Tag Archief: reisverslag

Verslag München – deel 2

Vorige week was ik in München, op congres met uitzicht op dit paleis.Na het fotoverslag van mijn vrije dag in München krijgen jullie vandaag te horen wat ik daar de rest van de week gedaan heb tijdens de Formal Epistemology Workshop (FEW), die plaatsvond aan het Munich Center for Mathematical Philosophy (MCMP).

De lezingen gingen over onderwerpen zoals het modelleren van kennis, het analyseren van argumenten, het selecteren van wetenschappelijke theorieën, het herzien van waarschijnlijkheden en het kwantificeren van risico.

Voor mij waren dit enkele blikvangers:

  • De presentatie van Alan Hájek en de aansluitende commentaren van Thomas Hofweber, omdat deze gingen over infinitesimale kansen en “regularity” (waar ik zelf ook onderzoek naar doe). Natuurlijk kun je ook gewoon de artikels van deze mensen lezen, maar de meerwaarde van zo’n congres is juist dat je achteraf uitgebreid met hen van gedachten kunt wisselen.
  • Mee mogen doen aan een experiment. Ik riep jullie pas nog op om een vragenlijst in te vullen (dat mag trouwens nog steeds, we laten het experiment nog even openstaan!), maar af en toe is het goed om eens aan de andere kant te zitten. Als ik het goed begrepen heb, gaan de verzamelde gegevens helpen om koala’s te redden in Australië… Ace!
  • Tijdens het conferentiediner aan tafel zitten met Richard Dawid en zo uitgebreid kunnen praten over fysica en filosofie met – vermoedelijk – de eerste filosoof van de supersnarentheorie ter wereld.
  • Dat Rohit Parikh er ook weer bij was, even oplettend als altijd: als iemand een voorbeeld presenteert waarbij de kansen niet sommeren tot één, kun je er vanop aan dat hij dat als eerste gezien heeft en dat ook meteen zal melden, maar wel met een glimlach. :-)
  • Het gevoel hebben dat ik toch al best veel mensen begin te kennen in mijn nieuwe vakgebied.
  • Warme lunch ’s middags en gebak tijdens de pauze. Ja, sorry, van al dat praten en luisteren krijgt een mens honger! ;-)

Ik heb me laten vertellen dat er in totaal een tachtigtal deelnemers waren, maar natuurlijk bleef niet iedereen er de hele week. Hieronder zie je de groepsfoto. Zelf sta ik helemaal links op de foto, naast Alan Hájek. (Als je wil weten wie de andere mensen zijn, moet je de originele foto maar opzoeken op de Facebook-pagina van het MCMP, waar de meesten getagd staan.)

Groepsfoto FEW 2012.

Groepsfoto FEW 2012 (via http://www.facebook.com/lmu.mcmp).

Naast de gewone lezingen waren er ook tutorials: langere uiteenzettingen over één onderwerp, waarbij het de bedoeling is dat de spreker niet enkel over eigen onderzoek praat, maar een overzicht geeft over een onderwerp. Een soort mini-cursus, dus. Jeff Paris, professor in de wiskundige logica aan de Universiteit van Manchester, gaf twee tutorials over inductieve logica. Op de foto hierboven zie je hem helemaal rechts (met het groene tasje). Ik ontmoette Jeff voor het eerst tijdens het congres “Progic” in New York vorig jaar, dus ik wist al dat zijn sessies over logica niet alleen degelijk zouden zijn, maar ook aangenaam om te volgen vanwege zijn goed gevoel voor (Engelse) humor – wat wil een mens nog meer? :-)

Ik hou van infinitesimalen en die kun je voorstellen met hyperreële getallen.Zelf gaf ik twee tutorials over hyperreële getallen en hun toepassingen. Op de eerste dag legde ik uit wat niet-standaard modellen van de rekenkunde en van reële velden zijn. Dan lichtte ik toe wat de ster-functie is en wat het Transfer principe inhoudt; hiervoor maakte ik gebruik van een analogie met de sciencefiction-reeks Fringe. Ik gaf ook een beknopt overzicht van de geschiedenis van de differentiaalrekening. Die eerste dag eindigde ik met onderstaand filmpje van Vi Hart, waarin ze tien bewijzen geeft voor het feit dat het reële getal 0,999… (met oneindig veel decimalen gelijk aan negen) gelijk is aan 1. Daarin geeft ze namelijk ook aan dat hyperreële getallen iets kunnen zeggen over de intuïtie dat 0,999… een infinitesimaal kleiner zou zijn dan 1 en dat vormde een mooi brugje naar mijn volgende tutorial. (Met dank aan Florian Steinberger van de plaatselijke organisatie om me te helpen met het geluid in de zaal in München.)

