtergrond bij de grote foto hieronder zijn de kubussen in dit geval in één richting een beetje uit elkaar geschoven zijn. Hierdoor is deze vlakvulling niet gebaseerd op een zeshoekig honingraat-patroon.

Stromae - Racine Carrée.

De look van Stromae voor zijn album Racine Carrée. (Bron afbeelding, fotograaf Dati Bendo.)

Mij doen al deze kubussen denken aan Danny’s werk dat eerder dit jaar de cover haalde van een vaktijdschrift. Als cadeautje voor zijn tweede doctoraat vorig jaar heb ik onderstaande figuren – die ook op de cover van zijn scriptie stonden – op een T-shirt gezet. Ons zoontje is erdoor gefascineerd en geeft er telkens een hele uitleg bij – in zijn eigen éénjarigentaal uiteraard. (Ik was zwanger toen ik naar Danny’s doctoraatsverdediging ging. Zou het daaraan liggen?)

Kwantumchemische Vasarly-kubussen.

Deze Vasarely-achtige kubussen zijn het resultaat van kwantumchemische berekeningen. Lukt het jou om ze als driedimensionale figuren te zien?

Zoek je wat afleiding, dan kun je online dit Vasarely-achtige patroon inkleuren. En ondertussen naar een liedje van Stromae luisteren (zoals Papaoutai of Formidable), natuurlijk!

Tien tips: minder zenuwachtig bij presentaties

Het is jouw beurt, het publiek wacht.Vorige week raakte ik met een collega aan de praat over presentatietechnieken. Spreken voor publiek is voor veel mensen een grote angst. Toch ben ik over het algemeen niet erg zenuwachtig als ik een presentatie moet geven.

Vermoedelijk zit podiumervaring er voor iets tussen: als kind was ik bij een dansgroep en ik heb ook jaren toneel gespeeld. Bij het dansen gold: wat er ook gebeurt, blijven lachen! Bij toneel gold: wat er ook gebeurt, niet de slappe lach krijgen! In beide gevallen was het duidelijk dat je veel langer moet oefenen, dan de eigenlijke voorstelling duurt. Danspassen worden gedrild tot ze een automatisme zijn en bij toneel moet je oefenen tot je je tekst achterstevoren kunt opzeggen terwijl je ondersteboven in een achtbaan hangt.

Je eigen werk presenteren is nog iets anders natuurlijk: je speelt geen rol, maar staat er als jezelf. Je stelt jezelf kwetsbaar op en aan het einde kun je openlijke kritiek verwachten. In de loop van de jaren heb ik verschillende strategieën ontwikkeld om met de spanning om te gaan. Er is geen geheim recept dat voor iedereen werkt, maar misschien kun je er toch iets uit leren.

Daarom formuleer ik tien tips:

(1) Aanvaard dat het normaal is om zenuwachtig te zijn.

Het is normaal om zenuwachtig te zijn! Voel je daar dus niet slecht om. (Anders heb je twee problemen: dat je nerveus bent en dat je je daar slecht om voelt.) Iedereen is het (enkel de mate waarin verschilt) en die adrenalinestoot kan je juist helpen om je beter te concentreren en het extra goed te doen. Na verloop van tijd leer je ook wat er met je lichaam gebeurt als je zenuwachtig wordt en hierop te anticiperen. Een voorbeeld: als je handen gemakkelijk gaan trillen, ga dan niet met een laserpointer staan mikken (lukt toch niet) en zorg ervoor dat je je glas met twee handen vasthoudt als je even een slok water neemt.

(2) Oefening baart kunst.

Oefening baart kunst.Situaties waar je weinig ervaring mee hebt, zijn automatisch enger. Er zijn voorbeelden genoeg: een eerste school- of werkdag, de eerste keer alleen met de auto rijden, enzovoort. Dus ligt de remedie voor de hand: grijp elke kans om voor een groep een aankondiging te doen, of iets te presenteren.

Je kunt enkele medestudenten of collega’s vragen om eens te luisteren naar een oefenpresentatie. Dit kan ook eng zijn om te doen, maar het is beter om constructieve feedback te vragen aan een kleine groep mensen die je goed kent, dan af te gaan voor een volle  zaal, niet?

