Tag Archief: reisverslag

Uit liefde voor de schoonheid

Een zeemeermin met pootjes op de deur van de Johanneskathedraal in de oude stad van Warschau.Bijna elke stad heeft het en toch staat het meestal niet in de stadsgids. Het kan groot en kleurrijk zijn, maar meestal is het klein en monochroom. Volgens sommigen is het kunst, volgens anderen vandalisme. (Sluiten die twee elkaar noodzakelijk uit, vraag ik me dan af.) Als ik van een uitstap terugkom, staat mijn geheugenkaartje weer vol foto’s van muren met een spatje verf erop. Ik heb het over graffiti – een soort knipoog voor wie als eens om het hoekje durft kijken.

Waarom doen die jonge gasten dat toch? Volgens de schildering in Figuur 1 linksboven luidt het antwoord hierop: “z milosci do piekna“. En als ik dat correct uit het Pools heb weten te vertalen – met een uitgebreide intertekstuele studie en een vleugje Google Translate – is dat niet meer of niet minder dan “uit liefde voor de schoonheid”. Net zoals de meeste graffiti’s tegenwoordig, gaat het hier om een met sjabloon gespoten afbeelding (zie ook de robot rechtsonder). Tijdens mijn vertaalzoektocht kwam ik nog een leuk woord op het spoor: “szablonowo” is Pools voor “op een niet-originele manier”. Het plaatje linksonder is niet gesjabloneerd en de maker ervan claimt ook niets over liefde of schoonheid, maar ik vond het resultaat fris en lief – en dus een foto waard.

Net zo eigen aan de stad als graffiti, zijn straatartiesten die een centje proberen bij te verdienen op de stoep. Het sciencefiction-landschap van de spuitbusartiest op de foto rechtsboven was nog niet helemaal af: er werd al krassend nog een fantasiekasteel toegevoegd aan de horizon en dieptelijnen. Met de witte spuitbus werd er een heldere lichtflits aangebracht bij de planeten in de hemel en toen was het werk klaar om te verpatsen.

Graffiti in Warschau.

Figuur 1: Graffiti in Warschau.

In Kopenhagen hebben ze een wereldberoemd beeldje dat verwijst naar “De kleine zeemeermin” van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen. Ook in Warschau verwijzen ze naar hun stadssymbool als “syrenka“, hetgeen “zeemeerminnetje” of dus “kleine zeemeermin” betekent. De zeemeermin van Warschau is echter niet van het sentimentele type en van geen kleintje vervaard, zoals je ziet aan haar schild en opgeheven zwaard. Het beeldje op het marktplein in de oude stad (zie Figuur 2 rechtsboven) is een kopie van een ouder exemplaar dat nu veilig in het museum staat. Volgens de legende kwam de meermin uitrusten op de oever van de Wisła nabij Warschau. Ze werd echter gevangen door een koopman, die haar als kermisattractie wou exploiteren. Een visserszoon hoorde haar huilen en wist haar samen met zijn vrienden te bevrijden. Sindsdien beschermt de zeemeermin Warschau, uit dank voor de hulp van haar inwoners.

Ook in de plaatselijke graffiti vormt de zeemeermin een populair thema. Mijn favoriet is de strijdbare zee-dame op de foto linksboven. Het lijkt me geen goed idee om haar te vertellen dat ze toch een beetje naar vis ruikt… ;-) De geschilderde zeemeermin rechtsonder maakt deel uit van een muurschildering ter ere van Maria Skłodowska Curie. Vorige keer toonde ik al een foto van de muurschildering van Swanski op de blinde muur aan de Nowolipki, maar ter ere van het Marie-Curie-jaar werd er ook een muurschildering-prijsvraag uitgeschreven waarvan de winnaar nu de ingang van metrohalte ‘Centrum’ opfleurt. Het is een heel kleurrijke schildering, met zowel verwijzingen naar Marie Curie als naar de stad Warschau. Door te werken met eenvoudige, overlappende vormen, is het een soort zoekplaat geworden – na een tijdje herken je steeds meer elementen. Zo spotte ik een portret van Marie Curie, maar ook een röntgenfoto van een ribbenkast, King Kong met een proefbuisje in de hand (in plaats van de blonde vrouw) en deze zeemeermin.

