Tag Archief: utopie

Geen eiland

Dit jaar staat in het teken van de vijfhonderdste verjaardag van het boek van Utopia, daarom leek het me leuk om een column te schrijven over wetenschappelijk utopisme. Daarin kan Bacons utopie natuurlijk niet ontbreken. (Vanaf nu schrijf ik trouwens elke maand een column voor Eos!)

Deze column is in licht gewijzigde vorm verschenen in het meinummer van Eos.

In 1516 verscheen Utopia, het boek van Thomas More over het socio-politieke en religieuze leven op een fictief eiland. De ondertitel wordt vertaald als: “Een gouden boekje, niet minder heilzaam dan grappig, over de ideale republiek en over het nieuwe eiland Utopia.” Sindsdien is Utopia, wat ‘geen plaats’ of Nergensland betekent, haast synoniem geworden voor Eutopia, of ‘goede plaats’. More contrasteert de rationele eilandbeschaving met de moderne problemen van een Europese stad als Antwerpen. Engelsman Thomas More verbleef namelijk enige tijd in Vlaanderen en zijn boek werd vervolgens door bemiddeling van Erasmus gedrukt in Leuven. Daarom wordt de vijfhonderdste verjaardag van de publicatie ook bij ons gevierd: met een schrijfwedstrijd voor studenten en de expo Op zoek naar Utopia in Museum M (vanaf 20 oktober).

Utopia.

Heruitgave van Mores Utopia, met een illustratie van dit denkbeeldige eiland op de kaft.

Het bedenken van utopieën is van alle tijden. Plato beschreef in zijn dialoog Politeia al een ideale staat, waarin de leiders filosofen waren, en gedurende de middeleeuwen waren verhalen over Luilekkerland populair. Het boek van More gaf vervolgens de aanzet voor een heel genre: de utopische roman. Iets meer dan een eeuw later inspireerde het Francis Bacon tot het schrijven van Nova Atlantis, waarin Bacons visie op ideale wetenschap, wetenschapsethiek en de wisselwerking tussen wetenschappelijk onderzoek en maatschappij een centrale rol spelen. Nova Atlantis verscheen in 1627 (een jaar na het overlijden van Bacon). Zoals de verwijzing naar Atlantis in de titel al doet vermoeden projecteerde ook Bacon zijn utopie op een eiland. Daarop situeerde hij een ideaal instituut voor de wetenschap, dat hij het Huis van Salomon noemde en dat hoog aanzien genoot in deze beschaving. Ook dit verhaal werkte duidelijk inspirerend, niet enkel voor andere schrijvers maar ook voor wetenschappers, want in 1660 werd daadwerkelijk de Royal Society opgericht, een genootschap voor geleerden in Londen.

Francis Bacon twittert Vorig jaar verscheen Francis Bacon ‘twittert’ van wetenschapsethicus Gustaaf Cornelis (uitgegeven bij Garant, 2015; Google Books). Cornelis geeft een samenvatting van Nova Atlantis en licht leven en werk van Bacon toe. Hierbij plaatst hij beknopte parafrases in een kader: zo retweet Cornelis Bacons belangrijkste ideeën. De ondertitel is De nieuwe academie en Cornelis schetst inderdaad zijn eigen utopie van een wetenschappelijke opleiding. Daarnaast geeft hij ook een dystopische beschrijving van de huidige universiteit: Cornelis maakt melding van de nefaste publicatiecultuur die slodderwetenschap in de hand werkt. Maar hij citeert ook een studie waaruit blijkt dat studentenrestaurants bij gemiddeld 65% van de warme maaltijden frieten serveren.

Vóór zijn Nova Atlantis had Bacon een ander belangrijk werk geschreven: Novum Organum over een nieuwe wetenschappelijke methode. De titel verwijst naar de werken van Aristoteles over deductie, die het Organon worden genoemd. De redeneermethode van Aristoteles laat ons toe om uit zekere aannames even zekere conclusies te trekken. Dat lijkt nuttig, als we tenminste over zekere aannames beschikken, maar daar wringt in de praktijk het schoentje. Cornelis retweet Bacons opvatting hierover kernachtig:

“Deductie is enkel geschikt voor het behoud van dwalingen.”

Ons hedendaagse beeld van wetenschappelijke kennis is eerder probabilistisch: er zijn geen absolute zekerheden, maar sommige hypotheses kunnen wel met (zeer) hoge waarschijnlijkheid aangetoond worden. Deze visie vinden we al terug in Bacons Novum Organum: zijn nieuwe methode gaat precies over hoe wetenschappers door herhaling tot algemene wetmatigheden kunnen komen. De methode van Bacon heet inductie.

Drie eeuwen later voegde logicus Peirce de term ‘abductie’ in, voor een andere type niet-deductieve redeneringen, die gericht zijn op de best mogelijke verklaring voor een waarneming. (Hierover schreef ik al in mijn blogbericht “Brief aan een theoloog (over planet nine)“.) Zo komen we tot drie hoofdvormen van wetenschappelijk denken: deductie, inductie en abductie.