De tweede dag begon ik met de constructie van de reële en de hyperreële getallen uit oneindige rijen van rationale getallen (breuken). Daarna konden we aan het echte werk beginnen: toepassingen van hyperreële getallen die nuttig zijn in de formele epistemologie en in de wetenschapsfilosofie. Hierbij besprak ik mijn eigen onderzoek naar oneindig kleine kansen, waarop ik achteraf veel positieve reacties kreeg. Als afsluiter besprak ik bestaande toepassingen van hyperreële getallen in de fysica en het mogelijke belang hiervan voor de wetenschapsfilosofie – een onderwerp waar ik me de volgende jaren verder in wil verdiepen.

Een niet-standaard draak.Er kwamen tijdens mijn lezing ook enkele afbeeldingen van draken in beeld, die natuurlijk 100% educatief verantwoord waren. Eén professor, die eerst een serieuze vraag had gesteld, merkte daarna ook nog op dat er iets mis was met de anatomie van één van de draken: “Het lijkt of zijn beide vleugels uit dezelfde schouder komen”. Daarop antwoordde professor Hannes Leitgeb (directeur van het MCMP): “Het is dan ook een niet-standaard draak.” Verder heb ik het verhaal van hoe een rups een vlinder wordt gebruikt als analogie om het verband uit te leggen tussen het standaard en niet-standaard model van de rekenkunde. Hierdoor kwam ik achteraf aan de weet dat Jeff Paris zelf vlinders en motten houdt en dus als één van de weinige aanwezigen wist wat er gebeurt in de pop van een vlinder. Op voorhand vreesde ik dat sommige van mijn voorbeelden iets te kleurrijk, frivool of fantasierijk zouden zijn, maar blijkbaar kan de gemiddelde formeel epistemoloog daar wel tegen. :-)

Aanvulling (14 juni 2012):

De pdf-bestanden van mijn presentatie staan online (deel 1 en deel 2). De bijbehorende tekst van mijn minicursus is hier beschikbaar. Ook de slides en teksten van alle andere sprekers staan online gearchiveerd op de website van de workshop – alles natuurlijk in het Engels.

Trivia: Voor zo ver ik weet, werd er voor het eerst live getweet over een lezing die ik gaf. Die moderne tijden toch!

Verslag München – deel 1

Vorige week was ik in München, op congres met uitzicht op dit paleis.Vorige week was ik in München voor de “Formal Epistemology Workshop“. Het waren interessante maar ook lange dagen en daardoor kwam het er niet van om een reis- of conferentieverslag te schrijven. Deze week was het ook extra druk doordat al mijn onderzoeksprojecten een week stil hadden gelegen, maar ik heb nu toch alle taken voor deze week kunnen afstrepen. En er blijft zelfs een uurtje over om enkele foto’s te posten! (Vandaag hou ik het bij de toeristische kant van mijn reis, volgende keer iets over het congres zelf.)

Tijdens mijn jaren aan de universiteit heb ik al meerdere Duitse universiteiten bezocht om er metingen te gaan doen of om een congres bij te wonen: van het nabije Aken tot het verre Berlijn en Regensburg, maar in München was ik nog niet eerder geweest.

Door acute verstrooidheid tijdens het boeken van mijn reis arriveerde ik een dag te vroeg in München. Het was een warme dag, dus maakte ik er gebruik van om wat foto’s te maken. Eerst nam ik de tram naar het “Schloss Nymphenburg“: een barok paleis met een groot park erbij. Hieronder een impressie.

Schloss Nymphenburg.

Schloss Nymphenburg in München. Linksboven: uitzicht op de voorgevel van het paleis. Linksonder: de achtergevel (aan de kant van het park). Rechtsboven: één van de beelden in het park. Rechtsonder: aan zwanen, eenden en ganzen geen gebrek op het domein.

Het congres vond hier ook plaats: in één van de bijgebouwen, die in een halve cirkel rond de voorkant van het paleis gebouwd zijn. Op de foto hieronder zie je het gebouw in kwestie.

Schlossrondell Nymphenburg.

Links zie je het gebouw waar het congres plaatsvond. Rechts begint de zijvleugel van het paleis.

Maar goed, het congres was dus nog niet begonnen en dus nam ik de tram naar het centrum. Veel gebouwen hier werden zwaar beschadigd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar daar is niets meer van te zien (ja, dat klinkt bekend in de oren). Aan de Marienplatz trok de toren van het Altes Rathaus mijn aandacht, vanwege de sprookjesachtige zijtorentjes, de gouden zonnewijzer en de astronomische klok. Onderaan staat er een vrouwenbeeld, maar waarom haar borst zo blinkt kwam ik alvast niet aan de weet van de man die erbij zat te rusten.

Het centrum van Munchen.

De toren van het Altes Rathaus in het centrum van München.

Aan de Marienplatz ligt er ook nog het Neues Rathaus (dat er weliswaar veel ouder uitziet dan het Altes), maar de neogotische gevel bleek gewoon te groot om mooi op de foto te krijgen. Ook de Frauenkirche vraagt om een groothoeklens, die ik niet heb. In plaats daarvan post ik nog enkele plaatjes van details die wél op de foto pasten.

Het centrum van Munchen.

