Tag Archief: poëzie

Niet-gelovig en diepreligieus

Deze column is verschenen in Eos (april 2019).

“Systeem! hoe graag met U alleen
verklein ik in mijn droom Uw blote
heelal tot knuffelbare grootte
en koester u door mij heen!”

Hiermee opent Een psalm voor dit heelal van Leo Vroman. De in 2014 overleden Vroman was hematoloog (bloedonderzoeker), dichter en tekenaar. In het gedicht Ik Joods? zette hij zich af tegen religieus extremisme en schreef hij: ‘Ik geloof dat alles heilig is’. De titel van zijn autobiografie, Warm, rood, nat, lief, verwijst naar zijn studieobject: bloed. In dat boek had hij het geregeld over de Natuur, met een hoofdletter dus. In zijn latere poëzie werd die vervangen door het Systeem, in een poging een onpersoonlijk godsbeeld te creëren.

Er zijn een aantal overeenkomsten tussen het godsbeeld van Vroman en dat van Albert Einstein. Ook Einstein behoorde tot een joodse familie en het is algemeen bekend dat hij door het opkomende nazisme in Duitsland naar de Verenigde Staten moest emigreren. Maar Einstein liet zich bij enkele gelegenheden ontvallen dat zijn religieuze overtuigingen bij die van Spinoza aansloten.

Voor Spinoza vielen God en de natuur samen. Het ging bij hem niet om een persoonlijke god zoals je die vindt in het christendom, en evenmin om een bron van menselijke moraal. Dat laat ruimte voor een ‘ongelovige religiositeit’, waartoe Albert Einstein en sommige andere wetenschappers zich aangetrokken voelen. Wellicht kunnen we Leo Vromans Systeem ook in deze traditie onderbrengen.

Kosmische spiritualiteit kan je pas overvallen als je je bladen vol formules even opzijschuift.

Filosoof en Spinoza-kenner Herman De Dijn schrijft in zijn vorig jaar verschenen boek Rituelen onder meer over religie in een seculiere maatschappij. Eén hoofdstuk gaat over kosmische spiritualiteit. Spinoza en de zelfverklaarde diepreligieuze, niet-gelovige Einstein komen uiteraard aan bod. Tot mijn groot plezier citeert De Dijn ook drie strofes van Vroman, al kiest hij niet voor een fragment waarin het Systeem expliciet vermeld wordt.

De Dijn onderscheidt twee fases in de kosmische spiritualiteit: een fase die kan aanzetten om wetenschap te gaan bedrijven en een fase die uit wetenschappelijke ervaring kan resulteren. De eerste fase is een voorwetenschappelijke verwondering over het mysterie van de natuur. Als dat aanleiding is voor een diep ‘vertrouwen (‘faith’) in de rationaliteit van die verwonderlijke realiteit’, dan kan deze religieuze emotie een sterke motivatie vormen om aan wetenschap te doen, met toewijding en volharding.

De tweede fase is een andere vorm van verwondering, die maar kan ontstaan nadat men ervaring heeft met zelf aan wetenschap doen. Het gaat om de ondervinding een heel klein stukje van de werkelijkheid te begrijpen. Een ervaring die aanleiding geeft tot het besef dat de mens deel uitmaakt van een veel grotere werkelijkheid.

Die werkelijkheid begrijpt hij niet volledig en hij zal dat ook nooit doen, maar ze geeft toch blijk van een grote rationaliteit. Zo kan wetenschappelijke activiteit uitmonden in een diep ontzag voor de rationaliteit die zich in de werkelijkheid manifesteert. Het is een gevoel van nietigheid en nederigheid: het eigen theoretische vernuft is verwaarloosbaar vergeleken bij de orde van de werkelijkheid zelf.

De Dijn merkt op dat deze gevoelens niet noodzakelijk leiden tot of resulteren uit wetenschappelijke activiteit. Voorwetenschappelijke verwondering kan bijvoorbeeld ook resulteren in mysticisme of kunstuitingen. En wetenschappelijke activiteit kan pas tot deze vorm van spiritualiteit leiden als theoretici hun bladen vol formules opzijschuiven en de werkelijkheid als geheel beschouwen. Zelfs dan blijven andere reacties mogelijk. Ze zouden cynisch kunnen worden: wat heeft het voor nut om aan wetenschap te doen als we zelfs op het toppunt van ons inzicht nauwelijks iets begrijpen? Of sceptisch: begrijpen we er dan wel echt iets van, of maken we ons dat zelf wijs?

