Tag Archief: poëzie

Moment van ontroering

Het mechaniek van de ontroering.Rudi van den Hoofdakker is eerder deze week overleden en met hem mijn favoriete dichter: Rutger Kopland. Ik hoorde het nieuws vandaag op de radio. Het spijt me dat ik niet eerder een stukje over hem geschreven heb. Hij stond nochtans hoog op mijn lijstje met dichters die (ook) over wetenschappelijke onderwerpen schreven. Rudi van den Hoofdakker was hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en die achtergrond klinkt geregeld door in het werk dat hij onder zijn pseudoniem Rutger Kopland publiceerde.

Ik zou vandaag maar wat graag zijn beschouwingen over poëzie en herinnering herlezen in “Het mechaniek van de ontroering”, maar helaas heb ik dat boek hier niet bij de hand. Dit vaak geciteerde stuk uit de bundel plukte ik dan maar van internet:

Wat is het toch dat een grap, een vondst, een gebaar, een foto, een schilderij, een paar regels, dat die iets teweeg kunnen brengen, iets onverhoeds kunnen laten gebeuren dat lijkt op het losspringen van een slot. Een op het eerste gezicht onbetekenende sleutel past op een slot waarvan je niet wist dat je dat in je omdroeg. Ik ben al lang nieuwsgierig naar die sleutels en die sloten, dat mechaniek van de klik.

Een boek dat ik wel bij de hand heb is een bloemlezing met Koplands gedichten. Daarin staat natuurlijk “Jonge sla”. Dit gedicht weerklonk ook bij het radiobericht over zijn overlijden, maar het is intussen zo’n cliché geworden, dat ik haast niet meer kan geloven dat het ooit oprecht bedoeld is geweest. Daarom plaats ik een ander gedicht, “De laatste bevindingen”, dat meteen een goede illustratie is van wetenschappelijk geïnspireerde poëzie.

De laatste bevindingen

 

Er waren zoals we dachten te weten twee werelden –

de echte en die andere

 

dit onderscheid is onlangs bij nader onderzoek

een overbodige illusie gebleken: deskundigen

hebben in menselijke hersenen gezocht

en geen verschillen gehoord of gezien

 

integendeel, wat zij vonden was met geen pen

te beschrijven, zo ongelooflijk eenvoudig

zo mooi

 

zij noteerden:

 

‘De nacht viel in de ramen van ons instituut,

maanlicht streek over de jonge borsten

van onze vrouwelijke proefpersoon

 

en ja, de door haar hersencellen aangedreven apparaten

zuchtten en in onze microscopen zagen we

in haar moleculen melkwegen van verlangen.

 

Wij zoeken nog koortsachtig naar formules.’

 

Aldus enkele opgetogen, onbedoeld lyrische citaten

uit hun verslag

Als je niet vertrouwd bent met het werk van Kopland, leen dan zeker eens een dichtbundel bij de bibliotheek of lees als opwarming deze korte bespreking van zijn werk.

Midzomervertellingen

Gisteren vond in het Citadelpark de zesde editie van Midzomervertellingen plaats.

Wij gingen vorig jaar al luisteren naar het avondprogramma. We nestelden ons toen op de kunstrotsen rond het voormalige van Bastion 5, onder de honingboom. Daar waanden we ons in een ver verleden zonder televisie, waarin mensen elkaar straffe verhalen vertellen om de lange zomeravonden aangenaam door te brengen. Er hoorden ook een wijntje of fruitsap van Oxfam bij, een kaasje en wat olijven. (Wonderlijk genereus voor een gratis evenement!) Ik herinner me een jaar later nog steeds het prachtige verhaal over de zoon van een herder die elders zijn geluk zocht en de mythische vertelling over waar kinderen vandaan komen.

Midzomervertellingen in het Citadelpark, editie 2011.

