Tag Archief: onderwijs

Inleidend college filosofie: over waarheid (kenleer)

Onze faculteit organiseert een Junior College Filosofie. Daarbij gaan er verschillende klassen middelbare scholieren aan de slag met lesmateriaal en filmpjes over een bepaald thema. Per thema worden er ook twee bijeenkomsten georganiseerd in een aula aan de KU Leuven. Op 24 september gaf ik zo’n inleidend college over het thema Waarheid. Het was een introductie over een aantal thema’s uit de filosofie en de kenleer in het bijzonder.

Om het een beetje origineel aan te pakken, gebruikte ik verwijzingen naar een aantal films; natuurlijk komt ook Inception ter sprake. ;-) Verder waren er enkele demonstraties van optische illusies en één auditieve illusie.

Het college vond plaats in een aula met videoregistratie, zodat de klassen die niet aanwezig konden zijn het achteraf konden nabekijken. De opname van dit college plaats ik nu ook hieronder.

Wat mensen met enige achtergrond in de kenleer wellicht zal opvallen is dat ik in dit college erg onzorgvuldig omspring met de termen ‘kennis’, ‘zekerheid’ en ‘waarheid’: ik gebruik ze door elkaar, terwijl deze woorden natuurlijk niet hetzelfde betekenen. Voor dit inleidende college leek enige slordigheid op dit vlak me echter een verdedigbare keuze, omdat het me toeliet om in een relatief korte tijd (van twee keer vijftig minuten) heel wat grond te bestrijken.

Wat mij dan weer vooral opvalt is een nieuw stopwoord, waarvan ik me nog niet bewust was. Oeps! (Ik ga niet zeggen welk het is, want dan gaat het al van het begin af aan storen.) Er zitten ook stukjes in waar ik achteraf gezien niet zo blij mee ben, maar dat is altijd zo. Volgend jaar beter. :-)

Met de respons van de leerlingen was ik trouwens wel heel tevreden: ze kwamen met relevante en vaak originele antwoorden. Deze interactie is precies wat doceren zo boeiend maakt (al blijft juist van dat aspect weinig over in een videoregistratie).

Filosofie van de tijd: gloednieuwe cursus!

About time!Misschien viel het je al op, dat er bovenaan mijn blog een tabblad is bijgekomen met als titel “Course: Philosophy of Time“. Volgende week start er namelijk een gloednieuwe cursus over filosofie van de tijd, die ik samen met Pieter Thyssen zal doceren.

We schreven samen een Engelstalig blogbericht om de cursus aan te kondigen, die Pieter op zijn blog The Life of Psi plaatste en dat ik hieronder plaats.

~

It’s About Time!

KU Leuven Introduces a Mind-Boggling Course on the Nature of Time

“We’re all time travellers!” quipped Carl Sagan.

After all, we’re all moving into the future at a steady rate of one second per second. Agreed, it sounds like an obvious platitude, but does Sagan’s quote even make sense? What does it actually mean for time to pass at a rate of one second per second? And are we really moving into the future, or is the future somehow ‘moving into us’? What is time anyways?

Calvin and Hobbes.

Calvin and Hobbes.

Humbled and perplexed by the mystery of time, the medieval theologian and philosopher St. Augustine of Hippo famously answered: “If no one asks me, I know; but if I wanted to explain it to him who asks, I plainly do not know!”

Sixteen centuries later, anno 2015, scientists and philosophers alike are still hard-pressed to tell us what exactly time is. But this, of course, doesn’t mean there hasn’t been any progress since the dark ages!

Clearly then, the time is ripe to take stock of our current understanding about the nature of time and why it matters. The upcoming semester turns out to be especially appropriate to do so, for three reasons:

First, on September 30, the Dutch time travel movie Terug naar morgen will be released. The director, Lukas Bossuyt, studied engineering at KU Leuven and decided to shoot his first movie here in Leuven and in the physics labs in Heverlee!

Second, on October 21, at 4:29 PM to be precise, Marty McFly will pay us a visit from the past. At least, that’s what he did in Back to the Future II. So keep your eyes open for that DeLorean!

And third, on November 25, the world will celebrate the centennial of Einstein’s theory of general relativity. If only we could go back to November 1915 and witness Einstein’s speech at the Prussian Academy of Science in which he first showcased his field equations!

