Tag Archief: nieuws

Op Twitter: @SylviaFysica

Sinds dinsdag heb ik een Twitter-account: @SylviaFysica. (Een early adopter ben ik bepaald niet; veeleer een laggard.)

Na drie dagen ziet die er zo uit:

TwitterDag3.

Twitter: Dag 3

Bij het symposium gisteren stelde ik voor om de hashtag NVWF te gebruiken voor live-tweets (aangezien #NVWF sinds februari niet meer gebruikt was en het dan nog over bruiloften ging). Dit was de eerste keer dat ik het woord “hashtag” publiekelijk heb uitgesproken en er waren toch twee aanwezigen die dit hebben gedaan: #NVWF. Waarvoor dank. :-)

Ik dacht wel dat ik Twitter leuk zou vinden; juist daarom wou ik er niet aan beginnen (zie ook mijn ervaring met spel 2048). En ja, de eerste verslavingsverschijnselen beginnen op te treden. ;-)

Verder ben ik van plan om nieuwe blogposts steeds op Twitter te melden (behalve deze dan, anders wordt het té meta), dus als je wil kan je me via daar volgen.

Laat me weten als je hier leest en ook op Twitter zit!

Nieuwsflits: Opticafoto van de dag

Toen mijn zoontje twee maand oud was, maakte ik een foto van zijn oog. Daar maakte ik toen dit fotoraadsel van: de vraag was hoe de regenboogkleurige ‘wolken’ ontstonden. De oplossing stond hier.

Deze foto is nu de “opticafoto van de dag” (“Optics Picture of the Day “) op de website van Les Cowley, “Atmospheric Optics“. Meestal staan er foto’s op van atmosferische verschijnselen, zoals regenbogen en halo’s, maar mijn binnenhuisopname haalde de selectie dus ook. :-)

Dit is een permanente link naar de pagina, dit is het huidige beeld van de dag en dit is de volledige lijst met voormalige dagfoto’s.

Beeld van de dag.

Opticafoto van de dag.

Les Cowley beschrijft de opname als volgt:

“Babyoog ~ De dunne traanfilm over een helder babyoog reflecteert de wereld en voegt een laag interferentiekleuren toe. De pupil is donker, ondoorgrondelijk, de wereld absorberend en lerend. De blauwe iris, mysterieus.

Sylvia Wenmackers nam een foto van haar zoon toen hij net iets meer dan twee maand oud was.”

(Dat is althans mijn vertaling van zijn tekst: “Baby’s Eye ~ The thin tear film over a baby’s clear eye reflects the world and adds a layer of interference colours. The pupil is dark, imponderable, absorbing all the world and learning. The blue iris, mysterious. Sylvia Wenmackers pictured her son when he was just over two months old.“)

Daaronder geeft hij nog wat uitleg over de optica: hoe interferentiekleuren ontstaan, wat de iris is en waarom die bij de meeste baby’s blauw is. (Een korte versie dus van wat ik in de oplossing van het fotoraadsel beschreef.)

Uiteraard ben ik Les Cowley dankbaar om mijn foto in zijn collectie op te nemen. Verder wil ik ook Drabkikker bedanken omdat hij me in een reactie attent maakte op Cowleys mooie website, waarna ik besloot om zelf ook eens een foto in te zenden.

Twee postdocs en een peuter

Wij gaan extra vrolijk de zomer in, want mijn liefste en ik krijgen ook de komende jaren nog betaald voor wat we het liefste doen: onderzoek! :-)

Vlaggetjes.

ZAP!De meeste postdocs willen maar één ding: postdoc blijven, of – als het even kan – een ZAP-positie bemachtigen. In het Vlaamse Academees spreekt men namelijk van het “zelfstandig academisch personeel”; het ZAP is dus het proffenkorps. Postdocs hebben een tijdelijk contract van één, twee of drie jaar. Zodra je een nieuwe baan hebt, begint de teller meteen vervaarlijk weg te tikken. Stilstaan is geen optie: hup, begin al maar opnieuw te solliciteren.

In januari had ik het op mijn blog drie keer over het onzekere bestaan van postdocs:

  • Op 23/01 vermeldde ik in mijn jaarverslag dat ik in 2013 voor het eerst luidop had durven zeggen dat ik professor wil worden, dat ik in deze richting gesolliciteerd had en dat de uitslag nog niet bekend was.
  • Op 30/01 zat het me blijkbaar hoog, want toen schreef ik een heuse klaagzang. (De aanleiding hiervoor licht ik onderaan verder toe, na de vouw.)
  • Op 31/01 droeg ik een liedje op aan mijn collega’s die solliciteerden bij het FWO. De inspiratie voor dit bericht haalde ik dicht bij huis, want ook Danny diende een aanvraag in voor een driejarig postdoc-project.