Midzomervertellingen in het Citadelpark, editie 2011

Dit jaar waren we weer van de partij, deze keer aan de voet van de rotspartij. Er waren nu ook tenten voorzien, wat geen overbodige luxe bleek vanwege de regen tijdens het namiddagprogramma. ’s Avonds klaarde het echter op en zo konden we in openlucht – onder het dak zonder pannen – luisteren naar de Grimm-sprookjes voor volwassenen. Het gras was natuurlijk nog nat, maar iedereen kon droog zitten op het plastic zeil, op de roze picknickbanken, of op zelf meegebrachte klapstoeltjes. Er waren ook weer drankjes en hapjes voorzien. Ideale omstandigheden dus om te luisteren naar drie vertellers – Frank Degruyter, Hilde Rogge en Don Fabulist -, die elk twee verhalen brachten.

Voor de pauze hoorden we over Griet en Hansje (in een soort Neder-Duits), over de ongelukkige zoon van de koning en over enkele xenotransplantaties… Na de pauze luisterden we naar het verhaal van de gans van Hans (een soort zwaan-kleef-aan met extra tongbrekers voor West-Vlamingen), Blauwkapje en de vegetarische wolf, het sprookje van de drie wensen en het lied van de gehangene in het Bargoens. Als afsluiter kregen we van Frank nog een levendige vertolking van Roodkapje in de versie van Roald Dahl, intussen zelf een terechte klassieker.

Midzomervertellingen in het Citadelpark, editie 2012.

Midzomervertellingen in het Citadelpark, editie 2012

Het was een zeer mooie avond en we hopen dan ook dat de Midzomervertellingen nog vele zomers mogen doorgaan.

P.S.: Vandaag voegde ik ook foto’s toe bij twee eerdere blogberichten (van de lezing in Amsterdam en het interview in Hilversum).

De terugkeer

Hebben jouw tranen evenveel betekenis als de pit van een vrucht?Poëzie wordt meestal geassocieerd met een wat ouder publiek, maar er zijn minderjarigen die elke week een gedicht uit het hoofd leren – niet eens als straf, maar als hobby. Je kunt ze gemakkelijk herkennen: het zijn diegenen die tussen de koffers met violen en dwarsfluiten zonder instrument de muziekschool in weten te glippen. Terwijl de muziekleerlingen noten leren lezen, proberen zij het fonetisch schrift onder de knie te krijgen. In plaats van met toonladders beginnen ze de les met opwarmingsoefeningen voor stem en gezichtsspieren: gekke bekken trekken voor gevorderden.

In 1998 deed ik eindexamen voordracht samen met Hanne, Koen en Marijke. Hanne bracht onder andere “De terugkeer” – een mysterieuze tekst die we niet zo goed begrepen, maar die me tot op heden is bijgebleven. Zo herinner ik me de volgende raadselachtige frasen: “ik had in een wereld willen wonen waar geen woorden bestaan”, “avondgloed”, “de pit van een vrucht” en “wereldschemer”.

Ik zocht en vond een kopietje van het gedicht terug. Hier is de volledige tekst:

De terugkeer

Ik had eigenlijk geen woorden moeten leren.
Ik had in een wereld willen wonen
waar geen woorden bestaan,
waar betekenis geen betekenis heeft.

Dat jij gewroken werd door mooie woorden
heeft niets met mij te maken;
dat jij in stille betekenissen bloed vergoot
heeft evenmin met mij van doen.

Tranen in jouw ogen,
pijn afkomstig van jouw zwijgende tong:
als er geen woorden hadden bestaan in deze wereld,
had ik er alleen maar naar hoeven te kijken
en dan weer weggaan.

Hebben jouw tranen evenveel betekenis
als de pit van een vrucht?
Zit in een druppel van jouw bloed
de avondgloed der wereldschemer, alsof het trilt?

Ik had geen woorden moeten leren kennen.
Maar omdat ik Japans en wat vreemde talen
heb geleerd,
sta ik stil in jouw tranen,
keer ik terug in jouw bloed –
alleen in mijzelf.

