Tag Archief: plezier

Nieuwsflits: Opticafoto van de dag

Toen mijn zoontje twee maand oud was, maakte ik een foto van zijn oog. Daar maakte ik toen dit fotoraadsel van: de vraag was hoe de regenboogkleurige ‘wolken’ ontstonden. De oplossing stond hier.

Deze foto is nu de “opticafoto van de dag” (“Optics Picture of the Day “) op de website van Les Cowley, “Atmospheric Optics“. Meestal staan er foto’s op van atmosferische verschijnselen, zoals regenbogen en halo’s, maar mijn binnenhuisopname haalde de selectie dus ook. :-)

Dit is een permanente link naar de pagina, dit is het huidige beeld van de dag en dit is de volledige lijst met voormalige dagfoto’s.

Beeld van de dag.

Opticafoto van de dag.

Les Cowley beschrijft de opname als volgt:

“Babyoog ~ De dunne traanfilm over een helder babyoog reflecteert de wereld en voegt een laag interferentiekleuren toe. De pupil is donker, ondoorgrondelijk, de wereld absorberend en lerend. De blauwe iris, mysterieus.

Sylvia Wenmackers nam een foto van haar zoon toen hij net iets meer dan twee maand oud was.”

(Dat is althans mijn vertaling van zijn tekst: “Baby’s Eye ~ The thin tear film over a baby’s clear eye reflects the world and adds a layer of interference colours. The pupil is dark, imponderable, absorbing all the world and learning. The blue iris, mysterious. Sylvia Wenmackers pictured her son when he was just over two months old.“)

Daaronder geeft hij nog wat uitleg over de optica: hoe interferentiekleuren ontstaan, wat de iris is en waarom die bij de meeste baby’s blauw is. (Een korte versie dus van wat ik in de oplossing van het fotoraadsel beschreef.)

Uiteraard ben ik Les Cowley dankbaar om mijn foto in zijn collectie op te nemen. Verder wil ik ook Drabkikker bedanken omdat hij me in een reactie attent maakte op Cowleys mooie website, waarna ik besloot om zelf ook eens een foto in te zenden.

Vrije kuur in andersom denken

Ballon.Met helium gevulde ballonnen zijn leuk, maar ik ga er wel raar van dromen!

Helium (He) is zeer nuttig voor de wetenschap (gasvormig helium als inerte atmosfeer en vloeibaar helium om experimenten te koelen; CERN is dan ook een grootverbruiker), maar de wereldwijde reserves raken stilaan uitgeput. Toch wordt dit edelgas ook nog altijd gebruikt om ballonnen te vullen, waaruit het gestaag weglekt: ’s ochtends hangt de ballon nog aan het plafond en ’s avonds niet meer. (Het helium is er natuurlijk nog wel, maar eens vermengd met de lucht is het niet meer te recupereren voor menselijke toepassingen.)

Dat brengt me bij mijn stelling van vandaag:

Als er een met helium gevulde ballon in huis is, ben je moreel verplicht er zo veel mogelijk mee te spelen.

Vorige week kreeg mijn zoontje zo’n ballon mee als afscheidscadeautje van een ander kind bij de opvang. En daar hebben we inderdaad volop mee gespeeld! :-)

Op weg naar huis mocht de ballon naast de autostoel tegen het plafond drijven. Ik zag hoe de ballon naar de binnenkant van de bocht helde bij elke afslag en glimlachte dankbaar voor deze mooie illustratie van traagheid van de omringende lucht.

Thuis hebben we ons geoefend in het “andersom denken” – bijvoorbeeld dribbelen tegen het plafond in plaats van op de vloer. Daarbij dacht ik aan de luchtbel in een waterpas en gatengeleiding in halfgeleiders, terwijl de peuter op de grond dubbel lag van het lachen. En toen de ballon niet meer genoeg helium bevatte en naar de vloer begon te zinken, heb ik eerst het touwtje verwijderd en daarna zelfs het stukje rubber onder de knoop afgeknipt om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Daarna zonk de ballon onverbiddellijk en daarmee was de kous af – ware het niet dat ik vorige nacht wakker werd en me deze droomgedachte herinnerde:

“Elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Het was weer een geval van nachtelijke beroepsmisvorming. Blijkbaar is er in mijn hoofd iets gaan gisten over het elektronmodel van Lorentz enerzijds (dat in het proefschrift voorkomt dat ik vorige week gelezen heb) en die heliumballon anderzijds. Het resultaat van dit gistingsproces was uiteraard klinkklare onzin. De premisse is fout en zelfs de conclusie is niet logisch: de meeste dingen worden lichter als ze uitdrogen, dus waarom zouden ze dan nog vallen? Dat moet een restant zijn van die vrije oefening in “andersom denken”, besefte ik later.