Aan het koninklijk paleis wenkt de zeemeermin linksonder; ze sleurt weliswaar geen vissers de diepte in, maar argeloze voorbijgangers verlokt ze wel om met haar op de foto gaan. Deze pluchen meermin is trouwens niet het enige exemplaar met pootjes: op de deuren van de Johanneskathedraal zijn er diverse varianten te vinden, waarvan sommigen meer op een vogel dan op een vis lijken. In een informatiefolder vond ik deze verklaring: op het eerste stadswapen van Warschau uit de vijftiende eeuw stond een mythisch wezen dat half-man en half-vogel was. Pas in de achttiende eeuw werd er een half-vis half-vrouw op het wapen afgebeeld. Net als in de biologie evolueerde ook de afbeelding geleidelijk. Vandaar dat de zichtbare voeten van de poserende zeemeermin wel zo gepast zijn – ditmaal niet uit liefde voor de schoonheid, maar uit liefde voor de (kunst-)wetenschap.

Zeemeerminnen in Warschau.

Figuur 2: Zeemeerminnen in Warschau.

Aan de wieg van Marie Curie

Maria Sklodowska Curie werd meer dan een eeuw geleden geboren in Warschau.Het is september en dat betekent congresmaand op planeet Academia: de onderzoekers zijn terug uit vakantie, maar de lessen zijn nog niet begonnen aan de universiteit. Een ideaal moment dus om een conferentie te organiseren op een exotisch eiland of in een historische hoofdstad. Zodoende ben ik nu in de Poolse hoofdstad Warschau beland.

Warschau is vooral bekend van de Oost-Europese tegenhanger van de NAVO – het Warschaupact – en wordt zelden geassocieerd met gezellige terrasjes of mooie vakantieplaatjes. Zonder congres zou ik hier wellicht nooit naartoe zijn gekomen. Onbekend maakt onbemind en dat is jammer, want Warschau is zeker een bezoekje waard. Het centrum is weliswaar volledig gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar daar is anno 2011 helemaal niets meer van te merken. Het centrum van de oude stad is volledig heropgebouwd in de oorspronkelijke stijl, een verwezenlijking die “het wonder van Warschau” wordt genoemd. Het plein rond het beeldje van de zeemeermin uit het wapenschild van Warschau fungeert als een levendig centraal punt: een Poolse versie van de Gentse Korenmarkt. Even verderop heb je het koninklijk paleis, ook gelegen aan een prachtig plein (zie Figuur 1).

Hoewel Polen sinds 2004 tot de Europese Unie behoort, is de euro hier (nog) niet ingevoerd. Betalen doe je dus in de Poolse munteenheid: de złoty. De prijzen zijn hier lager dan in België, het eten is er even lekker en ze brouwen hier ook goed bier. Opschriften in het Pools zijn voor Nederlandstaligen vrij goed te begrijpen; de gesproken variant is zonder babelvisje niet te verstaan, maar tramchauffeurs en winkelbediendes praten een mondje Engels, dus grote problemen zijn er niet te verwachten. Een aanrader dus voor je volgende citytrip!

Nieuwe stad in Warschau.

Figuur 1: Het oude stadscentrum van Warschau heeft pleinen waar het heerlijk toeven is. Het koninklijk paleis werd vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar is volledig heropgebouwd.