(meer…)

YBCO

YBCO is een acroniem voor yttrium-barium-koperoxide. Het is een keramisch materiaal, dat supergeleidend is met een kritische temperatuur van 92 K. Omdat deze temperatuur hoger ligt dan die van vloeibaar stikstof (kooktemperatuur 77 K), is het materiaal interessant voor praktische toepassingen.

Om onduidelijke redenen was ik gisteren “YBCO” aan het zingen op de melodie van Y.M.C.A. van Village People. Mijn vriend daagde me uit om daar een filmpje van te maken. Gisteren had ik alleen een refrein, maar de rest van de tekst laat zich zeer gemakkelijk aanpassen. Zo gemakkelijk zelfs dat het me verbaast dat er nog geen YBCO-versie van dit liedje op YouTube te vinden was (of toch niet voor zo ver ik heb kunnen vinden). Toen zat er dus niks anders op dan mijn alternatieve tekst inderdaad zelf in te zingen. Ik kan niet goed zingen, maar het gaat om het idee, hè… Et voila: een filmpje, met ondertitels en alles! :-)

Als er iemand een nieuwe versie van kan maken – in labojas en met wat meer disco-moves erbij -, stuur me dan zeker een link!

Dit blog heeft dringend een nieuwe categorie nodig: Doing silly things… for science!

De volledige tekst vind je na de vouw. (meer…)

Muzikale opvoeding

Raymond van het Groenewoud.Sinds mijn zoontje geboren is, heb ik al meer gezongen dan in het hele jaar daarvoor. Hij wordt daar rustig van. Eindelijk iemand die mijn muzikaliteit naar waarde schat! :-) (Hopelijk heb ik zijn muzikaal gevoel nog niet te erg verbrod.)

In het begin hield ik het bij het neuriën van kinderliedjes, maar we experimenteren ook met andere soorten muziek. Vóór zijn geboorte ging hij enthousiast trappelen bij het horen van oude klassiekers van Raymond van het Groenewoud. Daar kwamen we achter toen de studenten die onder ons wonen ’s avonds hun muziek wat harder hadden gezet. We waren dus benieuwd hoe hij nu, ná zijn geboorte, op “Meisjes” zou reageren. Ik kan u melden: het was een succes. Hij stopte ogenblikkelijk met huilen. Mijn gok is dat hij vooral het ritme apprecieert. Dus nu zing ik ook liedjes van Raymond om de baby te troosten: “Meisjes“, “Liefde voor muziek“, “Cha cha cha” en als hij al rustig is soms ook “Twee meisjes op het strand” (maar dat laatste nooit vlak voor het slapengaan, want daarvoor heeft dat liedje een te duistere onderstroom).

Tussendoor zing ik ook Engelstalige liedjes, zoals “Puff, the magic dragon“, maar aangezien we overdag meestal de radio op hebben staan, hoort hij al meer dan genoeg Engels. Dus als iemand nog een goede tip heeft voor een vrolijk Nederlandstalig nummer met een leuk ritme, dan hoor ik het graag!

Verder probeer ik mijn repertoire aan traditionele wiegeliedjes uit te breiden. Maar, hoe vreemd zijn toch die oude kinderliedjes!* Waarom leren we die nog steeds aan kinderen? Misschien zijn de melodieën bijzonder eenvoudig en daarom zeer waardevol, maar daar toch een hedendaagse tekst op gemaakt worden? Wat doen die leerkrachten op al die pedagogische studiedagen?!

“Ozewiezewoze, wiezewalla kristalla.”

  • Waar slaat het op?

“Boer, wat zeg je van mijn kippen?”

  • Het is een boer, die heeft vast ook kippen op zijn erf, dus wat verwacht je dat hij zegt?!

“Marijke, Marijke, wat je kost er je groene thee?”

  • Dan antwoordt dat wicht (“Ik heb er van zes, van acht, van tien, van twaalf kan ik je laten zien.”), maar dan wordt opnieuw gevraagd: “Marijke, Marijke, wat je kost er je groene thee?” Dat is toch niet beleefd?! Oké, ze had er misschien de munteenheid bij moeten vermelden, maar vraag dat dan, idioot.