For all of these reasons, and because we are both fascinated by time, we are organising a brand new course on the nature of time, open to all Ma-students and starting September 2015! But more on that below.
(meer…)

Huiswerk (met bijna twintig jaar vertraging)

In dit stukje doe ik het verhaal van de extra tien voor chemie die ik niet gekregen heb.

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als column verschenen in Eos.
(Jaargang 32, nummer 9.)

Koolstofpuzzel.

Ondanks de duidelijke regelmaat in mijn tabellen vond ik de totaalformule voor het aantal isomeren van een alkaan niet.

1, 1, 1, 2, 3, 5, 9, 18, 35, 75, …

In het vierde middelbaar kregen we organische chemie, met het element koolstof in de hoofdrol. Eerst leerden over koolwaterstoffen zoals propaan en butaan, waar auto’s met een lpg-tank op rijden. Dit zijn moleculen met een onvertakte koolstofketen. Daarna leerden we dat er ook vertakte koolwaterstoffen bestaan. In dit deel van de cursus stonden er opvallend weinig formules. “Hoeveel vertakte koolstofketens kan je dan maken met een gegeven aantal koolstofatomen?” vroeg ik aan onze leraar. Mijnheer Staut antwoordde: “Dat weet ik niet, maar probeer het maar uit te zoeken. Als je de oplossing vindt, krijg je een extra tien.” Frustrerend om te horen, maar dictatisch gezien een slimme zet. Het aanbod gold uiteraard ook voor de andere leerlingen.

Ik was ervan overtuigd dat die extra tien al binnen was. Er stonden achteraan in de klas handboeken over chemie: daar zou de formule zeker in staan. We zochten enthousiast, maar vonden het niet. Noodgedwongen probeerde ik de formule zelf af te leiden. Zo moeilijk kon het toch niet zijn? Die avond begon ik dus koolstofketens te tekenen. Het komt erop aan geen configuraties dubbel te tellen. Als je een ‘zijketen’ aan het eerste atoom van de hoofdketen koppelt, is dat in feite helemaal geen zijketen, maar nog steeds een lineair molecule (dat in een bocht ligt). Ook andere structuren kunnen meerdere voorstellingen hebben. Een zijtak op het voorlaatste atoom is bijvoorbeeld slechts een gespiegelde weergave van een zijtak op het tweede atoom. Je moet een waterdicht systeem bedenken om dit soort symmetrieën te doorzien en elke configuratie exact één keer te tellen.

Cursus chemie vierde middelbaar.

Isomeren van alkanen tekenen in de cursus: alle bindingen en waterstoffen moeten worden aangeduid. In mijn eigen notities hield ik het al snel bij het koolstofskelet.

Wekenlang bleef ik vertakte ketens tekenen. Ik ontwikkelde een compacte notatie door koolstofatomen voor te stellen door bolletjes op ruitjespapier. Waterstofatomen en bindingsstrepen liet ik weg. Zo werd het probleem herleid tot de wiskundige kern ervan: een vraagstuk uit de combinatoriek. Al tekenend zocht ik naar de regelmaat, maar het leek alsof ik bij elk groter aantal koolstoffen meer uitzonderingen vond op de regels die ik voordien had gevonden. Ik werkte alles uit tot tien koolstoffen, waarbij er al 75 verschillende configuraties zijn.

Het is me niet gelukt om voor het einde van het trimester een algemene formule te vinden. Toch waren dit mijn eerste stappen in het ‘vrije’ onderzoek met de emoties die daarbij horen. Je vertrekt van een vraag waar je zelf zielsgraag het antwoord op wil weten, maar dat je niet meteen vindt bij een expert of in een naslagwerk. Misschien ben je de eerste die zich deze vraag stelt en sta je op het punt het antwoord te vinden? Spannend! Je probeert verschillende dingen, maar niets lijkt te werken. Je ligt er ’s avonds van wakker en staat er ’s morgens mee op. Toen het bij wiskunde het jaar nadien over combinatoriek ging, spitste ik de oren en begon ik met hernieuwde moed aan de koolstofpuzzel. Opnieuw zonder succes. Je voelt je gaandeweg dommer worden, maar in werkelijkheid leer je veel bij.

Koolstofpuzzel.

Koolstofpuzzel: ik vond een systematische manier om alle isomeren te vinden, maar een formule zag ik er niet in.