Onzin kan even leuk zijn om mee te spelen als een ballon gevuld met een niet-recupereerbaar edelgas. Nu kan ik eindelijk een eigen variant bedenken op de onzinnige “verklaringen” die de vader in “Calvin and Hobbes” geeft als antwoord op de wetenschappelijke vragen van zijn zoontje (zie deze verzameling).

Calvin's dad explains science.

De vader van Calvin geeft antwoord op wetenschappelijke vragen. (Auteur: Bill Watterson; via.)

Ik stel het me zo voor: het is een droge winterdag en dan ontspint zich volgend gesprek.

  • “Waarom knispert de vloerbedekking als ik erop loop, mama?”
  • “Omdat de vloerbedekking dan statisch geladen wordt, jongen.”
  • “Waarom wordt de vloerbedekking dan statisch geladen, mama?”
  • “Omdat…”
    *herinnert zich droom*
    “Wel jongen, elektronen zijn normaal een beetje vochtig. Als ze opdrogen, vallen ze uit de lucht.”

Zou een kind daarmee tevreden zijn, denk je? Of gaan ze dan vragen wat elektronen zijn?

Bij nader inzien zal ik me toch maar aan de wetenschappelijke versie houden. Hopelijk zijn er over een paar jaar nog steeds heliumballonnen te koop en kan ik de demonstratie in de auto nog eens overdoen.

Laat die waarom-fase maar komen! :-)

Zomercollage

Mijn blogpauze heeft wat langer geduurd dan aanvankelijk de bedoeling was. Eerst was er veel werk, dan twee weken vakantie en dan terug werk om in te halen. Er bleef gewoon geen tijd over om hier verslag te doen van de vele indrukken die ik in deze periode opdeed! Daarom maak ik nog eens een overzichtsblog.

Uiteraard waren en veel mooie momenten en gelukkig heb ik van sommige ook foto’s gemaakt. Nu heb ik enkele van die beelden gegroepeerd in vijf collages (van telkens drie foto’s) en nog één losse foto. Zestien zomerfoto’s dus en ze hebben zelfs een gezamenlijk thema: “met het hoofd in de wolken”.

Cyanometrie.

Blauwe-hemelcollage. Onderaan links en rechts: cyanometrie (blauwheidsmeting) met behulp van verfkeuzestrookjes. Ik deed deze meting op twee dagen waarop ik het het fenomeen van Scheerer duidelijk kon zien. Bovenaan: iets voor zonsondergang zag ik deze roze wolken tegen een blauwe achtergrond.

De lucht is niet altijd even blauw en het was mijn bedoeling erachter te komen bij welk blauw het fenomeen van Scheerer het beste te zien is. Het idee om dit aan de hand van verfkeuzestrookjes te “meten” haalde ik bij een kunstproject: cyanoblog. Als je wil weten in welke kleur je je plafond moet schilderen om echt hemelsblauw te zijn, dan moet je het maar laten weten: ik heb de codes genoteerd! :-)

De lucht was lang niet altijd blauw deze zomer, maar dat geeft niet: wolken en regenbogen zijn ook mooi!

Hemels.

Hemelse collage. Bovenaan links: op deze overbelichte foto lijkt onze lieve bengel een engelachtige gloed uit te stralen. (Ooit ga ik de handleiding van dit fototoestel inkijken.) Bovenaan rechts: donzige wolken tegen valavond. Onderaan: de wolk onder deze (dubbele) regenboog lijkt mij een prima habitat voor een kolonie troetelberen.

Ja, ik kijk al eens graag naar de wolken. :-) Ik zie er geregeld leuke taferelen in (laatste waarneming: olifantenmoeder met jong), maar net zo goed kan ik van de kleurencombinaties of abstracte composities genieten. Als de Cloud Appreciation Society nog niet bestond, zou iemand haar moeten oprichten. En als er nog geen Wolkenatlas was (zie ook hier), zou ik stilaan genoeg fotodocumentatie hebben om er zelf één te beginnen.

Drie.

Gezinscollage. Vader met keu. Moeder met ijsje. Kind met trein. Alle drie in ons element. :-)

Het mooiste aan de midzomervakantie was dat we alle drie samen thuis waren. Er zijn weinig foto’s waar we samen opstaan; ter compensatie heb ik een collage gemaakt van een fijn moment voor elk van ons.

We hadden de dagen niet op voorhand volgepland. Ik had wel een lijstje gemaakt met ideeën, zowel voor leuke als voor nuttige activiteiten. We hebben uiteindelijk meer leuke dan nuttige dingen gedaan en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad.