“Daar was laatst een meisje loos” en “Het loze vissertje”.

  • Tja, het lijkt me duidelijk dat er iets aan de hand is tussen die twee.

“Mieke, hou je vast aan de takken van de bomen. Mieke, hou je vast aan de takken van de mast.”

  • Eerst hangt Mieke in een boom, dan is ze plots op een schip. Of groeit er een boom op dat schip? Of vaart het schip door een kanaal en hangt Mieke in een boom naast het kanaal? En wat hangt Mieke daar te doen? Is zij net als dat andere meisje loos? Wazige situatie. Ik stel voor om in het vervolg eerst meer zicht te krijgen op een situatie en er dan pas een liedje over te schrijven.

*: Tijdens het schrijven van dit stukje moest ik zowel aan Toon Hermans denken (zijn klacht over sinterklaasliedjes) als aan Annie M. G. Schmidt (haar stuk over de sprookjes van Grimm).

Dit weekend: Gogbot in Enschede

Muzikale Tesla coils op Gogbot 2008.Tijdens mijn laatste treinreis naar Groningen zag ik in enkele stations affiches met de Nyan Cat erop (met bijbehorende regenboog). Deze internethype van vorig jaar bleek reclame te zijn voor “Gogbot” – een jaarlijks festival in Enschede met als hoofdingrediënten: kunst, muziek en technologie. Het thema van Gogbot 2012 is (internet-)memes. Het festival begint vanavond en loopt nog tot en met zondag (9 september). Ik kan er helaas niet bij zijn, maar vond dit wel een goede gelegenheid om terug te blikken op de edities waar ik wel bij was.

Affiche voor Gogbot 2012.

Affiche voor Gogbot 2012 met de Nyan Cat.

In september 2008 was ik op bezoek bij Danny op de campus van de Universiteit Twente in Enschede. We gingen samen iets eten bij een Argentijns restaurant in het centrum. Na afloop bleek er op de markt van alles op til te zijn. Ik was meteen verkocht bij het zien van een etalage met retro-futuristische geweren: Dr Grordbort’s onfeilbare ether-oscillatoren. Dit was mijn eerste (bewuste) kennismaking met het fenomeen steampunk, het thema van Gogbot 2008. En er viel nog veel meer te ontdekken:

  • de lightmobile van Eric Staller: een feeërieke auto van het type Kever met gloeilampen
  • een optreden van Outside Standing Level met hun project The Special Player in de Grote Kerk: elektronische muziek met live dansoptreden en interactieve schaduwen (zie filmfragmentje hieronder)
  • kunstige krijttekeningen
  • hand die automatisch beweegt (met pneumatische pompen als gewrichten): een creatie van Freerk Wieringa
  • mechanische vogels: de roboto-zoölogica van Christiaan Zwanikken
  • Abacus Theater: rare mannen die met hoge hoeden op hun time cruisers (tijdreisfietsmachines) door de straten rijden
Enschede.

Gogbot 2008: retro-futuristische geweren, feeërieke Kever, interactieve schaduwen en kunstige krijttekeningen.

Enschede.

Gogbot 2008: poëtische robotica en fantastische tijdreisfietsmachines.

De knetterende afsluiter van de avond was een voorstelling van ArcAttack met hun muzikale Tesla coils (in het Nederlands eigenlijk “Tesla-transformatoren”). Ze speelden onder andere de synthesizerklassieker Popcorn, waarvan hieronder een kort fragmentje. (De geur van ozon moet je er zelf bij denken.)

In september 2009 maakten we weer een editie mee van Gogbot: we waren toen namelijk in Enschede voor de verdediging van Danny. Het thema van Gogbot 2009 was atompunk: een in Nederland ontstane variant van de cyberpunk, die refereert aan het toekomstbeeld uit de jaren 1930 en 1940. Helaas ben ik alle foto’s en filmpjes van die periode kwijtgeraakt door een fout in de synchronisatie-instellingen van mijn laptop. :-( (Sindsdien doe ik alleen nog handmatige backups.) Ik herinner me van deze editie: een rij afgedankte koelkasten waarin slogans en kleine objecten te zien waren, een iglotent waarin live films werden opgenomen met poppen, … Verder was ook Abacus weer van de partij en weerklonk er weerom zeer luide elektronische muziek in de Grote Kerk.