Het is zo’n twintig jaar te laat om mijn oplossing in te leveren. Toch doe ik een ultieme poging. Ik zoek online naar de getallenrij van de eerste tien configuraties. De zoekmachine suggereert de getallenrij 1, 1, 1, 2, 3, 5, 9, 18, 35, 75. Bij mij staat er 32 op de negende plaats: blijkbaar heb ik destijds drie combinaties niet gevonden. Voor tien klopt mijn resultaat wel. Mijn vraag werd in 1875 al onderzocht door de Britse wiskundige Arthur Cayley: hij zag het als een graaf (een ‘vier-valente boom’ genoemd) en stelde een formule op, maar ook hij maakte een fout die zichtbaar is vanaf twaalf atomen.

Pas rond 1998, dus enkele jaren nadat ik deze vraag had gesteld, werd de definitieve formule gevonden, onafhankelijk van elkaar door enerzijds twee theoretische chemici (Laimutis Bytautas en Douglas J. Klein) en anderzijds twee wiskundigen (Eric Rains en Neil Sloane). De beslissingen die je moet maken om geen structuren dubbel te tellen, blijken trouwens ook nuttig te zijn bij het vastleggen van unieke namen voor de moleculen.

Voor dit schooljaar wens ik alle scholieren een leerkracht toe die een extra tien uitlooft voor een vraag die ze zelf hebben gesteld.

~

Extra links:

  • Het was de OEIS-website (online encyclopedie van rijen gehele getallen) die me feilloos naar bovenstaande informatie leidde. Lees hier een interview van Quanta Magazine met Neil Sloane, de wiskundige die #OEIS 50 jaar geleden opstartte en nog steeds onderhoudt.
  • De getallenrij 1, 1, 1, 2, 3, 5, 9, 18, 35, 75, … staat bekend als A000602 in de OEIS. Het wordt bekomen als de som van twee deelrijen (A000022 en A000200).
  • Je kan online isomeren van alkanen bouwen. Leuk! :-) Er is ook een nuttige FAQ.
  • Het artikel uit 1998 van Laimutis Bytautas en Douglas J. Klein: “Alkane Isomer Combinatorics“.
  • Het artikel uit 1999 van Eric Rains en Neil Sloane: “On Cayley’s Enumeration of Alkanes (or 4-Valent Trees)“.
  • Een 4-valente boom is een speciaal geval van een graaf. Beetje jammer dat er geen grafentheorie gegeven wordt op de middelbare school. Ik ben er vrij zeker van dat ik dat veel leuker had gevonden dan al die goniometrische vergelijkingen. ;-) (Ik weet nog steeds niet waarom we die vergelijkingen altijd moesten omvormen!)
  • Voor wie geïnteresseerd is in een nadere  kennismaking met chemische grafentheorie is het artikel “Chemical Graph Theory and the Sherlock Holmes Principle” van Alexandru T. Balaban uit 2013 misschien een goede kennismaking (in het Engels).

~

Naschrift:

Op een dood moment ben ik op een kladblaadje nog eens begonnen. Het duurde me slechts een half uur om opnieuw alle isomeren van lengte één tot en met tien te vinden. Nochtans heb ik er vroeger veel meer tijd aan besteed. Zou dit komen omdat ik: (a) dit zo vaak gedaan heb (weliswaar lang geleden!) of (b) nu volwassen ben (en geduldiger ben) of (c) als onderzoeker geoefend ben in het soort denken dat hiervoor nodig is? Wellicht een combinatie van alle drie?

Natuurlijk had ik nu ook het voordeel zeker te zijn van de aantallen die ik moest bekomen. Het is altijd gemakkelijker – of op zijn minst geruststellender – als je weet dat de oplossing achteraan in het boek staat. In het onderzoek moet het boek echter nog geschreven worden. ;-)

O ja, over het belang van een goede onderzoeksvraag (en over het beangstigende en bevrijdende gevoel dat hoort bij het werken aan onopgeloste vraagstukken) schreef ik eerder deze column.

Nanokunst

Danny stuurde me een linkje naar een pagina met deze afbeelding:

STM poster.

STM poster

De poster is gemaakt door Jessie Flatt: deze studente aan de Universiteit van North Dakota studeerde aanvankelijk ingenieurswetenschappen, maar stapte over naar de richting grafisch ontwerp. Bij professor Lucy Ganje kregen zij en de haar medestudenten de opdracht om een poster te maken over wetenschap en daarbij gebruik te maken van meetresultaten van de scanning-tunnelingmicroscoop (STM) van de groep van professor Nuri Oncel.