We gingen bijvoorbeeld eens poolen (8-ball), in hetzelfde café waar ik dat als achttienjarige deed. Ik heb nog steeds hetzelfde probleem met openen: de witte bal gaat dan bijna altijd mee in de pocket. :-( Verder is onze toegepaste kennis van de klassieke fysica hiermee weer op een acceptabel peil gebracht. O ja, een foto die Danny daar maakte doet nu dienst als hoofdafbeelding van mijn blog (zie boven).

Schattenjacht.

Schattenjachtcollage (geochaching). Linksboven: wandel-gps in kompasmodus tijdens een puzzelcache. Rechtsboven: waterjuffer. Onderaan: drie klavertjes-vier en twee klavertjes-vijf gevonden. Ik heb er geen geplukt, enkel een foto van gemaakt. Geocoördinaten verkrijgbaar op aanvraag! (Ik zou volgend jaar eens terug willen gaan kijken of er op die plek opnieuw staan.)

Verder trokken Danny en ik er met ons twee op uit om een namiddag te gaan geocachen. Dat was al lang geleden, maar wel iets dat ik vaker wil gaan doen (met ons drie, als ons zoontje wat groter is).

Uitdagingen.

Verrassingscollage. Linksboven: we kochten een tweedehandskast die -verrassing!- net niet via de trap naar boven kon. We lieten een liftwagen aanrukken: zeer intrigerend voor de peuter! Linksonder: na tien jaar ben ik erachter gekomen dat -verrassing!- mijn auto toch een reservelampje heeft. Hoeveel tankbeurten had ik kunnen uitsparen in een decennium? Rechts: tijdens het spel willen de zeshoekige steentjes van Tantrix niet altijd meewerken, daarom leggen we na afloop dit soort figuren. En wat het precies wordt is voor ons ook steeds een verrassing.

Soms gebeurden er ook echt onverwachte dingen. Dat is niet altijd positief, maar kleine oneffenheden zijn vaak wel in positieve zin om te buigen.

Er gebeurden natuurlijk nog heel wat andere dingen waar geen foto’s van zijn – werkgerelateerde dingen vooral (behalve natuurlijk de togaselfie). Het lief zei “ja” op een uitnodiging om begin volgend jaar te gaan spreken in Florida. Ik zei dan weer “nee” op een uitnodiging om te gaan spreken in New York. Ik zei trouwens “nee” op wel meer dingen. (Hoewel me dit telkens moeite kostte, heb ik nog van geen enkele nee spijt.)

Bijzon.

Bijzonder: geen collage. In het echt was het duidelijker, maar ik wou deze foto van twee bijzonnen er toch graag bij hebben. Het gaat om de twee regenboogkleurige vlekjes op dezelfde hoogte als de zon en op gelijke afstanden er links en rechts vandaan.

Zo, verslag doen van anderhalve maand in één blogbericht – dat is dus mogelijk. :-)

Kermisgeld

3D-penIk verdien al meer dan tien jaar mijn eigen kost. Toch krijg ik van mijn ouders soms nog snoepgeld, zoals deze week voor mijn verjaardag. Op de kermis die KickStarter heet, gaf ik alles uit bij het kraam van LIX, een pen waarmee je in drie dimensies kunt schrijven! Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Dat zullen we over een paar maanden zien.

De pen werkt zoals de kop van een 3D-printer. De pen wordt gevoed via een USB-aansluiting en verwarmt een buisje plastic, waardoor die vloeibaar wordt en je ermee kunt “schrijven”.

Het KickStarter-project heeft zijn financieringsdoel al gehaald, dus kan ik er vrij zeker van zijn dat er een pakketje mijn kant op komt. Tenzij er nog onverwachte problemen opduiken, doordat er nu een grote productie vereist is en de makers zelf het project annuleren. (Er zijn trouwens nog twee weken om het project te steunen en dus ook een pen te krijgen, maar de goedkope opties zijn er wel tussenuit.)

Ik verwacht geen wonderen van dit ding, maar hoop toch op enkele leuke experimentjes. De tetraëder in deze demonstratie werkt bijvoorbeeld inspirerend, want ik ben nog steeds bezig met een project over viervlakken (waarover binnenkort meer). En waarschijnlijk kan mama zo’n pen ook wel gebruiken voor een creatief project bij haar handwerkclub.

Als ik de pen inderdaad in handen krijg, komen de resultaten uiteraard op mijn blog.

Wat zou jij maken met zo’n pen?

Voldoening (vier observaties over 2048)

[notice]Waarschuwing: niet lezen als je vatbaar bent voor verslavende computerspelletjes.

Als je het spel 2048 nog niet geprobeerd hebt en er wel nieuwsgierig naar bent, maar echt geen tijd te verspillen hebt, speel dan eens de parodievariant 4 en probeer 16 te maken (door na het halen van 4 ‘keep going‘ te klikken). 2048 is nagenoeg hetzelfde, maar dan op een veld van vier bij vier en het doel is 2048 te halen. (2048 is de elfde macht van twee, dus zelfs als je perfect speelt duurt dat iets langer om te halen dan vierde macht van twee.)