Als fysicus is er nog een goede reden om Warschau te komen verkennen: hier stond immers de wieg van Marie Curie, al heette ze toen nog Maria Salomea Skłodowska. Meteen al bij de uitgang van het vliegveld hing er een affiche die vermeldt dat Maria Skłodowska-Curie hier in Warschau geboren werd. Op de affiche zit ze als een spookachtige verschijning in zwart-wit op een bankje in een full-color metrostation. Door het verschil in mode met een eeuw geleden lijkt het net of ze in nachtjapon zit en dan nog met zo’n grijs gezicht: ik vind het resultaat eerder griezelig dan wervend. Mijn excuses! Nog volgens de affiche zou 2011 het jaar van Maria Skłodowska-Curie zijn, maar waarom precies voor dit jaar gekozen werd, is me ook na een bezoek aan de bijbehorende website niet duidelijk.

Een plausibele verklaring is dat ze de honderste verjaardag van haar tweede Nobelprijs vieren, maar het zou dan toch slim zijn om dit even te vermelden… [Aanvulling: Het is niet enkel het jaar van Maria Skłodowska-Curie in Polen, 2011 werd ook door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationale jaar van de Chemie, iets dat volgens dit bericht en de officiële website ook gerelateerd is aan Curies Nobelprijs uit 1911.] In 1903 ging de Nobelprijs voor de Fysica voor de ene helft naar Henri Becquerel en voor de andere helft naar het echtpaar Pierre en Marie Curie. Marie Curies tweede Nobelprijs uit 1911 was die voor Chemie en stond enkel op haar naam. (Eerder schreef ik al dat de Franse Academie der Wetenschappen haar net voordien het lidmaatschap nog had ontzegd.) Marie Curie was de eerste persoon die twee Nobelprijzen mocht ontvangen en ze is nog steeds de enige laureaat ooit die de prijs voor twee verschillende wetenschappelijke disciplines kreeg toegekend. (De combinatie met de Nobelprijs voor de Vrede komt vaker voor.) Marie Curie was ook de eerste vrouw die een Nobelprijs in de Fysica kreeg; de tweede (en tot op heden laatste) vrouw die een Nobelprijs in de Fysica kreeg was Maria Goeppert-Mayer in 1963 (samen met Eugene Wigner en J. Hans D. Jensen). De teller voor Nobelprijzen aan vrouwen is voor Fysica sindsdien op twee blijven steken.

Maria Skłodowska werd geboren op 7 november 1867. Het is dus meer dan een eeuw te laat om op de suikerbonen te gaan. Toch namen we een kijkje in haar geboortehuis, want er is nu een museum dat haar leven en werk herdenkt. (Hun eigen website is enkel in het Pools beschikbaar, dus lang leve Wikipedia.) Bovenaan links in Figuur 2 zie je de gedenksteen die op de gevel van het geboortehuis aan de ulica Freta 16 (Freta straat) is aangebracht. Binnen in het museum vind je vooral reproducties van foto’s, documenten en apparatuur. Er is ook een stamboom aan de hand van foto’s (linksonder). Originele stukken zijn schaars, want veel is verloren gegaan tijdens de oorlog. Tijdens ons bezoek waren er wetenschappers aanwezig die de bezoekers iets meer uitleg gaven over radioactiviteit. Je kon er je eigen stralingsniveau meten, dat gelukkig onder de detectielimiet bleef. We kregen ook een ouderwets horloge met lichtgevende verf op de wijzerplaat om het te testen. Dit gaf wel een meetbaar resultaat, vanwege het door Pierre en Marie Curie ontdekte radioactieve element radium in de verf.

Ik vond het leuk om in het museum eens andere foto’s te zien van Marie Curie dan de twee officiële Nobelprijsfoto’s en de overbekende groepsfoto’s van diverse Solvay-conferenties, die vanaf 1911 in Brussel gehouden werden. Op haar trouwfoto (rechtsboven) glimlacht ze zelfs bijna! (Door te vergelijken met de fotogalerij van de Nobelprijs-website heb ik ontdekt dat deze versie van de foto die in het museum hangt blijkbaar gespiegeld is.) De ouders van Maria Skłodowska bleven niet lang aan de Freta straat wonen, maar verhuisden naar Nowolipki. Ter ere van het Marie-Curie-jaar werd er een muurschildering gemaakt op de blinde gevel van het appartementsgebouw dat daar nu staat (rechtsonder).

