Tag Archief: foto

Kerstwensen

Stelling van de dag: “Blogesse oblige.”

Toelichting: Als je een blog hebt, dan heb je bepaalde verplichtingen. Hierbij post ik dus de obligate foto van onze kerstboom. ;-) Ik kon het niet laten om er een ‘polar inversion‘ op toe te passen – het moet niet altijd nepsneeuw zijn, maar natuurlijk wel ‘polair’. ⛄ (Klik hier voor meer kerst-gerelateerde blogberichten.)

Kerstkaart.

Kerstkaart.

De huiskamer is versierd, het eten is voorbereid en boven staan er extra bedden gedekt. Nu is het enkel nog wachten in de hoop dat iedereen van de familie veilig tot bij ons geraakt.

Welgemeende kerstwensen voor jullie allen!

Maan en Jupiter samen op de foto

Onze maan vanavond.In dit bericht kom je te weten dat reuzenplaneet Jupiter ook aan photobombing doet. (Photobombing volgens Van Dale EN-NL: “het bederven van een foto door in beeld te springen op het moment dat deze genomen wordt”.)

Gisteren was het volle maan. Vanavond maakte ik een foto van de nog bijna volle maanschijf. Op het kleine plaatje hiernaast zie je het resultaat: het is dus mogelijk om met een compactcamera en zonder statief ongeveer de resolutie te halen zoals je de maan ook met het blote oog ziet. :-)

Op mijn tweede foto hieronder zie je links van de maan nog een helder stipje: dat is Jupiter.

Foto van Jupiter en onze maan.

Foto van Jupiter en onze maan.

Zowel Jupiter als de maan worden helder verlicht door de zon, die vanuit ons standpunt achter de horizon zit. Maar Jupiter is een reuzenplaneet, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en dus veel groter dan onze maan. Doordat Jupiter zich echter zoveel verder van ons af bevindt, zien we de planeet maar als een klein stipje. Jupiters rode oog zien we niet (de reusachtige storm in zijn atmosfeer), terwijl we van de maan wel nog haar gezicht ontwaren (kraters op het maanoppervlak).

(meer…)

Leven met een éénjarige

We hebben hier een kindje in huis, een heel lief kindje, dat vorige week één jaar werd. We gingen eerder deze maand ook een boom planten in het geboortebos van Gent in de Gentbrugse Meersen.

Op weg naar het geboortebos.

Alle kinderen die vorig jaar in Gent geboren zijn, werden met hun ouders uitgenodigd om op zondag 20 oktober een boompje te gaan planten in het geboortebos. Omdat ons kindje in oktober geboren is, viel dit ongeveer samen met zijn eerste verjaardag, wat het voor ons extra bijzonder maakte. Het was bovendien een heel zonnige herfstdag. Deze foto maakten we op weg naar de plantzone, waar we een zoete kers geplant hebben.

Het is fijn om van dichtbij mee te maken hoe hij van het leven geniet en vandaag laat ik jullie hiervan meegenieten. Hoewel de meeste eigenschappen typisch zijn voor éénjarige, blijkt uit bepaalde dingen toch al duidelijk zijn eigen persoonlijkheid.

(meer…)

Schuimmaan (oplossing fotoraadsel)

De vraag bij dit fotoraadsel was: waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Rara, waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Rara, waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Jullie reacties

Er bereikten mij twaalf reacties via vier verschillende kanalen (Material Girl op SciLogs, mijn eigen blog, de Twitter-account @eos_magazine en de Facebook-pagina van Eos). Uit jullie gokken kan ik twee dingen opmaken: dat jullie opmerkzame mensen zijn en dat velen onder jullie dorstige types zijn. ;-)

Op SciLogs opende Geert Van Gestel met de gok “schuim”. Ik kan al verklappen dat dit juist was, maar andere SciLog-lezers zochten verder naar een preciezer antwoord. Francky dacht ook aan schuim, waarschijnlijk van boter in de pan, Willem Hulscher aan een pannenkoek en Walter Valgaeren aan een sinaasappel. (Of hij op schuimend sinaasappelsap doelde, dan wel op de schil van de vrucht, weet ik echter niet.) Deze drie gokken zaten ernaast, maar ik heb intussen wel honger gekregen!