Ben je al verslaafd geraakt aan de originele versie van 2048? Laat dit dan een troost zijn: je bent niet de enige.[/notice]

2048.Zoals vele anderen leerde ik 2048 kennen via de xkcd-cartoon op woensdag. Ik wist niet waar “2048” naar verwees en zocht het op: dat was mijn eerste fout. Ik zag dat het een spelletje was en klikte toch op de link: dat was mijn tweede fout.

Ja, ik ben vatbaar voor verslaving aan dit soort futiele spelletjes. Dat weet ik van mezelf, waardoor ik er meestal met een wijde boog omheen loop. Meestal, maar afgelopen week dus niet. Het was echt een moment van zwakte, want de vorige keer dat ik in de ban ben geraakt van zo’n spelletje was al bijna twee jaar geleden. (Toen was het het flipperspel Snowball.)

Gelukkig heb ik 2048 zaterdag uitgespeeld en kan mijn gebruikelijke productiviteit zich dus herstellen. Om de tijd die ik besteed heb aan het spelen te rationaliseren, schrijf ik er een blogpost over. (Dit is uiteraard een drogreden.)

Zie hier, mijn vier observaties over 2048.

“Misschien lopen we viooltjes voorbij in onze speurtocht naar rozen.

Misschien zien we voldoening over het hoofd op zoek naar de overwinning.”

Bern Williams*

Observatie 1: Voldoening gaat aan de overwinning vooraf.

Het doel is 2048 halen, maar dat is niet het moment van de grootste voldoening. Wat mij betreft ziet het echte gouden moment er zo uit:

Net voor de laatste stap.

Zo zag het speelveld er zaterdag uit, net voor de laatste beweging.

Observatie 2: Enkele keren spelen en dan stoppen loont.

De volgende dag gaat het vaak beter. Ik heb de indruk dat oefenen en er een nachtje over slapen echt helpt om beter te worden in dit soort spelletjes – en ook nuttigere vaardigheden trouwens. Stoppen is even moeilijk als essentieel.

Observatie 3: Met de training komt de snelwegtrance.

Je speelt op automatische piloot, klikt intuïtief. Het lijkt alsof je geen beslissingen moet nemen en alles vanzelf gaat. Het voelt alsof de velden transparant worden en weerstandsloos in elkaar schuiven. Tot er een situatie opduikt waar je automatismen niet op zijn getraind; dan word je weer alert.

Het is zoals autorijden. De eerste keer dat je met een auto rijdt, kun je je ook niet voorstellen dat je ooit een gesprek kunt voeren terwijl je al stuurt en schakelt en op de weg moet letten. Toch ontsnapt na verloop van tijd niemand aan de snelwegtrance. Als je een bepaalde route een paar keer heb gereden, lijkt het op den duur of het altijd rechtdoor is. Juist als je de weg zo goed kent dat je er niet meer bij na moet denken, wordt het moeilijk om iemand de weg te wijzen. Juist als je de pedalen zo in je voeten hebt dat je er niet meer bij nadenkt, wordt het moeilijk om iemand anders te leren schakelen. (Zoals ik ook al schreef in verband met spreken voor publiek kunnen we vaak het meeste leren van iemand die slechts een beetje beter is dan wijzelf.)

Observatie 4: Pas als je het einddoel gehaald heb, kan de verslaving stoppen.

Als je er net zo vatbaar voor bent als ik, komt erop aan jezelf te genezen van de verslaving door zo snel mogelijk te leren het spel uit te spelen. Dit laten doen door een (niet zelf geprogrammeerde) AI geeft geen enkele voldoening, maar tegen het gebruiken van tips om zelf efficiënter te spelen heb ik geen bezwaren.

Dit was de tip die ik vond: [spoiler]Hou het veld met de hoogste waarde in een hoek. Toen ik de tip toepaste, kreeg ik er gevoel voor waarom dit een goed idee was: zo ontstaat er een soort gradiënt van lagere waarden naar hogere waarden (in de richting van die ene hoek, bij mij rechtsboven). Aangezien er altijd lage velden bijkomen (tweeën en vieren) worden lagere velden min of meer automatisch hoger. Daarbij is het handig als de velden in oplopende volgorde geranschikt zijn: op een gegeven moment wordt een ‘lager’ veld gelijk aan een ‘hoger’ veld en dan kun je ze combineren. (Het is precies door deze gradiënt dat het in een snel trancespel voelt alsof de velden transparant zijn.) Eventueel ontstaat er zo zelfs een prettige kettingreactie.

