Tag Archief: technologie

Vergadertechnieken van de toekomst (anno 2007)

Als ik ooit nostalgisch zou durven worden, dan is er een simple remedie: laat me terugkijken naar dit tenenkrullende fragment “reality TV” (uiteraard volledig gescript). Hierin mocht ik kotgenote Eva rondleiden in een onderzoeksinstituut op het Wetenschapspark. Niet in het Instituut voor MateriaalOnderzoek, waar ik doctoreerde (want daar hadden ze al met een andere student gefilmd), maar wel bij de collega’s aan de overkant: in het Expertisecentrum Digitale Media, waar ik voordien zelf ook nog nooit binnen was geweest.

Filmopnames in een lift, het is niet gemakkelijk. En die “vergadertechnieken van de toekomst” waren zelfs in 2007 al niet om over naar huis te schrijven.

Vroeger was zelfs de toekomst niet beter.

Op Twitter: @SylviaFysica

Sinds dinsdag heb ik een Twitter-account: @SylviaFysica. (Een early adopter ben ik bepaald niet; veeleer een laggard.)

Na drie dagen ziet die er zo uit:

TwitterDag3.

Twitter: Dag 3

Bij het symposium gisteren stelde ik voor om de hashtag NVWF te gebruiken voor live-tweets (aangezien #NVWF sinds februari niet meer gebruikt was en het dan nog over bruiloften ging). Dit was de eerste keer dat ik het woord “hashtag” publiekelijk heb uitgesproken en er waren toch twee aanwezigen die dit hebben gedaan: #NVWF. Waarvoor dank. :-)

Ik dacht wel dat ik Twitter leuk zou vinden; juist daarom wou ik er niet aan beginnen (zie ook mijn ervaring met spel 2048). En ja, de eerste verslavingsverschijnselen beginnen op te treden. ;-)

Verder ben ik van plan om nieuwe blogposts steeds op Twitter te melden (behalve deze dan, anders wordt het té meta), dus als je wil kan je me via daar volgen.

Laat me weten als je hier leest en ook op Twitter zit!

Wetenschap versus verbeelding?!

Deze week schrijft en leest Ann de Craemer het middagjournaal bij Nieuwe feiten op Radio 1.* Dinsdag had ze het over elderspeak (kinderlijk taalgebruik tegenover ouderen), waarvan ik alleen maar kan hopen dat heel veel mensen het gehoord hebben (of het hier nalezen) en zich (opnieuw) voornemen hierop te letten. Daarom zal ik hier dus niet schrijven: “Zullen we daar dan eventjes aan denken, lezertjes?”

Vandaag luisterde ik echter met een kritischer oor naar haar bijdrage (hier na te lezen). Hierin richtte ze zich tot studenten met de boodschap: “Geloof in de schoonheid van je eigen dromen”. Op zo’n motto valt alvast weinig af te dingen. De noden op de arbeidsmarkt voorspellen is inderdaad moeilijk (als het al mogelijk is) en het is dus beter om studieadvies niet (enkel) daarop te baseren. “[Z]al de arbeidsmarkt binnen een jaar of tien nog wel genoeg werk hebben voor al die studenten uit bètarichtingen?” vraagt de Craemer zich af. Mij lijkt het onwaarschijnlijk van niet, maar over een glazen bol beschik ik ook niet, dus laten we een belangrijker punt aansnijden.

Lof der wetenschap.De rest van haar pleidooi lijkt namelijk op een onjuist contrast te berusten tussen verbeelding enerzijds en STEM-vakken anderzijds. Juist in wetenschappen en wiskunde spelen verbeelding en creativeit een zeer grote rol:

  • Wiskunde: er is niets, verzin maar iets en kijk wat je boven water krijgt.
  • Natuurwetenschap: de wereld is er al, probeer met je beperkt verstand er maar een verstaanbaar verhaal over te vertellen.

Is de verbeelding en creativiteit die hiervoor nodig is dan zo anders dan voor, bijvoorbeeld, het schrijven van een roman?**

Bovendien kan wetenschappelijke vernieuwing via de technologie een zeer grote impact hebben op de maatschappij, (al mag de wetenschap zich daar niet toe laten beperken***). Als er ergens behoefte is aan mensen die zich een mooiere wereld dromen en die de capaciteit hebben om echt nieuwe dingen te bedenken, is het daar wel.