Ook aan onze dorst werd gedacht. Evy Sohier, zelf geen koffiedrinker, gokte op het schuim op een koffie. PJ Swinkels durfde (op mijn eigen blog) de koffie-hypothese wel verder te verfijnen: “waarschijnlijk Italiaans, maar geen cappuccino, die is witter van kraag“.

Alicia Meersschaert gokte (via Facebook) op de kraag van een Guinness. Op SciLogs hield Hans het op een “close-up van schuimkraag van een biertje vanbovenaf gezien”.

Een zekere “Mr. X” gokte (via Twitter) op zeepsop van afwaswater. Op SciLogs kreeg hij navolging van Sven (“Volgens mij gewoon afwaswater.”) en van Sam Bennekens (“zeepsop!”). Maciej hinkte op twee gedachten: “Voor mij lijkt dit op schuim op afwaswater. Kan natuurlijk op slecht bier zijn, da lijkt daar wel op ;)”

(Voor het juiste antwoord moet je snel verderlezen na de vouw!)

(meer…)

Rara, waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

De rand van de foto is afgedekt, maar voor de rest is deze foto onbewerkt. Voor dit zesde fotoraadsel hernemen we met andere woorden de stijl van het eerste fotoraadsel.

De vraag is: waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Rara, waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Rara, waarvan is deze fantasiemaan gemaakt?

Doe een gok in het commentaarveld. Over twee weken komt de oplossing online.

Voor meer fantasiemanen en -planeten, kijk eens naar de kortfilm “Adjusting the Cosmos.

Vorige fotoraadsels:

Super-regenboog

Vanavond was het perfect regenboogweer. Dit resulteerde (hier althans) in een hemelomspannende, dubbele boog. Ik ben met de fotocamera naar buiten gelopen, dus ik kan het bewijzen ook. :-)

Alleen had ik achteraf gezien toch beter even een paraplu kunnen meenemen – niet voor mij, maar voor de lens, want nu zitten er wazige vlekken over de foto’s van dit prachtige natuurfenomeen. Daarom toon ik hier slechts één foto, waar geen al te storende vlekken in zitten, maar waar helaas niet op te zien is dat het een dubbele boog was.

Regenboog in september.

Regenboog in september.

Warempel, had ik hier dit jaar werkelijk nog geen enkele foto van een regenboog gepost? Mijn fascinatie voor dit verschijnsel is echter nog niet voorbij, zoals je merkt. :-)

Tijdens de regenboog van november vorig jaar had ik ook een foto gemaakt met mijn geliefde en ons kindje op de voorgrond. Hoewel technisch verre van perfect is dit nog steeds één van mijn favoriete foto’s. Ik heb de voorgrond nu in sepia gezet om de vrij fletse kleuren van de regenboog iets beter te doen uitkomen.

Babyboog.

♥♥♥ Mijn liefje met onze baby onder een regenboog. ♥♥♥

Hiermee breek ik wel mijn tot op heden strikt nageleefde voornemen om hier geen babyfoto’s te plaatsen. Ik heb het bijna een jaar volgehouden – toch niet slecht voor een mama – en eigenlijk is het baby’tje er niet eens op te herkennen. Dus dit telt niet, oké? ;-)

Leven in de stad

Zicht op Gent vanop Sint-Michielshelling.Ik groeide op in een dorp en was soms bang er nooit uit weg te raken. Inmiddels woon ik al jaren en met veel plezier in de stad Gent. Toch ga ik binnenkort weer in een dorpje wonen. Ons kindje wordt steeds mobieler, dus waren we in elk geval op zoek naar iets met een extra kamer. Als we dan toch moeten verhuizen, dan liefst naar een huis met een tuin. En zo zijn we plots deel van een fenomeen: jonge gezinnen die de stad ontvluchten. Naar het schijnt is er op het platteland ook internet, tegenwoordig, dus zo erg kan het er niet zijn. :-)

Vandaag schrijf ik een ode aan de stad, voor ik vergeet hoe leuk het hier was!