Ik probeerde een gradiënt te maken in twee richtingen: zowel van links naar rechts als van onder naar boven. Dit geeft mooi symmetrische verdelingen. Misschien is het mogelijk om zo de 2048 te halen, maar mij is het met deze methode niet gelukt (al ben ik meermaals mee tot 1024 geraakt). Bij nader inzien is het helemaal niet efficiënt: je werkt zo in feite naar drie kopieën van 1048 toe (eentje in de rechterbovenhoek, eentje er net onder en eentje er net links van), terwijl je er maar twee nodig hebt. Hierdoor raakt het rooster al snel te vol en is het spel uit voor je aan 2048 raakt.[/spoiler]

Mijn aangepaste versie van deze tip is drieledig: [spoiler]Ten eerste: hou het veld met de hoogste waarde altijd in een hoek. (Soms kun je echt niet anders, maar laat je verder nooit verleiden door een stap die tijdelijk voordeel lijkt op te leveren, maar waarvoor je de hoek moet opgeven – nooit.)

Ten tweede: bouw één wachtrij met van laag naar hoger gerankschikte velden om naar dit doelveld toe te werken. Probeer deze lijn steeds gevuld te houden (met vier verschillende waarden). Op die manier kun je in de twee parallelle richtingen van de lijn spelen zonder de hoek te verliezen en loodrecht erop (naar de lijn toe). Je gebruikt dus maar drie van de vier pijltjes toetsen.

Ten derde: gebruik de vrije lijn naast de wachtlijn om velden in de wachtrij op te hogen. Op den duur leer je hoe je de positie en de waarde kunt regelen. Dit kan ik niet zo goed uitleggen; daarvoor heb ik het al te veel gespeeld. ;-)[/spoiler]

Na het behalen van 2048 dreigt er een leegte. Gelukkig is er dan 2048 in 3D (niet eens zo moeilijk als je al vertrouwd bent met de gewone, 2D variant)! En daarna 2048 in 4D.

Of had ik dat beter niet kunnen zeggen?

* Dit citaat las ik ooit in een Nederlandstalige versie van het maandblad Reader’s Digest. (Een buurvrouw gaf die boekjes telkens aan mij door en ik verzamelde er citaten uit.) Dit citaat sprak me aan omdat ik meer van viooltjes hou dan van rozen. Ik heb het nu opgezocht en het is blijkbaar een vertaling van: “We may pass violets looking for roses. We may pass contentment looking for victory.” Zelf zou ik ‘contentment‘ als tevredenheid vertalen, wat gelijkmoediger is dan voldoening, maar dan past het citaat niet meer bij dit bericht, dus heb ik de vrije (maar mooie) versie van een onbekende vertaler behouden. De Engelstalige versie van het citaat heb ik trouwens in een bundel van Reader’s Digest stukjes kunnen terugvinden en blijkt uit 1996 te zijn. De originele bron (en dus context) van het citaat heb ik helaas niet kunnen vinden.

Aanvulling, 12u op 25 maart:

Dit is een leuk overzicht. Hierin staat ook een link naar een variant met drieën.

Fysikaatje en Logikaatje

Fysica heeft dezelfde klinkers in dezelfde volgorde als Sylvia.Opeens besefte ik dat alle morosofen die ik ken (bijvoorbeeld omdat ze mij vreemde e-mails sturen) mannen zijn. Daar moet iets aan gebeuren! Omdat ik geen tijd heb om audities te organiseren voor een waandenkster (maar spontane sollicitaties lees ik met een glimlach), ga ik vandaag zelf de morosofische toer op.

Hou je klaar voor een vleugje woordmagie (het moeten niet altijd getallen zijn) en voorname onzinverklaringen voor het feit dat ik ooit fysica ben gaan studeren. (Waarom Shixie fysica ging studeren, zag je hier.)

  • Fysica is één van de weinige beroepen waarin je – als vrouw althans – je vakgebied bent: “Hallo, ik ben fysica, want ik doe aan fysica”. Intussen ben ik trouwens logica in bijberoep, want sinds vorige maand heb ik een publicatie in een logica-tijdschrift.
  • Fysica was het enige vakgebied met dezelfde klinkers in dezelfde volgorde als mijn voornaam. “Hallo, ik ben Sylvia en fysica,” zei ze, niet geheel onzeugmatisch. Nomen est omen.
    Aangezien Sylvia van oorsprong een Latijnse naam is, is het eigenlijk wat vreemd dat die met een ‘Griekse y’ wordt gespeld. (Rhea Silvia kon het zonder, maar er zou een Griekse variant zijn: Xylia.) (Fysica is natuurlijk ook via het Latijn tot bij ons gekomen, maar daarbij is het duidelijk dat de oorsprong Grieks is – denk maar aan het gelijknamige werk van Aristoteles.) Wat zou er van mij geworden zijn zonder die letter y? (In het zesde leerjaar zat ik bij twee Silvia’s in de klas en zij zijn alvast geen fysica geworden.)
    Overigens hadden mijn ouders als jongensnaam Vital in gedachten, dus die zou – louter om klinkertechnische redenen – in een skihal aan de slag zijn moeten gaan.
  • Het voorgaande is uiteraard klinkklare onzin. (En voor natuurkunde geldt het helemaal niet, dus dat unieke woord bannen we voor vandaag.) Als ik Kaatje had geheten, had ik ook wel een excuus gevonden om fysica te gaan studeren. Dan was ik fysicaatje geworden. Of misschien toch een logicaatje. In elk geval had ik dan halsstarrig vastgehouden aan de intussen achterhaalde progressieve spelling, zoals in de titel van dit bericht.