Een auteur of andere bronvermelding stond er niet bij op de kopie, enkel dit: “Vertaling Noriko en Pim de Vroomen”. Op internet vond ik de Nederlandse versie van de tekst niet terug, maar wel een verwijzing naar de bundel “Oktober is mijn keizerrijk, Zeven moderne Japanse dichters” van Noriko en Pim de Vroomen. Door verder te zoeken naar het werk van die zeven auteurs in het Engels, heb ik uiteindelijk kunnen achterhalen dat “De terugkeer” een gedicht is van Tamura Ryuuichi. Op deze pagina vind je de oorspronkelijke Japanse tekst en een Engelse vertaling van Takako Lento uit 2007; een eerdere vertaling van Samuel Grolmes en Tsumura Yumiko uit 2000 vind je hier.

Tamura Ryuuichi was toonaangevend in de moderne poëzie in het Japan van na de Tweede Wereldoorlog, zo blijkt (bronnen: 1, 2 en 3). Bovenstaand gedicht stond in zijn eerste bundel uit 1956: “De vierduizend dagen en nachten”. De publicatie van zijn tweede bundel in 1962, “Kotoba no nai sekai” (“De wereld zonder woorden”), bevestigde hem als één van de grote dichters uit die tijd. Tamura Ryuuichi stierf in de zomer van 1998 – kort nadat zijn tekst nog had weerklonken op het eindexamen voordracht van vier Belgische (bijna-)achttienjarigen.

Zit in een druppel van jouw bloed de avondgloed der wereldschemer, alsof het trilt?Ook nu ik veertien jaar later terugkeer naar die oude map en de teksten herlees, begrijp ik dit gedicht niet helemaal, maar dat geeft niet. De dichtregels spreken me nog steeds aan en vullen mijn hoofd met beelden en kleuren. Als ik één kleur aan het gedicht moet koppelen, is het beslist het oranje-rood van bloedappelsienen en granaatappels. Hoewel het een vertaling is, blijft de tekst haar vreemde karakter behouden. Zo klinkt “omdat ik Japans en wat vreemde talen heb geleerd” erg apart in de oren van een Nederlandstalige (nonchalant, alsof Japans niet al een érg vreemde taal is). Het blijft moeilijk de beeldspraak te doorgronden, al houdt een lezing in termen van bloedvergieten in de oorlog zeker steek. Verder jeuken mijn handen om in de regel “waar betekenis geen betekenis heeft” aanhalingstekens te zetten rond het tweede woord. Dat komt omdat ik teveel filosofen heb gelezen die onderscheid maken tussen het woord en de betekenis ervan, maar dat zou deze dichtregel de das omdoen.

Juist doordat de betekenis achter de woorden voor ons niet meteen duidelijk is, kan deze leeservaring ons een glimp laten zien van de wereld zonder woorden. Een wereld die we ons onmogelijk kunnen voorstellen, maar waar we toch nieuwsgierig naar zijn.

Ook wetenschappers en filosofen vragen zich af op welke manier woorden beïnvloeden hoe we de wereld zien. Uit onderzoek blijkt dat mensen die een verschillende taal spreken, de wereld anders zien. Dat mag je letterlijk nemen: afhankelijk van de kleurtermen in zijn taal, kan iemand bepaalde tinten beter of slechter van elkaar onderscheiden. De oude Sapir-Whorfhypothese over taalkundige relativiteit van ervaringen, lijkt hiermee bevestigd voor het specifieke aspect van kleuren. In heel wat talen is er bijvoorbeeld slechts één woord voor blauw en groen. Talen evolueren van een beperkt aantal kleurtermen (donker/koel versus helder/warm), naar een uitgebreider palet meer specifieke woorden voor kleuren (ook in onze taal zijn paars, oranje en roze zijn relatief jonge woorden). Mensen van de Himba in Noord-Namibië delen kleuren in minder categorieën op dan wij. Sommige kleuren die voor ons overduidelijk verschillen, kunnen zij niet van elkaar onderscheiden. Het omgekeerde geldt ook: sommige tinten die voor ons hetzelfde lijken, vallen voor hen in een andere kleurencategorie en zien ze daardoor juist wel probleemloos als verschillend. Om dit te testen, maken onderzoekers gebruik van een bestaande reactietijdtest.