Het mag duidelijk zijn: met twee postdocs in een gezin weegt de onzekerheid dubbel. En met een peuter erbij deelt er nog iemand in de klappen als onze carrière van de rails loopt.

De tijd loopt.Mijn huidige postdocbeurs loopt nog tot begin 2016, maar diverse mensen hadden me aangeraden om al te beginnen solliciteren voor een tenure-track-positie. Dat is een aanstelling aan de universiteit van vier à zes jaar, waarna je bij een positieve evaluatie vast wordt aangesteld. Eind vorig jaar heb ik dus gesolliciteerd voor dergelijke posities aan de KU Leuven, in Salzburg en in New York. De sollicitatieprocedures zijn niet helemaal hetzelfde, maar allemaal verlopen ze in verschillende rondes. Je bent er dus een paar maand zoet mee: CV aanvullen, een proefles houden, een korte onderzoekspresentatie geven, interviews voorbereiden. Ik wil er niet bij nadenken hoeveel tijd postdocs collectief besteden aan solliciteren. Efficiënt kan het niet zijn, want in die tijd hadden ze ook onderzoek kunnen doen. En de slapeloze nachten dragen ook niet bepaald bij aan de productiviteit.

Voor Danny kwam het einde van zijn contract wel al in zicht. Hij diende een projectvoorstel in bij het FWO waarmee hij een driejarig mandaat als postdoc wilde behalen. Hij had geen andere sollicitaties lopen, dus voor hem was deze aanvraag alles of niets. (Dat zou ik zelf niet gedurfd hebben, al is er ook iets voor te zeggen om al je energie op één aanvraag te richten en dat projectvoorstel zo goed mogelijk uit te bouwen.)

Begin februari zaten we hier dus met twee nagelbijtende postdocs en één nietsvermoedende peuter.

Voor mij werd de spanning nog wat extra opgedreven, want op 11 februari zou ik ’s avonds de uitslag horen van mijn sollicitatie bij de KU Leuven, maar diezelfde ochtend had ik nog een interview voor Salzburg. (Als het een fictief verhaal was geweest, had ik dit het meest ongeloofwaardige deel gevonden.) Bovendien besliste de commissie in Salzburg zeer snel, zodat ik ’s avonds ineens twee aanbiedingen op zak had. Ik koos voor de positie in Leuven, waar ik in oktober zal beginnen als “onderzoeksprofessor”. Wat een opluchting!

En ik deed een vreugdedansje met de peuter, die niet goed wist wat hem overkwam. :-)

Toch voelde het niet echt juist aan om het goede nieuws al aan de grote klok te hangen, zo lang er voor Danny nog geen zekerheid was. Het FWO zou de uitslag vorige week woensdag om 15u bekend maken. De website bezweek echter onder het grote aantal bezoekers. De spanning werd dus extra opgedreven, maar rond half vijf werden de namenlijsten dan toch online geplaatst. En ja, Danny mag in oktober aan zijn nieuwe postdoc-project beginnen (opnieuw aan de UGent). Alweer zo’n pak van ons hart!

Nu mogen de vlaggetjes eindelijk ophangen. Eronder zitten twee tevreden postdocs en een peuter die met de blokken speelt.

Vlaggetjes.

Eindelijk mogen de vlaggetjes vrolijk wapperen.

(meer…)

Aankondigingen: lezing en debat

Oneindig kleine kansen.Deze week geef ik op donderdag een lezing in Groningen in een Grolog-sessie (waar de Groningse logici uit het wiskunde- en filosofie-departement elkaar treffen). Het zal gaan over oneindig grote verzamelingen en infinitesimale kansen; de lezing heet dan ook “On numerosities and infinitesimal probabilities“. Ik kijk er vooral naar uit omdat professor Paolo Mancosu (filosoof van de wiskunde) ook een lezing komt geven. Zijn lezing heeft als titel “In good company? On Hume’s principle and the assignment of numbers to infinite concepts“. Details vind je hier. Het is gratis en zal in het Engels zijn. (Laat me gerust iets weten als je er naartoe wil komen.)

Feest van de Filosofie.

Op zaterdag 5 april doe ik mee aan een debat tijdens het  Feest van de Filosofie in Leuven. Dit is de website van het Feest van de Filosofie. Details over het debat staan hier. Het debat zal gaan over de technologische singulariteit. De inleiding wordt gegeven door professor Philip Dutré (computerwetenschapper). Ik ben geen techniekfilosoof of futuroloog, dus ik ga gewoon aandachtig luisteren en dan mijn best doen om relevante bedenkingen te formuleren. Supporters zijn altijd welkom. :-) (Helaas kan ik geen vrijkaarten regelen.)