Details die me opvielen in het centrum van München.

Zo, dit was deel één van mijn verslag over München. Volgende keer in deel twee: hoe het er binnen de muren van het congresgebouw aan toe ging.

Pasen in pastelgeel en fluoroze

Pasen in San Fransisco is anders.Gisteren beweerde ik nog vol overtuiging dat Pasen niet de kleurrijkste feestdag van het jaar is, maar wat pastelkleuren betreft springt Pasen er toch bovenuit. In april 2009 waren Danny en ik in San Fransisco voor een congres (MRS Spring Meeting). We kwamen net op tijd aan om Pasen mee te maken aan de Amerikaanse Westkust.

Pasen in San Fransisco is ánders: zonnig, kleurrijk en uitbundig. Hier enkele foto’s die ik maakte van de paasoptocht in een winkelstraat. We zagen dragqueens met torenhoge pruiken in cabriolets, vrouwen met kleurrijk versierde hoeden, kinderen met beschilderde gezichtjes en ballonnen, brandweermannen, fietsende meisjes met zeepbelmachines, een groep rolschaatsers verkleed als koeien en honden verkleed als paashaas of honingbijtje. Er stonden kraampjes op straat en de winkels zelf waren uitgedost met plastic bloemen, eieren in fluokleurtjes, groene slingers en vlinders

Paasoptocht in San Fransisco.

Paasoptocht in San Fransisco: pastelkleuren in de zon.

In een etalage in een ander straatje zag ik deze houten paasfiguren zitten. Dit jaar dienen ze als mijn paasgroet aan jullie, beste bloglezers.

Vrolijk Pasen.

Vrolijk Pasen.

Bonus: In navolging van de hartvormige krommen voor Valentijn, deze link naar een pagina met ei-vormige krommen voor Pasen (via MathFail).

Voor filosofen gaat er niets boven Groningen

Vandaag krijgen jullie een virtuele rondleiding op mijn werk aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG).Hoewel mijn uitvalsbasis Gent is, werk ik voor de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Vermits de RuG voor mij ‘gewoon’ mijn werkgever is, was ik nog niet op het idee gekomen om er hier verslag van te doen. Nochtans post ik van een verblijf in een andere universiteitsstad, hoe kort ook, haast altijd een reisverslag. Tja, het zijn de meest voor de hand liggende dingen die het gemakkelijkst vergeten worden, zeker? Hoog tijd om die vergetelheid recht te zetten.

De slogan van de provincie is “Er gaat niets boven Groningen”, een volledig objectieve vaststelling: bekijk dat maar eens op de kaart van Nederland. ;-) Helaas betekent die toplocatie ook dat naar Groningen afreizen een hele onderneming is: voor mij is het zo’n vijf uur met de trein. Op het laatste stuk is er internetverbinding in de trein, dus dan kan ik wel gewoon werken (of bloggen).

De stad Groningen heeft een compact historisch centrum, waar het nooit ver lopen is om een boekenwinkel of een gezellig restaurantje te vinden. (Kwestie van met mijn basisbehoeften te beginnen.) Ook de Faculteit Wijsbegeerte van de RuG is een aanrader en je kunt nu ook zelf zien hoe die er daar aan toegaat in onderstaand filmpje. De video is eigenlijk bedoeld om toekomstige Master-studenten kennis te laten maken met onze faculteit, maar zo krijgen jullie ook een beeld:

De RuG maakte vorig jaar ook een leuke, collectieve video: een lipdub-filmpje op het lied Mr. Blue Sky. Ja, in Groningen is de lucht altijd blauw – als ik er ben dan toch (ik heb de foto’s om het te bewijzen). De locaties die je ziet in deze video zijn de bibliotheek en het plein voor het Academiegebouw:

Volgende week begint mijn lessenreeks over filosofie van de waarschijnlijkheid, dus dan zal ik weer in Groningen zijn. Als het hier vriest, denken jullie dan ook even aan mij, daar helemaal in het Noorden?

Van Galileo tot Latijnse graffiti

Het ultieme bewijs dat ik in Pisa ben: een foto van de hellende toren.Als je naar Pisa vliegt, land je op de luchthaven “Galileo Galilei”: een toepasselijke naam, want in 1564 werd Galileo hier in Pisa geboren. De wereldberoemde toren stond er toen al, want die werd gebouw – in verschillende etappes – van de twaalfde tot de veertiende eeuw. Scheef stond de toren ook al: bij de bouw van de derde verdieping was het fundament al beginnen verzakken en in de volgende fasen is er twee keer een knik in de toren gemaakt, in de hoop de boel staande te houden. (Met de nodige ondersteuning is dat tot op vandaag gelukt.) In de les fysica op de middelbare school leerden we dat Galilei valproeven deed vanaf de toren, om aan te tonen voorwerpen van verschillende massa toch even snel vallen. Dit populaire verhaal blijkt helaas op een misvatting te berusten: het zou enkel een gedachtenexperiment geweest zijn, dat nooit echt heeft plaatsgevonden.