Hieronder een fragment over de Himba en hun kleurperceptie uit een reportage van het BBC-programma Horizon (uit 2011):

Tot slot een kijktip: vanavond om 20u55 op Nederland 2 gaat het in Labyrint over hoe taal onze zintuiglijke waarneming beïnvloedt.  Misschien roept het gedicht ‘De terugkeer’ andere kleurassociaties op bij mensen die het kunnen lezen in het oorspronkelijke Japans; misschien zouden we veel meer zien als we juist helemaal geen taal hadden verworven. Wie weet komen we ook dat vanavond aan de weet.

PS: Morgen is het Gedichtendag.

Vage herinneringen aan de jaren tachtig

Twiki, de dwaze robot, moet een schijfvormige computer ronddragen en zegt daarbij voortdurend: Biddi-biddi-biddi... Luister tijdens het lezen van deze post gerust naar ‘Kvraagetaan‘ van De Fixkes, want het gaat vandaag over de “goeien ouwen tijd van rekenen en vlijt”, of zet ‘Acceptable in the 80’s‘ van Calvin Harris op, ‘cause “I’ve got hugs for you if you were born in the eighties”.

Zo nu en dan ga ik op zoek naar de oorsprong van vage herinneringen uit mijn kindertijd. Waar dient het internet anders voor?! Meestal heb ik net iets te weinig gegevens om me op te baseren en dan leiden die verwoede speurtochten tot niets. Soms vind ik het later, op een onverwacht moment, toch terug; dat heet dan ‘geluk’. Rutger Kopland – psychiater en één van mijn favoriete dichters – schreef in “Het mechaniek van de ontroering” iets dat ook op het toevallig terugvinden van oude muziek of televisiefragmenten van toepassing is:

Een op het eerste gezicht onbetekenende sleutel past op een slot waarvan je niet wist dat je dat in je omdroeg. Ik ben al lang nieuwsgierig naar die sleutels en die sloten, dat mechaniek van de klik.

Zo zat ik eens weken aan een stuk met een liedje in mijn hoofd. Het enige dat ik wist, was dat ik het gehoord heb op een mini-playbackshow in de jaren tachtig, dat het gezongen werd door een vrouw in het Engels en dat er een stukje in gestotterd werd. Je zou je kunnen afvragen wat het betekent om een liedje in je hoofd te hebben, als je de melodie, het ritme en de tekst niet weet. Toch zat het daar en moest het eruit. Twee keer stond ik ’s nachts op om op YouTube naar eighties-compilaties te luisteren, maar zonder resultaat.

Verbazend genoeg heb ik het liedje uiteindelijk wel teruggevonden. Eerder toevallig – ik weet zelfs niet meer precies hoe het is gegaan. Belangrijker is dat ik het nog steeds een leuk liedje vind. Er zit een videoclip bij die ik destijds nooit gezien heb, maar die de tand des tijds goed heeft weerstaan. Hoog geëerd publiek, ik presenteer u, opgediept uit het de diepste kerkers van mijn geheugen, maar nog altijd even fris: Paula Abdul met Straigth Up. Het gestotterde stukje dat ik me herinnerde, komt er maar één keer in voor: rond 2min.27, wanneer ze zingt “I’ll just have to say–bye bye bye bye bye bye bye bye bye“.