De Craemer: “Hoe prachtig zou het zijn niet zijn als onze politici ook een actieplan verbeelding en creativiteit zou[den] ontwikkelen?” Met dat voorstel kan ik dan weer alleen maar instemmen, op voorwaarde dat het domein van verbeelding en creativiteit niet beperkt wordt tot de kunsten. In de hoop dat dromen zich niet laten beperken, tout court.

*Het is niet de eerste keer dat die radiorubriek een blogreactie losweekt.

**Zoals ook uit mijn vorige bericht blijkt (met name de keuze van de tweede cartoon), vind ik van niet.

***Anders bloedt ze dood: zie ook dit oudere stukje over het belang van vrij onderzoek.

Aanvulling: Ik liet een iets kortere versie van dit bericht ook achter als reactie op de website van Radio 1. Op dat moment zag ik nog geen andere reacties staan. Op dit moment blijken twee andere luisteraars een soortgelijke bedenking te hebben gemaakt als ik. Blijkbaar zijn we dus toch niet zo origineel als we zelf denken. ;-)

Foto’s van het Feest van de Filosofie

Op het voorbije Feest van de Filosofie werden er foto’s gemaakt door Joeri Thiry van het STUK in Leuven. Hieronder twee foto’s die hij maakte tijdens ons debat over de technologische singulariteit (via de Facebook pagina van het Feest van de Filosofie).

Feest van de Filosofie.

Feest van de Filosofie 2014 in Leuven: professor Philip Dutré tijdens zijn introductie voor het debat. (Foto gemaakt door Joeri Thiry van het STUK; bron.)

Zoals je hieronder kunt zien, heb ik goed opgelet tijdens de filmpjes die professor Dutré liet zien.

Feest van de Filosofie.

Feest van de Filosofie 2014 in Leuven. (Foto gemaakt door Joeri Thiry van het STUK; bron.)

Kermisgeld

3D-penIk verdien al meer dan tien jaar mijn eigen kost. Toch krijg ik van mijn ouders soms nog snoepgeld, zoals deze week voor mijn verjaardag. Op de kermis die KickStarter heet, gaf ik alles uit bij het kraam van LIX, een pen waarmee je in drie dimensies kunt schrijven! Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Dat zullen we over een paar maanden zien.

De pen werkt zoals de kop van een 3D-printer. De pen wordt gevoed via een USB-aansluiting en verwarmt een buisje plastic, waardoor die vloeibaar wordt en je ermee kunt “schrijven”.

Het KickStarter-project heeft zijn financieringsdoel al gehaald, dus kan ik er vrij zeker van zijn dat er een pakketje mijn kant op komt. Tenzij er nog onverwachte problemen opduiken, doordat er nu een grote productie vereist is en de makers zelf het project annuleren. (Er zijn trouwens nog twee weken om het project te steunen en dus ook een pen te krijgen, maar de goedkope opties zijn er wel tussenuit.)

Ik verwacht geen wonderen van dit ding, maar hoop toch op enkele leuke experimentjes. De tetraëder in deze demonstratie werkt bijvoorbeeld inspirerend, want ik ben nog steeds bezig met een project over viervlakken (waarover binnenkort meer). En waarschijnlijk kan mama zo’n pen ook wel gebruiken voor een creatief project bij haar handwerkclub.

Als ik de pen inderdaad in handen krijg, komen de resultaten uiteraard op mijn blog.

Wat zou jij maken met zo’n pen?

Over de technologische singulariteit

Onderstaand stukje heb ik op NewApps gezet naar aanleiding van het debat over de technologische singulariteit tijdens het Leuvense “Feest van de Filosofie” aanstaande zaterdag. Aangezien dit geen onderwerp is waar ik normaal onderzoek naar doe (hoewel het me zeker interesseert), is het deels een oproep naar (in korte tijd behapbare) leessuggesties. Die oproep geldt hier uiteraard ook. ;-)

Thinking about the technological singularity

Next Saturday, the University of Leuven is hosting an outreach event called Philosophy Festival (“Feest van de Filosofie“). This year’s theme is people & technology (“mens & techniek“). I was asked to join a panel discussion on the technological singularity (link). The introduction will be given by a computer engineer (Philip Dutré, Leuven). There will be a philosopher of technology (Peter-Paul Verbeek, Twente) and a philosopher of probability (me, Groningen); and the moderator is a philosopher, too (Filip Mattens, Leuven). So far, I have not worked on this topic, although it does combine a number of my interests: materials science, philosophy of science, and science fiction.