We zijn natuurlijk druk aan het werk, maar gisteren zijn we na de lunch toch even naar de Piazza dei Miracoli gegaan. Pisa is niet zo groot, dus het was maar een kleine wandeling. Op het Plein der Wonderen staat die die fameuze toren, ja. Wat ik niet wist, is dat de toren slechts de klokkentoren is die bij een Middeleeuwse kathedraal hoort: veel groter en minstens even fotogeniek is als het torentje. Verder liggen er ook nog een ronde doopkapel en een ommuurde begraafplaats op het plein.

Piazza dei Miracoli.

Op de Piazza dei Miracoli staat de scheve klokkentoren (linksboven) van de kathedraal (rechtsonder, met boven nog een detail) en de doopkapel (linksonder).

Omdat er in Pisa veel mooie plekken zijn, die extra mooi uitkomen in de winterzon, plaats ik nog enkele foto’s:

Pisa.

Boven: details van deuren en deurkloppers. Onder: ons hotel in Pisa ligt aan de oever van de rivier – de Arno.

Zelden een passender opschrift gezien op een universiteitsgebouw: “Kennis is macht. Wapen jezelf!”

Strijdbare graffiti in Pisa.

Strijdbare graffiti met teksten in het Italiaans, Latijn (!) en Engels op en rond het wiskundedepartement van de universiteit van Pisa.

Dat is alles voor vandaag. Ciao.

Een terugblik op Oxford: 4 x 4 foto’s

Deze lilligaf was een week later al wit-overschilderd.Het regenseizoen is dan toch aangebroken in Engeland en ondanks al mijn mijmeringen over regenbogen is dat toch niet zo’n pretje. Zelfs de eekhoorns blijven liever in hun warme nestjes liggen. Voor mij wordt het stilaan tijd om mijn koffers te pakken, maar eerst nog een paar foto’s posten die zonder duidelijke reden nog niet tot hier waren geraakt. Om het een beetje overzichtelijk te houden, heb ik ze gerangschikt volgens vier thema’s: vier keer vier foto’s van acht weken in flat acht.

Thema 1 gaat over muren. Dat is ook symbolisch bedoeld natuurlijk, want ik heb gedurende acht weken een kijkje mogen nemen achter de muren van Oxford.

Een blik op en achter de muren van Oxford.

Thema 1: De muren van Oxford. Linksboven: Graffiti heb ik hier weinig gezien, maar iets buiten het historisch centrum zijn er wel winkels met dit soort muurschilderingen. Rechtsboven: Anderzijds is graffiti ook niet nodig bij gebouwen met dit soort karakterkoppen! Onder: Als je de pijl volgt naar de 'South Writing Schools' dan kom je in dit lokaal, waar ik 's maandag les volgde. (Foto's nemen was er eigenlijk verboden, dus dit is een clandestien plaatje met de webcam.)

Thema 2 is Bonfire Night. Het Verenigd Koninkrijk heeft geen officiële feestdag, maar Guy Fawkes Night of Bonfire Night komt aardig in de buurt. Op deze avond leerden we hoe je een fles ontkurkt als je geen kurkentrekker hebt. (Hier staan een paar leuke ideetjes, maar we zijn gewoon bij de buren gaan aankloppen.)

Bonfire Night in Oxford.

Thema 2: Bonfire Night in Oxford. De onmisbare ingrediënten zijn: een middelgrote kermis (linksboven), een groot vuurwerk (rechtsboven) en een gigantisch vreugdevuur (linksonder), dat de dag nadien nog nasmeult (rechtsonder). (En dat allemaal in het park, vlak voor het raam van mijn flat!)

Ik kwam naar hier voor de filosofie, maar ook de wetenschap is overal aanwezig in Oxford, dus dat is Thema 3.

Wetenschap in Oxford.

Thema 3: Wetenschap in Oxford. Linksboven: Het museum voor geschiedenis van de wetenschap. Rechtsboven: Een gedenkplaat voor Robert Boyle en Robert Hooke. Linksonder: Dawkins wordt uitgedaagd voor een debat. (Dit is een parodie op Dawkins eigen reclameaffiches op bussen, met de leuze: 'There probably is no God. Now stop worrying and enjoy your life.') Rechtsonder: Met de taxi naar het Wetenschapspark? Reis dan wel in stijl!

Thema 4 ten slotte: een stad is niets zonder haar inwoners.

Bewoners van Oxford.

Thema 4: Bewoners van Oxford. Boven: Eekhoorns, veel eekhoorns. Linksonder: Studenten die niet sportief genoeg zijn om aan roeiwedstrijden mee te doen, kun altijd nog rustig gaan 'punten'. Rechtsonder: De winter wordt hier vast beregezellig!

Zo, dat waren al mijn achterstallige foto’s. Om af te sluiten nog een stelling die mooi aansluit bij Thema 4:

De eekhoorn is het beste voorbeeld van de golf-beestjes-dualiteit.