Nog zo’n vage herinnering, ditmaal van een televisieserie. Als held herinner ik me een man in een bleek turnpak, dus het zal wel sciencefiction geweest zijn. ;-) Er waren ook poortjes die op een vreemde manier werkten, waarschijnlijk krachtvelden. Specifieker herinner ik me een verhaal over een vrouw met gespleten persoonlijkheid en een gevecht in een gang. Dé klassieker in het genre van de meervoudige persoonlijkheid is natuurlijk Dr Jekyll en Mr Hyde, maar in mijn leven was het die televisiereeks waarin ik de mythe van de gespleten persoonlijkheid voor het eerst tegenkwam. De vrouw herinnerde het zich nooit als ze een agressieve episode had gehad. Dat leek me vreselijk: misschien was ik ook wel een misdadiger en wist ik het zelf niet!

Ook naar de oorsprong van deze vage herinnering heb ik gericht proberen zoeken, maar opnieuw vond ik het fragment pas na een toevallige hint terug. Tijdens de kerstvakantie zag ik op Neatorama een link naar een post over Buck Rogers. De acteurs op de bijbehorende foto kwamen me niet meteen bekend voor, maar het robotje wel: dat had ik eerder gezien! Dus op naar het internet en ja hoor: het fragment was snel gevonden. Tijdens haar episodes veranderde de vrouw met de dubbele persoonlijkheid zelfs helemaal van uiterlijk, van blond naar donker haar. Hoog geëerd publiek, ik presenteer u, opgediept uit het de diepste kerkers van mijn geheugen en niet meer zo fris: Buck Rogers In The 25th Century. Meer bepaald aflevering 13 uit het eerste seizoen, met als titel “Cruise Ship to the Stars“.

Bekijk hier een langer fragment op YouTube en beantwoord dan de wedstrijdvraag: hoe bizar is die robot, Twiki, met zijn ellendige “Biddi-biddi-biddi”?! O_o En moest je het je afvragen: die klok zonder wijzers heet Dr. Theopolis; dat is het brein van het gezelschap, kun je nagaan. Geen wonder dat ik meteen verkocht was bij Star Trek TNG, als de toekomst voordien zo weinig om het lijf had.

Twee beelden uit Buck-Rogers-aflevering Space Ship to the Stars.

In “Space Ship to the Stars” komt Buck Rogers een vrouw tegen met een extreme vorm van gespleten persoonlijkheid: links haar boosaardige kant, rechts haar onschuldige kant.

Met Niki uit Heroes hebben ze het verhaal van de vrouw met de vriendelijke en de agressieve kant nog eens dunnetjes overgedaan. Als het op vrouwelijke personages met meervoudige persoonlijkheden aankomt, gaat de prijs echter naar United States of Tara. Van deze Amerikaanse serie zag ik vorig jaar twee afleveringen in het vliegtuig naar New York. Alleen al het intro-filmpje is mooi om te zien en de afleveringen zijn behoorlijk gestoord, maar wel grappig, met ook ontroerende momenten. De naam ‘Tara’ komt  trouwens ook voor in Buck-Rogers-aflevering “Cruise Ship to the Stars” en één van de nevenpersoonlijkheden van Tara heet ‘Buck’, maar ik neem aan dat dat toeval is.

Er is ook nog iets uit de jaren tachtig dat ik nog niet heb kunnen terugvinden: mijn neef had een stuk speelgoed waar we niet vaak mee hebben gespeeld, waarschijnlijk omdat het maar voor één speler was. Het was een bakje dat je verticaal moest houden en waarbij je een knikker een bepaalde weg moest laten afleggen. Op de achtergrond was een bos afgebeeld en de bewegende onderdelen waren dieren, onder andere een konijn, een eekhoorn en een uil. Er zaten verschillende knoppen op, die dan bijvoorbeeld de arm van de eekhoorn bewogen: zo moest je de knikker naar de volgende halte mikken. Ik was in die tijd ook gefascineerd door flipperkasten, maar dit spel was volledig mechanisch. (Dit knikkerspel-met-bosmotief is ouder en minder interactief dan het spel dat ik zoek; Haunted House is dan weer te geavanceerd en ook te groot, maar zoiets zou ik ook leuk gevonden hebben!) Laat het me zeker weten als je dit speelgoed ook gehad hebt, of het misschien zelfs nog hebt liggen… :-)

