Tag Archief: wetenschap

Ondertussen op Twitter (deel 1)

De voorbije twee maanden had ik geen tijd voor mijn blog. Af en toe een berichtje op Twitter lukte nog wel. Dit is deel 1 van een overzicht van de voorbije periode: over spelen met blokjes, de volle maan, logica en het werken aan een cursus.

Januari 2015 (deel 1)

Bij het begin van 2015 stuurde ik volgende nieuwjaarswens:

“Moge in 2015 ook uw balans tussen werk & gezin goed genoeg zijn om af en toe met de blokjes te spelen. ;-) #Duplo”

Work Life Balance

Helaas moest ik vervolgens dit bericht erachteraan sturen…

“Pijnlijk detail: vijf seconden nadat de vorige foto gemaakt is, is één van de mannetjes eraf gevallen. #pt”

~

Frank Deboosere herinnerde ons eraan dat het volle maan was:

“De volle maan is de hele nacht zichtbaar. Per definitie. http://www.frankdeboosere.be/vragen/vraag90.php http://youtu.be/DKyTe68xJ3c

Mijn reactie:

“.@frankdeboosere Met compactcamera kwamen we vanavond niet verder dan deze foto (bijgeknipt).”

Volle maan

~

Bij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) van de KU Leuven werden er een aantal filmpjes gemaakt om toekomstige studenten te informeren over onze expertise. Samen met enkele collega’s werd ik geïnterviewd over mijn logica-gerelateerd onderzoek (filmpje in het Engels).

Verder gaf Lorenz Demey, één van de postdocs aan het HIW, een inleidingsles over logica (filmpje ook in het Engels).

~

Intussen werkte ik naarstig verder aan de cursus voor mijn nieuwe vak in het tweede semester. Ook op dat vlak vond ik steun op Twitter dankzij de account Dr Academic Batgirl. :-)

“For all the January syllabus makers, data crunchers, and writers. Respect.”

Volle maan

Spruitjes in een saus van kansrekening

Het cliché wil dat kinderen geen spuitjes spruitjes [met dank aan een oplettende lezer!] lusten. Bij ons zit het anders: ons zoontje eet juist graag spruitjes, net als zijn papa. Ik ben thuis de enige die bij de geur van spruiten alleen al op de vlucht slaat. Natuurlijk word ik hier wel eens mee geplaagd, maar dat vind ik onterecht. En de wetenschap steunt me daarin: ik ben gewoon erfelijk belast!

Stelling van de dag:

Het is helemaal niet stoer om te zeggen dat je spruitjes lust. Sommige mensen proeven niet hoe bitter die zijn: ze missen daartoe de werkzame variant van een bepaald gen (TAS2R38-gen).

Spruitjes.Waarom ik op een zondagavond over spruitjes en genetische aanleg voor het proeven van bitter begin? Welnu, in de Nationale WetenschapsQuiz 2014 zat er een vraag hierover en dat in combinatie met kansrekening (zie vraag 11). Ha, spruitjes in een saus van kansrekening, dat is dan weer wel spek naar mijn bek! :-)

Uiteraard blogde ik hier al eerder over, maar het verhaal kreeg een staartje in de commentaren. Voor wie het gemist heeft: iemand betwijfelde of de modeloplossing van NWO wel juist was, maar ik kon hem overtuigen. Ook Mark Peeters – Vlaanderens zelfverklaarde nieuwe Copernicus – dacht aanvankelijk dat er iets mis was met de modeloplossing, maar gaf uiteindelijk zijn fout toe.

Nu is hij echter van mening dat weinig mensen de uitleg die tot de juiste oplossing leidt écht begrepen hebben. Daarom daagt hij de lezers van zijn blog uit om (nogmaals) uit te leggen waarom zijn initiële redenering (die tot een fout resultaat leidt bij de originele opgave) niet werkt.

Hij stelt de volgende variant van de opgave voor (hier uitgeschreven om misverstanden te vermijden):

Een stel heeft twee kinderen. Moeder vindt spruitjes niet bitter, vader wel. Het proeven van bitter is een dominante eigenschap van één gen. De werkzame en de niet-werkzame versie van dit gen komen even vaak voor. Wat is de kans dat beide kinderen de spruitjes wel bitter vinden smaken?