Kwantumbiologie van de hoogste plank? Of de hoogste tijd om naar huis te gaan en het allemaal een beetje te laten bezinken…? Ik hou het bij dat laatste. ;-)

Ik kan niet beloven dat ik de komende weken niets meer over mijn verblijf hier zal schrijven, maar dit was wel mijn laatste blogpost vanop deze locatie.

Over fractals, Engelse gotiek en een dwaaltuin

Het paleis van Blenheim is een voorbeeld van de Engelse Gotiek.Fractals zijn figuren waarvan de onderdelen op het geheel lijken. De takken van een boom lijken bijvoorbeeld op een verkleinde kopie van de volledige boom. Bij een wiskundige fractal blijf je steeds structuren vinden die op het geheel lijken, hoe ver je ook inzoemt. Daar houdt de gelijkenis met een boom op: een blad lijkt (vaak) wel op een miniatuurboompje (met het steeltje als stam en het blad zelf als kruin), maar als je verder inzoemt kom je bij cellen, moleculen en uiteindelijk atomen uit, die niet op bomen lijken. Dit belet niet dat het leuk is om in de natuur of in de stad op zoek te gaan naar fractalachtige planten en gebouwen.

Naast twee zich wild vertakkende bomen, heb ik in Oxford ook fractalachtige architectuur gevonden, met dank aan de Engelse gotiek. De foto linksboven is een zicht op All Souls College, gezien vanaf Queen’s Lane. (Dit is dus eigenlijk nog maar de achterkant van het gebouw!)

Het paleis van Blenheim is weliswaar ook een voorbeeld van de Engelse gotiek, maar ik heb er helaas geen overtuigende fractals in kunnen ontdekken. Het paleis staat in Woodstock (nabij Oxford) en werd in 1705 opgericht door Koningin Anna ter ere van John Churchill, beter bekend als de eerste Hertog van Marlborough. Deze hertog had het commando gevoerd in de Slag bij Blenheim en daar een overwinning behaald voor de Engelsen en hun alliantie. In de tuinen van het paleis ligt er tegenwoordig een mooi haagdoolhof: het Marlborough Maze. Een ‘maze‘ is echt een doolhof en geen labyrint, dus je kunt er wel degelijk in verdwalen. Een doolhof is géén fractal en gelukkig maar, want anders zou je er nooit uitgeraken!

Fractals in Oxford

Bovenaan links: de fractalachtige omtreklijn van de achtergevel van het All Souls College komt extra duidelijk uit bij tegenlicht. Bovenaan rechts en onderaan links: sommige bomen vertakken zich als wilde fractals, haast zonder zich iets aan te trekken van de zwaartekracht. Onderaan rechts: gelukkig was dit doolhof géén fractal.

De foto van het haagdoolhof (rechtsonder) is gemaakt vanop één van de twee bruggen, die ook dienst doen als uitkijkposten. Daarop kun je je route vrij efficiënt plannen. Natuurlijk zou je vooraf een satellietfoto van het doolhof kunnen opzoeken om daarop je weg uit te stippelen. Je kunt de route dan zelfs met een computerprogramma uitdokteren: met Mathematica bijvoorbeeld, of een ander programma dat overweg kan met grafen. Op een satellietfoto kun je echter moeilijk de bruggen van een gewoon pad onderscheiden, waardoor je oplossing in realiteit mogelijk niet zal werken.

Vóór het doolhof staat er een grondplan waar ik onderstaande foto van gemaakt heb; de hagen corresponderen met de groene lijnen op het plan. De andere kleuren helpen niet om je weg te vinden – in tegendeel – en dienen enkel om de figuur, die in het grondplan verwerkt zit, duidelijk te maken: een kanon met kogels, twee trompetten en een banier. (Deze heldhaftige symboliek verwijst natuurlijk weer naar de overwinning van de Hertog van Marlborough in de Slag bij Blenheim.) Op de foto heb ik de bruggen aangeduid met gele B’s. Op die posities kun je dus wel van boven naar onder lopen op de kaart, of van links naar rechts, maar niet ‘afslaan’.

Als je een satellietfoto hebt en weet waar de bruggen zijn, dan kun je inderdaad Mathematica gebruiken om de kortste route te vinden. Ik heb deze website maar achteraf gevonden, maar het lijkt goed overeen te komen met de route die we zelf gevolgd hebben. Deze oplossing is dus proefondervindelijk geverifieerd. ;-)

Marlborough Maze.

Foto van het grondplan voor het Marlborough-doolhof. De gele B’s geven de posities van de twee bruggen aan. Bij het gele sterretje staat er wel een groen lijntje, maar op de corresponderende plek in het doolhof is er daar toch een doorgang.

Als je in plaats van een satellietfoto bovenstaand grondplan zou gebruiken om je route vooraf te plannen, heb je alsnog een probleem: hierop staat er namelijk op een cruciale plek een barrière aangegeven, waar er in werkelijkheid geen haag staat; daar heb ik een geel sterretje toegevoegd op de foto. Met deze extra barrière erbij zou het doolhof geen oplossing te hebben.