Over nepartikels en nepconferenties

Prietpraat.Sinds de Sokal-affaire is het alom bekend dat niet alle academische tijdschriften even hoge standaarden hebben om iets te publiceren. In de meeste vaktijdschriften is er peer review, waarbij één of meerdere collega’s uit hetzelfde vakgebied een inzending beoordelen. Dit systeem is uiteraard niet waterdicht, want mensen kunnen zich vergissen. Aan de hand van ogenschijnlijk zorgvuldig gepresenteerde resultaten is het bijvoorbeeld niet altijd mogelijk om te zien of het experiment zelf even zorgvuldig is uitgevoerd.

Toch zou je verwachten dat regelrechte onzin direct door de mand valt bij een aandachtige lezing door minstens één buitenstaander. Wanneer ik zelf als referent optreedt, ben ik altijd uren bezig – zelfs als het een vrij kort artikel is; vaak laat ik het daarna nog even bezinken om er in de volgende dagen een rapport over te schrijven. Daarom blijft het me verbazen dat er geregeld nepartikels door de mazen van dit controlenet glippen.

Vorig jaar had iemand opzettelijk onzinartikels ingestuurd naar open access tijdschriften om te kijken wat er zou gebeuren en hij kreeg daarbij verrassend vaak groen licht. Zijn studie werd toen bekritiseerd omdat hij enkel open access tijdschriften viseerde, terwijl er weinig reden is om te geloven dat het controlesysteem bij betalende tijdschriften wel altijd goed zou werken.

Op de website van Nature wordt er nu inderdaad gewag gemaakt van computer-gegenereerde nepartikels die verschenen zijn in betalende tijdschriften (van twee grote wetenschappelijke uitgevers). Het gaat om meer dan honderdtwintig artikels over computerwetenschappen die in conferentie-bijdragen zijn verschenen tussen 2008 en 2013. (Dit bericht op de Eos-website vat het nieuws in het Nederlands samen.)

Het is nog onduidelijk wie er achter de inzending van de huidige nepartikels zit. (Er staan natuurlijk namen vermeld op de artikels, maar het is nog de vraag of deze aan bestaande onderzoekers toebehoren en zo ja, of de mensen in kwestie al dan niet op de hoogte zijn van ‘hun’ inzending.) Het is dus ook nog niet geweten wat de motieven waren van de inzender(s).

Zelf denk ik dat het om fictieve inzendingen van grotendeels fictieve conferenties zou kunnen gaan. Ik heb hier vandaag iets over geschreven op NewAPPS (een Engelstalige groepsblog die vooral gelezen wordt door filosofen).

In mijn Engelstalige blogstukje staan er meer details, dus kopieer ik dat hieronder (na de vouw).
(meer…)

Zaterdag 30 november: symposium

NVWF.Op zaterdag 30 november is er een namiddagsymposium in Amsterdam met als thema: “De financiële crisis breder belicht”. Het wordt georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor WetenschapsFilosofie (NVWF), waar ik sinds kort secretaris van ben. Het symposium is gratis, maar als je erbij wil zijn moet je je wel registreren via deze website.

Er komen vier sprekers die de financiële crisis zullen bespreken vanuit de economie, de cultuurgeschiedenis, de kunst en de filosofie. Professor Marcel Boumans zal de moderator zijn.

Als je die zaterdag richting Amsterdam reist vanuit België, laat me dan iets weten. Dan kunnen we misschien samen de trein nemen!

In pyjama naar het labo

De afkorting van 'Non-Archimedean Probability' is NAP. Na al dat nadenken over infinitesimale kansen hebben we toch wel een dutje verdiend?Naar aanleiding van De Nacht van De Onderzoekers (vandaag, op vrijdag 27 september) gaat Radio 1 op zoek naar “de meest onvermoeibare onderzoeker” (van Vlaanderen).*

Alle onderzoekers die ik ken zijn gepassioneerde mensen en dus harde werkers (al wordt onze pure liefde voor de wetenschap helaas soms wat overschaduwd door de stijgende publicatiedruk en de bijbehorende stress). De meest onvermoeibare onderzoeker ben ik ongetwijfeld niet. Mijn laatste onderzoeksproject heet immers niet toevallig ‘NAP‘: de letters staan voor Niet-Archimedische Probabiliteit, maar het is ook Engels voor dutje. ;-)

Toch heb ik heel wat nachtposten gedraaid tijdens mijn tijd als doctoraatsstudent in de materiaalfysica. Als je één week meettijd hebt aan een synchrotron, dan moet je daar het meeste uithalen en al eens een nachtje doorwerken. Verder ging ik geregeld ’s nachts naar het laboratorium om te controleren of alles nog in orde was met de staaltjes.