(Voor de volledigheid: in de originele opgave werd er gevraagd naar de kans dat beide kinderen de spruitjes niet bitter vinden smaken. Marks initiële idee was 1/3 x 1/3 = 1/9, terwijl de juiste oplossing 1/6 was.)

Marks initiële redenering levert als antwoord op bovenstaande variant 2/3 x 2/3 = 4/9 op.

Hij vraagt wie met hem wil wedden voor 100€. Nu, wedden doe ik niet, uit principe, maar ik wil wel met alle plezier een poging doen om uit te leggen waarom het antwoord op deze variant van de opgave niet 2/3 x 2/3 is.

In deel 1 zal ik uitleggen hoe de berekening dan wel verloopt (of althans één manier geven om het uit te leggen) en in deel 2 zal ik verduidelijken wat er mis gaat bij “als voor één kind de kans 2/3 is, dan is voor twee kinderen de kans 2/3 x 2/3”. (meer…)

Foto van komeet Lovejoy?

Vanavond heb ik in de tuin rond 23u20 een foto gemaakt van de sterrenhemel – met een compactcamera en uit de losse hand. (Tot voor kort wist ik zelfs niet dat dat mogelijk was, maar met een goede camera blijkbaar wel!)

Op de foto zie je een deel van ‘mijn’ sterrenbeeld Stier en rechts bovenaan de Pleiaden. Maar het aangeduide, wazige vlekje: is dat nu komeet Lovejoy (C/2014 Q2)? Als ik me hierop en hierop baseer, moet het ongeveer kloppen.

Wie het weet mag het zeggen! :-)

Sneeuw.

Een stukje van de sterrenhemel vanavond. Deze foto is een beetje bewerkt voor beter contrast. Link naar onbewerkte foto.

Update [iets na middernacht]:
Twitter is handig! Stijn de Vos verwees me naar deze reddit en via daar vond ik dit plaatje. Het lijkt dus inderdaad zo te zijn dat komeet Lovejoy hier op de foto staat. Fijn! :-)

Als het morgen weer helder is, maak ik nog een foto om te checken of het ‘vlekje’ zich in de goede richting beweegt.

Over kantlijnvragen en zonnebloemen

Zonnebloem.Terwijl de meeste studenten nu druk aan het blokken zijn voor hun examens denk ik terug aan mijn eigen studie van de theoretische fysica. Hoewel het zeker geen gemakkelijke richting is, biedt ze wel een groot voordeel: je moet weinig uit het hoofd leren.

Je krijgt als fysicastudent dikke cursussen vol wiskundige uitdrukkingen te verwerken, dat is waar. Maar als je de samenhang ervan begrijpt, hoef je slechts enkele formules van buiten te kennen. De andere formules kan je hier zo uit afleiden. Dit gebeurt via rigoureuze stappen (bijvoorbeeld: haakjes uitwerken), maar minstens even vaak via ‘slimme’ benaderingen (bijvoorbeeld: voor kleine hoeken is de sinus van een hoek ongeveer gelijk aan de hoek zelf). Hierbij zet ik ‘slimme’ even tussen aanhalingstekens, omdat wiskundigen deze benaderingsstappen doorgaans te kort door de bocht vinden: “Hoezo, ‘ongeveer’?!” Zij  schudden het hoofd meewarig bij het argument dat het hier om ‘fysische intuïtie’ zou gaan.

Tussen al die formele krachtpatserij komen er ook prachtige verhalen en briljante ideeën voorbij. Vaak zijn dit precies de ideeën waar ook populariserende boeken vol van staan. Het gekke is dat die verhalen en ideeën niet altijd even naadloos bij de formele theorie aansluiten. Ik heb het zo ervaren: de professor vermeldt even een wild idee, steevast afkomstig van een intussen wereldvermaarde wetenschapper, waardoor vervolgens het hele formele apparaat op een nieuw spoor terechtkomt. De trein vertrekt en komt nooit terug bij het station waar het allemaal begon.