Het gaat bovendien niet om ‘het contrast tussen ‘bijna niets’ en ‘perfect inzicht’’, verduidelijkt De Dijn nog. Het gaat veeleer om het beleven van de confrontatie tussen onze gesofisticeerde wetenschap en het radicaal andere universum dat zich van ons begrip niets aantrekt, terwijl we er toch deel van uitmaken. Ook dat aspect klinkt door bij Vroman, in de laatste twee strofes van Een psalm voor dit heelal:

“Gij doet mij schrijven want ik maak
per ongeluk Uw beeld

Gij schrijft mij nooit, ik schrijf te vaak
en heb U weer verveeld.”

Ademtocht

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het decembernummer van Eos.

Op een koude ochtend stap ik van de trein naar mijn kantoor. Gouden zonlicht belicht twee studenten die buiten staan te praten. Ik zie hoe hun adem als een tekstballon boven hun hoofden blijft hangen. Het is de waterdamp uit hun longen die condenseert aan de vroege buitenlucht. Terwijl zij elk huns weegs gaan verdunt hun adem zich in de atmosfeer. Ik stel me voor hoe die uitgeademde waterdamp de wereld zal omsluiten, zich mengend in wolken, zeeën.

Foto van een luipaard door Greg Dutoit.Als we onze adem altijd konden zien zoals op deze frisse ochtend, dan zouden we vast anders met elkaar omgaan. Als we alleen nog maar de kringloop van het water zouden kunnen volgen, zouden we zien dat die niet alleen om ons heen maar ook door onszelf loopt. Die kringloop maakt geen onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’. Anderzijds zou het ons snel duizelen als we al die trajecten zouden moeten opvolgen.

In haar recentste boek, Pneuma, schrijft kunsthistorica Barbara Baert over de visuele voorstelling van wind en adem in de middeleeuwse kunst. Ze illustreert hoe de onzichtbare levensadem toch getoond kan worden in schilderijen en onderzoekt het verband tussen adem en de geheel ontastbare geest in de Christelijke iconografie. Terwijl het begrip geest in de hedendaagse wetenschappen grotendeels in onbruik is geraakt, blijft adem wel een rol spelen in diverse domeinen: om de longinhoud te meten tijdens een medisch onderzoek, om ziektes of druggebruik op te sporen met een biomedische sensor, of in ecologische studies over de luchtkwaliteit in steden.

(meer…)

Astropoetica

Another perspective on “Children of the Cosmos“: the poem “Orbit” by Jen D. Clark, from Astropoetica (2010).

I think about joining the Seven Sisters
when I make
peanut butter and jelly
again.

Tying shoes I wonder
how this
planet doesn’t stop spinning.

Dust bunnies are molecular chambers and
laundry is a colorful list of historical moments.

Standing around with other Moms
At preschool
they seem content,
to stare at each other as they
discuss what was on television or
survival of children’s phases
or avoiding cellulite and crow’s feet.

I never saw any of them look up
so I hardly ever
spoke up.

The children rotate around these stars,
manicured and yoga calm.
I once said something about
having only one child, suddenly
this black hole developed
and the conversation formed
a vacuum.

As if I was to be avoided or
studied from afar.
Maybe that’s all I can give—
one supernova explosion
noted and charted in a
hospital on the outer nexus,
giving birth to a son.
Soon after I was noted
to collapse in on myself,
and the study of me
stopped with a note
of “high risk.”

The question is, was I capable
all along to give new bodies
to the cosmos,
but I waited too long?
I will test my theories and
write grant letters until
I die.

 

Zomerbeelden (1/2)

Volgende week beginnen de herexamens, dus de zomervakantie zit er nu echt wel op voor academici. Als student heb ik er altijd alles aan gedaan om geen herexamens te hebben (wat ook altijd gelukt is) in de (toen nog stille) hoop ooit prof te worden. En nu dat gelukt is heb ik ieder jaar “tweede zit”. O ironie! :)

Vorig jaar maakte ik al eens een zomercollage. Vandaag negen verse zomerfoto’s, binnenkort nog een paar.

Draak.