Als we uit het raam kijken is er altijd iets te zien. Dat is trouwens wel een troef als je jonge kinderen hebt: je kunt gewoon op de vensterbank gaan zitten met de baby op schoot en dat kleintje heeft altijd wat te zien!

Met altijd wat te zien, bedoel ik:

  • transportmiddelen: wandelaars, fietsers, auto’s, vrachtwagens, bussen en skateboarders;
  • kinderen: schoolklasjes in fluohesjes (door de week) en als cowboys en indianen verklede scouts (op zondag);
  • omgangsvormen: mensen die ruzie maken of elkaar kussen;
  • kunstzinnige types die foto’s trekken van een rekker (zwarte elastiek voor over het bagagerek van de fiets).
Een rekkertrekker.

Een rekkertrekker, gezien vanuit het raam. Enkel mogelijk in de stad.

We kunnen te voet naar de bakker, de groetewinkel en de buurtsupermarkt. Idem voor huisarts en apotheker – en er is zelfs een tandarts gevestigd in ons appartementsgebouw. Er is sinds vorig jaar een ijssalon op minder dan vijf minuten wandelen (maar we combineren het meestal met een iets langere stadswandeling). We hebben keuze uit meerdere nachtwinkels (al maken we daar geen gebruik van, maar het is toch een geruststelling dat we ook ’s nachts een ijsje zouden kunnen gaan kopen). En we wonen kort aan een tramhalte, waar je ook met een kinderwagen of buggy gemakkelijk op kunt.

Nachtwinkel.Over de nachtwinkels schreef ik twee jaar geleden een tekstje, dat ik toen vergeten ben te posten. Dit stukje lijkt me een goede gelegenheid om dat alsnog te doen:

Stadsimpressie

In de vervallen nachtwinkel van de oude Indiër
halen afgeleefde rokers en doorzopen koppen hun dosis voor de nacht.
Een koppel, dat toch niet van de liefde blijkt te kunnen leven,
koopt op zondag een te duur pakje kaas.
En zelfs dat is vervallen.

Maar veel erger is de nieuwe nachtwinkel
aan de overkant van de straat.
Een jonge Indiër staat er tussen nieuwe rekken.
Alles is perfect.
Het licht is helder wit.
De vloer brandschoon.
Hier is niets vervallen.

De nieuwe Indiër inspecteert zijn rekken.
Hij legt een scheef gezakt zakje chips recht.
Elke keer als ik passeer,
staat hij daar weer, alleen tussen de rekken.
Alles is perfect, denkt hij,
waarom koopt niemand iets bij mij?

Is het rationeel om altijd dezelfde hotelkamer te boeken?

Boeken in de lift.De voorbije maanden was ik vaak onderweg met de trein, onder andere om les te geven in Groningen. Meestal bleef ik dan ook overnachten.

In Groningen heb ik al diverse hotels uitgeprobeerd, inclusief de jeugdherberg en het guesthouse van de universiteit. Het is een moeilijke oefening, want enerzijds wil ik graag een kamer die op wandelafstand ligt van zowel het station als de faculteit (dus pal in het centrum), maar anderzijds wil ik ook graag een rustige kamer (wat in het centrum niet evident is).

Eerst verbleef ik in de legendarische Bed & Breakfast van de familie Bleker. Legendarisch omwille van de steile, krakende trap, de huiselijke sfeer en omdat je er aan de ontbijttafel een wonderlijk gezelschap aantrof van danseressen en academici. De oude heer Bleker maakte op verzoek eitjes bij het ontbijt en op rustige momenten gaf hij vanuit zijn zetel commentaar bij wat hij in de krant las. Helaas kreeg ik ongeveer twee jaar geleden te horen dat de B&B zou sluiten. (Nu ik even op internet zoek, vind ik een website die me nieuw lijkt (blijkbaar uit 2012). Er is ook sprake van gratis WiFi, wat in de tijd dat ik er verbleef alleszins nog niet beschikbaar was. Ik moet dus bij een volgende gelegenheid eens informeren of ze opnieuw kamers verhuren.)

