Tag Archief: epistemologie

Doe mee aan een filosofie-experiment!

Je kunt ons helpen door een vragenlijst in te vullen.Door deze online vragenlijst in te vullen, kun je mij en mijn collega’s helpen. Ik mag op voorhand niet vertellen wat we precies proberen te achterhalen met dit experiment. Laat gerust een reactie achter als je er nieuwsgierig naar bent, dan zal ik de resultaten, gebaseerd op jullie antwoorden, hier na afloop samenvatten.

De archetypische filosoof zit in zijn zetel na te denken. Het enige dat hij onderzoekt zijn zijn eigen intuïties, maar niets garandeert dat deze intuïties overeenkomen met iets in de wereld daarbuiten. In het nieuwe millennium zijn er gelukkig ook andere manieren om aan wijsbegeerte te doen. In dit stukje bespreek ik drie trends naar een wetenschappelijkere aanpak van de filosofie.

Wie denkt dat filosofen niet uit hun zetel te branden zijn, heeft duidelijk nog nooit van X-Phi gehoord.(1) Wie denkt dat filosofen niet uit hun zetel te branden zijn, heeft duidelijk nog nooit van X-Phi gehoord. Ik schreef eerder al over experimentele filosofie, in dit stukje. Mijn oproep van vandaag om deel te nemen aan onze vragenlijst kadert duidelijk ook in deze trend: methodes uit de experimentele psychologie gebruiken om filosofische vragen te beantwoorden.

Achteraf moeten alle resultaten statistisch geanalyseerd worden, voor ze in een artikel gegoten kunnen worden. In de natuurwetenschappen krijgen studenten practica, waarbij ze hun eerste ervaring opdoen met dataverwerking; ook in de opleiding psychologie gaat er veel aandacht uit naar statistiek, maar in de lessen wijsbegeerte is er nog niet veel aandacht voor. Zo komt mijn ervaring met dataverwerking in de natuurwetenschappen dus nog goed van pas nu ik aan een filosofische faculteit werk.

De experimentele filosofie heeft zelfs een eigen strijdlied met als refrein:

Let’s take it to the streets
To the parks, to every strip mall parking lot
Let’s take it back to the primary source
And find out who we really are
X-phi!

In de bijbehorende clip zien we de oude denkzetel branden.

Computersimulaties worden in de wetenschappen al lang als aanvulling gebruikt op labo-experimenten, maar kunnen ze in de filosofie ook een alternatief bieden voor gedachte-experimenten?(2) Een andere nieuwe onderzoekslijn is de computationele filosofie, waarbij een wijsgerige onderzoeksvraag deels met behulp van computer-simulaties geanalyseerd wordt. Computer-simulaties worden ook wel pseudo-experimenten genoemd en zijn ook in de wetenschappen een populaire methode, met name wanneer gewone experimenten te duur, ethisch onverantwoord, of anderszins onhaalbaar zouden zijn. Computer-simulaties kunnen ook nuttig zijn als er wel gewone experimenten worden uitgevoerd, in de hoop dat de gecombineerde resultaten meer inzicht verschaffen in de onderliggende processen. Hoe en wat we van deze pseudo-experimenten kunnen leren, is dan weer een filosofische vraag. Hoewel computationele methoden relatief nieuw zijn, sluit deze vraag zeer nauw aan bij een eeuwenoude puzzel uit de traditionele wetenschapsfilosofie: wat is het verband tussen de wereld enerzijds en onze modellen en theorieën erover anderzijds?

De stelling van Bayes vormt het uitgangspunt van de Bayesiaanse statistiek, maar is volgens sommige filosofen ook van fundamenteel belang in de epistemologie(3) De derde trend is de formele epistemologie. Epistemologie is een synoniem voor kennistheorie: het is een traditionele tak van de filosofie, die zich toespitst op de vraag wat wij (kunnen) weten en wat rationeel is om te geloven. De laatste jaren is er in dit onderzoeksgebied meer aandacht gekomen voor formele methoden – wiskundige modellen dus. Sinds de opkomst van de analytische filosofie in de twinstigste eeuw heeft logica aan belang gewonnen binnen de filosofie, maar andere wiskundige modellen bleven achter. In de epistemologie is er intussen een verschuiving gebeurd van zekerheid naar waarschijnlijkheid, waardoor kansrekening plots een essentieel onderdeel werd van de filosofische analyse. Dit leidde ondermeer tot het ontstaan van de Bayesiaanse epistemologie. Ook speltheorie bijvoorbeeld is niet enkel relevant in de economie, maar wordt net zo goed door filosofen bestudeerd. Door deze ontwikkelingen lijkt de poort van de filosofie nu verder dan ooit open te staan voor het gebruik van wiskundige methoden in het algemeen.