Conclusie: in een doolhof moet je vooral gewoon zelf ronddwalen en dan maar hopen dat de ontwerper geen fan was fractals.

Aanvulling (24 november 2011):

Ik heb het grondplan op de foto nog eens goed vergeleken met een recente satellietfoto (via Google Maps) en er ontbreken nóg twee hagen. Tja, op die manier wordt het moeilijk om nog echt te verdwalen… Op de afbeelding hieronder heb ik de drie verschilpunten aangeduid met groene sterretjes. Ik vraag me af of er daar nooit haag heeft gestaan, of dat de haag op die plaats pas na verloop van tijd verwijderd is en waarom dan. Danny lanceerde de hypothese van een tuinman die het zat was om altijd om te moeten lopen. Ook lijkt het me leuk om een filmpje te zien van een haagdoolhof in de loop van de tijd: de haag wordt natuurlijk dikker en dunner in de loop van het jaar en lijkt te ‘ademen’, maar ook kan ik me zo voorstellen dat het oorspronkelijk ontwerp geleidelijk verloopt, doordat hoeken anders worden afgerond en dergelijke.

Marlborough Maze.

Satellietfoto van het Marlborough-doolhof: op de plaats van de groene sterretjes staat er geen haag, terwijl er daar wel een versperring wordt aangegeven op de plattegrond. De middelste haag zou weinig verschil maken, maar de twee andere zitten op cruciale plaatsen in het parcours. (Bron: Google Maps.)

En zo is jaren “Zoek de 8 fouten” spelen in de krant (op cartoons van Laplace) toch nog ergens goed voor gebleken. ;-)

Doe de eenhoorndans in Osvoorde

In Oxford steekt de os de rivier over.De meeste Nederlandse universiteiten hebben een mooie traditie die we in Vlaanderen niet kennen: bij het afronden van een doctoraat moet de kandidaat er niet enkel een boekje schrijven, maar ook een aantal stellingen uit de hooggeleerde mouw schudden… Leuke stellingen worden verzameld in de online databank van Hora Est. Omdat ik graag stellingen bedenk, maar daarvoor niet nóg een heel doctoraat wil schrijven, verdedig ik vandaag blogsgewijs drie stellingen over Oxford.

Om te beginnen:

  • Stelling I: Oxford is een soort Maastricht.

Een aantal gelijkenissen tussen Oxford en Maastricht springen meteen in het oog: beide steden hebben een compact centrum met een universiteit en mooie, historische gebouwen. Mijn interesse gaat echter vooral uit naar de verwantschap tussen de namen van deze plaatsen: terwijl ‘Maastricht’ zoveel betekent als ‘doorwaadbare plaats in de Maas‘, is ‘Oxford’ een oversteekplaats (‘ford‘ in het Engels) voor ossen (het Engels voor os is ‘ox‘). De oversteekplaats waar Oxford naar vernoemd is, verwijst natuurlijk niet naar de Maas, maar misschien wel naar de plaatselijke rivier, de Thames. In het Nederlands wordt een doorwaadbare plaats aangeduid met de uitgang -tricht, -trecht, -drecht of -voorde (waarbij die laatste optie nog het meest op het Engelse ‘-ford‘ lijkt). Dat brengt ons bij:

  • Stelling II: Als Oxford in Vlaanderen of Nederland had gelegen, dan had het ‘Osvoorde’ geheten.

Ja, een stelling met een tegenfeitelijke voorwaarde erin (zoals in Oswald-zin [C]), probeer die maar eens te weerleggen! ;-)

In het midden van het wapenschild van Oxford staat er zo’n wadende os waar de stad naar vernoemd is. Dat wapenschild brengt ons bij de laatste stelling van vandaag. Eén zwaluw maakt de lente niet en net zo goed geldt:

  • Stelling III: Eén os maakt het wapen niet.

Voor een respectabel wapenschild heb je minstens (a) één stoer fabeldier nodig, of anders (b) een zo vreemd mogelijk assortiment aan dieren. De stad Oxford opteert voor optie (b): links staat er een olifant, in het midden die Thames-doorwadende os, bovenaan een leeuwtje en rechts een dier waarvan ik aanvankelijk dacht dat het een mislukte leeuw was, maar het blijkt een bever te zijn (met veel goede wil te herkennen aan de platte staart). In en rond Oxford liggen er veel groengebieden en op de naamborden van de parken prijkt het wapenschild in al zijn kleuren:

Het wapenschild van Oxford.

Het wapenschild van Oxford met de Latijnse wapenspreuk: "Fortis est veritas" (Waarheid is kracht).

Het wapenschild van het Verenigd Koninkrijk demonstreert optie (a): een kleine leeuw in het midden, een grote leeuw links en rechts het stoere fabeldier, de eenhoorn. Een mooie versie van het schild siert de gevel van Brasenose College op High Street. Ik passeer dit gebouw bijna dagelijks en toch heb ik telkens weer de neiging om mijn fototoestel boven te halen voor nóg een plaatje van de toegangspoort:

Het wapenschild van het Verenigd Koninkrijk.