Daarna doolde ik weer van het ene gastenverblijf naar het andere. Zo verbleef ik onder meer in een kamer met papiervisjes – dat was ook geen oplossing.

Tijdens mijn voorbije lessenreeksen heb ik gelukkig weer een goed hotel gevonden. Hotel “De Doelen” ligt pal aan de Grote Markt, maar met een kamer achteraan is het toch relatief rustig ’s nachts. (Zeker als je er aan het begin van de week overnacht; vanaf donderdagavond worden in de zaak ernaast vanaf middernacht de bassen flink opengezet.) In de lift is er een leuke trompe-l’oeil: het lijkt net of er wand met boeken in staat.

Valse boekenwand in de lift op hotel.

Valse boekenwand in de lift van hotel “De Doelen” in Groningen.

Aangezien de eerste nacht goed meegevallen was, heb ik sindsdien steeds om dezelfde kamer gevraagd. De beroepsmisvorming sloeg weer toe, waardoor ik deze keuze beslistheoretisch heb proberen analyseren. Op het eerste zicht lijkt het niet rationeel om steeds voor dezelfde kamer te gaan:

  • De kans dat ze aan een onbekende gast – wat ik aanvankelijk was – hun beste kamer geven is niet bijzonder groot.
  • Bovendien was de kamer in kwestie niet rechtstreeks met de lift te bereiken, maar moest het laatste stuk alsnog via een steile trap. Er zijn kamers die dit nadeel niet hebben, waarschijnlijk zelfs een meerderheid.
  • Verder is het onduidelijk wat de voor- en nadelen van de kamer zijn (op vlak van grootte, indeling, hardheid van de matras, enzoverder) zo lang je er maar één gezien hebt.

De kans dat ik om hun beste kamer vraag, als ik steeds dezelfde boek, is dus quasi nul.

Toch valt er iets te zeggen voor mijn standvastigheid. Zolang ik geen andere kamer gezien heb, kan ik de eventuele grotere luxe daarvan ook niet missen. Het is trouwens prettig om de kamer te kennen, ongeacht of het de beste is: als je aankomt moet je je kamerdeur niet zoeken an als je wakker wordt ben je minder gedesoriënteerd. En verder is het leuk dat de mensen aan de receptie meteen weten welke sleutel ze je moeten geven. Zo wordt het hotel bijna een tweede thuis.

De klassieke besliskunde gaat ervan uit dat de persoon die een beslissing moet nemen alle alternatieven kent en ook de kosten en baten die erbij horen. Binnen die aannames is het rationeel om een beslissing te nemen in functie van het grootste verwachte nut (of ‘utility‘): de geraamde baten min de kosten moeten zo hoog mogelijk zijn. De hotelbezoeker heeft echter niet al deze informatie. Misschien heeft niet alle alternatieven kennen (en de ingewikkelde afweging van hoogste verwachte nut dus niet kunnen maken) ook wel nut. Deze zalige onwetendheid is bovendien voor geen geld te koop.

Knowledge is power“, maar wat hotelkamers betreft geldt voor mijn part: “Ignorance is bliss“.

Over treinreizen en stations (Antwerpen en Keulen)

NS trein.In plaats van een systematisch maandoverzicht, hier enkele indrukken van mijn reizen in mei en juni.

Een beetje in de trein

Hoewel ik mijn laptop altijd bij me heb en een kortfilm bekijken ook wel eens leuk is, gebruik ik mijn tijd op de trein vooral om te werken en te lezen. Ik vind het heerlijk om een krant te vinden die je zelf normaal niet koopt en zo even los van je eigen zoekbubbel iets in het wilde weg lezen.

Op één van mijn vele treinreizen las ik in de Volkskrant een taalstukje door Jean-Pierre Geelen over het woord “beetje”. In het stuk werden veel voorbeeldzinnen gegeven met dit (stop-)woord erin: bekende voorbeelden als “Een beetje, verliefd is iedereen wel eens, dat weet je”, maar ook fragmenten uit op de trein afgeluisterde gesprekken: “een beetje niet zo erg”. (De krantencolumn staat niet online, maar deze was een reactie op dit stuk van Corejanne Lemmens.)