Oud-Griekse wijsgeren schatten het denken hoger in dan het waarnemen. Hierdoor bleef experimenteren jarenlang taboe in de filosofie.Sommige klassiek geschoolde wijsgeren maken zich zorgen dat de filosofie haar eigenheid zal verliezen door steeds meer op een gewone wetenschap te gaan lijken. Eén van de rollen van de filosofie is bijvoorbeeld om na te denken over de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis. Bezorgde filosofen vrezen dat ze hun beschouwende rol niet meer naar behoren kunnen vervullen als ze zelf hun handen vuil maken in de modder van het wetenschappelijke onderzoek.

Het zal jullie niet verbazen dat ik zelf optimistischer gestemd ben. Ik zie het gebruik van experimentele, computationele en formeel-wiskundige technieken in de filosofie niet als een vervanging van de traditionele methodes, maar als een aanvulling en verrijking hiervan. Bovendien zullen filosofen beter in staat zijn de sterktes en zwaktes van wetenschappelijke kennis te evalueren als ze zelf meer ervaring hebben met de gebruikte onderzoeksmethodes.

Als je maar lang genoeg verder klikt op Wikipedia kom je uiteindelijk bij filosofie terecht.Onlangs had ik het op dit blog nog over stereotypen over onderzoekers. Zoals we vandaag al zagen voldoen filosofen dus niet noodzakelijk aande stereotype van de wereldvreemde kamergeleerde zoals op het schilderij van Rembrandt. Het stereotype beeld van een filosoof is een blanke man met een baard, maar gelukkig is dit cliché aan vervanging toe: deze website verzamelt foto’s waarmee je een beeld krijgt van hoe een filosoof er anno 2012 écht uitziet. (De conclusie is: je kunt dat er eigenlijk niet aan zien. Maar je had toch niet echt gedacht van wel, hè?)

Uiteindelijk kom je altijd bij filosofie terecht; ook dat is een cliché, maar dan één dat wel nog klopt (op Wikipedia althans).

Argumentatiefouten over kansrekening

Als symbool van wijsheid waakt dit uiltje erover dat ik geen argumentatiefouten maak in dit stukje.Zoals jullie weten werk ik aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar ben ik onderzoeker aan het departement Theoretische Filosofie, dat een aantal onderzoeksdomeinen verzamelt. Zelf behoor ik tot de groep die werkt aan formele epistemologie (kenleer), maar ik doe ook aan wetenschapsfilosofie en logica.

Eén van de grote verschillen in de filosofie ten opzichte van de natuurwetenschappen is dat je veel gemakkelijker van onderzoeksveld kunt veranderen. Dus wie weet ga ik ooit nog wel onderzoek doen naar argumentatietheorie, taalfilosofie, of filosofie van de geest – en daarmee ben ik dan nog vrij conservatief, want ook deze onderwerpen behoren tot het departement Theoretische Filosofie.

Leren is een proces dat steeds efficiënter wordt: als je veel weet over een bepaald onderwerp, geeft je dat in een schijnbaar ongerelateerd domein vaak toch een voorsprong. Menselijke kennis is een complex vlechtwerk, waardoor je in afgelegen gebieden toch steeds vertrouwde patronen tegenkomt. (Zie ook het besluit bij mijn stukje over neutrino’s.) Vandaag doe ik een uitstapje naar het terrein van de argumentatietheorie en ga daarin op zoek naar een houvast, in mijn geval: kansrekening.

Argumentatietheorie is niet enkel nuttig om bijvoorbeeld drogredenen te herkennen, maar levert ook mooie, visuele overzichtjes op. Als je van infografieken houdt, dan is deze poster met logische fouten vast spek voor jouw bek. Als je van volledigheid houdt, dan is deze lijst met retorische en logische (‘retologische’) fouten jouw kopje thee. In de lijst staan er ook argumentatiefouten die gerelateerd zijn aan kansrekening en dat is dan weer mijn dada. Ik heb drie kansgerelateerde fouten bijeengesprokkeld in onderstaande figuur.

Argumentatiefouten die te maken hebben met kansrekening.

Drie argumentatiefouten die te maken hebben met kansrekening. Onderdelen overgenomen van: http://www.informationisbeautiful.net/visualizations/rhetological-fallacies/.