Maar terwijl de trein verder denderde, bleef ik achter op dat perron met een tas vol vragen. Vaak had ik het gevoel dat er iets niet klopte: het initiële idee leek me niet in overeenstemming met de theorie die er uiteindelijk uit ontsproot. Omdat ik in mijn studententijd nogal verlegen was, durfde ik niet vragen hoe het precies zat. Hooguit schreef ik mijn vraag in potlood in de kantlijn van de cursus.

We zijn intussen meer dan tien jaar verder, maar mijn vragen zijn gebleven. Het is natuurlijk niet voor niets dat ik wetenschapsfilosoof ben geworden. Nu ben ik best trots op mijn marginalia van destijds: heel wat van mijn kantlijnvragen blijken nog steeds open problemen in het grondslagenonderzoek! Met andere woorden: als ik mijn vragen destijds wél had durven stellen, dan had de professor het vast ook niet geweten. Of erger: dan had hij misschien wel iets geantwoord en me met een kluitje in het riet gestuurd, waardoor ik niet verder had gezocht.

Radicale relativisten stellen dat er in de loop van de geschiedenis steeds verhalen bijkomen, terwijl er nooit iets wordt uitgeveegd. Zij gooien wetenschappelijke verhalen op dezelfde hoop als sprookjes en andere vertellingen.

Zo ver wil ik niet gaan, maar ik ben er wel van overtuigd dat menselijke verhaalstructuren de wetenschap sturen. De verbeelding stimuleert ons om nieuwe dingen te ontdekken en grenzen te verleggen, maar zelfs op onze fantasie zitten er beperkingen. We kunnen niet eender wat denken: onze verhalen hebben een bepaalde mate van complexiteit, die niet onbeperkt kan groeien. Eén van de functies van wetenschap is om onszelf een coherent verhaal te vertellen over de wereld waarin we leven. En zo’n verhaal heeft alleen maar zin als het voor ons begrijpelijk blijft.

Zonnebloempit.Wiskundige theorieën over de natuur zijn prachtig, maar ze ontstaan niet uit het niets. Eerst moeten we een informeel idee hebben, vaak in de vorm van een verhaaltje of korte redenering, voor we het formeel kunnen gaan uitwerken. In gunstige omstandigheden groeit het idee uit van een zonnebloempit (het informele idee) tot een zonnebloem (de formele theorie). Tijdens dit proces verandert het idee wezenlijk. Als de zonnebloem er eenmaal is, is de pit nergens meer te vinden. (Daarom ook kwam de trein nooit meer aan het eerdere station voorbij…) En vervolgens kunnen er uit die ene bloem zeer veel nieuwe pitten ontstaan.

Misschien werkt de wetenschap zo: in cycli van formele en informele groei, met zomers vol zonnebloemen en winters waarin de vogels zonnebloempitten wegpikken – maar gelukkig niet allemaal.

Of is dit maar een verhaal dat ik mezelf wijsmaak?

Kerst & wetenschap: knutseltip

Einstein is klaar voor de Kerst. U toch ook?Een wetenschappelijk verantwoorde knutseltip voor de kerstvakantie: ‘sneeuwvlokken’ knippen met de beeltenis van Albert Einstein, Marie Curie, of Erwin Schrödinger erin! Het patroon vind je hier (het deed de ronde op Twitter).

Ik denk erover een versie te maken met Isaac Newton: dat zou prima passen bij de ‘traditie’ van Newtonmas. Anderzijds lijkt de kans me groot dat er daarvoor ook al een patroon bestaat: tips zijn welkom.

De patronen voor Einstein en Curie hebben een zesvoudige symmetrie, zoals echte sneeuwvlokken. Vreemd genoeg heeft het patroon voor Schrödinger slechts een viervoudige symmetrie. Er staat wel een kat bij, wat veel goed maakt (maar die heeft dan weer twee staarten…)

Ik maakte vorige week een Einstein-vlokje om op de deur van mijn kantoor te hangen. Helaas vergat ik daar een foto maken. Daarom moest ik gisteravond wel opnieuw aan de slag om ook thuis wat van de vlokjes te knippen. Ik gebruikte een schaar in plaats van een breekmes, waardoor de resultaten suboptimaal zijn. Maar het was wel leuk om eens te doen!