Precies tijdens het lezen van deze column hoorde ik het volgende omroepbericht (trein Groningen – Rotterdam op 8 mei om 11u16):

“Het is een beetje druk vandaag, vandaar dat de trein een beetje te klein is.”

Ik moest glimlachen om deze schitterende synchroniciteit. Maar ik had makkelijk lachen: niet iedereen had een zitplaats – laat staan een plaats waar iemand zijn of haar exemplaar van de Volkskrant had achtergelaten. Voor de later opgestapte reizigers werd het eerste-klasse rijtuig gedeclasseerd – al heet dat in het Noorden gewoon “vrijgegeven”.

Kunst in stations

Stations zijn een prima plaats om mensen – opnieuw los van hun gewoonlijke zoekbubbel – in contact te brengen met kunst. Sommige stations zijn op zich al pareltjes, maar daar kijken de forensen natuurlijk niet meer van op. Juist daarom zijn tijdelijke tentoonstellingen in stations zo’n goed idee: die kunnen zelfs de dagelijse pendelaars verbazen en hen even uit hun ingesleten wandel- en denkroutes halen.

In het Centraal station van Antwerpen zag ik een tentoonstelling van François Blommaerts. Bij mijn eerste doortocht was ik gehaast en zag ik enkel een grote kip en een schilderij. De volgende keer dat ik er passeerde, had ik wel tijd om van dichtbij te gaan kijken. Ik zag dat er een titelbordje bij de kip stond (“de curieuze kip”) en dat daaronder de titel herhaald werd in een ander alfabet (dat op het schrift der Magi leek). Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Gelukkig was er een infoblaadje: de kunstenaar noemt zijn eigen stijl “parallel realisme” en vermeldt dat het geheimschrift dat van zijn te vroeg gestorven zoon is. Zo krijgen de speelse werken alsnog een droeve lading. Mijn favoriete werk is de “swalamander”: deze reusachtige salamander uit swahilihout hield zich schuil op één van de binnenmuren van het station.

Swalamander.

Swalamander van François Blommaert in het station Antwerpen-Centraal (april tot juni 2013).

In juni nam ik deel aan een symposium ter ere van Clark Glymour aan de universiteit van Düsseldorf. (Ik hield er een praatje over het probleem van “old evidence” in de context van Bayesiaanse conformatietheorie, waarover misschien later meer.) Op de terugweg had ik een uur overstaptijd in het station van Keulen. Er was een tijdelijke tentoonstelling rond natuurfotografie van het Gesellschaft Deutscher Tierfotografen (GDT). Mijn favoriete foto was “Regenbogen über dem Two Medicine Lake” van Frank Krahmer (te zien op deze pagina).

• Mensen in stations

Nog steeds over mijn uur in het station van Keulen: de zon scheen, dus kocht ik een broodje om op het terras van de bakker op te eten. Aan een bank iets verderop zette een groepje jongeren het weekend in met drank en veel kabaal. Er kwam een man aan de andere kant zitten van mijn picknicktafel. Met zijn leren jas en stoer postuur kon hij voor buitenwipper doorgaan. (Even later bleek dat hij Duits praatte met een zwaar accent; het zou me dus niet verbazen dat hij zelf meer dan eens is tegengehouden aan de ingang van een dancing.) Een ander groepje jongeren wandelde voorbij. Eén meisje had een jasje aan in de vorm van Pikachu (de gele Pokémon; een ontwerp als dit). “Pikachu, Pikachu!” riep de feestende groep. De twee groepjes maakten een praatje; het was mij niet duidelijk of ze elkaar voordien al kenden. De man aan mijn bank vond het ook een grappig tafereel en we maakten een praatje. Hij bood mij een borrel aan uit zijn veldfles. Iets later proostte hij met een jonge snaak aan de feestende bank en die nodigde hem uit om wat van hun fles te drinken.

Maar het was niet allemaal zonneschijn wat ik in Köln Hbf zag: ik zag er ook mensen in de vuilnisbakken zoeken naar plastic flessen omwille van het statiegeld.

Kortom, als je eens niet dringend een trein moet halen, is er in en om zo’n station heel wat te zien.