Moest je zin hebben in een aparte uitstap voor het weekend, dan is Gogbot zeker een aanrader. Het vindt plaats in Enschede, dus je moet er – vanuit bijna eender waar – wél een flinke reis voor over hebben.

Enschede.

Het is het eindpunt van de trein, bijna geen mens hoeft er te zijn, bijna geen hond gaat zover mee: Enschede.

Gentse Feesten en MiramirO 2012: terugblik met foto’s

Straf straattheater op de Gentse Feesten 2012.Ook dit jaar pikten wij tijdens de Feesten al eens een optreden mee op de Gentse pleinen of een straattheatervoorstelling van MiramirO en natuurlijk waren we present voor het vuurwerk op 21 juli aan de Watersportbaan. Hoewel de zon pas tijdens het laatste weekend van de tiendaagse van de partij was, heb ik toch heel wat mooie foto’s teruggevonden op het geheugenkaartje van mijn camera. Hier dus een terugblik op de Gentse Feesten 2012. (In een aparte post doe ik straks nog verslag van het poppentheater op het Internationale Puppetbuskersfestival.)

Het eerste optreden dat we dit jaar zagen was van Eva De Roovere op het Sint-Baafsplein. Hoewel het stuk voor stuk mooie liedjes waren, werd er meer gebabbeld dan geluisterd om ons heen. Het was misschien ook niet zo’n strategische keuze om liedjes over de Antwerpse Boerentoren te staan zingen op een plein tussen twee Gentse torens (Belfort en Sint-Baafs). ;-) Zodra “Slaap lekker ding” weerklonk, leek eindelijk iedereen wakker te worden (o, ironie) en werd er enthousiast meegezongen. Hieronder zie je een foto die ik maakte tijdens haar soundcheck; foto’s van tijdens het optreden zelf vind je hier.

Gentse Feesten 2012.

Gentse Feesten 2012. Linksboven: Eva De Roovere. Rechtsboven: Piv Huvluv. Linksonder: Argentijnse straatacrobaten. Rechtsonder: Mr. Pettersen & goudvis.

Piv Huvluv durfde het aan om de Korenmarkt op te warmen met zijn stand-up comedy. Zijn vorige carrière als leerkracht op de lagere school zorgt nog steeds voor voldoende inspiratie. Hij vertrok van heel alledaagse situaties, die net zo goed over onze eigen schooltijd konden gaan (toch al even geleden) en ik heb tot tranen toe moeten lachen. De toekomstdromen van de brutale kinderen op de eerste rij werden genadeloos de kop ingedrukt. Er werd al eens een vinylplaatje opgelegd en hij sloot af met zijn liedje tegen zinloos geweld (lees: vóór zinvol geweld) met als refrein: “klop-klop-kloppen op de directeur” (een vrije interpretatie dus van Bob Dylan’s “Knockin’ on Heaven’s Door“). Daarna was er nog een bis-nummer op accordeon: een tranentrekker over een dood konijntje. Het is altijd lachen met West-Vlamingen in Gent, maar met Piv kon dat eindelijk openlijk.

Tijdens de Feesten komen er ook altijd straatartiesten naar Gent die niet bij één of ander festival onder contract staan. De Belfortstraat is een goede plaats om hen aan het werk te zien. We blijven niet meer staan bij die goochelaar die al minstens drie jaar rondtoert met dezelfde act, maar voor nieuwe dingen leggen we al eens geld in de hoed. Dit jaar zagen we een try-out van een Argentijns koppel. Hoewel het (nog?) geen mooi opgebouwde show was, waren we toch onder de indruk van zoveel kracht en souplesse.