Inmiddels werk ik toch al even in de filosofie, maar dan wel in de vakgroep theoretische filosofie, dus het blijft qua klinkers behoorlijk harmoniëren mijn voornaam, want bij ons is alles… analytisch. :-)

Zo, dat zijn wel genoeg waangedachten voor één dag. Of doet nog iemand een poging?

Optische illusie met de Schone Slaapster

Je hebt vast al voorbeelden gezien van onopzettelijke optische illusies. Op het internet doen dit soort afbeeldingen het altijd goed. Een bekend voorbeeld (dat begin 2012 de ronde deed) is onderstaande foto van een koppel dat samen de krant leest en waarvan het niet meteen duidelijk is wie zijn armen om wie heeft geslagen.

Onopzettelijke optische illusie.

Onopzettelijke optische illusie. (Bron afbeelding: op reddit en op imgur.)

Hier moest ik aan denken toen ik samen met mijn zoontje in een oude Disney-omnibus zat te bladeren: ik heb het laatste plaatje bij het sprookje van “De Schone Slaapster” altijd vreemd gevonden en nu zie ik pas waarom! Ik heb dat plaatje ingescand en er een Engelstalige beschrijving naast geplakt.

Optische illusie in Disney-versie van de Schone Slaapster.

Optische illusie in Disney-versie van het klassieke sprookje “De Schone Slaapster”. De koning kijkt verbaasd als zijn dochter, Doornroosje, haar moeder, de koningin, omarmt. (Op basis van een scan uit een Nederlandstalige Disney-omnibus uit 1973.)

Zo, deze oude tekening is helemaal klaar om het internet te veroveren. ;-)

Aanvulling (januari 2014):

Nog een illusie in dit genre.

Onmogelijk viervlak

Onmogelijk viervlak.Een tetraëder is een ruimtelijke figuur: een viervlak waarvan de zijvlakken vier driehoeken zijn. Meestal bedoelt men met ‘tetraëder’ trouwens het regelmatige viervlak: een Platonisch lichaam dat bestaat uit vier gelijkzijdige driehoeken. In één van mijn huidige onderzoeksprojecten spelen regelmatige tetraëders een centrale rol, maar dat werk is nog niet rijp om hier onthuld te worden. Wel zul je begrijpen dat ik op dit moment nadenk over verschillende manieren om een driedimensionale tetraëder zo duidelijk mogelijk op een tweedimensionaal blad te tekenen.

In meetkundige plaatjes kunnen extra constructielijnen (zoals een hoogtelijn) helpen om een illusie van diepte te creëren. Op een webpagina kan een bewegend plaatje van een draaiende tetraëder uitkomst bieden. Op de Engelstalige Wikipedia-pagina over Platonische lichamen hebben ze ervoor gekozen om bij elk plaatje van een regelmatig lichaam een link naar zo’n animatie plaatsen. In het geval van de tetraëder blijkt deze animatie aanleiding te kunnen geven tot een optische illusie. Het plaatje werd – zonder veel uitleg – geplaatst op “Mightly Optical Illusions. Daar liet ik al een reactie achter, maar het leek me leuk om er zelf ook een blogstukje over te schrijven.

Regelmatig viervlak.

Regelmatig viervlak. Door afwisselend links en rechts naast de onderste hoek te kijken, kan het lijken of de figuur van draairichting verandert. (Bron afbeelding.)

Als we een driedimensionale figuur op een tweedimensionaal vlak weergeven, verliezen we diepte-informatie. Hierdoor kan er een optische illusie ontstaan, die lijkt op andere ambigue (of reversibele) figuren, zoals de Necker-kubus. Een tekening van een tetraëder kan een gelijkaardige ambiguïteit veroorzaken, waarbij het van één van de vertices (hoeken) niet duidelijk is of die in of uit het scherm wijst.

Om ons te helpen om de lijntekening als een driedimensionale figuur te interpreteren, zijn de zijvlakken van de tetraëder halftransparant ingekleurd. Toch laat de kleuring op zich nog steeds twee interpretaties toe: als je een bepaalde hoek als naar voren gericht interpreteert, draait de figuur de ene kant op; als je de hoek interpreteert als naar achter gericht, draait de figuur de andere kant op.