Herinneringen aan Maria Sklodowska Curie in Warschau.

Figuur 2: Herinneringen aan Maria Skłodowska-Curie in Warschau aan haar geboortehuis in de Freta straat en aan de Nowolipki waar het gezin daarna woonde.

Zoals je op de stamboom kunt zien, kwam Marie Curie uit een gezin van vijf kinderen. Haar ouders waren beiden leerkracht. Haar oudste zus en moeder stierven voor Marie twaalf was. Het was haar vader die haar wiskunde, fysica en talen leerde. Tot haar vijftiende volgde ze lager-secundair onderwijs aan een staatsschool. Als vrouw kon Marie Curie geen vervolgopleiding volgen aan een reguliere universiteit in het door Rusland gecontroleerde Warschau van weleer. Ze volgde wel les aan de ondergronds georganiseerde “Vliegende universiteit” van Warschau. Ze gaf zelf ook les: ze nam een baan als gouvernante om de artsenstudie van haar zus Bronisława in Parijs te helpen betalen; de afspraak was dat deze zus haar nadien ook financieel zou helpen om naar Parijs te gaan. In Warschau deed ze haar eerste ervaring op in een laboratorium voor fysica en chemie.

Vanaf haar vierentwintigste, in 1891, verhuisde ze naar Frankrijk, waar ze wel openlijk kon studeren. Ze studeerde aan de Sorbonne af in de fysica in 1893 en in de wiskunde in 1894. In datzelfde jaar leerde ze Pierre Curie kennen via haar werk en de twee wetenschappers trouwden in 1895. Het echtpaar zou twee dochters krijgen: Irène (in 1897) en Ève (in 1904).

Marie Curies doctoraatsthesis uit 1903 handelt over het radioactive element radium, dat ze in 1902 had weten te isoleren. Hoewel Marie Curie het werk waarvoor ze zo beroemd is geworden in Parijs uitvoerde, bleef ze toch heel haar leven een dochter van Polen. Ze wees op het belang van de vooropleiding die ze hier kreeg en hield van de Poolse natuur (volgense deze korte biografie). Ze keerde dan ook geregeld naar haar geboorteland terug. Bovendien vernoemde ze één van de twee door haar ontdekte elementen naar haar geboorteland en zo kennen wij het element met atoomnummer 84 nu nog steeds als ‘polonium‘.

Ook in Polen is men terecht trots op deze wereldberoemde landgenoot. Toch is er nog wel wat werk aan de winkel. Marie Curie kreeg een eredoctoraat van de technische universiteit van Warschau (Politechnika Warszawska), die dit gedenkt met een levensgroot standbeeld in een nis van het plechtstatige hoofdgebouw. Tot zo ver niets aan de hand. Wat gebeurt er echter als de Material Research Society (MRS) haar Europese herfstcongres houdt in ditzelfde gebouw? Juist, dan zetten ze een zuil met eigen reclame voor dat beeld (Figuur 3). Tragikomisch detail: door de pose waarin het beeld van Marie Curie staat (met de rechterhand opgeheven) lijkt het net alsof ze tevergeefs vanachter het reclamepaneel tracht te ontsnappen. En dat in het jaar van Maria Skłodowska-Curie… Ga je schamen, MRS! Anderzijds zei ze (volgens de biografie door haar dochter) geregeld tegen journalisten dat we in de wetenschap meer geïnteresseerd moeten zijn in ideeën, niet in mensen. Dus misschien is dit wel het ultieme eerbetoon aan Marie Curie: ze wordt al door zoveel instanties voor hun kar gespannen, laat nu de wetenschap maar weer op de voorgrond staan.

Marie Curie in de vergeethoek?

Figuur 3: Uitgerekend in haar geboortestad Warschau en in haar herdenkingsjaar zetten ze een reclamepaneel voor het beeld van de bekendste fysica ter wereld.