Dromen past niet in dit rijtje thuis, maar ik vermoed dat heel wat wetenschappers ook utopische denkers zijn. Daarom verwacht ik dat er vanuit de wetenschap zelf altijd ideeën over de verbetering ervan zullen blijven opborrelen en zie ik de toekomst optimistisch tegemoet. Natuurlijk blijft de aansluiting tussen wetenschap en de rest van de maatschappij steeds een moeilijke oefening. Utopieën spelen zich vaak op eilanden af, maar wetenschap is geen eiland. Misschien moet er iemand een vervolg schrijven op Bacons Nova Atlantis, over een expeditie waarin de bewoners ontdekken dat ze toch niet op een eiland wonen, maar op een schiereiland.

Wegdromen bij een boekenhemel

Een goed boek laat je dingen denken waar je anders nooit op zou komen.De stelling van vandaag is: “Je kunt nooit te veel boeken hebben.” Helaas kun je wel een te klein huis hebben (zie ook deze cartoon). In ons appartement is er stilaan geen plaats meer voor nieuwe boeken. Met nieuwe boeken bedoel ik trouwens oude boeken, want wij kopen vooral tweedehandse uitgaven: daarvan passen er meer in ons budget. Alle e-readers ten spijt zijn wij nog van het papier. Bij mijn huisgenoot bemerkt ik de laatste tijd zelfs een grotere hang naar echt authentieke, gebonden boeken. Voor mij speelt de kaft geen rol, ik lees zelfs wat er op de doos ontbijtgranen staat. Paperbacks zijn dan ook geen bezwaar – in tegendeel zelfs: daarvan passen er meer op het schap.

Ik droom al heel mijn leven van een eigen bibliotheek. Zeg nu zelf: er gaat toch niets boven een mooi geordende boekenkast met non-fictie gesorteerd op onderwerp en fictie op auteur? Alle boeken rechtop en in de kasten, niet erop – dat spreekt voor zich. Dit is echter een utopie voor kleinbehuisde boekenliefhebbers: zij hebben geen andere keuze dan de boeken zo efficiënt mogelijk in de kasten te pakken, hetgeen zelden compatibel is met ‘verticaal’ en ‘op onderwerp’. Als het mengen van verticale en horizontale indeling voor een mooi effect kan zorgen, dan is het natuurlijk wel toegestaan. Over het algemeen heb ik het ook niet zo voor de trompe-l’oeil die een volle boekenkast suggereert, terwijl het in werkelijkheid slechts een kunstig beschilderde muur of deur betreft; de keramische boekenruggen op een gevel in Amsterdam van Sanja Medic en co mogen er echter zeker zijn!

Bij gebrek aan mooi gevulde en toch niet overladen boekenkasten in het echte leven, kijk ik er graag naar op foto’s in woonbijlagen en kunstreportages. (Even onrealistisch als andere reclames, maar hopelijk minder ongezond om bij weg te dromen.) Heb je een soortgelijke fascinatie? Kijk dan zeker eens op Bookshelf, een blog dat louter originele boekenkasten bespreekt. Deze maand lieten ze ons binnenkijken bij de explorer in residence van de National Geographic Society: kijk, zo’n werkplek wil ik ook wel, met een heuse boekenhemel erboven!

Schrijfstudio ontworpen door Travis Price voor Wade Davis.

Deze schrijfstudio werd ontworpen door het architectenbureau van Travis Price voor Wade Davis, de explorer in residence van de National Geographic Society. Bij het zien van die boekenhemel droom ik helemaal weg.

Onderstaand filmpje, “The Fantastic Flying Books of Mr. Morris Lessmore” van Moonbot Studios, is hartverwarmend voor alle boekenliefhebbers, maar ook voor iedereen die van animatiefilms houdt.

Voor de liefhebbers van stopmotion heb ik een tweede filmpje in de aanbieding, “The Joy of Books“, onder het motto: “Als de winkelier van huis is, dan dansen de boeken”.

Een nadeel van veel reizen is dat je vaak lange tijd van je boeken weg bent. Ik sleep altijd zware koffers mee, waarvan het gewicht minstens voor de helft afkomstig is van papier. Blijkbaar is het reizen met boeken een oud gebruik, te oordelen naar deze vroeg-zeventiende-eeuwse boekenreiskast. Of wat dacht je van deze ronde boekenkast die je als looprad zou kunnen gebruiken? Een dekbedovertrek met een verhaaltje erop is zeker spek naar mijn bek; een bad gemaakt uit boeken vind ik dan weer zonde.

Boekenkast in de vorm van een lemniscaat (symbool voor oneindig) ontworpen door Job Koelewijn in 2005.Oneindig veel boeken? Daar droom zelfs ik niet van! Het zou wel leuk zijn om experimenteel mee aan te tonen dat de harmonische reeks divergent is. Je kunt er kansrekening op loslaten (met name Markov-ketens). Of je kunt je afvragen hoe moeilijk het is om aan een boek te kunnen (bijvoorbeeld doordat er andere boeken voor staan of op liggen) en daar een wiskundige maat voor bedenken, die met oneindig veel boeken wel eens oneindig groot zou kunnen worden.

De klassieker “De bibliotheek van Babel” van Borges over een schier oneindige bibliotheek (met meer dan 25^{1312000} boeken) heb ik helaas nog niet in mijn collectie. Misschien deze keer niet naar de boekenwinkel gaan en de openbare bibliotheek nog eens bezoeken? Mijn boekenkasten reageren alvast met een zucht van verlichting.