De groep van Oncel werkt ook mee aan een soortgelijk project met middelbare scholieren: NanoART. Dat lijkt me een fijne activiteit en het sluit goed aan bij mijn ideeën over begrijpend tekenen. :-)

Het citaat op de poster van Jessie Flatt is van Will Durant:

Every science begins as philosophy and ends as art.”

(“Alle wetenschap begint als filosofie en eindigt als kunst.”)

Dit citaat is al vaker gebruikt voor posters: zie bijvoorbeeld dit plaatje van Lisa DeJohn op Etsy.

Aanvulling (4 december 2014):

Nog een citaat over wetenschap en kunst, ditmaal van Phil Plait (van Bad Astronomy):

Citaat over wetenschap en kunst.

Citaat over wetenschap en kunst. (Bron afbeelding.)

Poging tot vertaling:

“Zoals gewoonlijk moet ik wrang lachen als ik hoor dat mensen proberen om kunst van wetenschap te onderscheiden. Het universum is beide, mensen. Je kan proberen om ze uit elkaar te trekken, maar dat gaat niet, omdat het kunstige van het universum voor altijd verweven is met hoe het werkt. Ze zijn elkaars brandstof. De wetenschap is de reden waarom de kunst mooi is en de kunst is één van de redenen waarom we de wetenschap nastreven.”

Begrijpend tekenen

Dit stukje is in licht gewijzigde vorm als een column verschenen in Eos.
(Jaargang 31, nummer 11.)

Masha uit de tekenfilm Masha en de beer.Om iets herkenbaar te tekenen moet je je onderwerp op een andere manier begrijpen dan om het in woorden te omschrijven. Waar onbegrip nog te verstoppen is achter vage termen, vereist een schets meer duidelijkheid. Hoe zit het in elkaar? Welke onderdelen zijn hoofdzaak voor het functioneren; welke bijzaak? Deze denkpatronen zijn zeer nuttig voor de wetenschappelijke ontplooiing.

Naarmate de schoolcarrière vordert, moeten jongeren steeds minder tekenen. Nochtans is tekenen niet louter kinderspel, maar een activiteit die ons op elke leeftijd nieuwe inzichten kan verschaffen. Door concrete voorwerpen te tekenen leer je aandachtig kijken, zoekend, waardoor je meer begrip krijgt voor wat je ziet. Gaandeweg bots je ook op je eigen beperkingen bij de visuele waarneming. Het tekenen van abstracte begrippen vereist dan weer dat je verbanden toont in plaats van ze te verwoorden.

Dit is een prima tekening van een katrol.Zelfs een ‘mislukte’ tekening kan inzicht bieden in de misconcepties die eraan ten grondslag liggen. Ongeoefende tekenaars neigen naar systematische fouten: fietswielen en ogen worden bijvoorbeeld te ver uit elkaar weergegeven. In de fysicales leidt het tekenen van een katrol tot meer diverse resultaten. Voor je er een schematische tekening van kunt maken, moet je eerst begrijpen hoe een katrol werkt: welk deel vast is, welk deel kan draaien en dat het touw gespannen staat als er gewichten aan hangen. Eens je één katrol juist kan tekenen, heb je weinig moeite met een combinatie van soortgelijke componenten. En deze verdeel-en-heers-aanpak ligt aan de basis van heel wat oplossingsstrategieën uit de wis- en natuurkunde.

Wandelende tak omsingeld door anatomische termen.Waarom wordt er dan zo weinig aandacht besteed aan “begrijpend tekenen” in de latere schooljaren? In de biologieles moeten bij het obligate schema van een wandelende tak enkel de namen van de lichaamsdelen aangevuld worden. Sommige leerkrachten fysica laten hun leerlingen nog de practicumopstelling schetsen op het verslag, maar de verplichte grafiek wordt steeds vaker met een computerprogramma geproduceerd. Het frustrerende labeur met potlood op millimeterpapier behoort zo bijna tot de folklore.

Toegegeven, het is niet eenvoudig om iemands inzicht te beoordelen aan de hand van een tekening. Er is een grote variatie in motoriek en het is moeilijk om verbindingen te quoteren als er elementen ontbreken. Anderzijds gelden deze moeilijkheden ook voor de nochtans populaire toetsvorm met open schriftelijke vragen: de taalbeheersing varieert en leerlingen kunnen onverwachte fouten maken waarop de verbetersleutel niet is voorzien. Bovendien staat het feit dat een vaardigheid moeilijk getoetst kan worden los van het nut van het verwerven ervan. En dat tekenen van nut is voor de wetenschap, daar levert haar geschiedenis het beste bewijs van.