In het academiejaar 2008-2009 gaf ik een cursus Stralingsbescherming aan de Universiteit Hasselt. Het begon met een inleiding over de fysische basis van verschillende vormen van ioniserende straling (bekend onder de oude benamingen: alfa, bèta en gamma) en natuurlijke en kunstmatige bronnen van radioactiviteit. De nadruk lag echter op de biologische effecten van ioniserende straling, de methodes waarmee je deze straling kunt meten en hoe je de straling kunt afschermen. De grondregel van stralingsbescherming is het ALARA-principe, wat staat voor ‘As Low As Reasonably Achievable’ of ‘zo weinig als redelijkerwijze haalbaar’. Op het moment dat Marie Curie haar baanbrekende onderzoek verrichtte, was er echter nog zo weinig over radioactiviteit bekend (het verschijnsel had zelfs nog geen naam, Marie Curie heeft het ‘radioactiviteit’ genoemd), dat de gevolgen op de gezondheid volledig onbekend waren. Marie Curie bewaarde de stalen in haar bureaulade en merkte op hoe mooi het materiaal blauwgroen scheen in het donker… Van ALARA was geen sprake. Marie Curie en haar dochter Irène, die met haar samenwerkte, ontwikkelden beiden leukemie. Hoewel de gezondheidseffecten van straling niet deterministisch maar statistisch van aard zijn, lijkt het in hun geval nagenoeg zeker dat de ziekte aan het werk met stralingsbronnen te wijten was. Marie stierf in 1934 aan de gevolgen van bloedarmoede. Na Maries dood kregen Irène Joliot-Curie en haar man Frédéric Joliot de Nobelprijs in de Chemie van 1935 voor de synthese van nieuwe radioactieve elementen. Ève Curie schreef haar moeders biografie “Madame Curie”, die in 1937 verscheen.

Het werk dat Marie Curie het leven kostte, heeft ook vele levens gered. Tijdens de Eerste Wereldoorlog leverde ze de radioactieve bronnen voor mobiele medische installaties voor het maken van röntgenfoto’s die in Frankrijk en België werden ingezet. Ze reed ook zelf met de busjes, die “petites curies” werden genoemd, en leidde haar achtienjarige dochter Irène op om hetzelfde te doen. (Het was in die tijd niet gebruikelijk dat een vrouw een rijbewijs had, maar in vergelijking met hun andere prestaties is dit slechts een voetnoot.) Tegenwoordig wordt ioniserende straling in ziekenhuizen natuurlijk ook gebruikt om tumoren te bestrijden.

Over de medische toepassingen van radioactiviteit zei Maria Skłodowska-Curie later tijdens een lezing in de Verenigde Staten in 1921 (door mij vertaald van Wikiquote):

“We mogen niet vergeten dat toen radium ontdekt werd niemand wist dat het nuttig zou blijken in ziekenhuizen. Het was een puur wetenschappelijk onderzoek. En dit is een bewijs dat wetenschappelijk werk niet beschouwd moet worden vanuit het oogpunt van het directe nut ervan. Het moet gedaan worden omwille van zichzelf, omwille van de schoonheid van de wetenschap en dan is er altijd een kans dat een wetenschappelijke ontdekking net zoals het radium een zegen voor de mensheid zal worden.”

En ook met deze uitspraak was Marie Curie me een kleine eeuw te snel af.

Sylvia in Wonderland

Het Vrijheidsbeeld van New York is helemaal groen doordat het koper oxideerde. De vlam van de toorts blinkt in de zon; deze is met bladgoud bedekt.Intussen ben ik terug uit New York en is het tijdsverschil van zes uur weer redelijk verwerkt. Ook buiten het Progic-congres was er heel wat te beleven. De foto’s waarmee ik thuiskom, getuigen al eens van beroepsmisvorming. Ook nu is dat niet anders: hier volgt een verslag aan de hand van 4 × 4 foto’s en één filmpje. Ik begin met de kernthema’s van dit blog – wetenschap, filosofie en kunst – en eindig met een paar favoriete foto’s hors catégorie.