The idea of a technological singularity (often associated with Ray Kurzweil) originates from the observation that the rate of technological innovations seems to be speeding up. Extrapolating these past and current trends suggests that there may be a point in the future at which systems that have been built by humans (software, robots, …) will become more intelligent than humans. This is called the technological singularity. Moreover, once there are systems that are able to develop systems that are more intelligent than systems of the previous generation, there may be an intelligence explosion. The possibilities of later generations of such systems are inconceivable to humans. (This theme has been explored in many science fiction stories, including the robot stories by Isaac Asimov (1950’s and later), the television series “Battlestar Galactica” (2004-2009), and the movie “Her” (2013).)

Skynet.

Even this brief introduction gives us plenty of opportunity for reflection on concepts (What is intelligence?) and consequences (What will happen to humans in a post-singularity world?). I am planning to analyze a very basic assumption, by raising the following question: When are we justified to pick a particular trend that has been observed in the past (e.g., Moore’s law that describes the exponential increase in the number of transistors on a commercial chip) and extrapolate it into the future? Viewed in this way, the current topic is an example of the general problem of induction.

The hypothesis “The observed trend will continue to hold” is only one among many. Let me offer two alternative hypotheses:

(meer…)

Aankondigingen: lezing en debat

Oneindig kleine kansen.Deze week geef ik op donderdag een lezing in Groningen in een Grolog-sessie (waar de Groningse logici uit het wiskunde- en filosofie-departement elkaar treffen). Het zal gaan over oneindig grote verzamelingen en infinitesimale kansen; de lezing heet dan ook “On numerosities and infinitesimal probabilities“. Ik kijk er vooral naar uit omdat professor Paolo Mancosu (filosoof van de wiskunde) ook een lezing komt geven. Zijn lezing heeft als titel “In good company? On Hume’s principle and the assignment of numbers to infinite concepts“. Details vind je hier. Het is gratis en zal in het Engels zijn. (Laat me gerust iets weten als je er naartoe wil komen.)

Feest van de Filosofie.

Op zaterdag 5 april doe ik mee aan een debat tijdens het  Feest van de Filosofie in Leuven. Dit is de website van het Feest van de Filosofie. Details over het debat staan hier. Het debat zal gaan over de technologische singulariteit. De inleiding wordt gegeven door professor Philip Dutré (computerwetenschapper). Ik ben geen techniekfilosoof of futuroloog, dus ik ga gewoon aandachtig luisteren en dan mijn best doen om relevante bedenkingen te formuleren. Supporters zijn altijd welkom. :-) (Helaas kan ik geen vrijkaarten regelen.)

Kerstelfje en de waarheid over TV

Björk proeft van Kerstmis.Björk is een Ijslandse kunstenares. Ze is vooral bekend als zangeres, maar ze is ook actrice, producent en speelt vele instrumenten. Haar stijl wordt omschreven als eclectisch en haar standpunten als anarchistisch. Het valt me moeilijk om van haar werk te houden: het is zeer origineel en uitgesproken, wat me aanlokt, maar telkens als ik het in mijn hart wil sluiten, lukt me dat niet. Kunst hoeft uiteraard niet ‘mooi’ te zijn, maar het moet je toch op één of andere manier toelaten. En bij haar werk heb ik het gevoel dat iets me op afstand houdt, dat ik het niet begrijp. (Vermoedelijk probeer ik juist te hard om het te begrijpen en voel ik vanuit die cerebrale predispositie niet aan wat er gebeurt.)

Het heeft me ook lang dwarsgezeten dat de enige associatie die ik bij haar naam had een viscerale klanknabootsing was. Nu heb ik het eens opgezocht en de Ijslandse voornaam “Björk” blijkt te verwijzen naar een berk, dus van die walgelijke associatie ben ik genezen. Het is gewoon een mooi stukje fauna, hoera! (Alhoewel: in Ijsland wordt er berkenlikeur gebrouwen – onder de naam Björk – en als je daar te veel van drinkt, zijn we weer terug bij af.)