Een goede aanleiding ook om deze video van wiskunstenaar Vi Hart te bekijken. In eerste instantie dacht ik dat ook de ‘sneeuwvlokken’ op het kerstkaartje van de universiteit slechts een viervoudige symmetrie hadden, maar na het bekijken van de video lijkt rotatiesymmetrie hier een betere omschrijving voor.

Kerstvlokjes.

Kerstvlokjes.

Ook gelezen op Twitter: waarom dragen sneeuwmannen een muts? Het houdt de warmte buiten. Thermische isolatie werkt in twee richtingen. (Een variant op het oude grapje met de thermosfles, als het ware.)

In 2011 schreef ik ook al een post over wetenschap en kerst. En natuurlijk is er dezer dagen de Nationale WetenschapsQuiz. Op één of andere manier passen wetenschap en de kerstperiode wonderwel bij elkaar.

Fijne feestdagen gewenst!

Nationale WetenschapsQuiz 2014

Binnenkort wordt de NWQ 2014 uitgezonden: namelijk op zondagavond 28 december om 22u35 op NPO 2. De vragen vind je hier. De deadline om mee te doen is inmiddels verstreken, maar je kan ook live meespelen op de avond zelf.

Wij hebben gisteravond thuis eens ons hoofd gebroken over de opgaven. En nu zijn we vooral benieuwd naar het officiële antwoord op de volgende vier vragen.

 

Vraag 4

De ruimtesonde New Horizons beweegt met een snelheid van 15 kilometer per seconde naar de rand van ons zonnestelsel. Stel dat hij in de richting van de Sombrero-nevel gaat, die zich op 50 miljoen lichtjaar afstand van de aarde bevindt, wanneer komt hij daar dan aan?

  • A. Over ongeveer 1000 miljard jaar
  • B. Over ongeveer 50 miljoen jaar
  • C. Nooit

Als je de opgave domweg invult, enkel rekening houdend met de gegevens in de opgave en de lichtsnelheid, dan bekom je antwoord A.

Maar wat als je rekening houdt met de expansie van het universum? De Hubble-constante geeft de snelheid waarmee verafgelegen gebieden zich van de aarde afbewegen. Deze constante bedraagt ongeveer 68 km/s per Megaparsec (Mpc). Volgens de opgave bevindt de Sombrero-nevel zich op 50 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, dit is op ongeveer 15 MPc (want 1 Mpc is ongeveer 3,26 miljoen lichtjaar). Gebruik makend van de Hubble-constante beweegt de nevel zich dus met ongeveer 100 km/s van de aarde. Kortom, met een snelheid van 15 km/s zal de sonde de nevel nooit bereiken.

Daarom kiezen wij voor antwoord C.

 

Vraag 15

In een grote bak water van 4°C leg je een blok ijs. Wat gebeurt er met het waterniveau terwijl het ijs smelt?

  • A. Het stijgt
  • B. Het blijft gelijk
  • C. Het daalt

Trouwe kijkers van de Nationale WetenschapsQuiz herkennen hierin de obligate Archimedesvraag.

Het antwoord bij dit type vraag is – als mijn geheugen me niet bedriegt – in voorgaande edities bijna altijd geweest dat het gelijk blijft. Ook deze keer lijkt dit zo: het gewicht van het (drijvende) ijs is precies gelijk aan het gewicht van het verplaatste water. Als het ijs smelt kan het dus precies het volume innemen van het ijs dat aanvankelijk onder water zat. Het waterniveau blijft dan gelijk.

Maar dan kwam Danny met de opmerking dat water van 4°C de grootste dichtheid heeft. Als het ijs smelt, zal het water geen water van 4°C zijn, maar iets kouder. Dit water heeft dan een lagere dichtheid en dus een groter volume: het waterniveau stijgt.

Ons antwoord is dus A.

Tenzij we ons moeten voorstellen dat het water continu op 4°C wordt gehouden door een extern warmtebad, maar dan lijkt er geen reden te zijn om specifiek te vermelden dat het om water van 4°C gaat. Toch?