Tekeningen van da Vinci.Het is in deze context moeilijk om Leonardo da Vinci onvermeld te laten, aangezien tot zijn oeuvre zowel tekeningen als wetenschappelijke studies behoren. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat deze combinatie enkel voor uitzonderlijk getalenteerde mensen is weggelegd. In de loop van de geschiedenis waren echter vele wetenschappers genoodzaakt om hun waarnemingen zo nauwkeurig mogelijk te tekenen. Dit geldt bijvoorbeeld in de anatomie en de biologie. Ernst Haeckel maakte prachtige tekeningen van zeeanemonen, kolibries en menselijke embryo’s. Hij was dierkundige en filosoof en populariseerde het werk van Darwin in Duitsland.

Masha en de beer.Thuis kribbelt de peuter: kopvoeters zijn er op zijn leeftijd nog niet bij (zie ook). Terwijl we na een drukke dag naar “Masha en de beer” kijken, bedenk ik hoeveel fysicakennis er vereist is om deze reeks te maken. De vacht van de beer beweegt mee met elke stap en ook het spel van licht en schaduw op die pels lijkt levenecht. Zo brengt computeranimatie een doorgedreven vorm van begrijpend tekenen in onze huiskamer: meesterlijk uitgevoerd en daardoor haast onzichtbaar.

 

Citaat toegeschreven aan da Vinci.

“Leer kijken. Besef dat alles verband houdt met al het andere.” Of dit citaat echt van da Vinci afkomstig is, heb ik niet kunnen achterhalen. Het geometrische cirkelpatroon lijkt wel op een motief uit da Vinci’s werk.

Extra: over het werk van Ernst Haeckel

Een haaksnavelkolibrie uit een lithografie van Haeckel.Een menselijk embryo van ongeveer een maand oud heeft een staart, net als de embryo’s van andere zoogdieren. Hierin zag Haeckel een duidelijke bevestiging van de evolutietheorie. Hij verdedigde de recapitulatietheorie, die zegt dat we in de ontwikkeling van een ongeboren kind iets van de menselijke evolutie terugzien – versneld afgespeeld. Deze theorie is inmiddels weerlegd. Ons staartbeentje vertelt ons inderdaad iets over de evolutie van onze soort, maar het verband tussen ontwikkelingsfasen en de evolutionaire stamboom zit toch iets ingewikkelder in elkaar dan Haeckel vermoedde.

De hierbij afgebeelde haaksnavelkolibrie is afkomstig uit Haeckels “Kunstvormen der natuur“; meer afbeeldingen daaruit vind je hier.

Jaaroverzicht 2013

Evaluatie.Volgende week ben ik aan de beurt voor mijn jaarlijkse “Resultaat- en Ontwikkelingsgesprek”: een evaluatie van mijn publicaties, presentaties en andere academische activiteiten in 2013. Er kruipt best wat tijd in om alles op te lijsten, maar het is toch leuk als je het eens samen ziet. (Blijkbaar is 2013 niet alleen hectisch, maar ook productief geweest, besefte ik.)

Hierbij een alternatieve versie van mijn jaarverslag, met minder details over de academische kant en iets meer aandacht voor ‘nevenactiviteiten’ (je weet wel, een gezinsleven).

In 2013:

Terwijl Dagobert Duck zijn goudstukken telt, tellen wetenschappers hun publicaties van het voorbije jaar.In 2013 verschenen er vier artikels van mij in vaktijdschriften (enkel het tweede artikel is voor iedereen vrij te raadplegen; als je interesse hebt, maar geen toegang via een universiteitsbibliotheek, stuur me dan gerust een e-mail):

In de figuur hieronder zie je een overzicht van al mijn academische publicaties tot aan het einde van 2013. (Het aantal citaties heb ik eens gecheckt in september, maar die getallen zijn vooral voor de recente artikels intussen weer iets hoger.)

Mijn publicaties tot 2013.

Overzicht van mijn publicaties tot 2013. (Voor details: zie mijn CV.)