Op die manier lijkt de animatie dus sterk op illusie van de draaiende danseres, waarbij de schijnbare draairichting ook kan omkeren. Toch is er een verschil: omdat we hier niet met een lijntekening of silhouet te maken hebben, is er bij het draaiende viervlak weldegelijk een juiste zienswijze.

Het viervlak draait van rechts naar links. Dit kun je zien doordat de zijvlakken halftransparant ingekleurd zijn, waardoor een ribbe minder donker is wanneer die zich achteraan bevindt. Bovendien draaien alle andere Platonische lichamen op Wikipedia ook in diezelfde richting.

Het halftransparant inkleuren en het laten draaien van de figuur zijn bedoeld om de tetraëder zo correct mogelijk weer te geven. De optische illusie treedt hier dus onbedoeld op. Wel kun je deze onopzettelijke illusie gebruiken als inspiratie voor een andere illusie: een onmogelijk viervlak – een soort kruising tussen een onmogelijk driehoek (of Penrose-driehoek) en een onmogelijke kubus. Vreemd genoeg vond ik daarvan slechts één schets online (hier). Daarom heb ik geprobeerd om zelf wat onmogelijke tetraëders te creëren: zie het kleine plaatje bovenaan en de grotere afbeelding hieronder.

Het is maar spielerei; zo heb ik de schetslijnen met opzet laten staan. Ook heb ik de balken bij het kleine plaatje bovenaan wel een dikte gegeven (net zoals bij een onmogelijke kubus), maar bij de grotere tekening onderaan niet. Welke vind jij het duidelijkst?

Onmogelijk viervlak.

Eigen tekening van een onmogelijk viervlak.

Tot slot nog een weetje over de tetraëder. Wij associëren de firmanaam “Tetra-Pak” tegenwoordig vooral met hun balkvormige brikken, maar wist je dat hun eerste verpakking voor melk tetraëdrisch was? Vandaar dus de naam! :-) Haribo, Jelly Belly en andere snoepfirma’s verkopen soms nog kleine snoepverpakkingen die zo’n viervlak vormen; klik hier voor een voorbeeld.

De evolutie van een blogestafette

Liebster Blog Award.Ik heb een stokje gekregen van Michel – een soort kettingbrief voor bloggers. Nieuwsgierig als ik ben, onderzocht ik waar het stokje vandaan kwam. Ik kon zestien stappen terugklikken in deze estaffe, tot in augustus 2013. Daar loopt het spoor dood, bij een Brits modeblog zonder zoekfunctie.

Dit is het laatste stuk van de ketting, van recent naar langer geleden: MichelElkeGuidoSabineBlogtrommelMarthaLauraJanineMichelleMervetRominaSashaKateMadisonGabriella-(Kathleen). Dit stokje circuleerde zestien stappen geleden tussen Engelstalige blogs en is elf stappen geleden door Romina zowel in het Nederlands als in het Engels beantwoord; vanaf dan heeft het in Nederland en België rondgetoerd.

Van aan de eerste traceerbare link bij Gabriella (bij Kathleen vind ik immers de relevante pagina niet) tot en met Blogtrommel wordt dit stokje consequent de “Liebster Award” genoemd. Er zijn regels en plaatjes en overal is het een beetje feest! Bij Sabine gaat een deel van de informatie verloren; zij schrijft over “Iets over een Award.” en de verduidelijking (via Ester, die het stokje ook van Blogtrommel kreeg) “Aha, een doorgeefprijs! Een soort aanmoedingsprijs dus. Om te blijven bloggen.” Sabine verzint wel nieuwe vragen en Guido ziet ook nog in dat dit de “Liebster Award” is, maar besluit met “u mag dezelfde vragen nemen als de mijne, ‘t heeft al lang genoeg geduurd nu…” Omdat de regels van de “Liebster Award” sindsdien niet meer werden doorgegeven, zijn de vragen ook niet meer aangepast. Daarmee verloor het stokje iets van zijn oorspronkelijke flexibiliteit.

Dit is (een versie van) de regels voor de Liebster Blog Award.

Dit is (een versie van) de regels voor de Liebster Blog Award. Door ze als een figuur weer te geven, worden de variaties kleiner, zou je denken. Toch maken bloggers geregeld een eigen plaatje – bijvoorbeeld om beter bij hun bloglayout te passen, of omdat ze in een andere taal schrijven. En zo blijven de regels evolueren.

Ben ik de enige die deze mutaties interessant vind? Het lijkt me een plezierig onderzoeksproject om alle takken na te gaan en alle mutaties daarin in kaart te brengen. Helaas heb ik daar zelf de tijd niet voor, maar als iemand dat doet, of weet heeft van een website waar zoiets al gedaan is, stuur me dan zeker een link!