De eerste fout is: “Aannemen dat omdat iets kan gebeuren, het ook onvermijdelijk zal gebeuren.” Het voorbeeld suggereert dat het gaat om iets dat een hoge kans heeft, die echter niet gelijk is 100%. Deze fout lijkt op een principe dat populair is geweest in de filosofie van de kansrekening: het principe van Cournot (dat minstens teruggaat tot het werk van Jakob Bernoulli) zegt dat iets fysisch onmogelijk is als het een zeer kleine kans heeft; omgekeerd geldt dat iets dat een zeer grote kans heeft, in de praktijk ook zal gebeuren. Ik onderschrijf dit principe niet, maar sommige kansfilosofen zien er nog steeds muziek in. Hoewel de eerste argumentatiefout geen gewag maakt van zeer grote kansen, denk ik wel dat meer mensen vatbaar zijn voor deze fout naarmate ze de kans groter inschatten.

De tweede fout is een misvatting van veel gokkers. De uitkomst van herhaalde worpen met een dobbelsteen zijn onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat de kans op, bijvoorbeeld, een zes niet afhangt van de voorgaande uitkomsten. Stel dat er al twintig keer na elkaar geen zes gegooid is. Mensen zijn geneigd te denken dat de kans op een zes bij een volgende worp dan groter is. Dit klopt niet: de kans is en blijft één op zes. De kans dat er in de komende twintig worpen weer geen zes gegooid zal worden is weliswaar klein – zo’n (5/6)^20 = 2,6% -, maar ook dit betekent niet de zes zeker zal komen (zie eerste argumentatiefout).

De laatste fout is: “Een gebeurtenis beschrijven tot in de levendige details, zelfs als het een zeldzame gebeurtenis is, om iemand ervan te overtuigen dat het een probleem is.” Terwijl de eerste fout over gebeurtenissen met grote kansen lijkt te gaan, gaat het hier juist om gebeurtenissen met kleine kansen. Het is bekend dat mensen de kans overschatten op zeldzame gebeurtenissen die kwalijke gevolgen hebben. Hoe erger de mogelijke gevolgen, hoe sterker dit effect. Hoewel dit niet objectief is, is het wel begrijpelijk: het lijkt beter om de mogelijkheid tot een ramp volledig uit te sluiten, dan om de kans erop slechts te verkleinen. Het echte probleem is natuurlijk dat we rampen nooit met volledige zekerheid kunnen voorkomen. We moeten leren leven met onzekerheid zonder altijd van het ergste uit te gaan. Deze fout had dus net zo goed ‘doemdenken’ kunnen heten. (Wist je trouwens dat het woord ‘doemdenken’ voor het eerst gebruikt werd aan de Rijksuniversiteit Groningen?)

Ziezo, daarmee zit mijn eerste blogsgewijze exploratie in de argumentatietheorie erop. Voorlopig hou ik het beroepshalve bij onderzoek over (kleine) kansen, maar wie weet wat de toekomst brengt?

Uiteindelijk kom je altijd bij filosofie terecht

Wie zegt dat filosofen niet uit hun zetel te branden zijn, heeft nog niet van x-phi gehoord.Op dit blog heb ik nog niet veel over filosofie geschreven. Erg is dat niet, want als je iets langer nadenkt over de onderwerpen waar ik wel over geschreven hebt, dan kom je toch wel bij filosofie uit. Als je langer over wiskunde nadenkt, kom je uit bij vragen over haar grondslagen: “Wat is een getal?”, “Wordt wiskunde ontdekt of uitgevonden?” en vele kwesties rond het begrip oneindig. Als je nadenkt over mannen en vrouwen, kun je je afvragen of deze tweedeling wel zo absoluut is als ze vaak wordt voorgesteld. Is het ook mogelijk dat er sprake is van een continue schaal (die in het midden minder bevolkt is)? Dit is een kwestie van definities, maar ook concrete dingen kunnen vragen oproepen. Als je over een platenspeler nadenkt, bijvoorbeeld, kun je je afvragen hoe die werkt: dan kom je via de techniek uit bij de fysica van het geluid. Als je dan nog iets langer nadenkt, zit je toch weer kniediep in de filosofie: is er een fysische basis voor alle vormen van informatie (zoals een plaat de informatie bevat van de muziek die in haar groeven staat gegraveerd)? Hierop weet ik het antwoord niet, maar dat het des te meer uitdagend om er over na te denken.

Je kunt wel boeken lezen om je kennis te verbreden, maar onderzoekers houden zich juist bezig met vragen waarop er in geen enkel boek een antwoord staat. Het nadeel hiervan is dat ze niet ergens kunnen gaan spieken om te zien of ze op de goede weg zijn. Vaak weten ze zelfs niet of hun vraag wel een antwoord hééft. Ze kunnen ook experimenten uitvoeren om hun fysische (of chemische, of biologische, …) intuïtie aan te scherpen, maar het antwoord op sommige vragen kan men niet proefondervindelijk bepalen. Niet zelden betreft het hier filosofische vragen.