Deze dingen deed ik in 2013 voor het eerst:

  • Zelf chocomousse maken.
  • Een column schrijven. (Ik schreef drie columns voor Eos: over het belang van een goede onderzoeksvraag, over ex-wetenschappers in de politiek en over wiskunde als taal.)
  • Een referee-opdracht weigeren.
  • Een uitnodiging om “overzees” te gaan spreken weigeren.
  • Een blog-stokje krijgen en invullen, maar niet voor eerst na te denken over dit fenomeen.
  • Huilen voor ik op congres vertrok (omdat ik mijn zoontje toen moest achterlaten, nochtans in goede handen).
  • In het openbaar zeggen dat ik professor wil worden en ook effectief voor een tenure-track-positie solliciteren. (Hou je vingers maar gekruist, want de uitslag is nog niet bekend.)

(Vorig jaar maakte ik het jaaroverzicht van 2012.)

Kerstelfje en de waarheid over TV

Björk proeft van Kerstmis.Björk is een Ijslandse kunstenares. Ze is vooral bekend als zangeres, maar ze is ook actrice, producent en speelt vele instrumenten. Haar stijl wordt omschreven als eclectisch en haar standpunten als anarchistisch. Het valt me moeilijk om van haar werk te houden: het is zeer origineel en uitgesproken, wat me aanlokt, maar telkens als ik het in mijn hart wil sluiten, lukt me dat niet. Kunst hoeft uiteraard niet ‘mooi’ te zijn, maar het moet je toch op één of andere manier toelaten. En bij haar werk heb ik het gevoel dat iets me op afstand houdt, dat ik het niet begrijp. (Vermoedelijk probeer ik juist te hard om het te begrijpen en voel ik vanuit die cerebrale predispositie niet aan wat er gebeurt.)

Het heeft me ook lang dwarsgezeten dat de enige associatie die ik bij haar naam had een viscerale klanknabootsing was. Nu heb ik het eens opgezocht en de Ijslandse voornaam “Björk” blijkt te verwijzen naar een berk, dus van die walgelijke associatie ben ik genezen. Het is gewoon een mooi stukje fauna, hoera! (Alhoewel: in Ijsland wordt er berkenlikeur gebrouwen – onder de naam Björk – en als je daar te veel van drinkt, zijn we weer terug bij af.)

Maar toen zag ik onderstaand filmpje (alternatieve link; via), waarin Björk hardop nadenkt over de invloed van televisie en hoe het toestel er vanbinnen uitziet. Plots vond ik het heel gemakkelijk om van haar performance te houden! In haar rol van excentriek kerstelfje brengt ze ons:

  • Een originele kijk op iets dat alledaags is.
  • Kinderlijke verwondering en frisse wijsheid.
  • De mogelijkheid om zich oorspronkelijk uit te drukken, juist omdat ze niet in haar moedertaal spreekt.

Ik denk dat het fragment het leukste is als je helemaal niets over de context weet. Maar ik was nieuwsgierig en ging dus op zoek naar de herkomst ervan. (Klik op ‘Show‘ om hier meer over te lezen.) [spoiler]Het blijkt een fragment te zijn uit de DVD “Live Zabor” (fragment start rond 6min20′), een film over Björks vroegere band The Sugarcubes. De DVD werd uitgebracht in 2006, maar de concertbeelden zijn opgenomen in 1988. Ik vermoed dus dat ook bovenstaand fragment uit 1988 is; in elk geval gingen The Sugarcubes uiteen in 1992, wat betekent dat het fragment in elk geval meer dan twintig jaar oud is. (In 2006 hield de groep wel nog een reünieconcert om de twintigste verjaardag van hun eerste single te vieren. Vandaar dus waarschijnlijk dat ook de DVD in 2006 werd uitgebracht.) Björks uitleg over televisie is ongetwijfeld humoristisch bedoeld, aangezien ook de andere bandleden dit soort komische monologen houden op de DVD. Eén van hen begint met: “Planets, they are lovely. They are like people.” (“Planeten zijn fijn. Ze zijn net als mensen.”) Iemand anders onthult zijn theorie over de staat Alabama. Je ziet dus een consequent gebruik van dezelfde surrealistische schooltelevisie-stijl.