In het hart van Manhatten ligt Central Park. In het park is er altijd veel beweging, maar de ingrediënten ‘zon’ en ‘weekend’ zorgen voor echte topdagen. Mensen komen er wandelen of joggen, zonnen of frisbee spelen, bootje varen of vliegeren, picknicken of rolschaatsdansen. Ik maakte er volgend filmpje van een zeepbelkunstenaar. De bellen zijn zo groot, dat je kunt zien dat ze niet ineens uit elkaar spatten, maar dat het een tijdje duurt voor de ene kant ‘weet’ dat de andere kant van de bel aan het barsten is. (In het filmpje gebeurt dit van rechts naar links.)

Aan de westkant van Central Park ligt het natuurhistorisch museum. De foto linksboven in Fig. 1 is er gemaakt: het gaat om versteend fossiel van een ammoniet (een uitgestorven verwant van de inktvis). Er zijn slechts drie soorten edelstenen die afkomstig zijn van levende wezens: parel, amber en ammoliet – de schaal van een ammoniet. Zowel zeepbellen als ammoliet zijn iriserende materialen: ze zijn gedeeltelijk transparant en hebben hun mooie parelmoerkleuren te danken aan meervoudige reflecties en interferentie van het witte omgevingslicht.

Het natuurhistorisch museum herbergt een grote collectie fossielen, waaronder skeletten van grote dinosauriërs. De collectie opgezette dieren en etnografische voorwerpen geeft het de sfeer van een ouderwets museum. Frisser en meer naar mijn smaak was het planetarium en de (beperkte) tentoonstelling over fysica en sterrenkunde. Daar begroette ik het Hertzsprung-Russelldiagram (linksonder): long time no see, old friend!

Het boekje “Totally irresponsible science” (rechtsboven) spotte ik in de etalage van Pylones tussen vele andere kleurrijke hebbedingetjes. In de hoofdbibliotheek van New York liep er een tentoonstelling over diverse manieren om informatie te bewaren. Naast de allereerste kopie ooit, stond daar te blinken een fonograaf van Edison (rechtsonder)! Hoewel ik er eerder over schreef, had ik nog nooit een exemplaar in het echt gezien. De cilinder links is een originele wasrol.

Wetenschap in New York.

Figuur 1: Wetenschap in New York.

De drukke straten van NYC lijken niet meteen aan te moedigen tot filosofische reflectie. Toch waren er ook buiten het congres enkele sporen van wijsbegeerte te vinden. Op de metro zag ik zowaar iemand Hegel lezen! Misschien had hij ook de reclame gezien voor “Sustainable happiness“, een affiche voor filosofiecursussen in de metro (Fig. 2 linksboven). “Vakanties komen en gaan. Kleren raken afgedragen. Bankrekeningen schommelen op en af. Maar filosofie gaat een leven mee,” aldus de reclame. Of misschien zag hij een taxi met reclame voor Zadig & Voltaire (linksonder), het kledingmerk dat zijn naam ontleent aan de Franse filosoof Voltaire en zijn boek over de Babylonische wijsgeer Zadig. Of vond hij een onweerstaanbaar koopje in de filosofie-afdeling van boekenwinkel The Strand (rechtboven), waar ik zelf een herdruk kocht van de Engelse vertaling van het bekende essay over kansen van Laplace.

Rechtsonder zie je me poseren bij het beeld van “De denker” voor de ingang van Philosophy Hall, het filosofiegebouw van de Columbia Universiteit. Een andere exemplaar van dit bekende beeld van Rodin is te vinden in het Metropolitan Museum of Art, maar dat brengt me alweer bij het derde thema: kunst.

Filosofie in New York.

Figuur 2: Filosofie in New York.