Het wapenschild van het Verenigd Koninkrijk met de oud-Franse wapenspreuk (niet volledig zichtbaar): "Honi soit qui mal y pence" (Schande over hem die er kwaad over denkt).

Ook op de gevel van de bibliotheek staat het wapen van het Verenigd Koninkrijk gebeeldhouwd. Zo kwam het dus dat ik met eenhoorns in mijn hoofd zat, toen ik die eed moest afleggen om de bibliotheek binnen te mogen. Wat er ook mee te maken kan hebben, is dat ik kort tevoren een affiche had zien hangen waarop ‘filosofie’ en ‘eenhoorndans’ (zoiets als de Chinese drakendans) iets te comfortabel naast elkaar stonden. De combinatie ‘filosofie’ en ‘eenhoorndans’ scoort net zo hoog op de charlatan-schaal als het duo ‘kwantumfysica’ en ‘spiritisme’. Als ik mijn rantsoen van drie stellingen per dag nog niet had opgebruikt, zou ik hierover zeker nog een stelling hebben moeten afkondigen. Nu echter kan ik er mij met deze tegenfeitelijke voorwaarde vanaf maken en verder gewoon schrijven: tot de volgende keer!

Filosofie van de fysica en smout in Oxford

Als Maxwells demon durft binnenkomen in de les filosofie van de fysica, wissen we meteen zijn geheugen. Entropiemaniak!Zolang ik op school zat varieerde mijn favoriete dag van de week naargelang mijn lessenrooster. Nu ik hier in Oxford ben, komt dit oude gevoel weer terug: donderdag is beslist mijn favoriete weekdag, want dan vinden de lessen en lezingen over filosofie van de fysica plaats. De lessen zijn vooral bedoeld voor Master-studenten (maar als bezoeker ben ik ook welkom) en worden gegeven door professor Simon Saunders en professor Harvey Brown.

Geloof het of niet, maar met mijn aanwezigheid in de les heb ik het gender-evenwicht met een factor oneindig veranderd. Niet één meisje zit er tussen de studenten filosofie van de fysica en beide proffen zijn ook mannen. In de andere lessen, zoals philosophy of mind en epistemologie, lijken er nochtans ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke studenten in de les te zitten. Hoe komt het toch dat fysica telkens weer voor een quasi-perfecte seksescheiding weet te zorgen?

Behalve dat het jongens zijn, deden de studenten in filosofie van de fysica me ook op andere vlakken denken aan het typische publiek in een fysica-opleiding: gemotiveerd, nerdy en verlegen (maar dat groeit er wel uit). Die motivatie heeft trouwens ook een schaduwzijde: sommige deelnemers zijn een beetje té enthousiast en hun interpelaties houden het risico in dat we niet ver zullen komen met de voorziene leerstof. Tot nu toe wist de prof het allemaal vriendelijk op te vangen en toch wat vaart te houden in de les.

Danny moest aan deze comic denken toen ik hem over mijn dag vertelde:

The odds are good, but the goods are odd.

Deze klassieker van PhD-comics stamt uit 1997, maar is nog steeds van toepassing – ook in de lessen filosofie van de fysica. (Bron van de afbeelding: http://www.phdcomics.com/comics/archive.php?comicid=8)

Vorige week ging de les over een paradox uit de thermodynamica en de statistische fysica: de Gibbs paradox. Een variant van de Gibbs paradox – die eenvoudiger is om uit te leggen – is de mengparadox en deze heeft te maken met de toename in entropie wanneer twee gassen gemengd worden. De entropietoename heeft een vaste waarde, ongeacht hoe sterk de gasdeeltjes in de twee samples op elkaar lijken, maar is exact nul voor identieke gassen.

De lessenreeks is amper begonnen of we hebben het geheugen van de duivels van Maxwell al gewist om niet in de knoei te komen met entropie. Dus je begrijpt (of niet?!) dat ik al een week uitkijk naar de les van morgen! Als kers op de taart is er op donderdagavond ook nog een presentatie over recent onderzoek, iedere week van een andere spreker.

'Hm, die boter is wit,' dacht ik nog.Van Maxwells demon over naar Lyra en haar dæmon. Ik ben Northern Lights van Philip Pullman beginnen herlezen en dit is wat Lyra denkt over onderzoekers die, zoals ik, naar Oxford komen voor een studieverblijf (citaat van p. 35):

[S]he regarded visiting scholars and eminent professors from elsewhere with pitying scorn, because they didn’t belong to Jordan and so must know less, poor things, than the humblest of Jordan’s Under-Scholars.