Ik werkte aan het Instituut voor Materiaalonderzoek van de Universiteit Hasselt. Dat ligt op het Wetenschapspark, dat ’s nachts werd afgesloten met een schuifpoort. Omdat ik de eerste jaren geen auto had, had ik zogenaamd geen pasje nodig om de poort te openen. Dus moest ik ’s nachts eerst nog over de beek springen!

Dit is een staaltje van diamant op silicium.We waren een protocol aan het ontwikkelen om DNA aan diamant te koppelen (lees ook hier). Diamant gaat in gewone omstandigheden bijna geen chemische bindingen aan. Dit lukt wel als je het diamant bijvoorbeeld met sterk UV belicht, maar het DNA verdraagt dit UV dan weer niet… Een uitweg voor dit dilemma is om eerst een linkermolecule (dat wel de UV-belichting verdraagt) aan het diamant te koppelen en pas in de volgende stap het DNA aan die linkerlaag te koppelen (waarbij geen UV meer nodig is).

Ik legde de stukjes diamant dus ’s avonds onder de UV-lamp om gedurende een hele nacht te reageren met verschillende linkermolecules, maar onder die lamp werd het vrij warm en sommige molecules konden daarbij verdampen. ’s Nachts keerde ik dan naar het labo terug om (indien nodig) wat extra vloeistof op de staaltjes te pipetteren. Daar stond ik dan, vermoedelijk ongekamd en met wat kleren in der haast aangetrokken over mijn pyjama. En daarover een labojas: glamoureus.

Na een tijdje probeerden we een dun kwartsplaatje (transparant voor UV) op de natte diamantstaaltjes te legden. Sindsdien verdampten de linkermolecules niet meer en kon ik op mijn twee oren slapen. (Al moest ik wel nog even die doctoraatsthesis schrijven, uiteraard.)

Toch was het bijzonder om ’s nachts door het instituut te lopen. Door het aan- en afslaan van de pompen aan de glovebox (een werkbank gevuld met stikstof waar je via rubberhandschoenen in kunt werken) leek het wel of het instituut ademde. De meetinstrumenten die tikten en bromden. Ook de pompen aan de diamantreactoren waren steeds aan het werk. De meeste mensen sliepen, maar ons labo niet!

UV-Lampje.

U ziet wellicht het blauwe bakje tussen wat rommel? Daar stond ik zo anno 2006 ’s nachts voor op… (Deze foto is weliswaar genomen in 2007, want er liggen al kwartsplaatjes op de stalen.) Een kleine rondleiding (want zoiets krijg je nooit te zien op een officiële opendeurdag). Het blauwe blakje is de behuizing voor een UV-lamp, met een lade waar ik diamantstaaltjes in kon leggen. De draaiknop van het overbodige timermechanisme is met twee schroeven geblokkeerd en dit is vervolgens afgedekt met een schaaltje om niemand op het idee te brengen eraan te prutsen. U ziet: de genialiteit en professionaliteit spat ervanaf in de academische wereld. ;-) Dit alles stond in een met stikstof gevulde glovebox. Linksonder zie je een sluis, die ik – met mijn linkerhand in een zwarte rubberhandschoen – aan het opendraaien ben. Rechts zie je de transparante behuizing van een opstelling om zonnecellen te meten.

Wat betreft “de meest onvermoeibare onderzoeker” (van deze wereld en ver daarbuiten) stel ik voor om Curiosity te nomineren (en de onderzoekers die de doorgestuurde gegevens analyseren), het onvermoeibare Mars-wagentje dat – zo is nu in een Science-publicatie bevestigd – water gevonden heeft op de rode planeet. (Lees er hier een Nederlandstalig bericht over.) Hoera!

*Ik bezocht de website van Radio1 eigenlijk omdat ik wou bloggen over het onderwerp van nep-publicaties, dat donderdagavond aan bod was gekomen, maar toen kwam ik dus dit onderwerp tegen.