Maar toen zag ik onderstaand filmpje (alternatieve link; via), waarin Björk hardop nadenkt over de invloed van televisie en hoe het toestel er vanbinnen uitziet. Plots vond ik het heel gemakkelijk om van haar performance te houden! In haar rol van excentriek kerstelfje brengt ze ons:

  • Een originele kijk op iets dat alledaags is.
  • Kinderlijke verwondering en frisse wijsheid.
  • De mogelijkheid om zich oorspronkelijk uit te drukken, juist omdat ze niet in haar moedertaal spreekt.

Ik denk dat het fragment het leukste is als je helemaal niets over de context weet. Maar ik was nieuwsgierig en ging dus op zoek naar de herkomst ervan. (Klik op ‘Show‘ om hier meer over te lezen.)

Spoiler Inside SelectShow

Björk drukt uit hoe je de dingen als kind ziet: natuurlijk is een printplaat in kinderogen een stad met gras tussen de gebouwen. Wat zou het anders zijn? In de reacties wordt van Björk gezegd dat ze wereldvreemd is, of dat ze van een andere planeet komt, maar ik vind haar juist heel aards. Contact kunnen houden met de manier waarop aardse kindertjes de wereld om zich heen zien – zelfs al is het hier vermoedelijk komisch bedoeld – is een lovenswaardige prestatie.

[important]Ik denk dat dit ook iets is om na te streven in het onderwijs: al te vaak wordt er in de lessen fysica antwoord gegeven op vragen die leerlingen of studenten zich nog niet eens hebben gesteld. Het is beter (maar ook moeilijker en tijdrovender) om uit  te gaan van hoe jongeren het zien. Door hierop in te spelen, worden de lessen veel effectiever. “Aha, dat flatgebouw is dus een condensator? Leuk, dat wist ik niet!”[/important] (meer…)

Gelukkige Ada-Lovelace-Dag 2013!

Ada Lovelace was wiskundige en ze ontwikkelde het eerste computerprogramma... in 1843.Ik wens jullie allemaal een gelukkige Ada-Lovelace-Dag!

De twee voorbije jaren schreef ik ook een blogbericht voor deze gelegenheid:

Het stukje van vorig jaar kreeg na twee maanden plots veel bezoekers. Eerst wist ik niet wat er aan de hand was, maar toen bleek dat het 10 december was (de geboortedag van Ada Lovelace), dat Google daar een doodle aan had gewijd en dat mijn bericht voor de Nederlandstalige bezoekers op de eerste resultatenpagina verscheen. Toch even schrikken, zoveel volk hier ineens!

In een recent artikel in New York Times Magazine, met als titel “Why are there still so few women in science?” (“Waarom zijn er nog steeds zo weinig vrouwen in de wetenschap?”), schreef Eileen Pollack:

As so many studies have demonstrated, success in math and the hard sciences, far from being a matter of gender, is almost entirely dependent on culture — a culture that teaches girls math isn’t cool and no one will date them if they excel in physics; a culture in which professors rarely encourage their female students to continue on for advanced degrees; a culture in which success in graduate school is a matter of isolation, competition and ridiculously long hours in the lab; a culture in which female scientists are hired less frequently than men, earn less money and are allotted fewer resources.”

Vertaling: “Zoals zo vele studies hebben aangetoond, is succes in wiskunde en de harde wetenschappen, verre van een kwestie van gender, bijna volledig afhankelijk van de cultuur – een cultuur die meisjes leert dat wiskunde niet cool is en dat niemand met hen uit zal willen als ze uitblinken in fysica; een cultuur waarin professoren hun vrouwelijke studenten zelden aanmoedigen om door te gaan voor voortgezette diploma’s: een cultuur waarin het succes in de doctoraatsopleiding een kwestie is van isolatie, concurrentie en belachelijk lange uren in het labo; een cultuur waarin vrouwelijke wetenschappers minder vaak worden aangesteld dan mannen, minder geld verdienen en minder middelen toegewezen krijgen.”

15 oktober 2013 is Ada-Lovelace-dag.

15 oktober 2013 is Ada-Lovelace-dag

Als ik in de loop van de dag nog gerelateerde dingen zie, zal ik een aanvulling posten. Tips hiervoor zijn uiteraard welkom in de commentaren!

Aanvullingen (15 oktober 2013):

(1) De Petrie-multiplicator

Een eenvoudig wiskundig model toont aan dat de hoeveelheid seksisme die een vrouw te verwerken krijgt, in situaties waarin vrouwen in de minderheid zijn, schaalt als het kwadraat van de man-vrouw-verhouding. Dit heet de Petrie-multiplicator en is genoemd naar de computerwetenschapper Karen Petrie, die het model bedacht. (Ha, ze leerde programmeren met een Commodore 64, net als ik!)