Zielig ben ik niet, alleen een klein beetje misschien als ik in de supermarkt sta zonder woordenboek. Hoewel mijn Engels ruimschoots genoeg is om over filosofie te praten, schiet mijn culinair vocabulaire tekort. Dit levert problemen op tussen de winkelrekken, in de keuken en uiteindelijk op mijn bord. ‘Hm, die boter is wit,’ dacht ik nog, om vervolgens vast te stellen dat mijn stukje kip verdacht veel naar spek smaakte. ‘Lard‘ blijkt geen gewone braadboter te zijn, maar is 100% varkensvet. Het Nederlandse woord hiervoor, ‘reuzel‘ of ‘smout’, kende ik niet eens, tot ik het hier dus opzocht. (En nu zullen smoutebollen me nooit meer zo smaken als voorheen!) Vanwege het hoge aandeel aan verzadigde vetten (voornamelijk triacylglycerol) verdween reuzel van de markt, maar de laatste vijf jaar raakte het product in Engeland terug in zwang, vooral bij aanhangers van de traditionele Britse keuken. Nu ligt reuzel hier dus weer gewoon in de supermarkt, tussen de smeer- en braadboters, tot verwarring van buitenlanders zoals ik… Hoed je voor de dag dat Jeroen Meus van Dagelijkse Kost aan de reuzel begint! Als iemand het ondanks mijn waarschuwingen toch eens wil proeven: je moet dat niet zelf maken, je mag mijn pakje gerust hebben. ;-)

Een woord dat ik ook niet kende was ‘gooseberries‘, hetgeen zich letterlijk als ‘ganzenbessen’ laat vertalen. Op goed geluk koos ik voor ‘goosberry yoghurt‘ als dessert en dat bleek heerlijk te zijn! Na een eerste hapje had ik geen woordenboek meer nodig, want de onmiskenbaar friszure smaak verraadt meteen dat het om kruisbessen of stekelbessen gaat (aan de Maaskant beter bekend als ‘kroonsjele‘ – kijk maar eens op deze kaart voor alternatieve benamingen).

Gelukkig geldt voor mij de regel: “Dessert goed, alles goed”. En zo liep het toch nog goed af.

Eed voor boekenwurmen

In Lyra's Oxford vertelt deze alethiometer de waarheid.In Oxford start vandaag het nieuwe academiejaar. Het jaar is verdeeld in drie periodes van telkens acht lesweken. Vandaag begint de eerste week van de eerste lesperiode (Michaelmas Term). Voor mij is het ook de eerste dag van een studieverblijf hier. Zeer toepasselijk zit ik in een oude bibliotheek terwijl ik dit schrijf: de Bodleian Library. Het is een prachtig gebouw met veel boeken, maar ook houten tafels om boeken te consulteren, te studeren, of op je laptop te werken.

Voor ik hier naar binnen mocht, moest ik een bibliotheekkaart aanvragen. Met een brief kon ik bewijzen dat ik de status van Visiting Philosopher heb. Er moest ook een formulier ingevuld en ondertekend worden en een pasfoto gemaakt. Tot dusver weinig onverwachts. In het formulier dat ik intussen ondertekend had, stond al dat ik beloofde om geen boeken te stelen, te beschadigen, of overlast te veroorzaken. In Oxford nemen ze daar echter geen genoegen mee: je moet de eed ook  hardop zeggen, in je moedertaal. Hiervoor hebben ze een boekje met vertalingen van de eed. Zo heb ik dus ondermeer plechtig beloofd geen vuur of vlam in de bibliotheek binnen te brengen. De man van het toelatingsbureau zat er onbewogen bij terwijl ik het stukje in het Nederlands oplas. Ik had veel zin om de tekst een beetje aan te passen en ook beloven dat ik de eenhoorns zou voederen, maar dat heb toch maar achterwege gelaten. (Stel dat ze me daar aan houden – ik weet niet eens wat eenhoorns eten!)

In een parallelle wereld loopt Lyra over de daken van de colleges in Oxford.Tot vóór vandaag was het enige Oxford dat ik kende, de stad met die naam uit een parallel universum: het Oxford van Lyra Belacqua en haar dæmon Pantalaimon uit de trilogie “His Dark Materials” van Philip Pullman (waarvan het eerste deel werd verfilmd als “The Golden Compass“). In de boeken is Lyra is een meisje van elf dat opgevoed wordt aan Jordan College. In het Oxford uit ons universum zijn er heel wat colleges, maar geen enkel daarvan heet Jordan. Philip Pullman haalde zijn inspiratie voor deze plaats echter wel uit het echte Oxford en wel bij Exeter College, waar hij zelf studeerde. Het fictieve Jordan College ligt naast de Bodley’s Library. En ja, hoor: hier ligt Exeter College ook vlak naast de Bodleian Library, waar ik nu zit. De filmscènes uit “The Golden Compass” die zich in en rond Jordan College afspelen, werden dan ook hier vlakbij opgenomen.

Ik zal extra goed opletten als ik straks naar buiten ga: misschien vind ik wel ergens een alethiometer – dat komt voor een onderzoeker altijd wel van pas. :)