In mei 2012 heeft Sopphey de oorsprong van de “Liebster Award” proberen achterhalen en zij kwam uit bij een Duits blogbericht uit december 2010 (link). Op dat moment is het stokje vrij pover: geen gedoe met vragen, maar gewoon vangen en 3 tot 5 andere mensen nomineren. Het is duidelijk dat dit niet de oudste bron van de “Liebster Award” is en de echte oorsprong blijft dus in blogosferische mist gehuld. Heerlijk raadselachtig.

Sopphey merkt ook een mutatie op: eind 2010 moest de “Liebster Award” naar blogs gaan met minder dan 3000 volgers, terwijl Sopphey in 2012 te horen kreeg dat het er minder dan 200 moesten zijn. (Die laatste regel lijkt nu trouwens nog steeds een gangbare norm, al vermelden niet alle blogs de beperking; in bovenstaande versie van de regeltjes wordt dit bijvoorbeeld niet vermeld.)

Stokjes hebben veel met kettingbrieven gemeen: in beide gevallen neemt het aantal geadresseerden exponentieel toe in de tijd. Op den duur heeft iedere blogger het stokje al drie keer zien passeren en hebben alle mensen die het willen invullen dat al eens gedaan. Dan is het stokje op. Bij deze “Liebster Award” heb ik de indruk dat hij toch al lang meegaat, maar de laatste tijd is hij erg actief en juist dat is het teken dat het einde van zijn levensduur in zicht komt.

Het plaatje bij de Liebster Blog Award evolueert.

Het plaatje bij de Liebster Blog Award evolueert. (Er zijn varianten die nog veel meer van elkaar verschillen dan deze vier.)

De evolutie van de “Liebster Award” doet me denken aan een kunstproject “Seed drawings” van Clement Valla waarbij een keten mensen online (via Mechanical Turk, alwaar de deelnemers 2 dollarcent kregen voor hun bijdrage) werd gevraagd op hun scherm na te tekenen wat de vorige persoon had getekend. Het begint met een lijn – ook een soort stokje dus – in het midden van het scherm. De vorm blijft in de eerste stappen vrij goed behouden, maar al snel dansen de krabbels over het hele scherm. Ik vind het ook boeiend om te zien hoe sommige mensen duidelijk veel moeite doen om alle details zo getrouw mogelijk te kopiëren (en daardoor soms juist meer grilligheid introduceren), terwijl anderen zich er snel vanaf maken.

In dit filmpje op Vimeo kun je zo’n keten van 500 lijntekeningen zien; er is ook een filmpje waarbij er met een cirkel begonnen wordt. Clement Valla vergelijkt zijn “Seed drawings” met het kinderspel telefoontje. (Trivium: telefoontje wordt in het Engels ook Chinese whispers genoemd.) En ja, daar lijken die blog-estaffetes ook wel wat op. :-)

Hieronder een reportage uit 2011 van het BBC-programma “Bang goes the theory“, waarin Dr Yan het project herhaalt op een wetenschapsfestival en ondertussen de analogie met biologische evolutie uitlegt (link).

Dit is ook een goede gelegenheid om het werk van onderzoekers Nick Cheney, Robert MacCurdy, Jeff Clune en Hod Lipson te vermelden. In hun artikel uit juli van dit jaar schrijven ze over computersimulaties met kubusvormige blokken (onderverdeeld in 5 bij 5 bij 5, óf 10 bij 10 bij 10, óf 20 bij 20 bij 20 kleinere blokjes). Ze lieten deze blokken evolueren met als doel om tot een vorm te komen die zich zo snel mogelijk kan verplaatsen.

Er waren twee spelregels. Ten eerste konden er willekeurige veranderingen gebeuren wat betreft de vorm (al dan niet aanwezig zijn van bepaalde kleinere blokjes) en het weefseltype (elastische eigenschappen van de kleinere blokjes, die bijvoorbeeld bot en spierweefsel voorstellen) van deze virtuele huppelrobots. Ten tweede kregen succesvollere exemplaren (die dus snel de overkant bereikten) meer nageslacht. Door dit proces van blinde variatie en selectie op succes te herhalen, evolueerden er diverse vormen die zich snel konden verplaatsen (en waarvan sommigen verdacht veel op biologische vormen lijken). Je kunt deze evolutie voor je eigen ogen zien in onderstaand filmpje (link).

Hm, nu heb ik vandaag natuurlijk geen tijd meer om het stokje ook effectief in te vullen, maar dat komt er binnenkort zeker van! (Bloggers die ook graag een schakel willen worden in deze keten, mogen me dit altijd subtiel laten weten.)