Het model zelf is trouwens niet seksistisch, want het gaat ervan uit dat mannen en vrouwen even vaak seksistische opmerkingen maken. Desondanks krijgen de leden van de minderheidsgroep het vaakst vervelende opmerkingen te horen, omdat er enerzijds meer mensen zijn die de opmerkingen kunnen maken en anderzijds minder mensen aan wie ze gericht kunnen zijn. Dit effect is niet gewoon dubbel, maar kwadratisch. Het effect is van toepassing op vrouwen op wetenschappelijke congressen, maar net zo goed op mannen die verpleger zijn.

Het is niet omdat dit model voorspelt dat minderheden het extra moeilijk zullen hebben, dat er reden is tot pessimisme. Dit model heeft parameters en die kunnen we zelf beïnvloeden:

  • voor mensen in de meerderheid: extra lief zijn voor minderheden, want er zijn al genoeg anderen die het hen moeilijk maken;
  • voor mensen in de minderheid: olifantenhuid kweken en vrolijk doorwerken, want als jij weggaat raakt de verhouding nog meer uit balans.

(2) Top-10 van wetenschappers

Er zijn heel veel goede wetenschappers en daar zitten uiteraard ook vrouwen tussen. Doctoraatsstudente Suzi Gage geeft haar persoonlijke top-10 van vrouwelijke wetenschappers.

(3) Interview met Ada Lovelace

Het is al van vorig jaar, maar het is origineel gedaan: een “interview” met Ada Lovelace. Dit interview heeft uiteraard nooit plaatsgevonden, maar de antwoorden zijn wel zinnen van Lovelace zelf, bijeengeplukt uit haar brieven en andere teksten.

Aanvulling (17 oktober 2013):

Ik kreeg een bericht van Catherine Lenoble: voor het eerst wordt er ook in België een Wiki-edit-a-thon georganiseerd en dit op op 22 oktober 2013 . De bedoeling is om de Wikipedia-pagina’s van vrouwelijke wetenschappers aan te vullen. Je kunt mee gaan doen in Brussel of van thuis uit meewerken: zie de meetup pagina op Wikipedia. (De organisatoren spreken Frans, maar uiteraard mag je ook aan Nederlands- of Engelstalige pagina’s werken.)

Als je wil meedoen, dan graag een mailtje richting Catherine Lenoble (catherinelenoble [at] gmail [dot] org).

De jonkvrouw en de spelconsole

Prinses Peach wordt gevangen genomen en Mario zal haar moeten redden.Het is een oud cliché: een jonkvrouw wordt gevangen gehouden door een booswicht en moet wachten op een mannelijke held om haar te komen bevrijden. Dit thema – in het Engels “damsel in distress” genoemd – komt niet alleen voor in klassieke teksten en sprookjes, maar ook in hedendaagse (her-)uitgaven van computerspelletjes.

Anita Sarkeesian zet één en ander op een rij in het eerste deel van haar videoreeks “Tropes versus Women. Ze is zelf opgegroeid met videospelletjes, maar dat belet haar niet om kritisch naar de inhoud van deze spelletjes te kijken en met name naar de rol die vrouwen erin toebedeeld krijgen. Deze video is een onderdeel van haar project “Feminist Frequency“. Anita wilde haar project financieren via Kickstarter, maar kreeg aanvankelijk bakken kritiek over zich heen. (Er verscheen zelfs een spel online waarin het doel was om haar gezicht bont en blauw te slaan.) Gelukkig wist ze deze negatieve aandacht toch in haar voordeel om te buigen: hoewel ze op Kickstarter slechts om een bedrag van 6 000 $ had gevraagd, verzamelde ze uiteindelijk bijna 160 000 $ aan donaties.

Je kunt gerelateerd nieuws lezen op de Twitter-pagina van Feminist Frequency. Meer plaatjes van computerspelletjes die het motief van de jonkvrouw-in-nood gebruiken vind je op de bijbehorende Tumblr-pagina. Hieronder een voorbeeld van het spel “Kung-Fu Master” uit 1985, waarin er een Sylvia in distress voorkwam.

Sylvia in distress.

“Kung-Fu Master” (1985): Sylvia in distress. (Bron afbeelding.)