Bij Sint-Jacobs gingen we kijken naar Mr. Pettersen & Mr. Lebreton (wel opgenomen in het programma van MiramirO). Het bleek echter dat Mr. Lebreton gekewetst was en dat hij niet zijn kat had gestuurd, maar een goudvis. Zo kregen we toch een show met acrobatie op de slappe koord van Mr. Pettersen en een visbokaal.

Op weg naar dit optreden vingen we een glimp op van de geïmproviseerde dansvoorstelling “Le parfum des pneus“; achteraf hoorden we dat de dansers later nog zijn opgepakt door de politie omdat ze verkeersborden hadden verplaatst! Naast een strafblad houden deze artiesten trouwens ook 5000 € over aan hun bezoek aan Gent, want zij hebben De Grote Prijs MiramirO gewonnen. En de politieagenten kregen een eervolle vermelding van de jury. :-)

The Gaiety Engine.

Strangelings spelen “The Gaiety Engine“. Boven: Fakirtje pesten. Onder: Kan de sterkste man ter wereld deze bokaal augurken openen?

Onze favoriet van MiramirO dit jaar was de voorstelling “The Gaiety Engine” van het Britse duo Strangelings, die we zagen op de Korenmarkt. (Zoekplaatje: op de foto’s bij GentBlogt zie je mij in het publiek staan.) De twee vreemde figuren – Isaiah Crank en Tolley-boy – lijken uit een andere tijd en misschien wel uit een ander universum te komen. Het uitgangspunt – een Victoriaans rariteitenkabinet – is een dankbare kapstok om een hele reeks mini-acts aan op te hangen. Mij deed de voorstelling denken aan een toverbal, waarbij je geen idee hebt wat de volgende kleur zal zijn. Visueel heel mooi, inhoudelijk verrassend en onweerstaanbaar grappig. Kortom, straattheater op zijn best!

De Propere Fanfare van de Vieze Gasten.

De Propere Fanfare van de Vieze Gasten.

Onder het afdak voor het Sint-Pietersstation zagen we nog een act uit het MiramirO-programma: De Propere Fanfare van de Vieze Gasten. Het is een grote bende waar je niet snel bij uitgekeken raakt. Iedereen heeft een andere outfit: van de man onder de vergiethoed met zijn cimbalen tot het Sinterklaasmeisje met haar gitaar. Er is het inwonende showballet. Er zijn de veranderende formaties. En er is natuurlijk de wervelende muziek, die aanhoudend wordt opzweept door de energieke dirigent.

Ze zijn een uur blijven spelen, tot de zon zo zot was dat ze opkwam in het Westen!

Er zit een liedje in mijn hoofd

Het was een zomers liedje.Ineens zat er een liedje in mijn hoofd. Het was een zomers liedje. Dat liedje was de Lambada (ja, van eind de jaren tachtig) en ik begon het te zingen. Ik heb geen gevoel voor ritme, kan geen toon houden en ken geen Portugees. Kortom, het klonk prachtig. ;-)

Gelukkig is er YouTube om het origineel van Kaoma nog eens te beluisteren en is ook de tekst eenvoudig op internet te vinden. Intussen ken ik het eerste couplet uit mijn hoofd. Sterker nog: mensen voor wie ik het heb gezongen, hebben de Lambada erin herkend. (Meestal zijn de reacties eerder: “En als je het nu eens probeert te zíngen?” en dan “Nee, dat lijkt er niet op. Echt niet.” waarbij er enige wanhoop doorklinkt in de stem.)

Ook leuk om te weten: het is eigenlijk een heel melancholische tekst. Neem nu het laatste couplet:

Chorando estará ao lembrar de um amor

Que um dia não soube cuidar

Canção, riso e dor, melodia de amor

Um momento que fica no ar

Zoals ik al zei, ken ik geen Portugees, maar dit is mijn Nederlandse vertaling van een Engelse versie:

Hij zal huilen als hij zich een liefde herinnert,

die hij niet wist te koesteren.

Een lied, gelach en pijn, een melodie van liefde,

een moment dat nooit meer terugkomt.

En jij, heb jij ook wel eens een liedje in je hoofd? En is dat dan ook zo’n zomers muziekje?