Wij vonden de draak bij Sint-Michiel helemaal kawaii (Sint-Michielskerk, Gent).

De voorbije weken is het niet gelukt om helemaal niets werkgerelateerds te doen, maar we leefden wel duidelijk aan een veel rustiger tempo. En er was zeker tijd voor ontspanning. Een onvolledig overzicht:

Genste Feesten.

Genste Feesten 2015: linksboven experimenteren met lucht op MiraMiro; rechtsboven figurentheater; linksonder poetry-slam in “het Toreken” (poëziecentrum bij de Vrijdagsmarkt); rechtsonder verse graffiti spotten.

  • We gingen naar de Gentse Feesten: enkele dagen met ons zoontje en enkele dagen met twee. We genoten zoals steeds van de gekke drukte en dit jaar in het bijzonder van het puppetbuskersfestival en MiraMiro, een poetry slam en een voorstelling van Philippe de Maertelaere in theater Tinnenpop (“Leve papa, Caveman wordt vader”).
  • Ik maakte regelmatig een tekening van mijn huisgenoten (zoals aangekondigd bij het begin van de vakantie).
  • Er stond een zwembadje in onze tuin. We gingen ook naar het zwembad.
  • Mede dankzij de wolken was er wederom heel wat mooie hemeloptica te zien (zie eerder).
  • We spraken af met lieve vrienden die we al te lang niet hadden gezien. Het regende, maar binnen kan je ook picknicken. :-)

Wolken.

Wolken. Boven: een kring rond de maan (links) dat kan nog gaan, maar een kring rond de zon (rechts) is water in de ton. Linksonder: het Belfort prikt een gat in de wolken. Rechtsonder: gedeeltelijke dubbele regenboog.

Volgende keer nog een paar zomerbeelden!

Mama

Mama,

roep je,
want je weet haar naam niet.
Zij tilt je op uit een boze droom.
Terwijl de nacht kil aan haar nachtkleed likt,
voelt ze hoe je warme lijfje zich ontspant in haar armen
en hoe je hoofd in een zoetere droom wegzinkt.
Hoe zij jou troosten kan,
de mama,
door hier gewoon te zijn,
dat is de duistere macht van het leven
doorgegeven.

Mama!

Ik heb er één uit duizend.
Het duizelt mij dat jij, kleine jongen,
dit nu tegen mij zegt.
Vol verwachting.
Mama?
Deze jas is me te groot –
ik val nog niet samen met dit woord.
De tweede mouw heb ik amper aangetrokken,
terwijl jij al met de blinkende knopen speelt.
We groeien er samen wel in.
Veel liefs,

je mama.

 

(Op een nacht kort voor moederdag schreef ik bovenstaande rafeltekst
in de vorm van een woord en naar het beeld van een jas op de groei.
Deze tekst van een meer ervaren moeder ontroerde me,
want net als de jas je als gegoten zit, moet je hem uitdoen.)

Hoofdrekenen voor Gedichtendag

Het cijfer acht.Vandaag is het Gedichtendag en begint de Poëzieweek. (Ja, een week die begint op donderdag. “Kunst moet conventies in vraag stellen,” zullen de organisatoren gedacht hebben.)

In mijn geheugen dartelen er heel wat gedichten rond. Soms rusten ze even uit aan de tafels van vermenigvuldiging, die daar ook in opslag staan. Er zitten veel bekende teksten tussen uit het Nederlandstalige repertoire, maar die kun je vast al elders op het web vinden. Daarom kies ik hier voor een minder bekend, Engelstalig gedicht: “Numbers” van Mary Cornish.

Hieronder heb ik een poging gedaan om het gedicht te vertalen. Het zijn blanke verzen, dus dat scheelt al, maar toch kwam ik een aantal moeilijkheden tegen. Het Engelse werkwoord “to add” betekent bijvoorbeeld zowel optellen als toevoegen, waardoor een mooi beeld uit de tweede strofe in het Nederlands minder goed tot uiting komt. Verder is het natuurlijk mogelijk dat bepaalde subtiliteiten me zijn ontgaan. Suggesties ter verbetering zijn dan ook welkom! :-)

Getallen
(origineel van Mary Cornish)

Ik hou van de gulheid van getallen.
De manier, bijvoorbeeld,
waarop ze bereid zijn mee te tellen
eender wat of eender wie:
twee augurken, één deur naar de kamer,
acht dansers gekleed als zwanen.