Uiteraard heb ik ook proberen achterhalen welk boek Björk destijds gelezen kan hebben, maar ik heb geen Deens boek over televisietechniek uit de jaren tachtig kunnen vinden. Als je hier zelf nog achteraan wil gaan, dan geef ik je alvast deze tip: het Deens voor TV is ‘Fjernsynet‘ (en lijkt dus op het Duitse woord ‘Fernseher‘).[/spoiler]

Björk drukt uit hoe je de dingen als kind ziet: natuurlijk is een printplaat in kinderogen een stad met gras tussen de gebouwen. Wat zou het anders zijn? In de reacties wordt van Björk gezegd dat ze wereldvreemd is, of dat ze van een andere planeet komt, maar ik vind haar juist heel aards. Contact kunnen houden met de manier waarop aardse kindertjes de wereld om zich heen zien – zelfs al is het hier vermoedelijk komisch bedoeld – is een lovenswaardige prestatie.

[important]Ik denk dat dit ook iets is om na te streven in het onderwijs: al te vaak wordt er in de lessen fysica antwoord gegeven op vragen die leerlingen of studenten zich nog niet eens hebben gesteld. Het is beter (maar ook moeilijker en tijdrovender) om uit  te gaan van hoe jongeren het zien. Door hierop in te spelen, worden de lessen veel effectiever. “Aha, dat flatgebouw is dus een condensator? Leuk, dat wist ik niet!”[/important] (meer…)

Merkwaardige mediatraining

Zo eenvoudig mogelijk, MAAR niet eenvoudiger.Vorige week donderdag zag ik verlegen experts, die boeiend over hun onderzoek konden vertellen, veranderen in zelfverzekerde idioten bij wie geregeld de plaat bleef hangen. De viroloog kon enkel nog verdwaasd herhalen: “We doen onderzoek naar virussen die hele kleine kinderen heel erg ziek kunnen maken.” Als onderzoeker – dubbel gepromoveerd of niet – moet je tegenwoordig op bijles, anders gaat je werk niet ‘viral‘, en dat zou heel erg zijn. Daar zat ik dus met mijn notitieblokje in de aanslag.

De cursus was bedoeld als een cadeautje aan mezelf: ondanks een overvolle agenda wou ik eens één dag bewust bezig zijn met hoe ik nog beter over mijn werk kan communiceren. “Mijn blog en columns zullen er wel bij varen,” dacht ik en zo trok ik vol goede moed naar Den Haag.

Om mee te kunnen doen, had je een idee nodig waar je over wou gaan communiceren. Dat kwam goed uit, want ik heb veel ideeën! “Kansen kun je niet meten” werd mijn uitgangspunt. Toen ik het uitlegde, werd dit idee echter te moeilijk bevonden. Bovendien was de docent het er niet mee eens: “Kansen kun je wel meten, hoor. Daar weet ik toevallig heel veel over.”

Eerst hoopte ik nog dat dit bij het rollenspel hoorde. Ik maakte me op voor een leermomentje – wat haat ik dat woord! – rond het thema: hoe overtuig ik een betweterige journalist? Kalm en vriendelijk deed ik mijn uitleg over deze subtiele kwestie. Naarmate de dag vorderde, werd het me echter duidelijk dat het geen oefening was geweest. De docent bleef er tussen de opdrachten door op terugkomen. Hij zette mijn expertise aan de kant alsof het een meninkje was dat zo van tafel geveegd kon worden. Dat vond ik apart. Tegen de viroloog zei hij toch ook niet: “Die virussen zijn helemaal niet zo gevaarlijk, hoor. Daar weet ik toevallig heel veel over.” Zijn expertise werd niet betwijfeld, omdat die zweemde naar witte jassen en petrischalen. Zelfs de docent wist dat je zoiets beter niet van tafel veegt. Stel je voor dat er iets besmettelijks in zit, zeg!

Misschien denk je dat ik inmiddels witheet van woede was, maar ik kan op dit soort momenten juist verrassend kalm blijven. Wel besloot ik halverwege om een ander onderwerp te kiezen. Mijn nieuwe onderwerp werd: “Het gebruik van computersimulaties in de filosofie”. Deze herkansing bleek een voltreffer, aangezien dit idee kon worden opgeklopt tot: “Na tweeduizend jaar eindelijk doorbraak in de filosofie!”