Ik ben nu al benieuwd waar ik over twintig jaar nog eens aan terug zal denken en of ik dan nog steeds ’s nachts zal opstaan om het terug te vinden. En wanneer robots kunnen praten, natuurlijk. Biddi-biddi-biddi…

Regenboog bij heldere hemel

Het cliché wil dat het in Engeland altijd regent. Hoewel de meeste mensen dat een somber vooruitzicht zouden vinden, keek ik ernaar uit om hier talloze regenbogen te kunnen waarnemen. Aan de overkant van het park had ik al het plekje uitgezocht waar ik van onder mijn paraplu het perfecte shot zou kunnen maken. Het zou bijna avond zijn en ik zou met mijn rug naar de zon staan, die van laag aan de hemel de regendruppels tegenover me van onderaf zou verlichten. In de druppels zou het licht breken en dan nog eens, waarbij de kleuren uiteen zouden waaieren. Dan zou de regenboog in al zijn kleurenpracht mijn kant uit stralen, in een halve cirkel boven het park, boven het groene gras en de oranje bomen (herfst, weet u wel). Ik zou mijn camera bovenhalen, het diafragma zou zich kortstondig openen en het licht zou – netjes gesorteerd op kleur – op de pixels van mijn CCD-camera invallen. Zo zou ik de regenboog in een doosje vangen om er later de muren van mijn blog mee te behangen.

Alle vooroordelen over het Engelse weer ten spijt, heeft het tot nu toe niet veel geregend terwijl ik in Oxford ben. Net als in België was oktober hier uitzonderlijk warm en zonnig, zodanig zelfs dat de Engelse kranten schreven over “Hotober“. November was iets grijzer en mistiger, maar toch vooral droog en dus bleef mijn blog regenboogloos (op die vlag na dan).

Eén keer echter druppelde het, net toen ik helemaal vooraan boven in een dubbeldekker zat. (Ja, gelukkig zijn er clichés over Engeland die wel nog kloppen!) Vlak voor me zag ik het grootste cliché van een regenboog dat ik ooit zag. Het was niet de regenboog van de fysicus, zoals je erover leest bij mijn held en natuurkundige van ’t vrije veld, Marcel Minnaert: met een dramatisch donkere hemel buiten en een heldere lucht binnen de hemelsbrede boog; met nog een tweede boog eromheen met de kleuren in precies de omgekeerde volgorde. Nee, het was de regenboog van het kind dat – met de punt van de tong iets uit de mond – eerst een perfect blauwe hemel tekent en vervolgens met pastelkleurtjes een stukje van een boog recht naar de wolken laat schieten. Het is het moment juist voor het kind een troetelbeer van de boog laat glijden, of er een gevleugeld paardje tegenaan laat galopperen.

Dat ene perfecte moment, dat was het.

We reden er recht op af. Enkel de druppels op de ruit beletten me om ook het perfecte shot te maken.

De enige regenboog die ik zag tijdens twee maanden in Engeland.

De enige regenboog die ik zag tijdens twee maanden in Engeland.

Tja, de regenboog kan niet altijd gespannen staan. Soms wil hij ook wel eens gewoon lekker in het zonnetje hangen.

Eekhoorn schrijft een brief

Deze grijze eekhoorn is een leuke spring-in-'t-veld.De fauna hier in Oxford mag dan vooral uit studenten, professoren en andere boekenwurmen bestaan, er zijn ook andere diersoorten te bespeuren. Mijn kamer kijkt uit over een tuin, die vrijwel naadloos overgaat in een groot park. Het eerste dier dat ik zag toen ik hier aankwam, was een eekhoorn.