Nieuwsflits: met F-16’s op zoek naar laserpen

Over 't malse korenveld, 't lied des F-16's klinkt.Al twee avonden vraag ik me af waarom er toch zoveel vliegtuigen overvliegen. Lijnvluchten vliegen hoger en daar hoor je hier niets van, dus ik gokte op de F-16’s van de luchtmachtbasis in Kleine-Brogel. Bereiden ze een oorlog voor? Of moet er iemand nog snel zijn vlieguren halen? Ik dacht ook een helikopter te horen – vreemde combinatie. Maandagavond begon het om kwart voor negen ’s avonds, precies toen ons kleintje in zijn oogjes begon te wrijven en wou gaan slapen. Dinsdagavond begon het iets later. Ik probeerde online te zoeken wat er aan de hand was, maar vond geen recente berichten met als trefwoorden: F-16’s, Limburg en Kleine-Brogel. Zelfs geen klachten op Twitter, straf!

Intussen vond ik wel een leuke website, waarop je kunt zien welke passagiersvliegtuigen er momenteel waar in de lucht zijn. (Als je een beetje inzoomt kun je zien hoe snel die dingen vliegen. Zo’n 900 km/u?) Gevechtsvliegtuigen staan daar niet op, maar op het moment dat ik keek zat er recht boven mijn hoofd wel een groot gat in de verdeling van de burgervliegtuigen. Ik neem aan dat dat geen toeval was, want overdag zie ik toch wel eens een vliegtuigstipje overvliegen.

Deze ochtend hoorde ik op het radionieuws dat de politie de voorbije twee nachten op zoek was naar mensen die met laserpennen op vliegtuigen mikken. Er kwamen F-16’s en een politiehelikopter aan te pas. Aha. En vermits ze gisteren iemand hebben opgepakt, kijk ik uit naar een rustige nacht.

Natuurlijk zou je je kunnen afvragen hoeveel dat allemaal heeft gekost en of ze dat geld niet beter zouden investeren in andere zaken in Limburg, zodat jonge mensen hier iets beters te doen hebben dan piloten hinderen met laserpennen. Maar met zo’n mentaliteit zou ik beter een Twitter-account beginnen.

In plaats daarvan sluit ik af met een nostalgische gedachte. Toen ik op de lagere school zat, stonden de ruiten geregeld te daveren nadat er weer eens een gevechtsvliegtuig door de geluidsmuur was geknald. Dat hoor je niet meer; blijkbaar moeten ze nu hoger vliegen? Ik schrok er altijd enorm van, maar net daardoor heb ik een aantal scherpe herinneringen van verder heel gewone dagen in de klas in de jaren ’80.

Aanvulling:

Ze hebben het er ook over bij Hautekiet op Radio 1.

Nieuwsflits: Column in Eos

Eos. (Bron afbeelding: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/64/Eos.jpg)Vandaag viel het maart-nummer van Eos in de bus. Daarin staat natuurlijk een heleboel wetenschapsnieuws, maar ook een column van mij. De rubriek heet “Scherp gesteld” en wordt afwisselend geschreven door drie columnisten: Marleen Finoulst, Hans van Maanen en ik. Ik mag mijn bijdragen ook op mijn blog plaatsen, dus ik heb alvast een nieuwe rubriek aangemaakt (Eos-column).

Het omgekeerde was trouwens vorig jaar al eens gebeurd: het blogstukje “Zwemmen tussen regenbogen“, dat ik ook op het Eos-blogportaal SciLogs had gezet (zie eerdere nieuwsflits), werd opgenomen in het zomernummer van Eos. Maar een echte column – tekst zonder plaatjes erbij of links erin – dat is toch weer eens iets anders. :-)

Welkom, kleine jongen!

Fragment van het geboortekaartje.Het was hier even stil, maar je weet: geen nieuws is goed nieuws – heel goed nieuws, in dit geval. Precies een week geleden ben ik bevallen van een gezond jongetje. Hij is heel lief en geduldig met zijn ouders. Wij zitten hier dus blij en trots te zijn met ons eerste kindje. :-)

Hij is superschattig en zou de aaibaarheidsfactor van dit blog een stevige boost kunnen geven, maar ik heb besloten om geen foto’s van hem online te zetten. Kleine kinderen worden immers groot en dan moeten ze zelf kunnen beslissen over wat ze openbaar willen maken over zichzelf en wat niet. Ook zijn naam blijft hier onvermeld. Op het plaatje hiernaast zie je wel een fragment van het geboortekaartje.

Natuurlijk is ons kindje deze dagen nooit ver weg uit mijn gedachten. Het zou dus kunnen dat de eerstvolgende berichten wel iets met baby’s te maken hebben… Ik was voor zijn geboorte al van plan om iets te schrijven over wetenschappelijke feitjes die ik heb bijgeleerd tijdens mijn zwangerschap, dus dat zie je hier de komende dagen verschijnen.