Homo homine lupus est.Toch was mijn lijdensweg hiermee nog niet ten einde. In een oefeninterview ontstond er consternatie doordat ik me in mijn rol als filosoof niet als wetenschapper wou profileren. Niet enkel de docent, maar ook de viroloog en de andere wetenschappers steigerden nu. De roedel wolven had bloed geroken en kwam schuimbekkend op me af. Er was nog één andere filosoof aanwezig, die zich bovendien in de terugkeer van de wolf in Nederland had verdiept. Hij nuanceerde: of filosofie een wetenschap is of niet, dat hangt van je houding ten aanzien van filosofie af. Hij haalde er zijn schouders bij op, alsof hij erbij wou zeggen: maar dat is mijn mening, hoor, huil rustig verder met de meute. Gelukkig was toen mijn oefentijd om en hield de docent zich strikt aan zijn schema.

Ik heb dus veel geleerd op deze dag, al was het niet datgene wat er in het programma aangekondigd stond. De docent raadde me aan om nog eens een mediatraining te volgen. Hij zag dat ik het nodig had.

Plagiaatscanner

Aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt een plagiaatscanner gebruikt.Over enkele uren – klokslag middernacht – verstrijkt voor mijn studenten van het vak “Philosophy of Probabilityde deadline voor hun vierde en laatste essayopdracht. Ik ben elke keer nieuwsgierig naar wat ze inleveren. Het zijn allemaal Master-studenten, maar sommigen hebben filosofie gestudeerd, terwijl anderen een achtergrond hebben in de wiskunde (met name kunstmatige intelligentie). Dit levert zeer gevarieerde onderwerpkeuzes op, wat het voor mij natuurlijk des te aangenamer maakt om alles na te lezen.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt Nestor als elektronisch leerplatform gebruikt. (Nestor draait op de software van Blackboard, die aan veel universiteiten gebruikt wordt.) Voor mijn cursus gebruik ik het e-platform vooral om presentaties en handouts te archiveren, zodat de studenten mijn dia’s rustig kunnen herbekijken. Ook beschikken de deelnemers die helemaal niet aanwezig kunnen zijn bij een les zo toch over al het gebruikte materiaal.

Sinds dit jaar vraag ik mijn studenten om hun schrijfopdrachten via Nestor in te leveren. Dit betekent onder andere dat mijn mailbox nu niet langer overspoeld raakt bij elke deadline. Enkel dringende vragen komen nog in mijn inbox terecht, zoals wanneer een student twijfelt of een bepaald onderwerp wel voldoende aansluit bij de huidige schrijfopdracht. Intussen staan de al ingeleverde taken rustig op een rij te wachten om door mij beoordeeld te worden.

Via dit systeem gaan de ingestuurde teksten bovendien door een plagiaatscanner (van Ephorus), waarvan ik dan automatisch een rapport te zien krijg. De plagiaatscanner wordt vooral gebruikt als preventieve maatregel: plagiaat ontmoedigen door studenten het gevoel te geven van een grote pakkans. Dat neemt echter niet weg dat de scanner het prima doet, want hij pikt citaten en referenties, die uiteraard ook in andere bronnen voorkomen maar geen plagiaat zijn, er feilloos uit. Gelukkig heb ik tot nu toe nog niemand op echt plagiaat kunnen betrappen.

Wat preventieve maatregelen betreft, doet de universiteit van Bergen het ook niet slecht. Zij lanceerde (in 2010 al) onderstaand filmpje “Et Plagieringseventyr“: “Een plagiaatavontuur”, een kerstvertelling in de stijl van Dickens met Engelstalige ondertitels.

Vannacht zwengel ik de plagiaatscanner dus nog één keer aan. Laat ons hopen dat ik daarna niet wordt bezocht door de geesten uit bovenstaand filmpje.

Intussen, achter de schermen…

Inmiddels zit mijn kraamverlof erop en is mijn nieuwe Veni-projectInexactness in the exact sciences” van start gegaan. Voorlopig is het hier op mijn blog nog rustig, maar achter de schermen ben ik druk aan het plannen voor toekomstige stukjes.

Volgende week begint mijn vak “Philosophy of Probability” voor Master-studenten van de Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf dan mag je dus ook weer nieuwe berichten over kansrekening verwachten. Als reclame voor mijn vak heb ik alvast twee posters gemaakt in de stijl van oude, Amerikaanse sciencefiction-tijdschriften en dit met behulp van de Pulp-O-Mizer (via).

Poster voor 'Philosophy of Probability'.

Poster voor ‘Philosophy of Probability’

Poster voor 'Philosophy of Probability'.

Poster voor ‘Philosophy of Probability’

Laat gerust weten wat je van deze retro-futuristische posters vindt, of als je zelf een cover hebt gemaakt met de Pulp-O-Mizer.