Waar een eekhoorn zit, kan de mier niet ver zijn, dacht ik, want ik heb de dierenverhalen van Toon Tellegen gelezen. Toch vond ik geen mier. Wel lieveheersbeestjes, die op de vlucht voor de koude massaal voor onze flat kiezen. Er zitten ook vogels in de tuin: duiven, kraaien, eksters en zelfs een Vlaamse gaai. Op zondagavond zag ik zelfs een vos. Maar geen mier. Toen bedacht ik dat het wel paste dat er hier geen mier in de buurt zit: die is natuurlijk aan het oefenen om de eekhoorn te missen. Zo schreef Toon Tellegen het:

De eekhoorn schrijft een brief aan zijn vriend, de mier.Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
‘Gezellig,’ zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor,’ zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’
‘Nou ja… een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moeten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zomaar langskwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn.
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.

Deze esdoorn is de favoriete chillout-plek voor de hangjongeren onder de eekhoorns.De tuin en het park hier zijn een waar paradijs voor eekhoorns: de bomen staan precies op zo’n afstand van elkaar dat de dieren van de ene naar de andere kruin kunnen springen, zonder ooit langs de grond te moeten – wat ze overigens wel doen, als ze eten zoeken. De eekhoorns hebben niet zo’n roodbruine vacht als de pluimstaartjes bij ons, maar zijn grijs. Als je de grijze eekhoorn enkel kent uit grote steden, zoals Londen, denk je misschien dat deze soort minder schuchter is dan onze inheemse eekhoorn. Zo vreesde mijn moeder in New York even dat een grijze eekhoorn, die ik van dichtbij probeerde te fotograferen, mij ging aanvallen.

In de parken van Oxford zijn de grijze eekhoorns niet op mensen aangewezen voor hun eten; hier zijn de grijze eekhoorns dan ook net zo mensenschuw als de rode eekhoorns bij ons. Als je je een tijdje gedeisd houdt, klimmen ze wel uit de boom en kun je ze van relatief dichtbij observeren. In de tuin zie ik soms twee eekhoorns samen ravotten. Eekhoorns zijn normaal solitaire dieren, maar deze zijn kleiner en speelser dan andere exemplaren die ik al gezien heb, dus ik neem aan dat het jongen zijn uit hetzelfde nest. (Een koppeltje zou natuurlijk ook kunnen, maar het schijnt het seizoen niet te zijn.) Soms zie je eekhoorns ook met elkaar communiceren: dat doen ze met krassende geluiden (zoals een kraai) en door hun staart op-en-af te rollen.

Er is nog een andere aanwijzing dat de schuchterheid van eekhoorns minder afhangt van de precieze soort dan van hun leefomgeving: in Warschau zag ik een rode eekhoorn uit een meisje haar hand eten. Even later liep er een rood exemplaar nagenoeg tegen de lens van mijn camera. Het enige dat ik moest doen om een YouTube-hit te creëren was op het knopje voor ‘opnemen’ drukken. Pas toen de nieuwsgierige eekhoorn al lang weer uit het zicht was verdwenen, drong het tot me door dat ik deze cruciale stap vergeten was.

Dit is een kort filmpje van mijn twee favoriete eekhoorns hier in Oxford, waarbij ze vechten om de grote esdoorn in de tuin. (Het filmpje is drie weken geleden gemaakt, intussen is de kruin van de boom al bijna helemaal kaal.)

De allerleukste actie die ik al gezien heb van dit duo, heb ik helaas niet op film (en dat vind ik nog spijtiger dan die gemiste kans in Warschau). Eén eekhoorn hing ondersteboven tegen de stam van de esdoorn uit bovenstaand filmpje, te doen of hij me niet zag. De andere eekhoorn nam een aanloop van aan de overkant van het gras en klom ook in de esdoorn. Daarna hoorde ik geritsel van bladeren: de eekhoorn rende naar het uiteinde van een tak en liet zich dan pardoes uit de boom vallen, waarna de twee eekhoorns het samen op een lopen zetten. (Ik ben achteraf nog onder die tak doorgewandeld en die hing zeker meer dan twee meter hoog.) Puur herfstplezier!