 

Vraag 11

Een stel heeft twee kinderen. Moeder vindt spruitjes niet bitter, vader wel. Het proeven van bitter is een dominante eigenschap van één gen. De werkzame en de niet-werkzame versie van dit gen komen even vaak voor. Wat is de kans dat beide kinderen de spruitjes niet bitter vinden smaken?

  • A. Een vierde
  • B. Een zesde
  • C. Een negende

Voor deze vraag over kansrekening denk ik dat het antwoord B is. Korte uitleg: in 2/3 van de gevallen heeft de vader precies één recessief gen, waarbij er telkens 1/2 kans is om het niet door te geven: 2/3 * 1/2 * 1/2 = 1/6.

Het enige dat me wat ongerust maakt is dat ik in dit geval de andere opties niet kan verklaren via voor de hand liggende fouten. Via een opzettelijk foute redenering kwam ik bij 1/8 uit, maar die optie staat er niet tussen. Daardoor twijfel ik nu of ik toch zelf niets over het hoofd zie. Spannend!

 

Vraag 7

Als je een oneindig grote vloer aaneengesloten zou betegelen met deze strikjes- en bootjestegels, wat is dan de verhouding tussen strikjes en bootjes?

  • A. 1 strikjestegel op 2 bootjestegels
  • B. Minder dan 1 strikjestegel op 2 bootjestegels
  • C. Meer dan 1 strikjestegel op 2 bootjestegels

De strikjes en tegels zie je links in de figuur hieronder. Op een zijde met uitstulping (driehoekjes in het origineel; cirkels bij mij) moet een zijde zonder uitstulping aansluiten.

Strikjes en bootjes.

Strikjes en bootjes.

Hierbij zijn we niet tot een antwoord gekomen. We berekenden wat hoeken, maar het probleem waren vooral de uitstulpingen, waardoor niet alle zijden op elkaar passen. Enig tekenwerk op papier leverde al snel op dat eenvoudige periodieke patronen niet kloppend te maken zijn. Om een beetje te kunnen puzzelen maakte ik bovenstaande oefening in Powerpoint. Daar liep ik vast.

Zou het hier om werkelijk om niet-periodieke (Penrose-) betegeling kunnen gaan? (En is dat misschien de reden voor de eerder vage opties B en C?)

Ha, Arnout Jaspers van KennisLink denkt alvast van wel!

 

Aanvulling:

De vragen die aansluiten bij ruimtevaart (vragen 4 en 8) worden hier bediscussieerd en wat vraag 4 betreft lijken ze hier ook tot optie C te besluiten. :-)

Er is ook een Reddit met discussie over alle vragen. Daar twijfelen ze ook nog over vraag 15, om precies dezelfde redenen als wij. En voor de kansrekeningvraag bekomt er iemand 1/4 en iemand anders 1/9, waardoor ik er iets geruster in ben dat mijn redenering toch juist is. :-P

Boek onder de kerstboom: “Het exacte verhaal”

Deze week zat er een pakje in de bus met daarin het nieuwe boek van ionica Smeets. “Het exacte verhaal” is een spoedcursus wetenschapscommunicatie voor (hoofdzakelijk) exacte wetenschappers. Ik heb het gewonnen met een Twitteractie van uitgeverij Nieuwezijds – en wel met deze inzending. Daar was ik er erg blij mee, zoals je op de eerste foto ziet.

Blij met het nieuwe boek van Ionica Smeets.

Blij met het nieuwe boek van Ionica Smeets…

Ik begon meteen in het boek te kijken: eerst de index, dan het eerste hoofdstuk, dan de inhoudsopgave. Het ging dus van achter naar voor en zo had ik niet eens meteen gezien dat er boodschap van Ionica op het schutblad stond. Daar werd ik nog blijer van, zoals je op de tweede foto ziet. (Met dank aan Danny voor het maken van de foto’s. En voor wie het zich zou afvragen, de kerstkrans op de foto’s is gebreid door mijn moeder.)

Blij met het nieuwe boek van Ionica Smeets.