Ik hou van de huiselijkheid van optelling –
doe er twee koppen melk bij en roer
de sensatie van overvloed: zes pruimen
op de grond, drie erbij
vallend uit de boom.

En vermenigvulding maakt school
van vis maal vis,
wiens zilveren lichamen broeden
onder de schaduw
van een schip.

Zelfs aftrekking is nooit verlies,
slechts optelling ergens anders:
vijf mussen doe er twee vanaf,
de twee in iemand anders’
tuin nu.

Er is een grootheid aan staartdeling,
terwijl hij afhaalchinees uitpakt
doos na papieren doos,
in elk gevouwen koekje
een nieuw geluk.

En telkens sta ik versteld
door het geschenk van een oneven rest,
vogelvrij aan de staart:
zevenveertig gedeeld door elf maakt vier,
met drie resterend.

Drie jongens buiten bereik van hun moeders’ roep,
twee Italianen op weg naar de zee,
één sok die nergens is waar jij kijkt.

Bron: Mary Cornish, tijdschrift Poetry, volume CLXXVI, nummer 3, juni 2000.

Voor wie van dit soort gedichten houdt, raad ik de bundel “Wis- en natuurlyriek” van Drs. P en Marjolein Kool aan. Die bundel is – net als “Numbers” – origineel verschenen in 2000. Als voorsmaakje: lees “Stelling” en “Één-op-één”, of “Kies exact“, of kom mijn exemplaar eens lenen.

Na de vouw kun je het origineel van “Numbers” lezen.

(meer…)

Kerstelfje en de waarheid over TV

Björk proeft van Kerstmis.Björk is een Ijslandse kunstenares. Ze is vooral bekend als zangeres, maar ze is ook actrice, producent en speelt vele instrumenten. Haar stijl wordt omschreven als eclectisch en haar standpunten als anarchistisch. Het valt me moeilijk om van haar werk te houden: het is zeer origineel en uitgesproken, wat me aanlokt, maar telkens als ik het in mijn hart wil sluiten, lukt me dat niet. Kunst hoeft uiteraard niet ‘mooi’ te zijn, maar het moet je toch op één of andere manier toelaten. En bij haar werk heb ik het gevoel dat iets me op afstand houdt, dat ik het niet begrijp. (Vermoedelijk probeer ik juist te hard om het te begrijpen en voel ik vanuit die cerebrale predispositie niet aan wat er gebeurt.)

Het heeft me ook lang dwarsgezeten dat de enige associatie die ik bij haar naam had een viscerale klanknabootsing was. Nu heb ik het eens opgezocht en de Ijslandse voornaam “Björk” blijkt te verwijzen naar een berk, dus van die walgelijke associatie ben ik genezen. Het is gewoon een mooi stukje fauna, hoera! (Alhoewel: in Ijsland wordt er berkenlikeur gebrouwen – onder de naam Björk – en als je daar te veel van drinkt, zijn we weer terug bij af.)

Maar toen zag ik onderstaand filmpje (alternatieve link; via), waarin Björk hardop nadenkt over de invloed van televisie en hoe het toestel er vanbinnen uitziet. Plots vond ik het heel gemakkelijk om van haar performance te houden! In haar rol van excentriek kerstelfje brengt ze ons:

  • Een originele kijk op iets dat alledaags is.
  • Kinderlijke verwondering en frisse wijsheid.
  • De mogelijkheid om zich oorspronkelijk uit te drukken, juist omdat ze niet in haar moedertaal spreekt.

Ik denk dat het fragment het leukste is als je helemaal niets over de context weet. Maar ik was nieuwsgierig en ging dus op zoek naar de herkomst ervan. (Klik op ‘Show‘ om hier meer over te lezen.)

Spoiler Inside SelectShow

Björk drukt uit hoe je de dingen als kind ziet: natuurlijk is een printplaat in kinderogen een stad met gras tussen de gebouwen. Wat zou het anders zijn? In de reacties wordt van Björk gezegd dat ze wereldvreemd is, of dat ze van een andere planeet komt, maar ik vind haar juist heel aards. Contact kunnen houden met de manier waarop aardse kindertjes de wereld om zich heen zien – zelfs al is het hier vermoedelijk komisch bedoeld – is een lovenswaardige prestatie.