Hoewel filosofische kwesties niet met een welgekozen proefje te beslechten zijn, betekent dit niet dat experimentele resultaten irrelevant zouden zijn voor de filosoof. Filosofie en natuurwetenschappen hebben een gemeenschappelijke oorsprong en – volgens mij althans – nog steeds een gemeenschappelijk doel: de wereld om ons heen en onze plaats daarin begrijpen. De wetenschapsfilosoof vertrekt van wetenschappelijke bevindingen, al voert hij dat deel van het onderzoek niet langer zelf uit.

De archetypische filosoof mag dan in zijn zetel zitten nadenken, in het nieuwe millennium zijn er ook andere manieren om aan wijsbegeerte te doen. Zo worden er in de experimentele filosofie (of ‘x-phi’) methodes gebruikt die lijken op die uit de experimentele psychologie. Met behulp van vragenlijsten tracht men te achterhalen hoe mensen denken over morele dilemma’s, of onder welke omstandigheden ze zeggen dat iemand iets wel of niet weet. De resultaten worden dan geanalyseerd in een filosofische verhandeling over ethiek of epistemologie. Een andere nieuwe onderzoekslijn is de computationele filosofie, waarbij een wijsgerige onderzoeksvraag deels met behulp van computer-simulaties geanalyseerd wordt. Computer-simulaties worden ook wel pseudo-experimenten genoemd en zijn ook in de wetenschappen een populaire methode, met name wanneer gewone experimenten te duur, ethisch onverantwoord, of anderszins onhaalbaar zouden zijn. Computer-simulaties kunnen ook nuttig zijn als er wel gewone experimenten worden uitgevoerd, in de hoop dat de gecombineerde resultaten meer inzicht verschaffen in de onderliggende processen. Hoe en wat we van deze pseudo-experimenten kunnen leren, is dan weer een filosofische vraag. Hoewel computationele methoden relatief nieuw zijn, sluit deze vraag zeer nauw aan bij een eeuwenoude puzzel uit de traditionele wetenschapsfilosofie: wat is het verband tussen de wereld enerzijds en onze modellen en theorieën erover anderzijds?

Als je maar lang genoeg verder klikt op Wikipedia kom je uiteindelijk bij filosofie terecht.Ook op Wikipedia kom je altijd bij filosofie terecht. Meer precies gezegd: als je bij een willekeurig artikel begint op de Engelstalige Wikipedia en steeds de eerste link in een artikel aanklikt (voetnoten en links tussen haakjes niet meegerekend), zou je in meer dan 90% van de gevallen bij het artikel “Philosophy” uitkomen. Dit fenomeen was al eerder bekend (zo blijkt uit deze illustratie op Reddit), maar ik leerde het kennen via xkcd (mouseover bij deze cartoon). Als je al dat geklik maar tijdverlies vindt, maar toch benieuwd bent of en hoe een bepaald onderwerp op Wikipedia naar de pagina over filosofie leidt, dan kun je gebruik maken van deze website. Het kan zelfs nog mooier: Xefer illustreert de zoekresultaten in een boomstructuur.

Dit is een leuk weetje, maar toont het iets fundamenteels over de filosofie? Het zegt niet dat je absoluut altijd op filosofie uitkomt, enkel dat dit op Wikipedia heel vaak zo is en dan nog op voorwaarde dat je op een specifieke manier van het ene naar het andere artikel springt. Dat zegt dus net zo goed iets over de structuur van deze internet-encyclopedie, als over het onderwerp filosofie zelf. In mijn hoofd heeft alles met fysica te maken, maar is dat louter omdat fysica zo fundamenteel is, of komt het ook doordat ik fysicus ben en de verbindingen in mijn hersenen zich daar in de loop der jaren op zijn gaan richten? Nadat ik mijn onderzoek verlegd had naar het onderwerp kansrekening, begon ik te merken dat ik ook alles in functie van kansen, onzekerheid en toeval kon zien. We kunnen dit verschijnsel psychologisch verklaren, als een cognitieve bias, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat dit effect even sterk zou optreden bij erg specifieke onderwerpen, zoals “stillevens uit de achttiende eeuw”. Opnieuw rijst de vraag: wat is het verband tussen de wereld aan de ene kant en ons mentale wereldbeeld en onze encyclopedieën aan de andere kant? Iets om in je zetel eens rustig over na te denken.