Kunst is er in New York te vinden in overvloed. Om de selectie enigszins te beperken, bespreek ik hier enkel Belgische kunst die in NYC tentoongesteld staat. Na ons bezoek aan het toch al gigantische Metropolitan Museum ten oosten van Central Park, namen we ook nog een kijkje in haar iets meer afgelegen afdeling voor middeleeuwse kunst: The Cloisters. Hier staat ondermeer de Mérode-triptiek van de Vlaamse Primitief Robert Campin. Ik wist helemaal niet dat dit werk zich in New York bevond en het was dan ook een leuk weerzien met deze afbeelding van de annunciatie (Fig. 3 linksboven) die we in de les kunstgeschiedenis op de tekenacademie destijds uitvoerig hebben besproken. In The Cloisters hangen er ook mysterieuze doeken met eenhoorn-motieven (linksonder), waarover weinig meer geweten is dan dat ze vermoedelijk in Brussel geweven zijn.

Ook in het Museum of Modern Art, of MoMA, is er Belgisch werk te bewonderen. Ze hebben enkele stukken van Marcel Broodthaerts en in een klein hoekje van een doek van Ensor trof ik de griezel-met-snottebel aan op de foto rechtsboven.

Belgisch bier wordt overal geprezen alsof elk glas een kunstwerk is, getuige hiervan de Stella-reclame in de New Yorkse metro (rechtsonder).

Belgische kunst in New York.

Figuur 3: Belgische kunst in New York.

Heel New York is een soort Wonderland, dus het beeld in Central Park van Alice met haar kat Dinah, het konijn en de gekke hoedenmaker is heel toepasselijk. Het koper van dit beeld is niet groen geoxideerd zoals het Vrijheidsbeeld, maar blijft blinken, doordat kinderen het als klimrek gebruiken en zo voortdurend opblinken. Het is ook een favoriete fotolocatie voor volwassenen, dus klom ik op de schoot bij Alice en poseerde voor de foto in Figuur 4 (linksboven). Voor echte Alice-fans is er in New York meer moois te vinden, zoals de mozaïeken “The Way out” in de metrohalte van de vijftigste straat. En voor sprookjesfans in het algemeen is ook het beeld van Hans Christian Andersen in Central Park een verplichte tussenstop.

Als het regent in New York, trekken alle modegevoelige schoolmeisjes rubberlaarsjes aan onder hun schooluniform. Ook werkende vrouwen doen mee en nemen in hun handtas een tweede paar schoenen mee voor op kantoor. Rubberlaarzen zijn te krijgen in ouderwets groen, stijlvol zwart of in allerhande felle kleuren en met vrolijke motiefjes (linksonder). En als het regent in New York, druppelt het in Brussel: dat wordt dus uitkijken tot de trend ook hier op straat te spotten is. (Of loop ik hopeloos achter en is het hier al passé?)

Het viel ook op dat de tatoeages in New York talrijker, kleurrijker en groter zijn dan in België. Oorzaak en gevolg zijn niet gemakkelijk te onderscheiden: voelen mensen in de drukke metropool een grotere behoefte om zich van anderen te onderscheiden, of worden mensen met extremere stijlen meer door de stad aangetrokken – wie zal het zeggen? Ik ben een grote fan van toeval en kansen, maar het lijkt me toch geen goed plan om je te laten tatoeëren door een tatoeëur die zich “Chance” laat noemen (rechtsboven).

Tot slot wil nog mijn vriend en moeder bedanken voor het heerlijke reisgezelschap (rechtsonder). Bedankt ook om mijn leven te redden, telkens als ik midden op straat een foto stond te maken en niet door had dat het licht voor voetgangers al op rood stond… You’re the best!

New York is een soort Wonderland.

Figuur 4: New York is een soort Wonderland.

Rara, waar ben ik?

Volgens mij luidt de wet van Murphy voor blogs als volgt:

“Naarmate de locatie interessanter is, stijgt de kans dat de stekker van je laptop er niet in het stopcontact past.”

Meer nieuws volgt zodra ik een internationale stekker gevonden heb…

Murphy calling.

Dear blog, this is Murphy calling. I am having so much fun here in... tuut tuut tuut.

Aanvulling na de vouw.
(meer…)