[important]Ik denk dat dit ook iets is om na te streven in het onderwijs: al te vaak wordt er in de lessen fysica antwoord gegeven op vragen die leerlingen of studenten zich nog niet eens hebben gesteld. Het is beter (maar ook moeilijker en tijdrovender) om uit  te gaan van hoe jongeren het zien. Door hierop in te spelen, worden de lessen veel effectiever. “Aha, dat flatgebouw is dus een condensator? Leuk, dat wist ik niet!”[/important] (meer…)

Lijstjes van leuke zoekopdrachten (2/2)

Een zoekmachine is een handig hulpmiddel, maar kan nog steeds geen zinnen interpreteren.Zoals gisteren al aangekondigd, hebben jullie nog meer opvallende zoekopdrachten te goed die in de loop van het voorbije jaar binnenkwamen op dit blog. Vandaag vijf thematische lijstjes en eentje buiten categorie.

Poëtisch:

  • hoe verklaar ik theoretisch je liefde (november 2011) [Begin met de juiste wiskundige kromme.]
  • de wereld achter de wereld kwantumfysica (november 2011)
  • wortels en haren en veren (november 2011)
  • afstand is een illusie (december 2011)
  • eigenlijk is de hemel groen (januari 2012)
  • lied van het stemmetje in mijn hoofd (juni 2012)
  • bekijk het ook eens van de kant van de druppel (juni 2012) [Goed advies vóór je zo maar de ruitenwissers aanzet, of een contacthoekmeting start.]
  • irissen lijken op planeten (september 2012) [Ja, dat is waar en bekraste pannenbodems ook.]

Intrigerend [Als je dit gevonden hebt, laat het mij ook weten! :)]:

  • raadsels planeet waar ze een ding niet hebben antwoord (november 2011)
  • symmetrisch je kunt het niet herkennen en het een breedte en lengte heeft (december 2011)
  • commerciele waarde higgs deeltje (januari 2012)
  • zit er meer koffie in zijn kopje als melk in haar kopje (april 2012) [Iets zegt me dat we hier niet alle gegevens te zien hebben gekregen…]
  • wat doen bij een thuiskomst van een lange reis (mei 2012) [Lijkt me niet zo moeilijk: verluchten, de was aanzetten, post lezen. Of gaat het om buren en familie die de thuiskomers willen verrassen?]
  • als alles leeg is filosofisch (mei 2012) [Zen.]
  • waarom nam de trouwlust toe naarmate het empire achteruit ging? (augustus 2012)
  • kapster sylvia goed of niet (augustus 2012) [Van mij krijgt ze het voordeel van de twijfel :)]
  • jeukende handen betekenis japan (augustus 2012)
  • diamanten muur behangen (september 2012) [Klinkt moeilijk om te snijden en pijnlijk voor de handen.]

Grappig:

  • paard geverfd (november 2011)
  • achtbaan kuikens youtube (juni 2012)
  • alles in paars practicum biologie (juli 2012)
  • liedje met lambada erin (juli 2012) [Probeer de Lambada eens?!]

Verontrustend (om uiteenlopende redenen):

  • ik wil een baby krijgen met blauwe ogen (november 2011)
  • druppel dreft drinken (december 2011) [Tja, in theorie kan het niet veel kwaad om een beetje zeep te drinken, maar in de praktijk zou ik het toch niet aanraden.]
  • hoe kindje met blauwe ogen krijgen (januari 2012)
  • elfenpoeder medisch (januari 2012) [Foute boel.]
  • heb me verlaagd tot sm louter uit verliefdheid (januari 2012)
  • hoe maak je oogkleur pigmenten dood (mei 2012) [Dat klinkt drastisch, maar misschien zoek je gewoon oogdruppels?]
  • predict roulette with sacred geometry (oktober 2012)

Van zielig tot hartverscheurend:

  • kunnen elkaar ook vergeten (november 2011)
  • platenspeler draait omgekeerd (december 2011) [Hm, dat is lastig.]
  • nog geen rupsen kunnen vinden (juni 2012) [Geef de moed niet op.]
  • mijn platenspeler draait niet (augustus 2012)
  • gedoctoreerd weet niet wat te doen (september 2012) [Dit brak echt mijn hart!]
  • ik heb een kaartje maar ik wil er zelf op drukken [Hopelijk heb je toch wat afloop/overvulling gelaten?]