…en met de inscriptie op het schutblad: “Best Sylvia, Veel succes met (schrijven over) fysica! Alle goeds, Ionica”.

Het boek leest als een trein doordat er veel concrete voorbeelden en citaten in staan. Voor het boek interviewde Ionica Smeets namelijk een aantal bekende Nederlandse wetenschapscommunicatoren en er passeert zelfs één Vlaming de revue: Lieven Scheire. Hoewel “Het exacte verhaal” dus zeer vlot geschreven is, neem ik me voor om de hoofdstukken juist niet te snel achter elkaar te lezen, zodat ik de tijd heb om ook echt iets te doen met de vele tips en ideeën die er voorbijkomen. Het kan vast geen kwaad om één tip uit het boek hier te vermelden:

“Kies bij popularisatie voor onderwerpen waarover je op feestjes graag praat.”

Met de feestdagen in het vooruitzicht is dat alvast een idee dat ik in de praktijk ga proberen brengen bij mijn volgende Eos-column.

Kortom, tot nu toe bevalt het boek me alleszins veel beter dan de vorige communicatiecursus die ik heb bijgewoond. ;-)

SciShirt? Geen saai shirt!

Vorige week deed op Twitter de hashtag #ThatShirt de ronde. Dit was een reactie op het opvallende T-shirt dat wetenschapper Matt Taylor droeg bij de persconferentie over de komeetlanding. Taylors keuze voor een print vol wulpse vrouwen viel in slechte aarde bij veel twitteraars. Alternatieve hashtags waren dan ook #ShirtGate en #ShirtStorm. Matt Taylor lichtte toe dat het T-shirt ontworpen was door een vriendin van hem (van mysogynie was dus geen sprake), maar hij excuseerde zich toch voor deze keuze, die in de context van een persconferentie over een wetenschappelijke missie ongelukkig was. (Lees meer bij Vincent van Eylen.)

Nochtans zijn er heel veel leuke T-shirts die naar wetenschap verwijzen. Het is dus het kledingsstuk bij uitstek om aan wetenschapspromotie te doen en dit kan ook op een inclusieve manier. Dat idee zette Jacquelyn Gill aan om een nieuwe, positieve hashtag te starten: #scishirt.

Eos lanceerde een oproep om ook in Vlaanderen mee te doen. En daarom maakten we thuis deze foto:

SciShirt.

#SciShirt? Geen saai shirt! ;-)

Danny draagt een T-shirt met daarop twee structuren die hij berekende voor zijn tweede doctoraat. Als cadeautje bij die gelegenheid gaf ik hem een zwarte stropdas, waarop ik dit motief had aangebracht (met behulp van speciaal transferpapier voor donkere stoffen, een printer en een strijkijzer). Als test maakte ik eerst een T-shirt, dat nu dus op de foto staat. Een onderdeel van dit plaatje haalde ook de cover van een wetenschappelijk tijdschrift.

Zelf draag ik een T-shirt met mijn symbool voor oneindig kleine kansen. De vorm P verwijst naar de waarschijnlijkheidsfunctie (van het Latijn probabilitas). De opening van deze letter wordt aangegeven door een lottobal met daarin een lemniscaat, het symbool voor oneindig. (Lees in dit stukje meer over oneindige loterijen.)

En ons zoontje zit tussen ons in zijn pyjama, met daarop een ruimteraket.

SciShirt.

Mijn ontwerp voor SciShirt: een loterij op de natuurlijke getallen heeft oneindig veel ballen; toch zit er geen enkele bal bij waar ‘oneindig’ op staat.

Interstellar

Gisteren ben ik met Danny naar Interstellar gaan kijken, de nieuwe sciencefictionfilm van regisseur Christopher Nolan (die ook Inception regiseerde). In deze film wordt er – en daarmee verklap ik nauwelijks iets – gereisd door een wormgat. De visuele voorstelling van het wormgat werd mede ontwikkeld door theoretisch natuurkundige Kip Thorne en volgens Wikipedia zal de computergrafiek voor de film zo aanleiding geven tot twee wetenschappelijke publicaties.