Buiten categorie:

  • blog van het jaar (juli 2012) [Bedankt voor het compliment en super dat Google naar hier doorlinkt! :-)]

Verder was er nog een lijst van zoekopdrachten die te maken hebben met allerlei aspecten van de universiteit. Het lijkt me leuk om verder op deze vragen in te gaan, dus daar kom ik liever in een afzonderlijke post op terug.

Dit weekend: Gogbot in Enschede

Muzikale Tesla coils op Gogbot 2008.Tijdens mijn laatste treinreis naar Groningen zag ik in enkele stations affiches met de Nyan Cat erop (met bijbehorende regenboog). Deze internethype van vorig jaar bleek reclame te zijn voor “Gogbot” – een jaarlijks festival in Enschede met als hoofdingrediënten: kunst, muziek en technologie. Het thema van Gogbot 2012 is (internet-)memes. Het festival begint vanavond en loopt nog tot en met zondag (9 september). Ik kan er helaas niet bij zijn, maar vond dit wel een goede gelegenheid om terug te blikken op de edities waar ik wel bij was.

Affiche voor Gogbot 2012.

Affiche voor Gogbot 2012 met de Nyan Cat.

In september 2008 was ik op bezoek bij Danny op de campus van de Universiteit Twente in Enschede. We gingen samen iets eten bij een Argentijns restaurant in het centrum. Na afloop bleek er op de markt van alles op til te zijn. Ik was meteen verkocht bij het zien van een etalage met retro-futuristische geweren: Dr Grordbort’s onfeilbare ether-oscillatoren. Dit was mijn eerste (bewuste) kennismaking met het fenomeen steampunk, het thema van Gogbot 2008. En er viel nog veel meer te ontdekken:

  • de lightmobile van Eric Staller: een feeërieke auto van het type Kever met gloeilampen
  • een optreden van Outside Standing Level met hun project The Special Player in de Grote Kerk: elektronische muziek met live dansoptreden en interactieve schaduwen (zie filmfragmentje hieronder)
  • kunstige krijttekeningen
  • hand die automatisch beweegt (met pneumatische pompen als gewrichten): een creatie van Freerk Wieringa
  • mechanische vogels: de roboto-zoölogica van Christiaan Zwanikken
  • Abacus Theater: rare mannen die met hoge hoeden op hun time cruisers (tijdreisfietsmachines) door de straten rijden

Enschede.

Gogbot 2008: retro-futuristische geweren, feeërieke Kever, interactieve schaduwen en kunstige krijttekeningen.

Enschede.

Gogbot 2008: poëtische robotica en fantastische tijdreisfietsmachines.

De knetterende afsluiter van de avond was een voorstelling van ArcAttack met hun muzikale Tesla coils (in het Nederlands eigenlijk “Tesla-transformatoren”). Ze speelden onder andere de synthesizerklassieker Popcorn, waarvan hieronder een kort fragmentje. (De geur van ozon moet je er zelf bij denken.)

In september 2009 maakten we weer een editie mee van Gogbot: we waren toen namelijk in Enschede voor de verdediging van Danny. Het thema van Gogbot 2009 was atompunk: een in Nederland ontstane variant van de cyberpunk, die refereert aan het toekomstbeeld uit de jaren 1930 en 1940. Helaas ben ik alle foto’s en filmpjes van die periode kwijtgeraakt door een fout in de synchronisatie-instellingen van mijn laptop. :-( (Sindsdien doe ik alleen nog handmatige backups.) Ik herinner me van deze editie: een rij afgedankte koelkasten waarin slogans en kleine objecten te zien waren, een iglotent waarin live films werden opgenomen met poppen, … Verder was ook Abacus weer van de partij en weerklonk er weerom zeer luide elektronische muziek in de Grote Kerk.

Moest je zin hebben in een aparte uitstap voor het weekend, dan is Gogbot zeker een aanrader. Het vindt plaats in Enschede, dus je moet er – vanuit bijna eender waar – wél een flinke reis voor over hebben.

Enschede.

Het is het eindpunt van de trein, bijna geen mens hoeft er te zijn, bijna geen hond gaat zover mee: Enschede.