Mijn mini-recensie (met spoilers! en een mening!) vind je hieronder (te lezen door op Show te klikken).

[spoiler]In de film Interstellar wordt er gereisd door een wormgat, worden er verre planeten bezocht -planeten die nota bene rond een zwart gat draaien, maar die potentieel wel levensvatbaar geacht worden (!)- en wordt er in een zwart gat gedoken, maar wel een ‘zachtaardig’ zwart gat waardoor de held van dienst dit overleeft. En al deze plotwendingen zijn nodig om een vrouw een vergelijking door te seinen, in morse begot (hoe werkt dat voor Griekse letters en subscripts?), omdat het publiek anders gewoon niet zou kunnen geloven dat een vrouw ertoe in staat zou zijn zelfstandig een natuurkundige vergelijking op te stellen.

Wat mij betreft werkt de suspension of disbelief hier toch in de verkeerde richting. Geen actiefilm, maar een tragedie.[/spoiler]

Interstellar.

Illustratie over Interstellar. (Bron afbeelding: Robin Davey.)

Aanvulling (27 november 2014)

Muggenzifters, ahoi! :-) Een aantal analyses van Interstellar door wetenschappers die de film hebben gezien:

  • Neil DeGrasse Tyson heeft lof voor de film (met name voor de relativistische effecten zoals tijddilatatie) en ook begrip voor het fictie-aspect.
  • Phil Plait van Bad Astronomy vond enkele fouten in de film, maar zette later enkele van zijn eigen misvattingen hierover recht. Ik vrees echter dat ik het eens ben met zijn uitspraak in het eerste stuk (die eigenlijk losstaat van eventuele wetenschappelijke accuratesse):

    I’d say that the real, basic problem with Interstellar is that it’s a movie that desperately wants to be profound, but simply isn’t.”

  • Nolan zegt over dit type analyses:

    My films are always held to a weirdly high standard for those issues that isn’t applied to everybody else’s films—which I’m fine with.

    en ook nog:

    There have been a bunch of knee-jerk tweets by people who’ve only seen the film once, but to really take on the science of the film, you’re going to need to sit down with the film for a bit and probably also read Kip’s book.

  • En een infographic kan natuurlijk niet ontbreken.

Nanokunst

Danny stuurde me een linkje naar een pagina met deze afbeelding:

STM poster.

STM poster

De poster is gemaakt door Jessie Flatt: deze studente aan de Universiteit van North Dakota studeerde aanvankelijk ingenieurswetenschappen, maar stapte over naar de richting grafisch ontwerp. Bij professor Lucy Ganje kregen zij en de haar medestudenten de opdracht om een poster te maken over wetenschap en daarbij gebruik te maken van meetresultaten van de scanning-tunnelingmicroscoop (STM) van de groep van professor Nuri Oncel.

De groep van Oncel werkt ook mee aan een soortgelijk project met middelbare scholieren: NanoART. Dat lijkt me een fijne activiteit en het sluit goed aan bij mijn ideeën over begrijpend tekenen. :-)

Het citaat op de poster van Jessie Flatt is van Will Durant:

Every science begins as philosophy and ends as art.”

(“Alle wetenschap begint als filosofie en eindigt als kunst.”)

Dit citaat is al vaker gebruikt voor posters: zie bijvoorbeeld dit plaatje van Lisa DeJohn op Etsy.

Aanvulling (4 december 2014):

Nog een citaat over wetenschap en kunst, ditmaal van Phil Plait (van Bad Astronomy):

Citaat over wetenschap en kunst.

Citaat over wetenschap en kunst. (Bron afbeelding.)

Poging tot vertaling:

“Zoals gewoonlijk moet ik wrang lachen als ik hoor dat mensen proberen om kunst van wetenschap te onderscheiden. Het universum is beide, mensen. Je kan proberen om ze uit elkaar te trekken, maar dat gaat niet, omdat het kunstige van het universum voor altijd verweven is met hoe het werkt. Ze zijn elkaars brandstof. De wetenschap is de reden waarom de kunst mooi is en de kunst is één van de redenen waarom we de wetenschap nastreven.”